Translate

woensdag 29 april 2026

Aanvang aparte ochtenddienst bij de rijkspolitie in Born, nostalgie

Plantonkamers op de bureaus van de Rijkspolitie zijn merkwaardige ruimtes. Zij zijn tegelijk crisiscentrum, doorgeefluik, archief van dagrapportages, toevluchtsoord voor wie een luisterend oor zoekt en loket voor aangiften. Achter de balie zit een wachtmeester gebogen over een Olivetti typemachine, waarvan de metalen hamers met harde aanslagen op de rubberen rol neerkomen, begeleid door het eeuwige gekreun van het printerlint. 

Daarnaast staan steevast een potje witte blunderkwak en blauwe carbonvellen klaar. Wie dat heeft meegemaakt, hoort het tikgeluid nog altijd.

Op een ochtend sta ik met een collega ingepland voor de vroege dienst in Born. De nachtdienst is reeds huiswaarts gekeerd. De GSA (groepssurveillance auto) staat achterom geparkeerd en is afgemeld bij de meldkamer in Maastricht. Er liggen geen stille getuigen op ons te wachten, geen haastig neergekrabbelde briefjes die voorspellen dat de rust slechts schijn is. Briefing moet ogen worden uitgevonden. Wij brieven onszelf met hetlezen van het rapportenboek waarin de witte bladzijde van een 5laags dikke doorslag, geduldige afwacht op interesse. 

Oja hetrapportenboek wordt door de Oppers meegenomen naar hun kamertje. De planton moet bijna een speurhond inzetten om het politienieuwsvan de dag te lezen, wanneer telefoontjes van de buitenwacht daarom vragen😀

Wij lezen de rapporten door en treffen geen noemenswaardig politienieuws aan. Kennelijk beleven de collega's een rustige nacht en liggen zij inmiddels tevreden onder de wol. De nieuwe dag breekt aan. De poetsvrouw schrobt het bureau alsof zij de wereld opnieuw in de was zet, terwijl de koffiepot vertrouwd staat te pruttelen.

Achter de plantonkamer loopt een gang naar de twee cellen die ons bureau rijk is. Uit die catacomben klinkt plotseling luid gebonk op een zware ijzeren deur. Mijn collega en ik kijken elkaar aan. Wat zou dát nu weer zijn?

Wij lopen erheen. De forse sleutel gaat in het slot en met enige tegenzin draait het oude mechaniek open. Zodra de deur opengaat, rolt een dampende alcohollucht naar buiten, zo scherp dat zij op de ogen slaat en het zicht bijna beneemt.

Nog voor ik goed zie wat zich daarbinnen bevindt, stormt een mij onbekende man naar voren. Hij schreeuwt dat hij eruit wil, of woorden van gelijke strekking, en zet krachtig tegen mij aan in een poging mij opzij te drukken.

Gelukkig brengt onze sport- en judodocent Leo Verhoeven ons meer bij dan louter theorie. Ook al heb ik mijn sporen ruim verdiend met boksen en judo. In een flits pas ik de wet van Newton toe: actie is reactie. Het gevolg is dat de man loskomt van de vloer en aan de overzijde van de gang tegen de muur tot stilstand komt, als een vlieg die onverwacht kennismaakt met een vliegenmepper.

De poetsvrouw schrikt zich intussen een hoedje. Zij denkt vermoedelijk dat ik woedend ben, maar niets is minder waar. Ik ben niet boos, slechts luid en duidelijk tegenover de zatlap, die mij geen strobreed meer in de weg legt. By the way luid zijn dat doen de Niewzeelandse rugbyers toch ook met hun Haka. 

Enige tijd later, wanneer de rust is teruggekeerd en de arrestant voldoende is ontnuchterd, volgt zeer zeker nog een verhoor, zij het niet door mij. In die dagen komt er bij een dronken ingeslotene geen dokter aan te pas. Tegenwoordig is dat nauwelijks voorstelbaar.

Daarna mag hij te voet naar huis. Aan de overzijde van de Markt stapt hij een telefooncel binnen om zijn taxi te bellen — een beeld dat tegenwoordig al even nostalgisch aandoet als de Olivetti op het bureau.

Mooie tijden van weleer.

maandag 27 april 2026

Tussen "orde" in de politieschool en "chaos" in de boksring 1977

Het is 18 juni 1977, al begint het verhaal in werkelijkheid al in mei op de politieschool, waar ik zojuist mijn vijfmaandelijkse examens heb doorstaan en waar tegelijk duidelijk wordt dat circa acht medestudenten het niet hebben gehaald en vroegtijdig worden ontslagen, waarna zij nog enkele weken in overall tuinwerkzaamheden moeten verrichten tot de lopende maand om is. 

Een vertoning die mij destijds al als weerzinwekkend voorkwam omdat het voelde alsof mensen in één beweging uit een systeem werden gewist terwijl ze er nog fysiek onderdeel van waren, iets wat anders had moeten kunnen en wat ik in gedachten alleen maar kan vergelijken met eerdere indrukken uit het verleden zonder dat ik daar op dat moment woorden voor heb, terwijl zij plots niet meer meetellen. 

Alleen in mijn klas gebeurt dit, waar andere klassen gewoon in voltalligheid de eindstreep halen en hun wachtmeestersstrepen ontvangen, wat een vreemd en bijna willekeurig verschil is dat mij toen al opviel en dat ik nog steeds moeilijk kan plaatsen, jeetje wat triest eigenlijk, en kennelijk heeft niemand daar invloed op, ook de Overste niet. Sommige docenten hebben kennelijk meer machten ...

Laatst juni 1977, stap ik in een compleet andere wereld wanneer ik in Heinsberg voor de bokvereniging mijn veertiende partij boks, al heb ik jarenlang gedacht dat het mijn zesde of zevende wedstrijd was totdat mijn eigen wedstrijdboekje later de werkelijkheid corrigeert en mij confronteert met hoe selectief herinneringen kunnen zijn, zeker in een tijd waarin alles nog fysiek wordt beleefd en nauwelijks wordt vastgelegd.

De Stadthalle Heinsberg is afgeladen vol en zoals zo vaak in die tijd staan twee werelden tegenover elkaar, de thuisclub en de bezoekers, samengebracht in één ruimte vol geluid, spanning en verwachting. Ik kom uit in het Halbmittelgewicht, in Nederland het zwaarweltergewicht tot 71 kilo, en opnieuw tegenover een tegenstander sta die duidelijk zwaarder is, zeker zeven à acht kilo verschil, eigenlijk een halfzwaargewicht.




Iemand met een breder bovenlijf, dikkere armen en een fysieke aanwezigheid die op zichzelf al druk uitoefent. Iets waar ik op dat moment minder van onder de indruk ben dan men misschien zou verwachten omdat ik in de training gewend ben geraakt te kijken naar beweging in plaats van massa.

In mijn politiejaar mis ik door de opleiding het grootste deel van de bokstrainingen, maar ik ben wel conditioneel sterk door de dagelijkse fysieke belasting en het constante bewegen op de politieschool, waardoor ik scherp blijf in mijn combinaties. Al blijft het te weinig specifiek voor het pugilisme, iets wat later in mijn loopbaan eigenlijk structureel zo blijft, maar wat op dat moment nog niet als probleem wordt ervaren omdat je in de ring vooral leeft in het moment zelf en minder in wat ontbreekt.

Zoals zo vaak vallen mijn zenuwen weg zodra ik de ring instap, altijd weer opnieuw, alsof er een scheiding wordt gemaakt tussen buiten en binnen, tussen spanning en focus, en aan de rand van de ring staat Carla ❤️ mijn vaste steun, mijn supermascotte, met camera in de hand en altijd aanwezig om foto’s te maken van iedereen van onze vereniging, terwijl ze tussendoor aanwijzingen roept die ik zelfs in het rumoer van de zaal altijd herken omdat haar stem voor mij een soort ankerpunt is geworden.

Mijn tegenstander ademt kracht en zekerheid, het type dat zonder twijfel denkt dat hij dit gevecht wel even zal winnen, en zodra de gong voor de eerste ronde klinkt begin ik aftastend terwijl hij direct de aanval zoekt, naar voren komt en me probeert terug te drukken met zijn gewicht en harde stoten. Daardoor voel ik direct dat elke klap die hij geeft massa draagt, maar tegelijk ook dat ik sneller ben en beter in de timing.

Als jongste van mijn boksclub heb ik uit overlevingsdrang geleerd te bewegen, te ontwijken en aan te vallen op momenten dat er een opening ontstaat, en dat wordt mijn handelsmerk, iets wat ik niet bewust kies maar wat zich in de loop der jaren zo ontwikkelt.

Mijn voeten zijn lichter, mijn handen eerder, en ik begin te prikken met korte combinaties die strak en zuiver zijn, waarbij ik hem meerdere keren raak, vooral met links 🥊 en ik zie dat hij dat voelt en voorzichtiger wordt, waardoor zijn plan om puur op kracht te forceren langzaam begint te haperen.



Dan komt dat moment waarop de ruimte zich opent en alles samenvalt en ik zonder nadenken naar voren boks, alsof er iets in mij overneemt en ik in een split second bij hem ben met een strakke combinatie van stoten. Ik voel dat één van die stoten vol doorkomt, waarschijnlijk een linkse directe of een korte hoek, en zijn hoofd zichtbaar wegklapt.

De scheids telt hem aan waarna we hervatten, maar ik voel dat ik hem heb en wil het afmaken, misschien te gretig, waardoor ik naar voren stap om de beslissing te forceren en vol op een tegenstoot loop die hard binnenkomt. Mijn hoofd klapt, de scheidsrechter grijpt niet in, misschien niet gezien!

Vanaf dat moment moet ik in mijn hoofd herstellen, maar mijn tegenstander ziet het ook en wordt gretig, precies zoals ik seconden eerder was, waardoor hij naar voren komt, druk zet en mij eruit wil boksen met zware, dwingende stoten.

Mijn zicht verandert, sterretjes en flitsen verschijnen en alles wordt wazig, waardoor ik hem nog wel zie maar niet meer scherp, dit terwijl ik tegelijk ook in mijn hoofd moet vechten tegen onzichtbare krachten die mijn waarneming verstoren.

En ergens door die waas heen hoor ik haar stem, Carla, kort en duidelijk zoals altijd, en die stem snijdt door alles heen en brengt me net genoeg terug om niet te verdwijnen in de chaos, waarna er iets omschakelt naar automatische piloot en alles wat ik getraind heb het overneemt zonder dat ik er nog bewust over nadenk.

Mijn dekking blijft hoog, ik beweeg van hem weg en mijn lichaam doet wat het moet doen terwijl mijn hoofd nog vol lichtflitsen zit. Ik blijf boksen zo goed en kwaac als mogelijk. En raak hem opnieuw hard en nog eens, totdat ik zie dat hij begint te wankelen en de scheidsrechter ingrijpt. Hij hoeft niet meer te tellen en het gevecht wordt gestopt, ongelijk, hij staat op het punt van knock-out en ik win door opgave in de eerste ronde.

Het publiek reageert enthousiast, maar het gevecht in mijn hoofd is nog lang niet voorbij, alsof ik er naast sta in plaats van erin, en daarna wordt alles vaag, in flarden, terwijl de sterretjes in mijn zicht blijven hangen en mijn waarneming nog steeds onrustig is met flikkeringen en lichtvlekken die niet direct verdwijnen, maar ik zeg niets omdat ik op dat moment alleen weet dat ik heb gewonnen en dat dat is wat telt.

Geen dokter, geen controle, niet eens overwogen, waarschijnlijk toch een (lichte) hersenschudding.

Al komt de herinnering later pas terug in stukjes en beetjes, gelukkig, maar nooit helemaal compleet.

woensdag 22 april 2026

Mijn 1e bokswedstrijd in Heinsberg nu 50 jaren geleden


Op 22 mei 1976 bokste ik mijn eerste wedstrijd bij de amateurs. Dat was bij de Boxsportverein Heinsberg, tegen de Kampfgemeinschaft Düsseldorf. Dat is nu praktisch 50 jaren geleden. Back to boxing memory lane ...

Hun trainer Paul Nellissen van Heinsberg had maanden tevoren contact gehad met onze trainer, Jan Derhaag.daar zaten ze ernstig verlegen om goede wedstrijdboksers. 

Boksclub De Amateur zou met drie pugilisten uitkomen voor de Duitse club met als doel: ervaring opdoen in wedstrijden boksen—iets wat in Nederland op dat moment zeldzaam was.

We bezochten op vrijdagen de trainingen in Heinsberg en werden dan thuis opgehaald door trainer Paul in zijn Volkswagen Kever, waarin de rechter voorstoel ontbrak. Dus zaten we met z’n drieën opgepropt op de krappe achterbank en reden via Sittard over donkere Duitse binnenwegen—zonder straatverlichting—naar de sporthal in Heinsberg.

Een bijzonder ritje: een apart voertuig en pikdonkere wegen. Alsof de avondklok was ingesteld. L.O.L.

Ik was toen 16/17 jaar, nog wat gegroeid in lengte en flink wat kilo’s kwijtgeraakt. In Munstergeleen had ik hard aan de weg getimmerd. Daar was ik altijd de jongste én de kleinste en moest ik opboksen tegen de meer ervaren clubgenoten en harde jongens. Ik leerde daar vooral achteruit boksen, counteren en ontwijken want, ik was tenslotte de kleinste. Klaargestoomd door trainer Jan Derhaag durfde ik het aan om een wedstrijd te boksen. Hoe dat precies zo gekomen is? Geen idee meer. Waarschijnlijk gewoon de flow gevolgden niet bang zijn voor de confrontatie.

Achteraf durf ik te zeggen dat de trainingen in Munstergeleen minstens zo zwaar waren als de wedstrijden die later zouden volgen.

Wat ik bijzonder vond, was dat de teams vooraf in de ring aan elkaar werden voorgesteld. Beide ploegen stonden tegenover elkaar in de ring. De namen werden afgeroepen, je stapte naar voren en stond dan oog in oog met je tegenstander.

Ik was junior in het halbmittegewicht en benieuwd wie er tegenover me zou staan. Zijn naam werd genoemd en hij stapte op me af. Ik moest een paar passen zetten, maar hij had er nauwelijks nodig. Ik heb hem nooit gemeten, maar hij leek bijna zo lang als Arnold Vanderlyde.

Daarna begonnen de partijen, van de lichtste gewichtsklassen naar boven. Ik moest dus nog lang wachten.

In de kleedkamer was ik bezig met mijn warming-up. Wachten… en nog eens wachten.

De geluiden van de zaal kwamen gedempt binnen. Af en toe gejuich, het slaan op handschoenen, stemmen die door elkaar liepen. De tijd kroop voorbij.

Toen was het zover mijn naam werd afgeroepen; vor der nächten Kampf Tummers / Werner. Mijn debuut in de wedstrijdring

Ik stapte de ring in en moest letterlijk omhoog kijken naar mijn lange tegenstander. De scheidsrechter legde de regels uit in het Duits. Daarna ging ik terug naar mijn hoek. De gong.

Ik begon onervaren in het wedstrijdboksen maar wel super geconcentreerd: dekking hoog, ogen scherp op Werner—zo heette hij. Hij nam het initiatief, bokste en stootte veel. Maar hij had pech: ik was een southpaw, en daar had hij geen antwoord op.

Ik vocht mijn weg naar binnen, raakte hem met harde linkse hoeken en stoten, ontweek zijn aanvallen en blokte waar nodig. Ik bleef druk zetten—hard en meedogenloos. Hij kwam er niet doorheen. Ik zag het aan zijn ogen en aflatende bokshouding. Hij ging terug en probeerde te verdedigen. In de touwen kon hij niet meer ontsnappen aan mijn aanvallen, volledig klemgezet.

Begin tweede ronde werd het hem te veel. De scheidsrechter greep in en beëindigde het ongelijke gevecht voor hem.

De Duitse pers schreef: Keine chance hatte im Halbmittelgewicht der Junioren der Düsseldorfer Werner gegen Tummers. Der boxer des Heinsberger BC zermürbte ihn derart, daß man den Düsseldorfer in der zweiten Runde aus dem Kampf nahm.

Een saillant detail: Ger van Haen bokste deze avond in het halfzwaargewicht tegen Rüts uit Düsseldorf. Het was het kortste en meest doeltreffende gevecht van de avond. Ger sloeg zijn tegenstander direct zwaar aangeslagen tussen de touwen. Na tien seconden gaf Rüts het op tegen deze rots in de branding uit Munstergeleen.

De Duitse pers schreef: der schnelsten Kampf des Abends lieferten sich im Halbschwergewicht Haen Heinsberg und Rüts. Der für Heinsberg boxende Niederlander hämmerte seinen Gegner gleich zwischen die Seile, so dass der Düsseldorfer nach etwa zehn Sekunden den Kampf aufgab.


Wat een mooie boksavond en eerste kennismaking met de wedstrijd bokssport. Mede dankzij de meereizende supporters en aanhang en mijn vriendin Carla, was de avond compleet. Er zouden nog vele wedstrijden volgen waarin ik niet alleen de sportiviteit ontmoette maar ook een flinke dosis onsportiviteit van boksers tot scheidsrechters, de bokssport onwaardig. Maar ook daar leerde je mee omgaan om toch vooral sportief te blijven ...


Ps; in mijn latere loopbaan bij de politie heb ik veel voordelen gehad van het pugilisme, niet dat ik dit veel gebruikt heb in de praktijk. Maar de zelfverzekerdheid is altijd gebleven omdat ik altijd ben blijven boksen, kickboksen, judoen en in alle situaties sportief bleef. Verdachten snel uitschakelen,overmeesteren en zo weinig mogelijk letsel toebrengen, was en bleef mijn credo

zondag 19 april 2026

Boksclub De Amateur Munstergeleen, waar karakter en bokssport samenkomen

Goed gedijen in stressvolle situaties en een talent hebben voor het snel en effectief oplossen van problemen. Mensen geboren op 18 april staan bekend om hun durf en het nemen van risico's. Ze leiden graag anderen en worden bewonderd om hun moed en enthousiasme. Geboren op 18 april, vallend onder het sterrenbeeld Ram, zie je deze eigenschappen duidelijk terug — eigenschappen die opvallend goed passen bij de bokssport.

De BoksClub De Amateur in Munstergeleen plaats ik dan ook graag in dit memorabele rijtje van 18 april👊

Als oud-lid van 55 jaar geleden mocht ik deelnemen aan deze bijzondere clinic, samen met mijn dochter Lauren, die mij hiervoor enthousiast heeft gemaakt. De locatie is prachtig: professioneel, modern en van alle faciliteiten – en meer – voorzien.

Ik zie leden, trainers en nestors: mensen die deze boksclub nog altijd dragen, zoals Atlas de wereldbol draagt. Tijdens de clinic merk ik dat er enorm veel is veranderd ten opzichte van mijn begintijd – chapeau daarvoor.

De warming-up vooraf wordt verzorgd door een trainer van De Amateur, in een aparte ruimte. Na een klein halfuur goed opgewarmd te zijn, neemt ere-lid Arnold Vanderlyde het stokje over voor de boksclinic.

Wie kent hem niet? Zijn palmares is indrukwekkend. In 254 wedstrijden heeft hij talloze titels behaald op nationaal, Europees, Wereld- en zelfs Olympisch 3x niveau. Als je die titels in een halsketting zou verwerken, zou je er bijna een hernia van krijgen – zoveel zijn het er.

Arnold begint gedoseerd. Wat mooi is: hij benadert de training vanuit een mentale invalshoek. Wat is je doel? Wat wil je uit de training halen? Focus is essentieel. Boksen is, net als schaken, ook een denksport. Hij laat je nadenken of je wilt of niet,

Wie heeft deelgenomen, kan achteraf de essentie van de nummers 1 t/m 6 doorvoelen — het samenspel van denken, handelen en reageren. Deze nummers staan voor verschillende stoten die door Arnold door elkaar worden gebruikt om je acties te laten samengaan met inzicht en timing. Steeds meer nummers betekenen meer combinaties, waarbij positie, voetenwerk en houding samenkomen.

Een mooi aspect vind ik de link met Parkinsonboksen. Bij Parkinson, een volksziekte die steeds meer mensen raakt, spelen beweging, coördinatie en reactievermogen een grote rol. Juist daarom blijkt boksen — in aangepaste vorm — een waardevolle trainingsmethode. Door te werken met de nummers 1 t/m 6 worden deelnemers gestimuleerd om te denken, te reageren en te bewegen, wat bijdraagt aan zowel motoriek als mentale scherpte.

Het is mooi om te zien dat de bokssport hierin een bredere maatschappelijke rol vervult. Trainingen zoals deze laten zien dat boksen niet alleen draait om kracht en competitie, maar ook om gezondheid, herstel en kwaliteit van leven.

Arnold geeft aan dat de trainers van De Amateur technisch en tactisch uitmuntend werk verrichten. Hij hoeft, zoals hij zelf zegt, alleen nog maar ietsjes te strooien met het spreekwoordelijke zoutvaatje.

Een mooie tip: harder stoten door simpelweg je voeten beter te plaatsen. Persoonlijk vind ik het ook sterk dat je adrenaline moet laten stromen in plaats van blokkeren. Arnold nam dit mee uit Cuba, van de trainer van zijn eeuwige rivaal Felix Savon.

Dat herken ik ook uit oosterse vechtsporten: daar is buikademhaling (hara) essentieel. Bij een aanval houden zij hun adem niet vast, maar versterken zij hun actie met een kreet.

Zelfs uit de dierenwereld komt een treffend voorbeeld: de honey badger – klein, maar onbevreesd en bereid om grotere tegenstanders aan te vallen. Een ware overlever.

Ook Arnolds fighting spirit is bijzonder. Elke letter van “fighting” staat voor een mentaal en fysiek aspect. De letter G vind ik speciaal: die staat voor geluk en gezondheid. Mensen hebben veel wensen, maar wie ernstig ziek is, heeft er vaak nog maar één.

Na een uur zit de clinic erop. De deelnemers, waaronder ikzelf, hebben genoten van de “noble art of self-defence”. Ik denk dat ik goed meegedaan heb met de groep, in ieder geval merkte ik niets van mijn vele protheses en/of gewrichten. Leuk en sportief getraind als vader met zijn dochter Lauren in een prachtig mooie setting. Of mijn prestaties goed waren dat mogen de trainers en anderen beoordelen. Die van Lauren waren👊

De volgende groep staat al te trappelen om te beginnen – en uit ervaring weet ik dat ook zij zullen genieten.

Arnold, bedankt. 

Trainers van De Amateur, bedankt en veel succes  💪👊 met jullie nieuwe locatie, ik kom zeker nog af en toe langs bij jullie,

Ps: nu ik mijn ervaringen over de boksclinic aan het typen ben voel ik weer een beetje spierpijn overal in mijn body. Zoals vroeger te doen gebruikelijk was😉, heb ik toch ietwat meer spieren gebruikt dan alleen maar mijn vuisten en dat op 67 jarige leeftijd,

Met een sportieve groet, Han


dinsdag 14 april 2026

Voordat de gong gaat

 

Voordat de gong gaat, van wat ik mij nu nog kan herinneren, zou ik zo weer mijn pugilistische handelingen gaan vertonen en de han-dschoenen weer aantrekken? Ik denk van wel. Dit verhaal heet dan ook


VOORDAT DE GONG GAAT 


De weg naar de ring is geen sinecure maar een moeilijk pad en steile klim omhoog.

Er zijn niet veel sporten waarin je drie rondes lang geslagen wordt, verslagen kunt raken, knock-out kunt gaan en pijn en blessures oploopt. Alles ligt open. Alles kan gebeuren. Alle kansen voor het grijpen. Spierpijn achter niet te vergeten ...


Afhankelijk van de tegenstander — die nagenoeg precies hetzelfde te wachten staat.


Het publiek leeft daarvoor. Ze worden luid, onrustig, opgewonden. Het liefst zien ze harde slagenwisselingen. Een knock-out als hoogtepunt.


En daar tussendoor geslopen …


de lieve mensen die met je meereizen. Supporters. Intimi. Zij voelen alles mee, ook de denkbeeldige klappen. Gierende zenuwen door het hele lijf. Misschien nog wel meer dan jij.


Dan de boksarena; De zaal ruikt naar spanning. Maar ook naar sigaretten, alcohol en een luidruchtig publiek.


Soms sta je in een levensgrote tent als menneke van 16 of 17 jaar oud, waar het geluid alle kanten op gaat en de lucht zwaar is en bovendien slecht geventileerd. En soms, in het mooiste geval, in een sporthal. Daar is het rustiger. Frisser ook. Daar zijn de versnaperingen en het roken tenminste nog een beetje aan banden gelegd. Daar waar de ring in het middelpunt staat, hoog, met verblindende felle lampen gericht op de ring en pugilisten, een bijna sauna,


Drie ronden van drie minuten. Daar heb je alles voor over gehad.

Maanden trainen. Afzien. Op dieet om gewicht te halen. Dagen waarop alles pijn doet, maar je toch doorgaat. De wedstrijddag zelf: weinig eten, weinig drinken. Reizen. Wachten. Altijd dat wachten. Je hoofd dat blijft malen, terwijl je het juist stil probeert te krijgen.


En daar is de trainer. Rustig. Altijd rustig. Alsof er niets aan de hand is. Alsof hij al weet dat het goed zal komen. Dat vertrouwen geeft hij door, zonder grote woorden.

Soms vraag ik mijn tegenstander hoeveel wedstrijden hij al heeft gebokst.


“Een paar honderd,” zegt hij dan. Of nog meer. Je knikt. Prima. Dan weet je het wel.

In de kleedkamer begint het circus in de mallemolen. Handschoenen aan. Zwachtels strak. Opwarmen. Pads slaan met de trainer. Ritme vinden. Focus aan. Het zweet komt uit al je poriën en daarmee de broodnodige zenuwrust. De zenuwen worden uit je body geslagen daar op de pads van de trainer.


Mijn laatste wedstrijd vergeet ik nooit.

Mijn trainer kijkt me aan en zeg:

“Eet nu nog maar een boterham. Straks kan het waarschijnlijk niet meer.” 

Ik moet lachen van deze gevleugelde typerende opmerking van hem. Maar wel even weg van de spanning waar je de hele dag tegen vecht. Ik boks in de categorie halfzwaargewicht 81 kg en breng 77,8 kg op de weegschaal. Dus die boterham  kan wel😉.


Dan de ring in, lopen door het publiek onder luid applaus of boe-geroep.

De tegenstander staat al klaar. Groter… maar deze keer ook zwaarder. Gespierder. Misschien zelfs sterker. Je ziet het aan alles.


Maar ik voel toch iets anders.

Ik voel me licht. Vrij. Als een bamboe die met elke storm meebuigt, maar nooit breekt. Ik heb mijn eigen manier als een goochelaar in zijn mouwen.

Linkshandig dat ben ik vanaf mijn geboorte maar ook  snel en direct anticiperent. Hoeken laag en hoog. Ontwijken, terugboksen, en dan de counter. Bam bam.


Dan gaat de gong. Alles valt van me af.

Ik boks. Puur. Zonder twijfel. Alles wat ik heb geleerd komt uit mijn body en mijn stoten, als vanzelf als aangeboren,


In de rust luister ik. Korte woorden van mijn trainer Jan Derhaag . Helder. To the point.


Maar deze avond is er nog een ander gevecht. Niet alleen in de ring maar nu ook nog daarbuiten. Daar heb ik niet om gevraagd,


Als je uit bokst bij een andere vereniging weet je het al. Je moet niet alleen winnen, maar overtuigender zijn. Meer laten zien. Duidelijker raken. En soms is zelfs dat niet genoeg voor de overwinning.


In mijn geval dan die ene Nederlandse scheidsrechter…


Ik heb mijn eerste vijftien wedstrijden in Duitsland gebokst. En net bij hem werkt dat tegen me. Sterk zelfs. Daar kan ik niet tegen opboksen.

Je voelt het. In wat wel en niet gezien wordt. In hoe een wedstrijd loopt zonder dat je er echt grip op hebt . Alsof je niet alleen staat te boksen voor de overwinning,

maar ook tegen iets wat buiten de ring ligt, buiten jezelf, zonder enige schuld,


Dat werkt tegen me. Als bokser. Maar ook als mens. Toch blijf ik staan.


Niet voor de jury. Niet voor de scheidsrechter. Niet eens voor mijn tegenstander.

Maar voor dat ene moment. Dat moment waarop de gong gaat…

…en alles klopt. 🥊

vrijdag 10 april 2026

Bokswedstrijd in Bittburg


In deze tijd zit ik nog op de Rijkspolitie opleidingsschool in Horn - Baexem, hard te studeren voor de examens. Deze foto is achteraf genomen om de overwinning te vieren 

Deze memorabele  avond ergens in 1977 of begin 1978  begon met een lichte combinatie van zenuwen en overtuiging van eigen kunnen. Precies genoeg spanning om scherp te zijn, en genoeg vertrouwen om te weten: dit kan ik.

Saillant detail vooraf: de Amerikanen in Bitburg wilden er ineens vijf rondes van maken. Semi-prof, zeiden ze. Gebruikelijk, zeiden ze. Mooie woorden, maar ik hield het simpel — drie rondes afgesproken is drie rondes boksen. Geen onderhandelingen meer als je al in de ring staat.

Mijn tegenstander: Mr. Robinson. Gespierd, ervaren en met die blik van iemand die liever doorgaat dan stopt.

Hij is groter, sterker en gewend aan langere partijen. Maar boksen is geen kwestie van tijd alleen. Boksen is een schaakspel. Rust bewaren. Niet boos worden. Intuïtief handelen. Ontwijken, pareren, uit onverwachte hoeken komen en vooral: overzicht houden en niet tegen die ene verkeerde stoot aanlopen.

Ik ben southpaw. En dat merkt hij.

Carla stond aan de ring. Zoals altijd. Aanmoedigend, scherp, en ondertussen alles vastleggend. Terwijl ik bezig was met het spel, zorgde zij dat het verhaal bleef bestaan.

Eerste ronde. Aftasten. Hij kwam stevig, ik bleef rustig. Mijn “tikjes” — snel, scherp en precies — haalden zijn aanvallen eruit. Geen krachtpatserij, maar efficiëntie. Je zag hem denken.

Tweede ronde. Het schaakspel verschoof. Hij probeerde druk te zetten, ik brak zijn ritme. Mijn hoeken klopten niet voor hem. Links kwam waar rechts verwacht werd.

Derde ronde. Hij wilde forceren. Misschien dacht hij al aan die vijf rondes die er nooit kwamen. Ik bleef bij drie. Bij mijn plan. Overzicht houden, niet happen, geen cadeaus geven.

Eindsignaal.

Geen knock-out. Geen spektakel. Gewoon jury.

En: winst op punten.

Verdiend. Niet alleen omdat ik sterker was, maar omdat ik beter inspeelde op het gevecht en zijn aanvallen,

Na afloop werd het gevierd met de kampfgemeinschaft van Heinsberg, aangevuld met boksers uit alle gewichtsklassen van omliggende verenigingen. Eén geheel, één avond, veel verhalen.

Mr. Robinson? Respect voor hem en zijn sportiviteit. Wat een sterke tegenstander.

Maar deze avond werd geen vijf rondes lang verhaal.

Drie waren genoeg.

Groet Han

donderdag 9 april 2026

De robotmaaier versus egel

 

De moderne mens heeft het zwaar. Echt.

Hij moet werken, scrollen, series bingen, en—hou je vast—eens in de week het gras maaien. Onmenselijk.

Gelukkig is daar de robotmaaier.

Een klein, zoemend huisdier zonder ziel, maar met een missie: elke grasspriet moet eraan geloven. Regen? Maaien. Zon? Maaien. Nacht? Maaien. Existentiële leegte? Maaien.

De mens kijkt tevreden toe vanuit zijn tuinstoel. Heel soms een biertje in de hand.

“Wat een gemak,” mompelt hij.

Alsof hij zelf net de industriële revolutie opnieuw heeft uitgevonden.

Ondertussen, als de tuin eindelijk stil en donker wordt, komt de echte bewoner tevoorschijn.

De egel. Geen app. Geen schema. Gewoon instinct en een honger naar slakken. Een klein, scharrelend leven dat al bestond toen ‘wifi’ nog gewoon een nies was.

Hij schuifelt. Snuffelt. Leeft.

En dan—daar is het weer.

Dat zoemen.

Niet luid. Niet dreigend.

Juist dat maakt het erger.

De robot rijdt alsof hij alles begrijpt. Alsof de wereld bestaat uit rechte lijnen en nette randjes. Alsof rommel een fout is en leven een obstakel.

De egel doet wat egels doen.

Hij rolt zich op. Vertrouwt op een strategie die miljoenen jaren heeft gewerkt. Maar ja.

Miljoenen jaren evolutie versus een kortingsdeal van de bouwmarkt.

Het zoemen stopt niet.

Het twijfelt niet.

Het voelt niets.

En ergens tussen perfect gemaaide banen ligt hij dan. Niet dood misschien. Maar ook niet meer echt onderweg. Zijn kleine lijf beschadigd door iets dat hem niet eens zag.

De volgende ochtend:

De mens rekt zich uit, nipt van zijn koffie en bewondert zijn gazon.

“Strak hoor,” zegt hij tegen niemand in het bijzonder.

De robot staat braaf op zijn laadstation.

Alsof hij denkt: goed gewerkt vandaag.

En de egel? Die ligt ergens waar geen app hem vindt. Geen melding. Geen update. Geen pushbericht dat zegt: er ging iets mis vannacht.

Maar hé. Het gras staat er fantastisch bij.

Ik heb er geen- en ik hoef  geen robotmaaier en ik maai overdag met grote tussenpozen 1x per 12-14 dagen👊👍💙


Groet Han, delen wordt gewaardeerd