![]() |
| Opleiding in Baexem 1977 |
De discussie over weerbaarheidstraining binnen de politie is niet nieuw. In 2013 kwamen politiestudenten in het nieuws nadat zij tijdens een weerbaarheidsoefening gewond raakten, met onder meer gekneusde ribben en een gebroken kaak als gemelde letsels. Het ging om een situatie binnen de Politieacademie waarbij realistische geweldssimulaties werden toegepast. Naar aanleiding hiervan werd onderzoek ingesteld en volgden later aanpassingen in het betreffende trainingsonderdeel.
Wat dit destijds al duidelijk maakte, is dat de balans tussen realisme en veiligheid in training een blijvend spanningsveld vormt. En dat gesprek is vandaag de dag niet minder actueel geworden.
TRAINING
Bij de politie is weerbaarheidstraining al jaren onderwerp van discussie. Het vak vraagt om realistische voorbereiding op geweldssituaties, maar die realiteit kent altijd duidelijke grenzen.
Sport en fysieke training vormen een belangrijk fundament, maar nooit het enige ingrediënt in het politievak. Naast training, motivatie, herstel en voeding zijn er cruciale elementen zoals samenwerken, specificiteit, veiligheid, communicatie, werken binnen bevoegdheden en het behalen van het operationele doel.
Al deze factoren bepalen of training daadwerkelijk overdraagbaar is naar de praktijk.
Wat in dit soort casuïstiek telkens terugkomt, is het belang van duidelijke kaders vooraf. Ongeacht de trainingsvorm moet helder zijn wat het doel is, welke risico’s acceptabel zijn en waar de grenzen liggen.
Realistisch trainen mag nooit betekenen dat veiligheid en controle verdwijnen.
WEERBAARHEID
Krachttraining en fitness zijn belangrijk, maar vormen vooral de basis van grove motoriek binnen een breder geheel.
Weerbaarheid in het politievak is een samenspel van kracht, uithoudingsvermogen, snelheid, lenigheid en coördinatie. Minstens zo belangrijk zijn mentale weerbaarheid, besluitvorming onder stress en het vermogen om te blijven handelen binnen de wet en je bevoegdheden.
De praktijk op straat is onvoorspelbaar. Incidenten ontstaan vaak onverwacht en vragen directe keuzes. In die momenten moet je kunnen vertrouwen op training, ervaring en samenwerking, maar altijd binnen de grenzen van proportionaliteit en professionaliteit.
PRAKTIJK
Een top-prestatie in het politievak ontstaat alleen als lichaam en geest als één geheel functioneren.
Dat is een samensmelting van ervaring, fysieke conditie, psychische belasting, technische vaardigheden, tactisch inzicht en sociale samenwerking.
Samenwerken blijft daarin cruciaal. Politiewerk is zelden individueel werk. Vertrouwen in je collega, duidelijke communicatie en wederzijds waarnemen maken vaak het verschil tussen controle en chaos.
Daarom moet training niet alleen individueel gericht zijn, maar juist ook op teamfunctioneren onder druk.
Herhaling blijft daarbij het sleutelwoord. Wat niet wordt herhaald, komt niet automatisch beschikbaar op het moment dat het nodig is.
Misschien is één belangrijk ingrediënt nog niet genoemd: geluk.
Want hoe goed je ook traint en voorbereidt, elke geweldsituatie blijft afhankelijk van factoren die je nooit volledig kunt controleren.
Daarom is de vraag niet alleen hoe realistisch we trainen, maar vooral hoe we zorgen dat we mensen voorbereiden op de werkelijkheid, zonder ze onderweg onnodig te beschadigen.
Ik ben benieuwd naar de uitkomsten van het onderzoek. Niet om te oordelen, maar om te leren. Want goede politietraining moet politiemensen beter maken voor de straat — niet slechter voordat ze daar überhaupt komen.
NAREDE
In de nasleep van dit soort casuïstiek is destijds binnen de Politieacademie gekeken naar de inrichting van de training, de veiligheidsborging en de mate waarin realisme en controle in balans waren. Dat heeft geleid tot evaluaties en aanscherping van de kaders rond weerbaarheidstraining.
De kern die daarbij overeind blijft, is dat realisme in training waardevol is, maar nooit los kan staan van strakke regie, duidelijke leerdoelen en een onbetwiste borging van veiligheid.
Want zodra die balans verschuift, verliest training haar waarde: het voorbereiden van professionals op de praktijk, niet het blootstellen van studenten aan risico's die juist in opleiding beheerst moeten worden.
Tegelijkertijd is de praktijk op straat de afgelopen jaren niet milder geworden. Geweld en agressie tegen politie, brandweer, ambulancepersoneel en andere hulpverleners lijken steeds vaker onderdeel van het dagelijkse werk. Dat is een ontwikkeling die niemand normaal zou mogen vinden.
De overheid reageert daarop regelmatig met nieuwe onderzoeken, beleidsmaatregelen of aanvullende wetgeving. Dat kan zinvol zijn, maar naar mijn overtuiging ligt de grootste winst niet altijd in méér regels. Nederland beschikt al over een uitgebreid wettelijk instrumentarium en de politie over ruime bevoegdheden. Waar het vooral om gaat, is een consequente toepassing daarvan, ondersteund door duidelijke rugdekking vanuit de overheid, het Openbaar Ministerie en de rechtspraak.
Wie van politiemensen verwacht dat zij daadkrachtig optreden, zal hen ook de ruimte en het vertrouwen moeten geven om dat professionele optreden waar te maken. Dáár begint echte weerbaarheid.
