Translate

zondag 21 juni 2026

Baywatch in the flesh

Hulpverlening aan hen die dit behoeven

De vrachtvliegtuigen trekken een witte streep tegen de blauwe achtergrond van de hemel. Wij noemen die bandbreedte de hemel, maar eigenlijk zijn stratosfeer en andere wetenschappelijke benamingen wellicht juister. Als een heraut plant zo'n ijzeren vogel zijn bestemming aan de horizon en doorklieft hij de hete, zoetwarme lucht boven ons aardse paradijs.

Ik loop buiten. Tuincorvee doe ik regelmatig, zo niet dagelijks, effekes. Zo houd ik de tuin enigszins in het gareel. Tegen onkruid is echter niets opgewassen, behalve handmatig ingrijpen en hun aanwezigheid met wortel en al tenietdoen.

Ik zie de gebruikelijke oneffenheden: afgevallen eikenbladeren, stof, zand, vuil en andere eikenboomellende. Hier en daar steken alweer groene stengels van invasieve soorten of andere ongewenste aanwezigen de kop op.

Het buitenbad houd ik schoon en afgedekt tegen al die ongein. Toch zie ik een donkere vlek aan de binnenkant van het badje. Is het een blad? Heeft een vogel een krijtstreep achtergelaten? Nee, het is een hommel.

Hij is in mijn domein terechtgekomen. Hoe? Joost mag het weten.

Wat doet hij?

Niets.

Bewegingloos drijft hij rond. Is hij aan het verdrinken of juist aan het genieten van wat verkoeling? Is hij gevallen, gedoken of gewoon ongelukkig te water geraakt? Wil hij met rust gelaten worden of geholpen?

Wie het weet, mag het zeggen.

Ik ben de hommeltaal niet machtig, maar in dit geval ga ik af op mijn gevoel. Ik weet dat hommels nuttig zijn, vriendelijk ogen en doorgaans niet tot de stekelige probleemgevallen behoren.

Dus schuif ik mijn hand onder zijn lichaam, dat nog steeds roer- en stuurloos dobbert. Zijn ledematen hangen levenloos langs zijn lijfje. Terwijl het water tussen mijn vingers wegloopt tijdens de reddingsoperatie, grijpt hij plots met handen en voeten mijn huid vast.

Stevig.

Onlosmakelijk.

Ik loop met hem naar de stenen border om hem daar op adem te laten komen. Zijn reactie is opmerkelijk: in plaats van af te stappen, kruipt hij verder omhoog mijn handpalm in.

Wil hij bij me blijven?

Of is hij simpelweg onderkoeld van zijn onverwachte duik?

Met mijn wijsvinger help ik hem voorzichtig verder, alsof ik een stukje Limburgse vlaai op een bordje presenteer. Daar blijft hij rustig zitten wachten.

Even later kiest hij alsnog het luchtruim. Zoals het vrachtvliegtuig eerder, verdwijnt ook hij richting verre oorden. Niet met het lawaai van straalmotoren, maar met dat bekende, aandoenlijke gezoem waar ik telkens weer blij van word.

Ik denk dat hij weer boven Jan is.

Dat lukte eerder niet met zijn natte engelenvleugels.

Toch weer een leven gered. Al weet ik niet hoever hij gevorderd was in zijn levenscyclus van ongeveer een maand.

Voor hem maakte het op dat moment waarschijnlijk weinig verschil.

Voor mij eigenlijk ook niet.

De geredde was een hommel. In een komische hersenschim voelde de redder zich even de evenknie van Mitch Buchannon aka David Hasselhof (hahaHan). Zij het zonder strand, reddingsboei en rode zwembroek. 


Epiloog


Boven mij trok een vrachtvliegtuig zijn witte streep door het luchtruim. Beneden dobberde een hommel die datzelfde luchtruim even kwijt was. Uiteindelijk vervolgden ze allebei hun eigen bestemming. De een met straalmotoren, de ander met een aandoenlijk gezoem.

💙👍🐝

vrijdag 12 juni 2026

Immitatievuurwapens, het verschil tussen nep en echt blijkt pas achteraf

Imitatievuurwapens, een drieluik tussen realiteit, fictie en wrange werkelijkheid

Imitatievuurwapens. Films, series, computerspellen en sociale media staan er bol van. Ze worden getoond als spannend, stoer of zelfs aantrekkelijk. Wie er vaak genoeg naar kijkt, vergeet soms dat achter die plastic of metalen replica's een gevaarlijke werkelijkheid schuilgaat.

Want voor degene die in de loop kijkt, bestaat het verschil tussen echt en nep vaak pas achteraf.

De media smullen ervan. De held draagt een pistool, de schurk nog een groter exemplaar en de spanning stijgt met iedere trekker die wordt overgehaald. Wat op een beeldscherm entertainment is, kan in de echte wereld echter leiden tot angst, geweld, levenslange trauma's of zelfs dodelijke gevolgen.

De navolgende drie incidenten, casussen of verhalen zo u wilt, spelen zich af op dezelfde zondag ergens in augustus, vele jaren geleden. Realiteit, fictie en wrange werkelijkheid lopen daarbij opvallend door elkaar heen.

Incident 1

Soms heb je van die dagen waarop schijnbaar onbelangrijke zaken alle aandacht opeisen. Een rustige zondagochtend. Tot er een melding binnenkomt van een verontruste flatbewoner. Door zijn keukenplafond sijpelt water naar beneden. Zijn woning dreigt langzaam te veranderen in een natte moesson.

Uit veiligheidsoverwegingen ga ik samen met enkele collega's naar het adres. De bovenwoning blijkt bewoond te worden door iemand die al jarenlang bekend is binnen het hulpverleningscircuit. Onlangs heeft hij nog contact gehad met de politie nadat hij in overspannen toestand met een zwaard in het openbaar had rondgelopen. Gelukkig vallen daarbij geen gewonden.

Verleden gedrag biedt echter geen garantie voor de toekomst. Daarom laten wij gezond verstand en veiligheid voorgaan. Gelukkig kunnen wij daarbij putten uit eerdere situatierapportages.

Bij de benedenbuurman constateren we inderdaad een lekkage. Vervolgens gaan we naar de bovenwoning. De deur blijft gesloten. Op aanbellen wordt niet gereageerd. Mogelijk ligt de bewoner onwel binnen.

Onze vrienden van de brandweer openen uiteindelijk de woning. Een nieuwe alles-cutter doet in enkele ogenblikken wat de politiestormram niet voor elkaar krijgt. De weerbarstige, norse deur geeft zich uiteindelijk gewonnen. Het bijkomende voordeel is dat de halve galerij meteen wakker is.

Binnen treffen we gelukkig niemand aan. De lekkage blijkt veroorzaakt te worden door een kraan die nog openstaat.

Tijdens de zoektocht door de woning valt ons oog op een geopende sporttas in een slaapkamer. Daarin liggen vier vuurwapens en andere wapens die niet van echt te onderscheiden zijn.

Voor de gemiddelde burger lijken het echte wapens. Voor een politieagent eveneens. En juist daarin schuilt het gevaar.

Wordt een dergelijk voorwerp plotseling op een agent of burger gericht, dan moet in een fractie van een seconde een beslissing worden genomen. Niemand krijgt dan de tijd om eerst rustig te onderzoeken of een pistool echt of nep is.

De wapens worden in beslag genomen. Onderzoek en verhoor volgen later.

De druppende kraan wordt die ochtend snel gedicht. De juridische kraan tussen huurder en woningcorporatie zal vermoedelijk nog geruime tijd blijven nadruppelen.

Incident 2

Later die dag lees ik over een incident in Den Bosch.

Daar houdt de politie een verwarde man aan nadat hij twee vuurwapens op het hoofd van een agent richt en beide wapens afdrukt.

Achteraf blijken de wapens ongeladen of defect.

Achteraf.

Dat woord maakt echter weinig verschil voor de betrokken agent.

Want wanneer iemand twee vuurwapens op je hoofd richt en tweemaal de trekker overhaalt, denk je niet aan technische mankementen. Je denkt aan je partner, je kinderen, je ouders. Je denkt dat dit mogelijk de laatste minuut van je leven is.

Onwillekeurig komt de beruchte scène uit The Deer Hunter in gedachten, waarin Russische roulette wordt gespeeld. Een huiveringwekkend beeld.

Omstreeks vijf uur 's middags ontvangen agenten een melding van een burenruzie. Bij aankomst zien zij via een openstaande voordeur een man met twee kennelijke vuurwapens.

De verdachte weigert bevelen op te volgen, verdwijnt naar binnen en verschijnt later opnieuw. In een split second richt hij beide wapens op een agent en haalt de trekkers over. Klik. Klik. Geen schot. Geen kogel. Geen overlijdensbericht aan de familie.

De verdachte wordt direct overmeesterd.

De betrokken agenten worden later opgevangen door het Bedrijfsopvang Team. Een uitstekend protocol, want pas na afloop dringt vaak volledig door wat er had kunnen gebeuren.

Voor politiemensen behoort het gebruik van hun vuurwapen tot de zwaarste beslissingen die zij ooit moeten nemen. Wanneer iemand een vuurwapen trekt dat niet van echt te onderscheiden is, bestaat er op dat moment geen verschil tussen echt en nep.

Een imitatiewapen is pas nep wanneer achteraf blijkt dat het nep was.

Onderzoeken naar politiegeweld of schietincidenten kunnen bovendien een zware wissel trekken op de betrokken collega's en hun gezinnen. Verhoren, onderzoeken, het tijdelijk inleveren van het dienstwapen en langdurige onzekerheid zijn vaak onderdeel van het traject.

Incident 3

Alsof de dag nog niet genoeg vuurwapens had voortgebracht, zie ik diezelfde avond als klap op de vuurpijl ook nog een film op televisie."

Daarin ontvoert een overspannen vader zijn minderjarige dochter. De politie treft hem aan bij een beekje waar hij samen met haar bij een kampvuur zit.

Tijdens de confrontatie trekt hij een vuurwapen dat niet van echt te onderscheiden is. Eerst bergt hij het weer op. Even later haalt hij het opnieuw tevoorschijn.

Hij richt het op een politieman. De hamer wordt gespannen. Klik. Klik. Het is fictie. Maar de spanning voelt echt.

Plotseling begrijp ik nog beter wat er door het hoofd van die agent in Den Bosch moet zijn gegaan.

Moraal

De media smullen van vuurwapens. Films, series, videobeelden en sociale media maken ze spannend, stoer en aantrekkelijk. Onbedoeld raken mensen daardoor soms verleid om zelf ook zo'n voorwerp aan te schaffen.

Maar een imitatiewapen is geen speelgoed.

Het vuurt misschien geen kogels af, maar kan wel degelijk levens ontwrichten. Niet omdat het echt is, maar omdat niemand op het beslissende moment kan weten dat het nep is.


Wie een dergelijk wapen trekt, speelt Russische roulette met de angst van een ander. Soms ook met zijn eigen leven.

Daarom zijn dergelijke wapens in Nederland verboden, behoudens enkele wettelijk gereguleerde uitzonderingen zoals airsoft.

"Het was maar nep."

Dat is achteraf vaak een bijzonder schrale constatering.


donderdag 11 juni 2026

Kantelen in the Sky


Kantelen in the Sky

Intro: Dit verhaal is wellicht minder een klassiek politieverhaal en meer een beschouwende momentopname uit een roerige periode binnen de politieorganisatie. Geen achtervolging, melding of aanhouding als rode draad, maar een inkijk in de sfeer, vermoeidheid, loyaliteit en kameraadschap tijdens de jaren van reorganisaties, systemen, werkdruk en voortdurende veranderingen.

Achteraf voelt het bijna documentair aan. Niet geschreven vanuit verbittering of rancune, maar vanuit betrokkenheid bij het vak en de mensen die het dragen. Want ondanks alle bureaucratie, veranderingen en soms absurde processen, bleven politiemensen uiteindelijk gewoon doen wat zij altijd deden: er staan voor anderen én voor elkaar.

Misschien maakt dat achteraf dat deze periode bijzonder is. “Opvallend genoeg denk ik hier in 2026 nog exact hetzelfde over als toen in 2016"

Met een tekening ben je soms sneller klaar dan met duizend woorden. Een plaatje, een praatje, een daadje, iedereen kent het wel. Misschien lukt het mij daarom ook beter om de tekening van Jan the Artist+ te verbinden aan de politieorganisatie zoals wij die dagelijks proefondervindelijk voorgeschoteld krijgen. Een organisatie die soms stevig overeind staat als een oud kasteel met dikke muren en vier trotse kantelen, maar soms ook aandoet als een bouwpakket waar onderweg een handleiding, een schroef en hier en daar wat gezond verstand verloren zijn gegaan.

Ons kasteel heet B.T.W.M. (basis team westelijke mijnstreek)

Vier letters die jarenlang hebben gestaan voor betrokkenheid, kameraadschap, inzet en het bekende vermogen van politiemensen om onder druk gewoon dóór te blijven gaan. Niet met grote woorden of borstklopperij, maar met nachtdiensten, koude koffie, zwarte humor en collega’s die elkaar feilloos aanvoelen zonder daar eerst drie formulieren voor te hoeven invullen.

Of zoals we in Zitterd zeggen: Alles kump good.

Alleen voelt de tegenstander van tegenwoordig anders dan vroeger. Die draagt geen bivakmuts meer, loopt niet met opgeheven vuisten op ons af en kondigt zichzelf al helemaal niet netjes aan. Nee, de vijand van nu kruipt langzaam tussen roosters, regels, ATW-discussies, mailboxen en systemen die ooit bedacht zijn om het werk makkelijker te maken, maar er opvallend vaak in slagen politiemensen nog langer achter een beeldscherm vast te zetten. Soms moet je drie keer inloggen om uiteindelijk vast te stellen dat het systeem eruit ligt. Dat soort humor schrijft zichzelf inmiddels bijna.

Het vreemde is misschien nog wel dat een deel van die druk uit onze eigen organisatie voortkomt. Ooit begon alles waarschijnlijk met goede bedoelingen, structuur en overzicht, maar zoals dat vaker gaat binnen grote organisaties kwam er steeds weer een laag bovenop. Nog een protocol erbij, nog een overlegstructuur erbij, nog een registratiesysteem erbij, totdat niemand meer precies weet waar de fundering van het kasteel ophoudt en de bureaucratie begint.

Ondertussen dendert het echte werk buiten gewoon door. Meldingen, agressie, huiselijk geweld, verdriet, ongevallen en mensen die op de slechtste momenten van hun leven tegenover politiemensen komen te staan. En ergens tussendoor staat dan die collega die na een heftig incident schouderophalend zegt dat het “wel gaat”, terwijl eigenlijk iedereen ziet dat het helemaal niet goed gaat.

Niet alle verwondingen zijn zichtbaar. Een gebroken been zie je meteen, maar een overbelast hoofd vaak pas als iemand al maandenlang op zijn tandvlees loopt. Zelfs bedrijfsartsen zien het venijn van een burn-out niet altijd aankomen, mede omdat politiemensen kampioen zijn in doorgaan. Nog één dienst draaien. Nog één weekend werken. Nog één nachtrit. Tot ergens diep vanbinnen langzaam een lampje begint te knipperen.

En toch zie ik op de eerste verdieping van ós burooke ook iets moois ontstaan. Daar liggen de witte vellen papier waarop namen, keuzes, samenwerkingen en verschuivingen worden ingevuld. Op het eerste gezicht lijken het slechts papieren met wat zwarte kriebelletters, maar tussen die namen lees je veel meer dan alleen een rooster of clusterindeling. Je ziet betrokkenheid, loyaliteit en politiemensen die ondanks alles nog steeds bereid zijn gaten voor elkaar dicht te lopen. Communicerende vaten, niet omdat een beleidsstuk dat zo voorschrijft, maar omdat politiewerk uiteindelijk gewoon mensenwerk blijft.

Natuurlijk schuurt het geregeld stevig. Nieuwe korpschefs lossen oude af, terwijl de oude soms als adviseur blijven hangen met een salaris waarvan menig diender spontaan een extra nachtdienst zou moeten draaien. Bezuinigingen blijven als donkere wolken boven het kasteel hangen en sommige vergaderingen over efficiëntie worden gevoerd door mensen die vermoedelijk al jaren geen straat meer hebben gezien buiten het raam van hun leaseauto. Soms voelt bureaucratie daadwerkelijk alsof je door nat cement probeert te sprinten.

Maar ondanks alles blijft die thin blue line bestaan. Brothers and sisters die onderling best kunnen botsen, mopperen of elkaar voor gek verklaren, maar buiten zonder enige twijfel naast elkaar staan zodra het spannend wordt. Dat blijft misschien wel het mooiste en sterkste onderdeel van politiewerk.

Want onder alle reorganisaties, managementtaal, beleidsstukken en systemen blijft de politie uiteindelijk iets heel eenvoudigs: mensen die andere mensen proberen te helpen op momenten dat het leven volledig uit de bocht vliegt.

En ja, soms zijn wij als organisatie ook gewoon een smeuïge gatenkaas, maar wel eentje waarbij de gaten opvallend vaak worden dichtgelopen door mensen die officieel eigenlijk al overbelast zijn.

Misschien is dat wel onze grootste kracht.

Onder druk wordt veel vloeibaar en heel soms ontstaat er tussen alle ellende ineens een diamant.

Nederland krijgt uiteindelijk de politie die zij verdient.

En die politie, dat zijn wij.

Ook in Zitterd. 👊

maandag 1 juni 2026

Kattenkwaad










Een artikel in De Limburger over een woning vol katten triggert direct een herinnering. In gedachten rijd ik weer naast collega Jan tijdens een groepssurveillance bij de Plisse in Born, in een kerkdorp dichtbij de Grensmaas, met uitzicht op België.

Een melding doet ons stoppen bij een adres dat binnen het korps genoegzaam bekend is. De reden van de melding is eenvoudig: een penetrante ammoniaklucht die opnieuw voor klachten uit de buurt zorgt.

Wij zijn niet de eersten die hier komen en zullen waarschijnlijk ook niet de laatsten zijn. Het verhaal speelt zich af in de beginjaren tachtig, een tijd waarin de politie vaak als eerste én soms bijna als enige overheidsinstantie op dit soort problematiek afkwam. Niet omdat wij daarvoor waren opgeleid, maar omdat wij nu eenmaal dag en nacht bereikbaar waren.

De geschiedenis van dit adres staat al uitgebreid beschreven in onze systemen. De daadwerkelijke regie ligt eigenlijk bij zorginstanties en woningcorporatie als het gaat om vervuiling, dierenwelzijn en woonoverlast. Toch bellen wij opnieuw aan.

De deur wordt geopend door een grote man op leeftijd. Forse handen, een verweerd gezicht en een uiterlijk dat doet denken aan een cowboy die al jaren geen badkamer van binnen heeft gezien. Hij roept bij mij onmiddellijk een scène op uit een oude film van Terence Hill. Na een zeldzaam bad trekt hij daar doodleuk weer dezelfde smerige, stoffige kleren aan.

Zijn gebit lijkt op dat van een bokser die een zware aframmeling heeft gehad en daarbij de halve inhoud van zijn mond in de ring heeft achtergelaten. Zijn spraak is moeilijk verstaanbaar. Een kunstgebit zou hier waarschijnlijk meer op zijn plaats zijn dan een woordenboek. Maar achter dat uiterlijk schuilt vooral een man die al jarenlang wordt ingehaald door psychische en lichamelijke problemen.

Binnen slaat de lucht direct op de ademhaling. De woning is vochtig, tochtig, nattig en benauwend. Onze ogen beginnen vrijwel meteen te tranen. Het lijkt alsof de katten de gehele woning als kattenbak gebruiken. Kattenbakken zelf zijn nergens te bekennen.

Overal lopen katten. Op kasten, stoelen, tafels, vensterbanken en aanrechtbladen. Het zijn er zoveel dat tellen nauwelijks zin heeft. Een voordeel heeft het kennelijk wel: van muizen- of rattenoverlast lijkt geen sprake. Met zoveel dakhazen in dienst waagt geen enkele knager zich vrijwillig aan een carrière op dit adres.

Collega Jan neemt geduldig een verklaring op. Woord voor woord noteert hij wat de bewoner vertelt. Voor mij klinkt het als een onsamenhangende stroom van gedachten waarin werkelijkheid, herinnering en fantasie moeiteloos door elkaar lopen. Achter ieder antwoord hoor ik eigenlijk maar één boodschap: een stille schreeuw om hulp.

Ik herinner me nog goed dat op tafel een sprei lag die net zo vochtig aanvoelde als de stoel waarop Jan plaatsnam. Alles in huis leek klam. Alsof de woning langzaam oploste in haar eigen vocht en verval.

Na afloop doen wij wat we al zo vaak hebben gedaan. We adviseren, rapporteren en geven de situatie door aan de instanties die tijdens kantooruren verantwoordelijk zijn voor verdere zorg en begeleiding.

Daarna verlaten we de tussenwoning.

Met het onbevredigende gevoel dat we opnieuw getuige zijn geweest van menselijk verval zonder werkelijk iets te kunnen veranderen. Soms is de politie niet meer dan een doorgeefluik tussen nood en hulp. En soms voelt dat als veel te weinig.

Epiloog

Terug in de dienstauto draaien we de ramen handmatig open. Elektrische ramen zijn in die tijd blijkbaar nog toekomstmuziek binnen de politieorganisatie. De frisse buitenlucht stroomt gul naar binnen, maar de kattengeuren, ammoniakdampen en overige biologisch actieve bestanddelen laten zich niet zomaar verjagen.

Die zitten inmiddels diep genesteld in onze neusvleugels. Waarschijnlijk met een huurcontract voor onbepaalde tijd.

Onze uniformen zijn toe aan een wasbeurt van olympisch niveau.

Collega Jan begint onderweg plotseling driftig aan zijn rechteronderarm te krabben. Hij rolt zijn hemdsmouw omhoog. De huid is vuurrood en geïrriteerd. Waarschijnlijk een souvenir van de vochtige tafelsprei waarop hij tijdens het opnemen van de verklaring zijn arm had laten rusten. Dezelfde sprei die door de katten kennelijk was aangewezen als officiële uitlaatlocatie.

Ik kijk naar mijn eigen handen, net uit in mijn broekzakken gehaal. Schoon en reukloos. Soms is alertheid gewoon een onderschatte vorm van risicobeheersing.

De woningcorporatie en hulpverlenende instanties pakken de casus uiteindelijk op. Zoals zo vaak volgen gesprekken, plannen, evaluaties en goede bedoelingen. Even lijkt er verbetering te ontstaan.

Maar helaas.

Sommige dossiers hebben meer levens dan de katten die erin voorkomen.

Vele jaren later komen er opnieuw meldingen vanaf hetzelfde adres. De oorspronkelijke grijze cowboy woonr er niet meer. Nieuwe hoofdrolspelers hebben er hun intrek genomen.

De problemen zijn echter opmerkelijk trouw gebleven.

Deze keer geen twintig katten, maar vijf honden. Geen gemiauw, maar onafgebroken geblaf. Geen kattenpis, maar een betegelde achterplaats die eruitziet als een mijnenveld van hondendrollen gemaskeerd met een reukgordijn.

De stank is gebleven. De overlast ook. De geschiedenis herhaalt zich. Zij het met een andere cast.

En zoals gebruikelijk wijst iedereen naar dezelfde verdachten

De politie en de zon.

Want zonder die ontembare zonnestralen zou de geur natuurlijk nooit de kans krijgen zich met zoveel enthousiasme door de wijk te verspreiden.

Soms denk ik dat de zon meer processen-verbaal verdient dan menig veelpleger.

Toch is er in al die jaren ook iets veranderd.

Waar de politie begin jaren tachtig vaak noodgedwongen het eerste en belangrijkste vangnet vormde voor dit soort maatschappelijke problematiek, hebben zorginstanties, woningcorporaties en hulpverleners tegenwoordig gelukkig een veel grotere rol gekregen. Zoals het hoort.

Maar één ding blijft onveranderd.

Als eerste wordt nog altijd de politie gebeld.

En dus rijden agenten ook vandaag de dag nog naar meldingen waar achter stankoverlast, vervuiling, geluidshinder of verwaarlozing vaak een veel groter menselijk probleem schuilgaat.

Terugkijkend heb ik in dit soort zaken zelden iets zelf opgelost.

De politie beschikt immers niet over de middelen, bevoegdheden of deskundigheid om eenzaamheid, vervuiling, psychische problemen of maatschappelijke teloorgang te genezen.

Wat wij wel deden, was blijven signaleren. Blijven rapporteren. Blijven bellen. Blijven aandringen. Blijven aanklampen.

Net zolang totdat de instanties die daarvoor waren uitgerust hun verantwoordelijkheid konden nemen.

Soms voelde dat als dweilen met de kraan open. Soms leek het alsof dossiers eindeloos in kringetjes rondliepen.

Maar achteraf besef ik dat ook dát politiewerk was. Niet alles zelf oplossen.

Maar ervoor zorgen dat een probleem niet langer genegeerd kon worden.

De hoofdrolspelers wisselen. De honden vervangen de katten. De jaren verstrijken. Maar sommige verhalen weigeren simpelweg het toneel te verlaten.

En wij? Wij rijden weer verder naar de volgende melding. Met open ramen.

En een gezonde dosis wantrouwen jegens tafelspreien.

Ps: Kamer bezorgd over stijgend aantal verwarde mensen en uitblijven van oplossingen - https://nos.nl/l/2609767