Daar komt Magnus (comic strip) om de hoek kijken.
Magnus, de Robot Fighter, verscheen in 1963 en leefde in een toekomst waarin robots een groot deel van het menselijke leven hadden overgenomen. Werken, vervoeren, bewaken en allerlei andere taken werden door machines uitgevoerd. Magnus zag daarin niet alleen een leger metalen tegenstanders, maar vooral een mens die zijn eigen kracht en zelfstandigheid dreigde kwijt te raken.
En dus vocht Magnus.
Niet omdat iedere robot slecht was, maar omdat hij vond dat de mens mens moest blijven. Sterk, zelfstandig en in staat om zichzelf te redden wanneer de machine het een keer liet afweten.
Als je daar vandaag naar kijkt, wordt die oude strip ineens verdacht actueel. Wij hebben inmiddels geen robot nodig die ons letterlijk komt vertellen wat we moeten doen. We hebben een smartphone die onthoudt waar we zijn, een navigatiesysteem dat vertelt waar we heen moeten, een algoritme dat bepaalt wat we op internet te zien krijgen en kunstmatige intelligentie die inmiddels kan schrijven, rekenen, analyseren, adviseren en gezellig met ons kan kletsen.
Over robotmaaiers gesproken.
Daar hebben we misschien wel de meest onschuldige robotveroveraar van allemaal rondrijden. Vanuit zijn eigen kleine cave komt hij tevoorschijn zodra hij vindt dat het gazon weer aandacht nodig heeft. Geen koffie, geen pauze, geen vakantie, geen cao en vooral geen discussie over arbeidsomstandigheden. Hij rijdt zijn rondjes en maait alles wat boven de door de mens ingestelde grens uitkomt.
Een grasspriet van vier centimeter? Overtreding. Een paardenbloem die het waagt zijn kop boven het maaiveld uit te steken? Geen pardon.
Een stukje gras dat zich niets aantrekt van de menselijke behoefte aan een strak gazon? Binnen de kortste keren verdwenen. De robotmaaier heeft geen hekel aan de natuur. Hij heeft alleen een opdracht. En daar zit misschien precies de clou.
De mens heeft machines gemaakt die geen eigen mening nodig hebben om hun werk uitstekend te doen.
Dat geldt inmiddels ook voor drones. Die vliegen boven bosbranden om hulpdiensten te helpen zien waar het vuur zich verspreidt, worden ingezet bij zoekacties en politiewerk en kunnen plaatsen bereiken waar een mens moeilijk of gevaarlijk kan komen. Tegelijkertijd zien we in oorlogen hoe dezelfde technologie verandert in een instrument voor verkenning en vernietiging. Eén technisch wonder, verschillende toepassingen, afhankelijk van de mens die aan de knoppen zit.
Want hier komt George Orwell weer binnenlopen.
Orwell waarschuwde in zijn boek met de titel 1984 gepubliceerd in 1949 niet voor een robotmaaier die zijn gazon te kort knipt, maar voor een samenleving waarin macht, informatie, toezicht en taal gebruikt kunnen worden om mensen te beïnvloeden en te controleren. Dat is een ander soort robotisering.
Niet de machine die het lichaam overneemt, maar de mens die langzaam zijn eigen oordeel uit handen geeft.
En dat is misschien wel de interessantste robot van allemaal. De mens die zelf gaat functioneren als een robot.
Niet omdat hij van staal is gemaakt, maar omdat hij alleen nog maar doet wat hem wordt verteld. Niet meer nadenkt, niet meer twijfelt en vooral niet meer vraagt waarom. Gewoon de opdracht uitvoeren, de juiste knop indrukken en vervolgens tevreden vaststellen dat iedereen hetzelfde heeft gedaan.
Magnus zou daar waarschijnlijk behoorlijk zenuwachtig van worden.
Hij vocht immers tegen robots om de mens vrij en zelfstandig te houden, terwijl wij tegenwoordig vrijwillig allerlei systemen binnenhalen die voor ons denken, onthouden, zoeken, rijden, maaien, communiceren en zelfs onze koffie zetten.
Ja, zelfs de koffie.
Mijn eerste bak wordt tegenwoordig door een machine gezet. Ik hoef alleen nog maar op een knop te drukken en even later staat daar het zwarte levenselixer klaar. Als Magnus dat had gezien, had hij waarschijnlijk niet eens zijn vuisten gebald. Hij had eerst gewoon een kop koffie genomen.
En daar komt nog een wonderlijke uitvinding bij: de elektrische step en zijn forse evenknie, de fatbike.
De mens heeft miljoenen jaren benen ontwikkeld om zich voort te bewegen en heeft daarna een elektromotor bedacht om die benen vooral zo weinig mogelijk te hoeven gebruiken. De elektrische step brengt ons zonder noemenswaardige inspanning naar de overkant van de straat en de fatbike ziet eruit alsof hij rechtstreeks uit een poolexpeditie komt, terwijl hij in de praktijk ook uitstekend geschikt is om met elektrische ondersteuning een stukje verderop een broodje te halen.
Magnus zou waarschijnlijk vragen waar onze benen gebleven zijn.
We zouden hem uitleggen dat ze er nog wel zitten, maar dat ze tegenwoordig vooral handig zijn om op de step te blijven staan.
En zo wordt de wereld langzaam een merkwaardige combinatie van gemak, techniek en afhankelijkheid. Tesla gaf ons mogelijkheden die zijn tijd ver vooruit waren, Magnus waarschuwde voor een mens die door machines afhankelijk zou worden, Orwell waarschuwde voor controle over informatie en het menselijk denken, The Terminator maakte er in 1984 een nachtmerrie van waarin machines uiteindelijk hun eigen oorlog tegen de mens voeren en wij zitten in 2026 rustig tussen de koffie, drones, AI, smartphones, elektrische fietsen en robotmaaiers.
Daarbij hoeven we helemaal niet bang te zijn voor iedere nieuwe uitvinding. Integendeel. Technologie kan levens redden, mensen helpen, gevaarlijk werk overnemen en ons mogelijkheden geven waarvan vorige generaties alleen maar konden dromen.
Maar misschien moeten we af en toe wel even stoppen met vragen wat de machine allemaal voor ons kan doen en ons afvragen wat wij zelf nog willen blijven doen.
Want als een machine voor ons rijdt, vliegt, rekent, schrijft, zoekt, maait, koffiezet en denkt, blijft er uiteindelijk één belangrijke taak over.
Zelf nadenken.
En zelfs dat kunnen we tegenwoordig uitbesteden.

