Niet omdat ik geweld wil verheerlijken – integendeel – maar omdat ze mij opnieuw deden nadenken over een begrip dat tegenwoordig nogal verschillend wordt uitgelegd: respect.
Respect kent vele gezichten. De vraag is niet alleen wat respect is, maar ook hoe je het geeft, ontvangt en verdient.
Op de beelden zat een oude Sensei zwijgend langs de rand van de judomat. Hij keek aandachtig toe. Niet vluchtig, maar met de scherpe blik van iemand die elke houding, elke beweging en elke uitvlucht zag.
Plotseling riep hij een leerling bij zich. De jongen liep beheerst, maar zichtbaar gespannen naar voren. De meester sprak weinig woorden. Kort, krachtig en met een stem die geen ruimte liet voor discussie. In zijn hand hield hij een dun bamboestokje, waarmee hij tijdens zijn uitleg tegen de armen en benen van de leerling tikte. Niet om hem te mishandelen, maar om zijn boodschap kracht bij te zetten.
Als zo'n filmpje vandaag zonder context op sociale media zou verschijnen, zouden de verontwaardigde reacties waarschijnlijk niet lang op zich laten wachten.
Toen de meester uitgesproken was, gebeurde echter iets wat mij vooral opviel.
De leerling boog diep, vroeg toestemming om te mogen spreken en bedankte de Sensei. Hij zei dat hij het een grote eer vond dat de meester de moeite had genomen juist hem te corrigeren. Blijkbaar vond de meester hem de moeite waard om beter te worden.
Dat zette mij aan het denken. Vroeger kreeg je soms een tik om iets af te leren. Tegenwoordig krijg je soms helemaal niets meer te horen, uit angst iemand te kwetsen. Ik vraag me weleens af welk uiterste uiteindelijk de meeste schade aanricht.
Terwijl ik naar die beelden keek, dwaalden mijn gedachten onwillekeurig af naar mijn eigen lagere school. Ook daar werd, zij het op een heel andere manier, duidelijk gemaakt wat wel en niet mocht.
Ik ben nog van de generatie die met de lat kennismaakte. Links schrijven was ongewenst. Pats op je linkerhand en voortaan rechts schrijven. Ik schreef bovendien met een kroontjespen, wat het er niet makkelijker op maakte. Het gevolg is dat ik nu, ruim zestig jaar later, soms nog moeite heb om mijn eigen handschrift te ontcijferen. Ik heb dus niet alleen respect voor kalligrafen, maar ook voor iedereen die mijn boodschappenlijstje zonder tolk kan lezen.
Dat verschil is interessant. De Japanse Sensei corrigeerde vanuit discipline en vorming, hoe hard dat tegenwoordig ook overkomt. Op mijn school draaide het vooral om aanpassen aan de norm. Beide voorbeelden stammen uit een andere tijd en beide zouden vandaag de dag terecht veel discussie oproepen.
Gelukkig zijn de bamboestok en de schoollat verleden tijd. Dat is winst. Maar soms bekruipt mij het gevoel dat we naar het andere uiterste zijn doorgeschoten. Feedback wordt al snel opgevat als een aanval, terwijl een goedbedoelde correctie juist een blijk van betrokkenheid kan zijn.
Ergens tussen keiharde discipline en de angst om iemand nog aan te spreken, ligt een gezonde middenweg.
Respect is niet hetzelfde als angst. Echte groei begint bij iemand die de moeite neemt je iets te leren én bij iemand die bereid is daarvan te leren.
Misschien is dat wel de belangrijkste les die die beelden mij hebben meegegeven.
Misschien is dát wel de belangrijkste les: corrigeren is niet hetzelfde als kleineren. Soms is het juist een teken dat iemand de moeite waard wordt gevonden
