Een hond die doodgemoedereerd door de Drechttunnel van de A16 wandelt. Je leest zo'n bericht en mijn fantasie slaat meteen op hol.
Misschien is hij weggelopen. Misschien uitgezet. Misschien was hij gewoon onderweg naar huis. Zijn interne TomTom zegt immers niet: "Neem afslag 23," maar: "Volg je neus."
Daar gaat Remie. Alleen. Dwars door velden, wegen en uiteindelijk... een tunnel waar zelfs de gemiddelde wandelaar zich nog eens achter de oren zou krabben.
Niemand die naar hem omkijkt. Tranen in de hondenoogjes.
"Waarom ben ik alleen? Dat wil ik helemaal niet..."
Een landkaart lezen zit er niet in. De weg vragen ook niet. En dus blijft alleen dat onovertroffen navigatiesysteem over: de speurneus, gemonteerd op het voorste punt van zijn aangezicht.
Om hem heen razen alleen maar Max Verstappens voorbij. Oorverdovend lawaai. Uitlaten zo groot als de hoogovens van weleer. Een stalen storm waarin iedere snuffel verdrinkt.
De paniek begint langzaam terrein te winnen... maar net niet helemaal. Want honden beschikken gelukkig over iets wat wij mensen onderweg nogal eens verliezen: hoop.
Hoop dat achter iedere bocht het gouden mandje weer opduikt.
Tenzij...
Tenzij dat mandje er niet meer staat. Omdat het baasje de kosten niet meer kon dragen. Of omdat Remie simpelweg als oud vuil aan de kant is gezet.
En terwijl mijn fantasie verder afdwaalt, dient zich ook een minder vrolijke gedachte aan.
Het is vakantietijd. Helaas worden juist in deze periode ook huisdieren achtergelaten. Omdat de vakantie al geboekt is. Omdat pensions vol zitten of te duur zijn. Of simpelweg omdat een hond ineens niet meer in de planning past.
Ik hoop oprecht dat dit voor Remie niet geldt. Dat hij gewoon een avonturier is die iets te enthousiast achter zijn snuffel is aangelopen. Dat zou een veel mooier verhaal zijn.
Of misschien is dit allemaal grote onzin en liep hij gewoon zijn dagelijkse inspectieronde.
Wie het weet, mag het zeggen.
Dan wordt het ineens rustig in de tunnel.
Aan het einde van deze tunnel is licht... en gelukkig geen tegemoetkomende koplampen meer.
In de verte naderen voorzichtig enkele voertuigen. Er stappen mensen uit. Gek uitgedost in zwart-geel. Net menselijke wespen.
Ze roepen. Ze lokken. Ze proberen hem gerust te stellen.
Dan ziet Remie het.
"Hé... de politie! Vriend en helper!"
Of toch niet?
Want tegenwoordig hoor je zoveel over nepagenten. En die brengen zelden iets goeds. Dus kiest Remie eieren voor zijn hondenbrokken en zet het opnieuw op een lopen.
De menselijke wespen geven echter niet op.
Na een korte achtervolging wordt Remie – of misschien was het toch Remia – veilig ingevangen.
Nu maar hopen dat hij of zij gechipt is. Dat ergens een baasje de telefoon opneemt. Dat het mandje nog bestaat.
Sommige achtervolgingen eindigen met handboeien. Deze gelukkig met een hondenriem. Dat is toch een stuk gezelliger voor alle betrokkenen.
Eind goed... al goed.
