Translate

vrijdag 12 juni 2026

Immitatievuurwapens, het verschil tussen nep en echt blijkt pas achteraf

Imitatievuurwapens, een drieluik tussen realiteit, fictie en wrange werkelijkheid

Imitatievuurwapens. Films, series, computerspellen en sociale media staan er bol van. Ze worden getoond als spannend, stoer of zelfs aantrekkelijk. Wie er vaak genoeg naar kijkt, vergeet soms dat achter die plastic of metalen replica's een gevaarlijke werkelijkheid schuilgaat.

Want voor degene die in de loop kijkt, bestaat het verschil tussen echt en nep vaak pas achteraf.

De media smullen ervan. De held draagt een pistool, de schurk nog een groter exemplaar en de spanning stijgt met iedere trekker die wordt overgehaald. Wat op een beeldscherm entertainment is, kan in de echte wereld echter leiden tot angst, geweld, levenslange trauma's of zelfs dodelijke gevolgen.

De navolgende drie incidenten, casussen of verhalen zo u wilt, spelen zich af op dezelfde zondag ergens in augustus, vele jaren geleden. Realiteit, fictie en wrange werkelijkheid lopen daarbij opvallend door elkaar heen.

Incident 1

Soms heb je van die dagen waarop schijnbaar onbelangrijke zaken alle aandacht opeisen. Een rustige zondagochtend. Tot er een melding binnenkomt van een verontruste flatbewoner. Door zijn keukenplafond sijpelt water naar beneden. Zijn woning dreigt langzaam te veranderen in een natte moesson.

Uit veiligheidsoverwegingen ga ik samen met enkele collega's naar het adres. De bovenwoning blijkt bewoond te worden door iemand die al jarenlang bekend is binnen het hulpverleningscircuit. Onlangs heeft hij nog contact gehad met de politie nadat hij in overspannen toestand met een zwaard in het openbaar had rondgelopen. Gelukkig vallen daarbij geen gewonden.

Verleden gedrag biedt echter geen garantie voor de toekomst. Daarom laten wij gezond verstand en veiligheid voorgaan. Gelukkig kunnen wij daarbij putten uit eerdere situatierapportages.

Bij de benedenbuurman constateren we inderdaad een lekkage. Vervolgens gaan we naar de bovenwoning. De deur blijft gesloten. Op aanbellen wordt niet gereageerd. Mogelijk ligt de bewoner onwel binnen.

Onze vrienden van de brandweer openen uiteindelijk de woning. Een nieuwe alles-cutter doet in enkele ogenblikken wat de politiestormram niet voor elkaar krijgt. De weerbarstige, norse deur geeft zich uiteindelijk gewonnen. Het bijkomende voordeel is dat de halve galerij meteen wakker is.

Binnen treffen we gelukkig niemand aan. De lekkage blijkt veroorzaakt te worden door een kraan die nog openstaat.

Tijdens de zoektocht door de woning valt ons oog op een geopende sporttas in een slaapkamer. Daarin liggen vier vuurwapens en andere wapens die niet van echt te onderscheiden zijn.

Voor de gemiddelde burger lijken het echte wapens. Voor een politieagent eveneens. En juist daarin schuilt het gevaar.

Wordt een dergelijk voorwerp plotseling op een agent of burger gericht, dan moet in een fractie van een seconde een beslissing worden genomen. Niemand krijgt dan de tijd om eerst rustig te onderzoeken of een pistool echt of nep is.

De wapens worden in beslag genomen. Onderzoek en verhoor volgen later.

De druppende kraan wordt die ochtend snel gedicht. De juridische kraan tussen huurder en woningcorporatie zal vermoedelijk nog geruime tijd blijven nadruppelen.

Incident 2

Later die dag lees ik over een incident in Den Bosch.

Daar houdt de politie een verwarde man aan nadat hij twee vuurwapens op het hoofd van een agent richt en beide wapens afdrukt.

Achteraf blijken de wapens ongeladen of defect.

Achteraf.

Dat woord maakt echter weinig verschil voor de betrokken agent.

Want wanneer iemand twee vuurwapens op je hoofd richt en tweemaal de trekker overhaalt, denk je niet aan technische mankementen. Je denkt aan je partner, je kinderen, je ouders. Je denkt dat dit mogelijk de laatste minuut van je leven is.

Onwillekeurig komt de beruchte scène uit The Deer Hunter in gedachten, waarin Russische roulette wordt gespeeld. Een huiveringwekkend beeld.

Omstreeks vijf uur 's middags ontvangen agenten een melding van een burenruzie. Bij aankomst zien zij via een openstaande voordeur een man met twee kennelijke vuurwapens.

De verdachte weigert bevelen op te volgen, verdwijnt naar binnen en verschijnt later opnieuw. In een split second richt hij beide wapens op een agent en haalt de trekkers over. Klik. Klik. Geen schot. Geen kogel. Geen overlijdensbericht aan de familie.

De verdachte wordt direct overmeesterd.

De betrokken agenten worden later opgevangen door het Bedrijfsopvang Team. Een uitstekend protocol, want pas na afloop dringt vaak volledig door wat er had kunnen gebeuren.

Voor politiemensen behoort het gebruik van hun vuurwapen tot de zwaarste beslissingen die zij ooit moeten nemen. Wanneer iemand een vuurwapen trekt dat niet van echt te onderscheiden is, bestaat er op dat moment geen verschil tussen echt en nep.

Een imitatiewapen is pas nep wanneer achteraf blijkt dat het nep was.

Onderzoeken naar politiegeweld of schietincidenten kunnen bovendien een zware wissel trekken op de betrokken collega's en hun gezinnen. Verhoren, onderzoeken, het tijdelijk inleveren van het dienstwapen en langdurige onzekerheid zijn vaak onderdeel van het traject.

Incident 3

Alsof de dag nog niet genoeg vuurwapens had voortgebracht, zie ik diezelfde avond als klap op de vuurpijl ook nog een film op televisie."

Daarin ontvoert een overspannen vader zijn minderjarige dochter. De politie treft hem aan bij een beekje waar hij samen met haar bij een kampvuur zit.

Tijdens de confrontatie trekt hij een vuurwapen dat niet van echt te onderscheiden is. Eerst bergt hij het weer op. Even later haalt hij het opnieuw tevoorschijn.

Hij richt het op een politieman. De hamer wordt gespannen. Klik. Klik. Het is fictie. Maar de spanning voelt echt.

Plotseling begrijp ik nog beter wat er door het hoofd van die agent in Den Bosch moet zijn gegaan.

Moraal

De media smullen van vuurwapens. Films, series, videobeelden en sociale media maken ze spannend, stoer en aantrekkelijk. Onbedoeld raken mensen daardoor soms verleid om zelf ook zo'n voorwerp aan te schaffen.

Maar een imitatiewapen is geen speelgoed.

Het vuurt misschien geen kogels af, maar kan wel degelijk levens ontwrichten. Niet omdat het echt is, maar omdat niemand op het beslissende moment kan weten dat het nep is.


Wie een dergelijk wapen trekt, speelt Russische roulette met de angst van een ander. Soms ook met zijn eigen leven.

Daarom zijn dergelijke wapens in Nederland verboden, behoudens enkele wettelijk gereguleerde uitzonderingen zoals airsoft.

"Het was maar nep."

Dat is achteraf vaak een bijzonder schrale constatering.


donderdag 11 juni 2026

Kantelen in the Sky


Kantelen in the Sky

Intro: Dit verhaal is wellicht minder een klassiek politieverhaal en meer een beschouwende momentopname uit een roerige periode binnen de politieorganisatie. Geen achtervolging, melding of aanhouding als rode draad, maar een inkijk in de sfeer, vermoeidheid, loyaliteit en kameraadschap tijdens de jaren van reorganisaties, systemen, werkdruk en voortdurende veranderingen.

Achteraf voelt het bijna documentair aan. Niet geschreven vanuit verbittering of rancune, maar vanuit betrokkenheid bij het vak en de mensen die het dragen. Want ondanks alle bureaucratie, veranderingen en soms absurde processen, bleven politiemensen uiteindelijk gewoon doen wat zij altijd deden: er staan voor anderen én voor elkaar.

Misschien maakt dat achteraf dat deze periode bijzonder is. “Opvallend genoeg denk ik hier in 2026 nog exact hetzelfde over als toen in 2016"

Met een tekening ben je soms sneller klaar dan met duizend woorden. Een plaatje, een praatje, een daadje, iedereen kent het wel. Misschien lukt het mij daarom ook beter om de tekening van Jan the Artist+ te verbinden aan de politieorganisatie zoals wij die dagelijks proefondervindelijk voorgeschoteld krijgen. Een organisatie die soms stevig overeind staat als een oud kasteel met dikke muren en vier trotse kantelen, maar soms ook aandoet als een bouwpakket waar onderweg een handleiding, een schroef en hier en daar wat gezond verstand verloren zijn gegaan.

Ons kasteel heet B.T.W.M. (basis team westelijke mijnstreek)

Vier letters die jarenlang hebben gestaan voor betrokkenheid, kameraadschap, inzet en het bekende vermogen van politiemensen om onder druk gewoon dóór te blijven gaan. Niet met grote woorden of borstklopperij, maar met nachtdiensten, koude koffie, zwarte humor en collega’s die elkaar feilloos aanvoelen zonder daar eerst drie formulieren voor te hoeven invullen.

Of zoals we in Zitterd zeggen: Alles kump good.

Alleen voelt de tegenstander van tegenwoordig anders dan vroeger. Die draagt geen bivakmuts meer, loopt niet met opgeheven vuisten op ons af en kondigt zichzelf al helemaal niet netjes aan. Nee, de vijand van nu kruipt langzaam tussen roosters, regels, ATW-discussies, mailboxen en systemen die ooit bedacht zijn om het werk makkelijker te maken, maar er opvallend vaak in slagen politiemensen nog langer achter een beeldscherm vast te zetten. Soms moet je drie keer inloggen om uiteindelijk vast te stellen dat het systeem eruit ligt. Dat soort humor schrijft zichzelf inmiddels bijna.

Het vreemde is misschien nog wel dat een deel van die druk uit onze eigen organisatie voortkomt. Ooit begon alles waarschijnlijk met goede bedoelingen, structuur en overzicht, maar zoals dat vaker gaat binnen grote organisaties kwam er steeds weer een laag bovenop. Nog een protocol erbij, nog een overlegstructuur erbij, nog een registratiesysteem erbij, totdat niemand meer precies weet waar de fundering van het kasteel ophoudt en de bureaucratie begint.

Ondertussen dendert het echte werk buiten gewoon door. Meldingen, agressie, huiselijk geweld, verdriet, ongevallen en mensen die op de slechtste momenten van hun leven tegenover politiemensen komen te staan. En ergens tussendoor staat dan die collega die na een heftig incident schouderophalend zegt dat het “wel gaat”, terwijl eigenlijk iedereen ziet dat het helemaal niet goed gaat.

Niet alle verwondingen zijn zichtbaar. Een gebroken been zie je meteen, maar een overbelast hoofd vaak pas als iemand al maandenlang op zijn tandvlees loopt. Zelfs bedrijfsartsen zien het venijn van een burn-out niet altijd aankomen, mede omdat politiemensen kampioen zijn in doorgaan. Nog één dienst draaien. Nog één weekend werken. Nog één nachtrit. Tot ergens diep vanbinnen langzaam een lampje begint te knipperen.

En toch zie ik op de eerste verdieping van ós burooke ook iets moois ontstaan. Daar liggen de witte vellen papier waarop namen, keuzes, samenwerkingen en verschuivingen worden ingevuld. Op het eerste gezicht lijken het slechts papieren met wat zwarte kriebelletters, maar tussen die namen lees je veel meer dan alleen een rooster of clusterindeling. Je ziet betrokkenheid, loyaliteit en politiemensen die ondanks alles nog steeds bereid zijn gaten voor elkaar dicht te lopen. Communicerende vaten, niet omdat een beleidsstuk dat zo voorschrijft, maar omdat politiewerk uiteindelijk gewoon mensenwerk blijft.

Natuurlijk schuurt het geregeld stevig. Nieuwe korpschefs lossen oude af, terwijl de oude soms als adviseur blijven hangen met een salaris waarvan menig diender spontaan een extra nachtdienst zou moeten draaien. Bezuinigingen blijven als donkere wolken boven het kasteel hangen en sommige vergaderingen over efficiëntie worden gevoerd door mensen die vermoedelijk al jaren geen straat meer hebben gezien buiten het raam van hun leaseauto. Soms voelt bureaucratie daadwerkelijk alsof je door nat cement probeert te sprinten.

Maar ondanks alles blijft die thin blue line bestaan. Brothers and sisters die onderling best kunnen botsen, mopperen of elkaar voor gek verklaren, maar buiten zonder enige twijfel naast elkaar staan zodra het spannend wordt. Dat blijft misschien wel het mooiste en sterkste onderdeel van politiewerk.

Want onder alle reorganisaties, managementtaal, beleidsstukken en systemen blijft de politie uiteindelijk iets heel eenvoudigs: mensen die andere mensen proberen te helpen op momenten dat het leven volledig uit de bocht vliegt.

En ja, soms zijn wij als organisatie ook gewoon een smeuïge gatenkaas, maar wel eentje waarbij de gaten opvallend vaak worden dichtgelopen door mensen die officieel eigenlijk al overbelast zijn.

Misschien is dat wel onze grootste kracht.

Onder druk wordt veel vloeibaar en heel soms ontstaat er tussen alle ellende ineens een diamant.

Nederland krijgt uiteindelijk de politie die zij verdient.

En die politie, dat zijn wij.

Ook in Zitterd. 👊

maandag 1 juni 2026

Kattenkwaad










Een artikel in De Limburger over een woning vol katten triggert direct een herinnering. In gedachten rijd ik weer naast collega Jan tijdens een groepssurveillance bij de Plisse in Born, in een kerkdorp dichtbij de Grensmaas, met uitzicht op België.

Een melding doet ons stoppen bij een adres dat binnen het korps genoegzaam bekend is. De reden van de melding is eenvoudig: een penetrante ammoniaklucht die opnieuw voor klachten uit de buurt zorgt.

Wij zijn niet de eersten die hier komen en zullen waarschijnlijk ook niet de laatsten zijn. Het verhaal speelt zich af in de beginjaren tachtig, een tijd waarin de politie vaak als eerste én soms bijna als enige overheidsinstantie op dit soort problematiek afkwam. Niet omdat wij daarvoor waren opgeleid, maar omdat wij nu eenmaal dag en nacht bereikbaar waren.

De geschiedenis van dit adres staat al uitgebreid beschreven in onze systemen. De daadwerkelijke regie ligt eigenlijk bij zorginstanties en woningcorporatie als het gaat om vervuiling, dierenwelzijn en woonoverlast. Toch bellen wij opnieuw aan.

De deur wordt geopend door een grote man op leeftijd. Forse handen, een verweerd gezicht en een uiterlijk dat doet denken aan een cowboy die al jaren geen badkamer van binnen heeft gezien. Hij roept bij mij onmiddellijk een scène op uit een oude film van Terence Hill. Na een zeldzaam bad trekt hij daar doodleuk weer dezelfde smerige, stoffige kleren aan.

Zijn gebit lijkt op dat van een bokser die een zware aframmeling heeft gehad en daarbij de halve inhoud van zijn mond in de ring heeft achtergelaten. Zijn spraak is moeilijk verstaanbaar. Een kunstgebit zou hier waarschijnlijk meer op zijn plaats zijn dan een woordenboek. Maar achter dat uiterlijk schuilt vooral een man die al jarenlang wordt ingehaald door psychische en lichamelijke problemen.

Binnen slaat de lucht direct op de ademhaling. De woning is vochtig, tochtig, nattig en benauwend. Onze ogen beginnen vrijwel meteen te tranen. Het lijkt alsof de katten de gehele woning als kattenbak gebruiken. Kattenbakken zelf zijn nergens te bekennen.

Overal lopen katten. Op kasten, stoelen, tafels, vensterbanken en aanrechtbladen. Het zijn er zoveel dat tellen nauwelijks zin heeft. Een voordeel heeft het kennelijk wel: van muizen- of rattenoverlast lijkt geen sprake. Met zoveel dakhazen in dienst waagt geen enkele knager zich vrijwillig aan een carrière op dit adres.

Collega Jan neemt geduldig een verklaring op. Woord voor woord noteert hij wat de bewoner vertelt. Voor mij klinkt het als een onsamenhangende stroom van gedachten waarin werkelijkheid, herinnering en fantasie moeiteloos door elkaar lopen. Achter ieder antwoord hoor ik eigenlijk maar één boodschap: een stille schreeuw om hulp.

Ik herinner me nog goed dat op tafel een sprei lag die net zo vochtig aanvoelde als de stoel waarop Jan plaatsnam. Alles in huis leek klam. Alsof de woning langzaam oploste in haar eigen vocht en verval.

Na afloop doen wij wat we al zo vaak hebben gedaan. We adviseren, rapporteren en geven de situatie door aan de instanties die tijdens kantooruren verantwoordelijk zijn voor verdere zorg en begeleiding.

Daarna verlaten we de tussenwoning.

Met het onbevredigende gevoel dat we opnieuw getuige zijn geweest van menselijk verval zonder werkelijk iets te kunnen veranderen. Soms is de politie niet meer dan een doorgeefluik tussen nood en hulp. En soms voelt dat als veel te weinig.

Epiloog

Terug in de dienstauto draaien we de ramen handmatig open. Elektrische ramen zijn in die tijd blijkbaar nog toekomstmuziek binnen de politieorganisatie. De frisse buitenlucht stroomt gul naar binnen, maar de kattengeuren, ammoniakdampen en overige biologisch actieve bestanddelen laten zich niet zomaar verjagen.

Die zitten inmiddels diep genesteld in onze neusvleugels. Waarschijnlijk met een huurcontract voor onbepaalde tijd.

Onze uniformen zijn toe aan een wasbeurt van olympisch niveau.

Collega Jan begint onderweg plotseling driftig aan zijn rechteronderarm te krabben. Hij rolt zijn hemdsmouw omhoog. De huid is vuurrood en geïrriteerd. Waarschijnlijk een souvenir van de vochtige tafelsprei waarop hij tijdens het opnemen van de verklaring zijn arm had laten rusten. Dezelfde sprei die door de katten kennelijk was aangewezen als officiële uitlaatlocatie.

Ik kijk naar mijn eigen handen, net uit in mijn broekzakken gehaal. Schoon en reukloos. Soms is alertheid gewoon een onderschatte vorm van risicobeheersing.

De woningcorporatie en hulpverlenende instanties pakken de casus uiteindelijk op. Zoals zo vaak volgen gesprekken, plannen, evaluaties en goede bedoelingen. Even lijkt er verbetering te ontstaan.

Maar helaas.

Sommige dossiers hebben meer levens dan de katten die erin voorkomen.

Vele jaren later komen er opnieuw meldingen vanaf hetzelfde adres. De oorspronkelijke grijze cowboy woonr er niet meer. Nieuwe hoofdrolspelers hebben er hun intrek genomen.

De problemen zijn echter opmerkelijk trouw gebleven.

Deze keer geen twintig katten, maar vijf honden. Geen gemiauw, maar onafgebroken geblaf. Geen kattenpis, maar een betegelde achterplaats die eruitziet als een mijnenveld van hondendrollen gemaskeerd met een reukgordijn.

De stank is gebleven. De overlast ook. De geschiedenis herhaalt zich. Zij het met een andere cast.

En zoals gebruikelijk wijst iedereen naar dezelfde verdachten

De politie en de zon.

Want zonder die ontembare zonnestralen zou de geur natuurlijk nooit de kans krijgen zich met zoveel enthousiasme door de wijk te verspreiden.

Soms denk ik dat de zon meer processen-verbaal verdient dan menig veelpleger.

Toch is er in al die jaren ook iets veranderd.

Waar de politie begin jaren tachtig vaak noodgedwongen het eerste en belangrijkste vangnet vormde voor dit soort maatschappelijke problematiek, hebben zorginstanties, woningcorporaties en hulpverleners tegenwoordig gelukkig een veel grotere rol gekregen. Zoals het hoort.

Maar één ding blijft onveranderd.

Als eerste wordt nog altijd de politie gebeld.

En dus rijden agenten ook vandaag de dag nog naar meldingen waar achter stankoverlast, vervuiling, geluidshinder of verwaarlozing vaak een veel groter menselijk probleem schuilgaat.

Terugkijkend heb ik in dit soort zaken zelden iets zelf opgelost.

De politie beschikt immers niet over de middelen, bevoegdheden of deskundigheid om eenzaamheid, vervuiling, psychische problemen of maatschappelijke teloorgang te genezen.

Wat wij wel deden, was blijven signaleren. Blijven rapporteren. Blijven bellen. Blijven aandringen. Blijven aanklampen.

Net zolang totdat de instanties die daarvoor waren uitgerust hun verantwoordelijkheid konden nemen.

Soms voelde dat als dweilen met de kraan open. Soms leek het alsof dossiers eindeloos in kringetjes rondliepen.

Maar achteraf besef ik dat ook dát politiewerk was. Niet alles zelf oplossen.

Maar ervoor zorgen dat een probleem niet langer genegeerd kon worden.

De hoofdrolspelers wisselen. De honden vervangen de katten. De jaren verstrijken. Maar sommige verhalen weigeren simpelweg het toneel te verlaten.

En wij? Wij rijden weer verder naar de volgende melding. Met open ramen.

En een gezonde dosis wantrouwen jegens tafelspreien.

Ps: Kamer bezorgd over stijgend aantal verwarde mensen en uitblijven van oplossingen - https://nos.nl/l/2609767


dinsdag 26 mei 2026

Bachus en Karma soms lopen ze samen

De god Bacchus — Deel 1

Daar loopt hij, midden in de nacht, zat van de drank, waggelend alsof de wereld onder zijn voeten niet meer helemaal meewerkt. Groot, breedgeschouderd, donkere kleren, grof leren jack, een verschijning die op dit uur van de nacht eerder opvalt dan wegvalt. Zijn hand bloedt hevig. Een doek eromheen die inmiddels meer bloed heeft opgenomen dan waarvoor hij ooit bedoeld is.

Wij rijden die nacht Mergellandsurveillance. Dat betekent grote afstanden door het Heuvelland, donkere wegen, slapende dorpen en lange stukken asfalt waar je soms minutenlang niemand tegenkomt en op andere momenten drie meldingen tegelijk lijkt te krijgen.

Na 03.00 uur zijn we vaak nog maar met een handjevol mensen over. De wachtcommandant van bureau Gulpen heeft einde dienst en gaat huiswaarts terwijl wij met twee collega's het werk bestieren dat de nacht nog voor ons in petto heeft; besurveilleren, meldingen rijden en gewoon doorgaan zoals dat in die tijd gaat.

Samenwerking met de gemeentepolitie is er nauwelijks. Niet uit onwil. Zo werkt het systeem nu eenmaal. Zij hun gemeente. Wij ons rayon. Bekeken door de bril van vandaag bijna onvoorstelbaar, maar destijds kijkt niemand daar vreemd van op. Tenzij de nood hoog wordt en wetten, protocollen en grenzen een klein zetje krijgen. Dan blijkt er ineens meer mogelijk dan vooraf op papier bedacht.

Die nacht komt een getuige in actie door herrie bij het busstation van Gulpen. Maar ook glasgerinkel en geschreeuw van pijn.

Via de vaste telefoon belt iemand de meldkamer met de mededeling dat een man met zijn blote handen een ruit van het busstation aan gruzelementen heeft geslagen.

Wij geven acte de présence.

De blauwe rijkspolitiebus baant zich een weg door een slapend stukje Heuvelland waar de nachten lang zijn, de afstanden groot en de meldingen zich zelden iets aantrekken van het uur op de klok.

Dan zien we hem.

De straatverlichting langs de Rijksweg in Gulpen en de weerkaatsing in donkere etalageruiten verraden hem moeiteloos.

Makkelijk zat. Niemand meer op straat behalve hij en wij. Hij loopt weg van de plaats delict.

Van dadersporen uitwissen lijkt geen enkele sprake. Waarom ook.

Zijn geest verkeert al uren onder bescherming van de god Bacchus die hem deze nacht vloeibare moed verkoopt, een bedrieglijk goedje dat mensen soms het gevoel geeft onoverwinnelijk te zijn zolang de glazen zich blijven vullen.

Hij heeft geen vervoer. Op het busstation is alles stil. Zelfs de lijnbussen lijken te slapen.

Hij wil naar huis. Maar alcohol, frustratie en een telefooncel blijken geen gelukkige combinatie.

Met dubbele tong lukt het hem niet eens een taxi te bellen.

Zoals dat vaker gaat wanneer drank logica verdringt, wordt boosheid plotseling een plan van aanpak.

Hij haalt uit. Met zijn gepantserde handen.

Tot het glas van het bushokje harder blijkt dan blote vuisten.

Het glas wijkt niet. Het breekt. Onder tomeloos geweld.

Soms dient karma zich niet jaren later aan.

Soms staat het gewoon al om de hoek.

Druipend uit een bebloede hand.

Kort speuren naar hem en linea recta voor zijn neus opduiken.

Bliksemsnel handelen voordat hij boeh of bah kan zeggen.

Zonder veel haken en ogen laden wij de delinquent in de politiebus.

Maastricht en Heerlen liggen te ver weg voor een man met een hand die inmiddels meer bloed dan huid lijkt te bevatten.

Dus rijden wij naar dokter Schepel.

Deze gedenkwaardige nacht is nog lang niet voorbij met een tragisch komische wending bij de dokter.

Deel 2

Dokter Schepel, huisarts in Gulpen, woonde voor dranklustigen en nachtelijke pechvogels op een plek die bijkans als een onneembare vesting moest hebben gevoeld. Hoog tegen de bergrug aangebouwd langs een grote waterplas, bereikbaar via een supersteil betonnen pad met aan één zijde een ijzeren leuning waar menig nuchter mens al bedachtzaam omhoog liep, laat staan iemand die nog volop onder bescherming stond van de god Bacchus.

Onze delinquent loopt mee. Althans, meelopen is een groot woord. Ondersteund. Aangeduwd. Bijna meegesleurd. Trede voor trede. Steiler dan goed is voor mens en zijn moraal.

Eenmaal boven aangekomen zien we in het volle licht pas goed met wat voor man we van pardoes van straat hebben geplukt. Overdag werkt hij in de sloop. IJzer. Steen. Slopen. Aanpakken. Zijn handen verraden zijn beroep onmiddellijk. Groot. Breed. Eeltlagen dikker dan menig schoenzool. Gespannen leer over kolenschoppen van handen die duidelijk niet zijn gebouwd voor kantoorwerk.

Dokter Schepel verschijnt. Wilde grijze haardos. Grote bril. Alsof hij rechtstreeks een Nederlandse uitvoering van Back to the Future is uitgelopen. Rustig. Ervaren.

Een man die waarschijnlijk al meer menselijke dwaasheid heeft gezien dan goed is voor een mens.

De inmiddels topzware handdoek, verzadigd met rode lichaamssappen, wordt voorzichtig verwijderd. Dan zien wij waar de hevige pijn vandaan komt. De diepe gemene gapende open wond.

Ook karma blijkt die nacht gewoon abonnementhouder.

Plotseling lijkt onze verdachte iets sneller te ontnuchteren wanneer dokter Schepel een forse verdovingsspuit uit de lade haalt.

Het gezicht van onze krachtpatser verandert zichtbaar. Lijkbleek wordt hij zienderogen.

Deze man, die kort daarvoor nog een bushokje heeft uitgedaagd alsof hij van gewapend beton  is gemaakt, blijkt doodsbang voor spuiten.

Hij dult geen naald in zijn gehavende vlees. Hoe dom kun je zijn. Naar het ziekenhuis rijden is geen optie.

Dus gaat de lade opnieuw open. Hechtmateriaal. Krammen.

En toen zie ik iets wat ik nog altijd haarscherp voor mij zie.

Een kram. Zo groot als de nagel van een roofvogel. Ik heb ze zelden zo fors gezien.

Nog altijd is hij banger voor de spuit dan voor zijn eigen opengescheurde hand.

Dokter Schepel glimlacht. Niet gemeen. Niet spottend. Meer de glimlach van iemand die denkt: wie niet wil horen, moet voelen.

De eerste poging. Mislukt. Afgebroken. Nog een poging. En nog één. Uiteindelijk lukt het.

Met de vastberadenheid van een olifant en de ervaring van iemand die zich niet laat imponeren door Bacchus, spierballen of paniek. 

Vijf stevige hechtingen. Het angstzweet druipt van zijn gezicht. Zijn trui is kletsnat geworden. Hij piept als een klein kind

Wat een mooi mens van een dokter. Ik heb mij later nog weleens afgevraagd hoeveel hij die nacht inwendig gelachen moet hebben.

Daarna nemen wij hem mee naar het bureau.

Papierwerk. Verklaringen. Administratie. Dat hoort erbij, ook toen.

Als alles afgewerkt is, sturen wij hem huiswaarts. Pedis apostolorum oftewel te voet naar Maastricht. Op zijn blaren zitten, spreekwoordelijk dan want, hij moet een lange weg afleggen. Een aardige wandeling. Hij is nu voldoende ontnuchterd.

Hij Luistert opvallend goed naar ons advies. Misschien omdat Bacchus hem inmiddels volledig heeft verlaten.

Misschien ook, omdat dokter Schepel en zijn gereedschapslade meer indruk hebben gemaakt dan de rijkspolitie.

Die nacht hebben wij niets meer van hem gehoord.

Onderweg naar huis heeft hij zijn daden kunnen overdenken. Of niet.

Misschien heeft hij Gulpen daarna altijd gemeden.

Misschien ook niet. Wel weet ik één ding zeker. Via Justitie zal nog een klein aandenken volgen.

Misschien een verschijning. Misschien een rekening. Misschien allebei.

In die tijd schreven wij die oproepingen voor Justitie nog zelf.

Andere tijden. Andere regels.

Maar menselijke dwaasheid…

die blijft verrassend modern. 😅

PS: Ik  ben helaas vergeten met welke collega ik toen dienst had ...



maandag 25 mei 2026

Brussel – Tokio, tussen vergrijzing en instroom en Anton Geesink

 

Ergens diep onder Brussel moet een machine staan die ooit gebouwd werd om orde te brengen, een indrukwekkend gevaarte van regels, verdragen, noodoplossingen en eerdere oplossingen die later zelf ook weer problemen bleken te veroorzaken. Gebouwd in een tijd van utopische goedgelovigheid en de bijna magische overtuiging dat alles uiteindelijk goed komt binnen een maatschappelijk georiënteerde praatmachine waar overleg soms belangrijker lijkt geworden dan richting.

Weet dat die machine nog steeds draait, tureluurs als een mallemolen zonder snelheidsbegrenzing en zonder de vereiste vakkennis terwijl in Brussel teveel handen tegelijk aan dezelfde knoppen draaien. De smering van de machine lijkt langzaam vervangen door stapels plannen, beleidsstukken en visiedocumenten die zich opstapelen als een perpetuum mobile richting een verre en ongewisse toekomst waarvan niemand nog precies weet waar de eindhalte ligt.

Boven die machine beweegt Europa verder, voorzichtig, zoekend, soms indrukwekkend maar steeds vaker twijfelend.

En duizenden kilometers verderop ligt Japan, dat merkwaardige land waar een samenleving sneller vergrijst dan men lief is, waar steeds minder schouders hetzelfde gewicht moeten dragen en waar de toekomst niet langzaam op de deur klopt maar inmiddels al jaren aan de keukentafel zit alsof zij vergeten is weer weg te gaan.

Uit noodzaak zoekt men daar techniek, automatisering en robots omdat noodzaak vaak een betere uitvinder blijkt dan idealisme, arbeid schaarser wordt, jongerenaanwas terugloopt en een samenleving steeds meer gewicht moet dragen met steeds minder schouders.

En misschien zit precies daar een verschil waar Europa en Japan elkaar zwijgend passeren alsof twee oude boksers na een lange carrière tegenover elkaar staan, allebei zien dat de ander moe begint te worden en allebei een andere manier kozen om overeind te blijven.

Waar Nederland jaarlijks grote aantallen asielaanvragen verwerkt houdt Japan die aantallen al jarenlang veel beperkter en kijkt men naar toelating alsof een oude judoleraar naar een examen kijkt waar niet automatisch iedereen slaagt omdat hij zich heeft aangemeld.

Japan betaalt daar ook een prijs voor, omdat complete dorpen langzaam leeglopen, de samenleving ouder wordt en steeds minder schouders hetzelfde gewicht moeten dragen terwijl de klok onverbiddelijk verder tikt.

Europa koos vaker een andere route waarbij meer instroom, meer beweging, meer druk op systemen en meer maatschappelijke spanning samenkomen in een machine die steeds ingewikkelder begint te draaien.

Hier bouwen wij systemen die soms steeds meer beginnen te lijken op een bypassoperatie met acht omleidingen, twaalf noodverbanden, drie tijdelijke noodmaatregelen. Die ongemerkt vaste bewoners van het systeem geworden zijn en een complete installatie die met de beste bedoelingen overeind gehouden wordt. Door een stekker die nog net vastzit in een bijna versleten stopcontact waar al jaren niemand meer aan durft te komen omdat iedereen voelt dat heel de machine anders tegelijk stilvalt.

Ondertussen schuift de tijd verder terwijl personeel schaarser wordt, de zorg mensen zoekt, de woningmarkt kraakt en wachtlijsten groeien alsof ergens diep onder de samenleving langzaam een tandwiel versleten raakt waar jarenlang niemand werkelijk naar wilde kijken.

En dan komen mensen die vluchten, veiligheid zoeken of opnieuw willen beginnen terwijl Europa deuren, procedures en systemen opent en ergens tussen menselijke nood, economische druk, vergrijzing, personeelstekorten, woningdruk en politieke beloftes langzaam een ongemakkelijk gevoel ontstaat dat steeds meer mensen herkennen.

Ondertussen draaien de praattafels verder terwijl bekende gezichten opnieuw uitleggen waarom het deze keer anders zal worden, alsof ergens een fabriek draait waar hoop machinaal geproduceerd wordt en iedere paar jaar opnieuw glanzend verpakt richting kiezer verdwijnt.

Ondertussen kijkt de gewone burger naar huizen, boodschappen en spaargeld dat ooit zekerheid moest geven maar soms begint te voelen als een oude winterjas die ieder jaar iets dunner wordt terwijl bovenin opnieuw aan grote wereldvraagstukken wordt gesleuteld en beneden iemand gewoon naar een woning, een wachtlijst of een energierekening kijkt en zich stilletjes afvraagt wanneer de samenleving ook hem weer eens ziet staan.

Steeds meer mensen beginnen te voelen dat sterke samenlevingen niet gebouwd worden op goede bedoelingen alleen, omdat huizen eerst gebouwd moeten worden voordat sleutels verdeeld worden, omdat zorg overeind moet blijven voor mensen die er dagelijks afhankelijk van zijn en omdat vertrouwen langzaam kan verdwijnen wanneer het gevoel ontstaat dat de rek uit systemen begint te lopen terwijl polarisatie steeds nadrukkelijker haar intrede doet.

En ondertussen ploeteren de moraalridders onvermoeibaar verder in het zweet huns aanschijns terwijl beneden de machine voorzichtig begint te schudden op haar fundering en steeds meer mensen zich afvragen of de reparatie inmiddels niet belangrijker geworden is dan de uitleg waarom repareren ingewikkeld blijkt.

Ondertussen draait Europa verder in haar eigen gecreëerde mallemolen, alsof een machine die jarenlang op noodreparaties draaide inmiddels vergeten is hoe echte revisie ook alweer voelt.

Een machine die te lang op noodreparaties draait vraagt op een dag niet meer om onderhoud.

Die vraagt om eerlijkheid, vindingrijkheid en een moreel kompas dat niet iedere verkiezing opnieuw van richting verandert.

En ergens aan een meer kijkt die oude monteur nog één keer op van zijn koffie, staart zwijgend naar een wereld die steeds ingewikkelder lijkt te worden dan nodig is en bromt zachtjes voor zich uit:

“Jongens… een kompas heeft weinig waarde als iemand iedere vier jaar het noorden verlegt.”

En misschien hebben Europa en Japan ongemerkt meer gemeen dan gedacht, want naast vergrijzing en hoofdbrekens over de toekomst vonden ook de Aziatische hoornaar, de duizendpoot en Anton Geesink ooit een manier om de afstand tussen werelden kleiner te maken, waarbij die laatste als Nederlands eenmansjudoleger ergens diep in Japan ooit bewees dat zelfs grootmachten af en toe verrast kunnen worden. 👍👊💙


zaterdag 23 mei 2026

De groene lamp

Ik had geen ingewikkelde systemen nodig om overzicht te houden op wat zich binnen Team 4 afspeelde. Geen overzichten waar je een halve dienst aan kwijt was of systemen waar je eerst drie keer moest inloggen voordat je wist wat er speelde. Ik had een A4 in mijn rugzak.

Daarop stonden kort de aandachtspunten beschreven. Hotspots. Zorgmijders. Instabiele personen. Criminele activiteiten. Locaties waar ontwikkelingen speelden of waar het dreigde te gaan rommelen. Niet volledig natuurlijk, want een wijk laat zich onmogelijk samenvatten op één vel papier, maar wel voldoende om gevoel te houden bij wat er leefde.

Dat A4'tje had ik zelf ontwikkeld. Niet vanuit beleid of een projectgroep die maanden ergens over had vergaderd, maar gewoon vanuit de praktijk. Omdat ik merkte dat overzicht houden in een gebied alleen werkt als je voortdurend de vinger aan de pols houdt.

Gaandeweg nam ik ook mijn twee mede-wijkagenten mee in die manier van werken. Samen waren wij binnen Team 4 verantwoordelijk voor een gebied van ongeveer 20.000 inwoners. Dat is best een lap grond wanneer je zichtbaar wilt blijven, aanspreekbaar wilt zijn en tegelijkertijd gevoel wilt houden bij wat zich onder de oppervlakte afspeelt.

Ik hing dat overzicht vrijwillig op één van de grote aandachtborden van Team 1 tot en met Team 4 binnen de basiseenheid. Geen verplichting voor collega's. Iedereen moest vooral werken op een manier die bij hem of haar paste. Het was meer een bescheiden uitnodiging om misschien eens een andere satépen in de organisatie te steken.

Sommigen pakten onderdelen op.

Anderen niet.

Dat hoort ook bij politiewerk.

Regelmatig werd het overzicht aangepast. Nieuwe ontwikkelingen erbij. Zaken eruit die niet meer speelden. Een wijk verandert voortdurend. Kleine signalen van vandaag kunnen maanden later ineens een groot dossier zijn geworden. Dat A4'tje moest dus onderhouden worden, net zoals je de motorolie van een politieauto niet ververst omdat het leuk staat op papier, maar omdat je anders vroeg of laat stil komt te staan.

Vaak konden wij binnen minder dan een uur de belangrijkste aandachtspunten in ons werkgebied bezoeken. Even kijken. Een praatje maken. Aanwezig zijn. Soms een corrigerend gesprek. Soms alleen luisteren. Vaak zat daar al een groot deel van het wijkwerk in.

Mijn wijken lagen grotendeels landelijk. Groen. Rustig. Op het eerste gezicht gebeurde er weinig. Tegen de avond gingen rolluiken dicht, televisie aan en liep de straat langzaam leeg. Geen mens of muis meer buiten.

Maar zware criminaliteit trekt zich weinig aan van een landelijke omgeving. Een weiland, vrijstaande woning of rustige dorpskern vormen zelden een obstakel voor mensen die verkeerde bedoelingen hebben.

In onze wijken speelden zich soms ernstige delicten af die voor veel bewoners volledig buiten beeld bleven. Niet uit onwil. Mensen leefden hun leven. Werk. Gezin. Sport. Verplichtingen. Alleen verdween daardoor soms ongemerkt ook de thermometer uit de wijk; de ogen en oren die vroeger vaak vanzelf aanwezig waren.

Juist daarom vonden wij zichtbaarheid belangrijk. Niet wachten tot het fout loopt. Niet alleen komen als er ellende is.

Maar aanwezig zijn voordat zaken groter worden.

In de avonduren zette ik tijdens wijkwerk regelmatig de groene lamp op de politieauto aan. Officieel was die daar niet voor bedoeld.

Maar bewoners begrepen het signaal prima.

De wijkagent is er.

Mensen zagen de politieauto rijden en wisten dat er gekeken werd. Dat er aandacht was. Dat iemand gevoel hield bij wat er speelde.

En als er later iets ernstigs gebeurde, hoorde je soms dezelfde vragen terugkomen.

Waar was de politie?

Waarom heeft niemand dit gezien?

Waarom is er niet eerder ingegrepen?

Soms lag een eventuele casus niet eens direct op het bordje van de politie, maar was die inzet wel heel hard nodig omdat andere netwerkpartners er eenvoudigweg niet waren.

Maar veiligheid ontstaat niet alleen vanuit een politieauto of een bureau. Een veilige wijk ontstaat ook doordat mensen betrokken blijven bij hun eigen leefomgeving. Door te kijken. Door te signaleren. Door elkaar te kennen.

Dat A4'tje paste moeiteloos in mijn rugzak, maar wat erop stond vertelde soms meer over een wijk dan je op het eerste gezicht zou vermoeden.

En die groene lamp?

Die vertelde vaak hetzelfde.

Alleen zonder woorden.


dinsdag 19 mei 2026

Bokswedstrijd in Bittburg👊

Deze memorabele  avond ergens in 1977 of begin 1978  begon met een lichte combinatie van zenuwen en overtuiging van eigen kunnen. Precies genoeg spanning om scherp te zijn, en genoeg vertrouwen om te weten: dit kan ik.

Saillant detail vooraf: de Amerikanen in Bitburg wilden er ineens vijf rondes van maken. Semi-prof, zeiden ze. Gebruikelijk, zeiden ze. Mooie woorden, maar ik hield het simpel — drie rondes afgesproken is drie rondes boksen. Geen onderhandelingen meer als je al in de ring staat.

Mijn tegenstander: Mr. Robinson. Gespierd, ervaren en met die blik van iemand die liever doorgaat dan stopt.

Hij was groter, sterker en gewend aan langere partijen. Maar boksen is geen kwestie van tijd alleen. Boksen is een schaakspel. Rust bewaren. Niet boos worden. Intuïtief handelen. Ontwijken, pareren, uit onverwachte hoeken komen en vooral: overzicht houden en niet tegen die ene verkeerde stoot aanlopen.

Ik was southpaw. En dat merkte hij.

Carla stond aan de ring. Zoals altijd. Aanmoedigend, scherp, en ondertussen alles fotografisch vastleggend. Terwijl ik bezig was met het spel, zorgde zij dat het verhaal bleef bestaan.

Eerste ronde. Aftasten. Hij kwam stevig, ik bleef rustig. Mijn “tikjes” — snel, scherp en precies — haalden zijn aanvallen eruit. Geen krachtpatserij, maar efficiëntie. Je zag hem denken.

Tweede ronde. Het schaakspel verschoof. Hij probeerde druk te zetten, ik brak zijn ritme. Mijn hoeken klopten niet voor hem. Links kwam waar rechts verwacht werd.

Derde ronde. Hij wilde forceren. Misschien dacht hij al aan die vijf rondes of aan de twijfel om deze partij te kunnen. 

Ik bleef bij mijn plan. Overzicht houden, niet happen, geen cadeaus geven.

Eindsignaal.

Geen knock-out spektakel naar gedegen boksen. Gewoon jury.

En: winst op punten.

Verdiend. Niet alleen omdat ik sterker was, maar omdat ik beter inspeelde op het gevecht en zijn aanvallen,

Na afloop werd het gevierd met de kampfgemeinschaft van Heinsberg, aangevuld met boksers uit alle gewichtsklassen van omliggende verenigingen. Eén geheel, één avond, veel verhalen.

En Mr. Robinson? Respect voor hem en zijn sportiviteit. Wat een sterke tegenstander.

Maar deze avond werd geen vijf rondes lang verhaal.

Drie waren genoeg.