Translate

vrijdag 4 september 2026

Bewijs dat u geen robot bent

Ergens moet het allemaal begonnen zijn met een mens die dacht: dat moet gemakkelijker kunnen. Een nieuwsgierige uitvinder die niet tevreden was met hoe de wereld werkte en zich afvroeg of elektriciteit, beweging, licht of een andere natuurkracht niet zo kon worden gebruikt dat de mens er iets aan had. Gelukkig maar, want zonder die nieuwsgierigheid zaten we nu waarschijnlijk nog met een kaars naast de krant en mochten we zelf de koffiebonen fijnstampen. Alhoewel, sommige mensen zouden dat tegenwoordig waarschijnlijk weer duurzaam noemen.

Daar komt Magnus (comic strip) om de hoek kijken.

Magnus, de Robot Fighter, verscheen in 1963 en leefde in een toekomst waarin robots een groot deel van het menselijke leven hadden overgenomen. Werken, vervoeren, bewaken en allerlei andere taken werden door machines uitgevoerd. Magnus zag daarin niet alleen een leger metalen tegenstanders, maar vooral een mens die zijn eigen kracht en zelfstandigheid dreigde kwijt te raken.

En dus vocht Magnus.

Niet omdat iedere robot slecht was, maar omdat hij vond dat de mens mens moest blijven. Sterk, zelfstandig en in staat om zichzelf te redden wanneer de machine het een keer liet afweten.

Als je daar vandaag naar kijkt, wordt die oude strip ineens verdacht actueel. Wij hebben inmiddels geen robot nodig die ons letterlijk komt vertellen wat we moeten doen. We hebben een smartphone die onthoudt waar we zijn, een navigatiesysteem dat vertelt waar we heen moeten, een algoritme dat bepaalt wat we op internet te zien krijgen en kunstmatige intelligentie die inmiddels kan schrijven, rekenen, analyseren, adviseren en gezellig met ons kan kletsen.

Over robotmaaiers gesproken.

Daar hebben we misschien wel de meest onschuldige robotveroveraar van allemaal rondrijden. Vanuit zijn eigen kleine cave komt hij tevoorschijn zodra hij vindt dat het gazon weer aandacht nodig heeft. Geen koffie, geen pauze, geen vakantie, geen cao en vooral geen discussie over arbeidsomstandigheden. Hij rijdt zijn rondjes en maait alles wat boven de door de mens ingestelde grens uitkomt.

Een grasspriet van vier centimeter? Overtreding. Een paardenbloem die het waagt zijn kop boven het maaiveld uit te steken? Geen pardon.

Een stukje gras dat zich niets aantrekt van de menselijke behoefte aan een strak gazon? Binnen de kortste keren verdwenen. De robotmaaier heeft geen hekel aan de natuur. Hij heeft alleen een opdracht. En daar zit misschien precies de clou.

De mens heeft machines gemaakt die geen eigen mening nodig hebben om hun werk uitstekend te doen.

Dat geldt inmiddels ook voor drones. Die vliegen boven bosbranden om hulpdiensten te helpen zien waar het vuur zich verspreidt, worden ingezet bij zoekacties en politiewerk en kunnen plaatsen bereiken waar een mens moeilijk of gevaarlijk kan komen. Tegelijkertijd zien we in oorlogen hoe dezelfde technologie verandert in een instrument voor verkenning en vernietiging. Eén technisch wonder, verschillende toepassingen, afhankelijk van de mens die aan de knoppen zit.

Want hier komt George Orwell weer binnenlopen.

Orwell waarschuwde in zijn boek met de titel 1984 gepubliceerd in 1949 niet voor een robotmaaier die zijn gazon te kort knipt, maar voor een samenleving waarin macht, informatie, toezicht en taal gebruikt kunnen worden om mensen te beïnvloeden en te controleren. Dat is een ander soort robotisering. 

Niet de machine die het lichaam overneemt, maar de mens die langzaam zijn eigen oordeel uit handen geeft.

En dat is misschien wel de interessantste robot van allemaal. De mens die zelf gaat functioneren als een robot.

Niet omdat hij van staal is gemaakt, maar omdat hij alleen nog maar doet wat hem wordt verteld. Niet meer nadenkt, niet meer twijfelt en vooral niet meer vraagt waarom. Gewoon de opdracht uitvoeren, de juiste knop indrukken en vervolgens tevreden vaststellen dat iedereen hetzelfde heeft gedaan.

Magnus zou daar waarschijnlijk behoorlijk zenuwachtig van worden.

Hij vocht immers tegen robots om de mens vrij en zelfstandig te houden, terwijl wij tegenwoordig vrijwillig allerlei systemen binnenhalen die voor ons denken, onthouden, zoeken, rijden, maaien, communiceren en zelfs onze koffie zetten.

Ja, zelfs de koffie.

Mijn eerste bak wordt tegenwoordig door een machine gezet. Ik hoef alleen nog maar op een knop te drukken en even later staat daar het zwarte levenselixer klaar. Als Magnus dat had gezien, had hij waarschijnlijk niet eens zijn vuisten gebald. Hij had eerst gewoon een kop koffie genomen.

En daar komt nog een wonderlijke uitvinding bij: de elektrische step en zijn forse evenknie, de fatbike.

De mens heeft miljoenen jaren benen ontwikkeld om zich voort te bewegen en heeft daarna een elektromotor bedacht om die benen vooral zo weinig mogelijk te hoeven gebruiken. De elektrische step brengt ons zonder noemenswaardige inspanning naar de overkant van de straat en de fatbike ziet eruit alsof hij rechtstreeks uit een poolexpeditie komt, terwijl hij in de praktijk ook uitstekend geschikt is om met elektrische ondersteuning een stukje verderop een broodje te halen.

Magnus zou waarschijnlijk vragen waar onze benen gebleven zijn.

We zouden hem uitleggen dat ze er nog wel zitten, maar dat ze tegenwoordig vooral handig zijn om op de step te blijven staan.

En zo wordt de wereld langzaam een merkwaardige combinatie van gemak, techniek en afhankelijkheid. Tesla gaf ons mogelijkheden die zijn tijd ver vooruit waren, Magnus waarschuwde voor een mens die door machines afhankelijk zou worden, Orwell waarschuwde voor controle over informatie en het menselijk denken, The Terminator maakte er in 1984 een nachtmerrie van waarin machines uiteindelijk hun eigen oorlog tegen de mens voeren en wij zitten in 2026 rustig tussen de koffie, drones, AI, smartphones, elektrische fietsen en robotmaaiers.

Daarbij hoeven we helemaal niet bang te zijn voor iedere nieuwe uitvinding. Integendeel. Technologie kan levens redden, mensen helpen, gevaarlijk werk overnemen en ons mogelijkheden geven waarvan vorige generaties alleen maar konden dromen.

Maar misschien moeten we af en toe wel even stoppen met vragen wat de machine allemaal voor ons kan doen en ons afvragen wat wij zelf nog willen blijven doen.

Want als een machine voor ons rijdt, vliegt, rekent, schrijft, zoekt, maait, koffiezet en denkt, blijft er uiteindelijk één belangrijke taak over.

Zelf nadenken.

En zelfs dat kunnen we tegenwoordig uitbesteden.









Als de werkelijkheid sneller gaat dan de wetgeving

Het incident in Overasselt roept terecht vragen op over de verharding binnen de criminele wereld. Maar bij mij roept het ook een andere vraag op: hoe ver durven wij als overheid nog te denken wanneer de werkelijkheid sneller verandert dan onze wetgeving?

Als iets niet letterlijk bij wet is geregeld, lijkt tegenwoordig al snel de conclusie te zijn dat er dus niets kan of mag. Daar ben ik het niet mee eens. Niet omdat de politie buiten de wet moet gaan opereren, integendeel. Juist niet. Maar omdat er binnen bestaande bevoegdheden, wetmatigheden en rechtsbeginselen vaak meer ruimte zit dan we denken.

De politie hoeft niet bij ieder nieuw maatschappelijk probleem te wachten totdat Den Haag er een nieuw wetsartikel voor heeft geschreven. De werkelijkheid houdt zich daar immers ook niet aan. Criminelen vragen geen toestemming aan de wetgever voordat zij nieuwe methoden, technieken of samenwerkingsverbanden bedenken.

Blijf dus vooral kleuren binnen én op de randen van het bestaande juridische kader. Niet om de wet te omzeilen, maar om de bedoeling ervan serieus te nemen. Menselijkheid, proportionaliteit, subsidiariteit en maatschappelijke veiligheid zijn óók onderdelen van onze rechtsstaat.

Daarbij kunnen politie en OM juist door nieuwe werkwijzen, zorgvuldig gemotiveerd optreden en toetsing door de rechter nieuwe jurisprudentie laten ontstaan. Niet iedere nieuwe situatie hoeft onmiddellijk in een apart wetsartikel te worden dichtgetimmerd. We hebben wetten genoeg; het probleem is soms eerder dat we ze te letterlijk en te voorzichtig gebruiken.

En als blijkt dat bestaande wetgeving werkelijk tekortschiet, dan moet de wetgever bijstellen. Niet omdat de werkelijkheid zich aan de wet moet aanpassen, maar omdat goede wetgeving de werkelijkheid moet kunnen blijven volgen.

Zelfs het EVRM is geen museumstuk. Ook daar hoort een voortdurende zoektocht bij naar de juiste balans tussen individuele rechten en de veiligheid van de samenleving. Rechtsontwikkeling hoort immers bij een levende rechtsstaat.

Misschien komt mijn gedachte hierover ook ergens anders vandaan.

Jaren geleden tijdens mijn RID periode, woonde ik in hartje Londen een lezing bij van Scotland Yard. Een van de onderwerpen was het toen steeds radicaler wordende Animal Liberation Front. Activisme dat inmiddels ver over de grens van demonstreren en protesteren heen was gegaan. Ondergronds werden zelfs mensen vastgeketend aan zware machines, met het doel dat zij bij het verplaatsen ervan zouden worden meegesleurd of verpletterd. Fanatisme kent blijkbaar ook een ondergrens waar je vervolgens gewoon doorheen kunt zakken.

Maar wat mij van die lezing vooral is bijgebleven, was iets anders. De spreker was bepaald geen liefhebber van bibliotheken die uitpuilden van de wetboeken. Hij zei, vrij vertaald:

Het gaat niet alleen om welke wetten je hebt, maar vooral om wat je ermee doet en hoe je ze inzet.

Die zin is mij nooit meer ontschoten.

Misschien is dat precies waar we vandaag opnieuw naar moeten kijken. We hoeven niet voor ieder nieuw maatschappelijk of crimineel verschijnsel een nieuwe wet te bouwen. We hebben inmiddels genoeg wetboeken om menig boekenkast door zijn hoeven te laten zakken.

Wat we nodig hebben, is het vermogen om bestaande wetgeving mee te laten bewegen met een veranderende werkelijkheid. Soms door anders te kijken, soms door grenzen opnieuw te verkennen en soms door een wettelijke bepaling zorgvuldig te finetunen.

Want wetgeving hoort geen mausoleum te zijn waarin oude bedoelingen keurig geconserveerd liggen. Het is gereedschap. En gereedschap is pas waardevol als je weet wanneer je welke sleutel, hamer of schroevendraaier moet pakken.

Daarbij blijft voor mij één ding overeind: niet buiten de rechtsstaat treden, maar binnen de rechtsstaat blijven zoeken naar ruimte om haar doel te bereiken.

De samenleving verandert. Criminaliteit verandert. Technologie verandert. Dan mag onze manier van kijken naar wetgeving dat ook doen.

Niet méér wetten om onze onzekerheid te bedekken.

Wel beter gebruikmaken van de wetten die we al hebben. En waar het echt nodig is: een kleine aanpassing aan de werkelijkheid van vandaag.

Want uiteindelijk gaat het inderdaad niet om hoeveel wetboeken er in de kast staan.

Het gaat erom wat je ermee doet.

woensdag 26 augustus 2026

Overlast Bie Zefke (hae krig de sjoud)

Ik lees het artikel over Bie Zefke en moet eerlijk zeggen dat ik er toch even bij blijf hangen. Een jaar geleden was de verhuizing naar de Odasingel nog aanleiding voor de nodige onrust. Omwonenden maakten zich zorgen. Er kwamen informatieavonden, een petitie en uiteindelijk zelfs juridische procedures. De verwachte overlast lag blijkbaar behoorlijk zwaar op de maag.

Een jaar later blijkt het allemaal nogal mee te vallen. Uit de evaluatie komen slechts geringe incidenten naar voren. In het afgelopen halfjaar was er maar één melding bij de gemeente.

Er wordt wel melding gemaakt van dealen op de parkeerplaats aan de Henri Weltersstraat. Politie en gemeente zijn daarvan op de hoogte. Maar uit het artikel blijkt niet dat dit door bezoekers van Bie Zefke wordt veroorzaakt. Ook wordt het niet als bewijs aangevoerd voor de grote overlast waar vooraf zo voor werd gevreesd.

Prima toch?

Maar terwijl ik het artikel lees, denk ik ook: hoe consequent zijn we eigenlijk in Sittard als het om overlast gaat?

Want zet de kalender er maar eens naast.

Groove Garden komt eraan. De kermis strijkt weer neer in de stad. Daarna hebben we de Oktoberfeesten. En dan zijn er nog de nodige andere evenementen waarbij duizenden mensen naar Sittard komen.

Veel mensen betekent veel verkeer. Veel geluid. Veel drukte. Een biertje hier en daar. Soms nog eentje. En natuurlijk blijft er na afloop het nodige achter. Bekers, blikjes, verpakkingen en andere rommel. De straten en pleinen zien er na zo'n evenement soms uit alsof de halve stad er een feestje op heeft gevierd.

Maar daar hebben we gelukkig de reinigingsdienst voor.

Die mannen en vrouwen mogen voor dag en dauw aan de slag om de stad weer toonbaar te maken. Terwijl de feestvierders hun roes uitslapen, worden de sporen van een nachtje Sittard weggepoetst.

En niemand die daar vervolgens spreekt over een ernstige aantasting van de leefbaarheid.

Integendeel.

De evenementen leveren de stad aanzien op. Ze trekken bezoekers. Ze zijn goed voor de horeca en de ondernemers. En uiteindelijk levert het de stad ook gewoon geld op.

Kijk, dan wordt overlast ineens een stuk gemakkelijker te accepteren.

En daar zit voor mij precies de vreemde tegenstelling in het verhaal rond Bie Zefke.

Als het om een inloophuis gaat, kijken we kritisch naar de mensen die er komen en naar wat zij mogelijk voor overlast kunnen veroorzaken. Als het om een groot evenement gaat, kijken we vooral naar hoeveel mensen erop afkomen en wat het de stad oplevert.

Natuurlijk moeten we overlast gewoon aanpakken. Of die nu wordt veroorzaakt bij Bie Zefke, tijdens Groove Garden, de kermis of de Oktoberfeesten. Daar lijkt mij weinig discussie over mogelijk.

Maar misschien moeten we ook eens eerlijk zijn over onze eigen meetlat. Want blijkbaar is niet iedere overlast hetzelfde.

Overlast die geld oplevert, noemen we een evenement. En overlast van het verkeerde pluimage noemen we een probleem. Dat is toch op zijn minst een opmerkelijke constatering.


Bron: Paul Dolhain, ‘Nauwelijks incidenten in eerste jaar Bie Zefke op nieuwe locatie’

vrijdag 21 augustus 2026

De mens bepaalt de grens

De mens bepaalt de grens

Daar heb je weer zoiets.

De mens bepaalt de grens van het land. De maten van het dier. Wel of niet invasief. Welkom of niet welkom. Beschermd, bedreigd, uitheems, inheems. Alles krijgt een hokje, een etiket en uiteindelijk een regel.

Maar ondertussen vliegen, kruipen, zwemmen en wandelen er iedere dag allerlei soorten naar, door en over ons kleine kikkerlandje.

Een land dat inmiddels grotendeels is volgebouwd, bestraat en volgezet met verkeersborden, hekwerken, wegen en andere menselijke uitvindingen die de natuur vooral duidelijk maken dat zij zich aan ons heeft aan te passen.

En dan gaan wij onderzoeken wie hier eigenlijk welkom is.

De mens en de asielkwestie even daargelaten.

Want wij vliegen ondertussen met een vliegtuig, voorzien van een reusachtige CO₂-afdruk, naar de andere kant van de wereld. Daar plukken we bekans alles wat flora en fauna te bieden heeft kaal. Een plantje hier, een diertje daar en als het even kan nemen we het mee naar Nederland.

En dan komt de regel- en ontregelfabriek in het touw.

Die bepaalt wat mag.

En vooral wat niet mag.

Voor reptielen en amfibieën is het trouwens nog opmerkelijker. Daar bestaat momenteel nog geen huis- en hobbydierenlijst voor. Volgens de overheid mag je die dieren daarom in beginsel houden, tenzij andere regelgeving het verbiedt. Bijvoorbeeld omdat het om een beschermde soort of een invasieve exoot gaat.

Want stel je voor dat een dier zelfstandig de Nederlandse grens passeert zonder formulier, vergunning of Europese goedkeuring.

Dat kunnen we natuurlijk niet hebben.

De natuur trekt zich daar overigens geen ene moer van aan.

Die kent geen landsgrenzen, geen bestemmingsplannen en geen ambtenaren met een stempel.

Een slang weet niet dat hij volgens de Nederlandse regelgeving eigenlijk niet welkom is. Een vogel heeft geen paspoort. Een kikker vraagt geen verblijfsvergunning aan. En een zaadje dat met de wind meekomt, heeft al helemaal geen idee dat het volgens ons een invasieve exoot kan worden.

Maar wij weten het allemaal precies.

Wij zijn immers de mensheid.

De soort die de aarde eerst volbouwt, de natuur in kaart brengt, vervolgens bepaalt welke soorten hier mogen leven en daarna miljarden regels bedenkt om de gevolgen van ons eigen handelen weer in goede banen te leiden.

Tja.

Lang leve de mensheid.

Op weg naar het heelal.

Maar eerst even controleren of die slang wel op de juiste lijst staat.

Bron:

L1 Nieuws, Twee ontsnapte slangen in korte tijd: welke reptielen en amfibieën mag je in Nederland houden? L1 Nieuws

donderdag 20 augustus 2026

💥Van wapentuig naar een vuurwerkinleverbus

Ik heb veel ontwikkelingen bij de politie meegemaakt. Maar deze staat ongeveer in de top twee.

De andere is het paaltje dat de politie moest vertellen wie er gefouilleerd zou gaan worden. Een lampje gaf aan wanneer iemand volgens het systeem gecontroleerd moest worden, zodat willekeur en etnisch profileren konden worden voorkomen. Het bewuste paaltje is na wijs beraad inmiddels weer uit het verkeer genomen.

Maar goed, daar gaat het nu niet over.

Toen ik het bericht las over de Limburgse inleverbus voor vuurwerk, moest ik meteen terugdenken aan de jaren tachtig, toen ik bij de Rijkspolitie achter de planton zat. Dat waren nog eens tijden. Geen digitale aangifte, geen apps en geen formulieren die eerst door drie systemen moesten voordat iemand wist wat er eigenlijk aan de hand was. Je zat achter de planton en daar kwam van alles binnen.

Ook toen waren er acties waarbij mensen wapens konden inleveren in het kader van een generaal pardon. Veel wapens lagen in die tijd nog op zolders en in schuurtjes, stille getuigen van de Tweede Wereldoorlog. Spullen die ooit waren meegenomen, verborgen of simpelweg waren blijven liggen en waarvan niemand precies wist wat ermee moest gebeuren.

Op een dag kwam er iemand bij mij achter de planton met een automatisch geweer.

Daar kwamen drie grote magazijnen bij, keurig verpakt in vetvrij papier en volledig ingevet. Niet bepaald het soort spul waarvan je dacht dat iemand het toevallig tijdens het opruimen van de zolder was tegengekomen en vervolgens dacht: laat ik dit maar eens bij de politie afgeven.

Het was allemaal nog direct gebruiksklaar.

Afdrukken.

Pang.

En daar bleef het niet bij. Bij dat generaal pardon werden op de politiebureaus behoorlijk wat wapens en wapentuig ingeleverd.

Zonder afspraak. Je liep gewoon een politiebureau binnen. Ook dat was toen volkomen normaal. Politiebureaus waren gewoon geopend en de burger kon naar binnen lopen. Tegenwoordig is dat bijna nostalgie.

En dan lees ik nu over een inleverbus voor vuurwerk.

Ik vraag mij dan toch even af uit welke duim zoiets komt.

Ongetwijfeld van iemand die verstand heeft van vuurwerk en van de menselijke maat. Proactief denken heet dat tegenwoordig waarschijnlijk. Eerst kijken hoe we een vuurwerkverbod gaan handhaven. Want als handhaving nu al niet lukt, is de vraag natuurlijk of dat na een verbod ineens als een wonder uit de lucht komt vallen.

Maar goed, we hebben een oplossing.

Een inleverbus.

Je kunt je vuurwerk daar straffeloos inleveren.

Ik moet toegeven: het heeft iets geruststellends. Je hebt vuurwerk dat straks verboden is, je weet dat het niet mag, de politie kan onmogelijk overal tegelijk zijn en dus zetten we ergens een bus neer waar je het spul gewoon kunt afgeven.

Straffeloos.

Dat woord vind ik eigenlijk nog het mooiste onderdeel van het hele plan.

Ik zie die bedenker overigens niet als een wereldvreemde ambtenaar achter een bureau. Integendeel. Ik zie iemand voor me die serieus heeft nagedacht, verschillende scenario's heeft doorgerekend en uiteindelijk dacht: jongens, ik heb hem. We zetten gewoon een bus neer.

En misschien heeft hij nog gelijk ook.

Alleen heb ik mijn twijfels of deze vuurwerkaanpak het gaat redden.

Op 31 december weten we het zeker.

Nu al knalt het nog steeds overal in den lande.

Waarom?

Voor de misdaad en tegen de verveling.

En mocht iemand denken dat ik dit allemaal zelf heb verzonnen, dan zet ik de bron er maar netjes onder.

Want ook dat is tegenwoordig verstandig.

Rapport 

Rapport: aanpak van vuurwerk in voetbalstadions schiet tekort - https://nos.nl/l/2628191

Bron

Inleverbus voor vuurwerk naar Limburg: hier kun je straffeloos vuurwerk inleveren – L1 Nieuws

woensdag 19 augustus 2026

🌎Van Nürnberg naar het International Gerechtshof in Den Haag

Van Nürnberg naar Den Haag

Eergisteren heb ik de film Nürnberg gezien en misschien komt het daardoor dat ik bij het nieuws over de Verenigde Staten en het Internationaal Strafhof wat langer blijf hangen dan ik normaal gesproken bij een bericht over internationale politiek zou doen. Ik ben geen politiek deskundige en zeker geen wandelende encyclopedie van Amerikaanse verdragen, maar soms hoef je volgens mij ook geen deskundige te zijn om ergens je wenkbrauwen over op te trekken en jezelf af te vragen hoe het eigenlijk zit.

De film Nürnberg brengt mij terug naar de periode waarin na de Tweede Wereldoorlog de belangrijkste kopstukken van het naziregime terechtstaan en waarin een gedachte centraal staat die eigenlijk heel eenvoudig klinkt: macht mag geen vrijbrief zijn en iemand die een hoge functie bekleedt, kan zich niet zonder meer verschuilen achter zijn uniform, zijn positie of het argument dat hij slechts bevelen heeft uitgevoerd.

De Amerikanen spelen bij Nürnberg een belangrijke rol en juist daarom vind ik het huidige nieuws opmerkelijk.

De NOS schrijft dat de Verenigde Staten sancties hebben opgelegd aan twee functionarissen van het Internationaal Strafhof, onder wie de voorzitter van het Hof, Tomoko Akane, en aanklager Abdoulaye Seye. De Amerikaanse regering vindt dat het Strafhof zijn bevoegdheden overschrijdt. Voor wie het zelf wil nalezen, zet ik het artikel van de NOS onderaan dit verhaal bij de bronnen.

En juist daar begint mijn nieuwsgierigheid, want dan wil ik natuurlijk weten hoe dat verhaal eigenlijk in elkaar zit🧐.

Want waarom?

Ik ben vervolgens wat verder gaan zoeken en dan blijkt dat dit helemaal geen ruzie is die met Donald Trump is begonnen. Dat vind ik misschien nog wel interessanter, omdat daarmee het beeld dat Trump dit allemaal persoonlijk heeft bedacht meteen wat minder eenvoudig wordt.

Volgens informatie van de Amerikaanse overheid en het Congressional Research Service gaat de Amerikaanse weerstand tegen het Internationaal Strafhof al terug tot het begin van deze eeuw. In 2002 nam de regering van George W. Bush nadrukkelijk afstand van het Strafhof en werd Amerikaanse wetgeving aangenomen die de bescherming van Amerikaanse militairen en functionarissen tegen het Hof moest versterken.

Dat heb ik dus niet zelf bedacht en daarom zet ik de bronnen er gewoon bij.

Iedereen zijn medaille.

Ook als die medaille een beetje saai is en uit een voetnoot bestaat. 😏

Trump heeft het Amerikaanse wantrouwen tegenover het Strafhof dus niet uitgevonden. Dat wantrouwen bestond al voordat Donald Trump voor het eerst zijn intrek nam in het Witte Huis. Onder Obama werd de Amerikaanse houding weer wat minder confronterend en onder Trump kwam de harde lijn vervolgens opnieuw nadrukkelijk terug.

Dat vind ik persoonlijk wel een belangrijk verschil.

Want Trump wordt nogal gemakkelijk neergezet als de man die alles heeft bedacht wat er tegenwoordig in Washington gebeurt, terwijl je soms beter naar de voorgeschiedenis kunt kijken. Dan zie je dat hij regelmatig bestaande politieke richtingen, oude beslissingen of sentimenten oppakt die al veel langer bestaan en ze vervolgens op zijn geheel eigen manier, met de volumeknop behoorlijk ver naar rechts gedraaid, opnieuw op tafel legt.

Dat maakt hem niet automatisch tot de bedenker ervan.

Hij is misschien eerder de man die in een oude voorraadkast een doos met politieke ideeën vindt, het deksel eraf trekt en roept: hé, deze kan ik gebruiken.

Dat is mijn eigen vergelijking, voor alle duidelijkheid. Daar hoeft niemand voor naar een bron te zoeken. 😉

Maar terug naar Nürnberg.

Daar zie ik een Amerika dat nadrukkelijk meewerkt aan het berechten van mensen die worden verdacht van de zwaarste misdaden en vervolgens kijk ik naar het huidige Amerika, dat het Internationaal Strafhof niet erkent en nu zelfs maatregelen neemt tegen mensen die daar hun werk doen.

Nogmaals, ik ben geen jurist en ik ga dus niet doen alsof ik kan bepalen wie juridisch gelijk heeft.

De Amerikaanse redenering is dat de Verenigde Staten geen partij zijn bij het Statuut van Rome en de rechtsmacht van het Hof over Amerikaanse burgers niet erkennen. Dat is een feitelijk standpunt dat je gewoon kunt nalezen in de Amerikaanse bronnen die ik onderaan vermeld.

Maar daarnaast bestaat er natuurlijk ook zoiets als je eigen gezonde verstand.

En dan vraag ik mij af: hoe bijzonder is het eigenlijk dat een land dat zo'n belangrijke rol heeft gespeeld bij Nürnberg, zoveel moeite heeft met een internationaal gerechtshof dat juist probeert voort te bouwen op het gedachtegoed dat daar mede vorm kreeg?

Misschien gaat het om nationale soevereiniteit, bescherming van Amerikaanse militairen, geopolitieke belangen, economische belangen of een combinatie van al die dingen.

Ik weet het niet, en ik ga het ook niet verkopen alsof ik het wel weet. Dat zou een beetje hetzelfde zijn als met de medaille van een ander rondlopen en vervolgens doen alsof je hem zelf hebt gewonnen.

En daar heeft Deze ex-wijkagent wat mij betreft geen behoefte aan.

Ik kijk, ik lees, ik zoek wat dingen na en vervolgens schrijf ik op wat ik ervan vind. Meer pretentie moet je er ook niet van maken.

Maar één ding blijft bij mij toch hangen.

Als je het internationale recht belangrijk vindt wanneer het om een ander gaat, maar grote vraagtekens zet zodra een internationale rechter dichter bij jezelf of je bondgenoten komt, dan ontstaat toch de ongemakkelijke vraag of het recht werkelijk het uitgangspunt is of dat eigenbelang uiteindelijk de doorslag geeft.

Dat geldt overigens niet alleen voor Amerika.

Dat geldt voor iedere regering, iedere organisatie en uiteindelijk ook voor ieder mens die macht bezit.

Het is namelijk nogal gemakkelijk om voor een onafhankelijke scheidsrechter te zijn zolang hij de overtreding van de tegenstander bestraft. Zodra hij naar jezelf wijst, blijkt hij ineens partijdig, onbevoegd en waarschijnlijk ook nog eens een slechte scheidsrechter.

Daarom blijft Nürnberg bij mij hangen.

Niet omdat ik na één film ineens deskundig ben geworden op het gebied van internationaal recht, maar juist omdat die film mij opnieuw laat nadenken over een eenvoudige vraag die volgens mij helemaal niet zo ingewikkeld is:

Wie controleert de macht wanneer de macht zelf bepaalt wie haar mag controleren?

Van Nürnberg naar Den Haag lijkt een mooie rechte lijn.

Maar als je de geschiedenis van de afgelopen ruim twintig jaar erbij pakt, met Bush, Obama, Trump, Biden en opnieuw Trump, blijkt die lijn toch behoorlijk wat bochten te bevatten.

En misschien moeten we daarom ook voorzichtig zijn met de gedachte dat alles wat tegenwoordig gebeurt uitsluitend door één man wordt veroorzaakt.

Trump is vaak geen bedenker van een nieuwe politieke richting, maar eerder een uitvergroting van bestaande keuzes en sentimenten die hem op enig moment handig lijken, vind ik!

Alleen doet hij dat op een manier waarop zelfs een oude politieke gedachte na een paar minuten al klinkt alsof zij gisteren in de Trump Tower is uitgevonden.

En dat is misschien wel zijn bijzondere talent.

Niet noodzakelijk iets nieuws bedenken, maar iets ouds met zoveel kabaal opnieuw op tafel leggen dat iedereen vergeet dat het er al lag.

Ik heb alleen een film gezien, een nieuwsbericht gelezen en daarna gedacht: verrek, hoe zit dit eigenlijk?

Daarna ben ik wat verder gaan zoeken om te kijken of mijn eerste gedachte eigenlijk wel klopte.

De NOS heeft mij het actuele nieuws geleverd, de Amerikaanse overheidsbronnen en het Congressional Research Service hebben mij geholpen om de voorgeschiedenis te begrijpen en wat ik daar vervolgens van vind, is mijn eigen verantwoordelijkheid.

Zo hoort het volgens mij ook. Geen veren van een ander op mijn hoed. Geen medailles die ik zelf niet heb gewonnen. Iedereen zijn medaille. En ik houd de mijne lekker klein.

Enfin, een film, een kop koffie, een beetje nieuwsgierigheid en een blog.

Meer heb ik eigenlijk niet nodig.

Want de geschiedenis herhaalt zich misschien niet.

Ze trekt gewoon een andere stropdas aan. En soms is het een hele grote Amerikaanse stropdas.


Bronnen

NOS, VS legt sancties op aan president Internationaal Strafhof, 18 augustus 2026.

Lees het oorspronkelijke NOS-artikel

U.S. Department of Justice, informatie over het Amerikaanse standpunt ten aanzien van de rechtsmacht van het Internationaal Strafhof en de Amerikaanse positie sinds de oprichting van het Hof.

Congressional Research Service, overzicht van de Amerikaanse betrekkingen met het Internationaal Strafhof, waaronder de ontwikkelingen onder Clinton, Bush, Obama, Trump en Biden.

⌛️Slecht nieuws gesprek, een leeggedronken kop koffie ...

Tijdens mijn politiepraktijk heb ik al heel vaak een slecht-nieuwsgesprek gevoerd. Een slecht-nieuwsgesprek is het synoniem dat de politie eraan heeft gegeven. De naam is en blijft een vreemde, bijna surrealistische expressie. Eigenlijk zou de term dodelijke nieuwsoverbrenging moeten heten. Toch wordt in mijn kringen de term slecht-nieuwsgesprek, op eufemistische wijze, gebruikt. Dan weet iedere politieman precies wat ermee wordt bedoeld.

Het is de hartverscheurende taak om bij een gezin, partner of familie het levenslicht van een dierbare plotseling, maar onomstotelijk, uit te blazen.

De politie wordt consequent geconfronteerd met het overbrengen van een dodelijke onheilstijding. Een onomkeerbare knock-out voor gezin, familie, nabestaanden en andere dierbaren. Uiteindelijk zal de media in een krantenbericht misschien bekendmaken dat een dierbare niet meer onder ons is. Maar voordat het nieuws de krant haalt, staat de politie vaak al aan de voordeur.

Op een gegeven moment, tijdens een van mijn ochtenddiensten, ben ik op pad in het district wanneer ik een telefoontje krijg van de meldkamer. Er is een man overleden bij een verkeersongeluk. Met daarbij de vervolgopdracht om het overlijdensbericht bij de familie aan te gaan zeggen.

Gelukkig heb ik die dienst samen met onze heuse Florence Nightingale-collega Jolanda. Juist ja, die kanjer.

We zijn zeer zichtbaar in politie-uniform gekleed en rijden met een opvallend dienstvoertuig onderweg, zoals wij dat officieel noemen. Ergens op een weg, ver uit de buurt, heeft een aanrijding plaatsgevonden buiten onze regio. Daarbij heeft een harde werker, echtgenoot en familievader tegelijk, zijn leven verloren.

Dan is het hartstikke belangrijk om, gewapend met de juiste identiteitsgegevens, zo snel mogelijk bij het gezin van de overledene te komen om hen het noodlottige en onomkeerbare verlies in mokerslagwoorden mee te delen. Dit om te voorkomen dat de zogenaamde indianenverhalen ons inhalen en ons vóór zijn op weg naar het achterblijvende gezin.

Ik kon de gevoelsmatige impact van het aanzeggen van dit bericht al van tevoren aanvoelen. Helaas was er geen andere collega beschikbaar die met een onopvallende auto en in burgerkleding deze zware taak kon uitvoeren. Dus aan ons deze opdracht.
We stappen uit bij het huisadres van de overledene. Met lood in onze schoenen en slechts gewapend met een kladbriefje waarop zijn identiteitsgegevens staan, bel ik aan. Aan onze gezichten is waarschijnlijk al duidelijk af te lezen waarvoor wij komen.

Dan breng ik mezelf het dagelijkse moment van iedereen in herinnering. Het moment waarop een echtgenoot of partner ’s morgens van huis vertrekt, per fiets of auto, om naar het werk te gaan. Hopelijk met alle liefde die tussen partners mogelijk is, maar vooral zonder ruzie of andere emotionele beroeringen.

Veel mensen schrikken nog steeds wanneer ik in mijn hoedanigheid van politieman bij hen aanbel. Meestal brengen we nieuws in het kader van strafbaarheid, verhoor of onderzoek. Zelden is ons nieuws een ongewilde, dodelijke noodzakelijkheid.
Dit is ook voor de politie een van de zwaarste opdrachten, geloof me. Ik begrijp nog steeds de schrik die mijn uniform bij mensen kan oproepen wanneer ik bij hen aanbel. Gelukkig kan ik die schrik meestal snel pareren.

In dit relaas gaat op de bovenverdieping een klein raampje open. We zien het hoofd van de vrouwelijke bewoonster door de kleine slaapkamerraamopening verschijnen.

Voordat we iets kunnen zeggen, zegt zij al:
“Oh nee hè, het is toch niet waar!”
Ze ijlt naar beneden en opent de voordeur, moedeloos als een mens die zich op dat moment al verslagen weet. We lopen haar achterna naar binnen, de woonkamer in.

Dan komt de zakelijke vraag.
“Is uw man die en die?”
In een soort trance antwoordt de vrouw met ja.

Mijn woorden raken haar nauwelijks meer en vallen langs haar heen in het niets. De emoties houden mijn woorden tegen als een dikke stenen buitenmuur.
Ik vertel haar wat de meldkamer mij heeft verteld.
Haar wereld zinkt onder haar voeten vandaan.

Daar staan we dan, samen met haar in de woonkamer van haar en haar man, die tot een paar uur eerder nog gewoon hun woonkamer was.

Slechts met woorden heb ik haar levensgeluk totaal uitgeschakeld.
Deze echtgenote is bovendien alleen thuis. Empathisch en welgemeend vragen we haar of we iemand kunnen bellen om haar verder bij te staan. Dat is volgens haar niet nodig. De emoties laten haar echter niet meer los.

Ik informeer de huisarts. Hij begrijpt de noodzaak en zal naar deze vrouw toegaan. Ook benaderen we een familielid dat onmiddellijk naar haar toe komt om haar bij te staan.

Dan gebeurt er iets kleins.

En juist dat kleine moment is mij bijgebleven.

Op de salontafel in de woonkamer staat een lege mok.
Mijn collega Jolanda wil haar een beetje helpen en reikt naar de mok om iets te drinken voor haar te halen.

Dan gebeurt er een vreemde, stille gewaarwording.
Als Jolanda naar de mok reikt, maakt de vrouw een non-verbale, afwerende armbeweging. Ze wil kennelijk de laatste strohalm van de aanwezigheid van haar echtgenoot niet door anderen laten verstoren.
Ze pakt de mok zelf vast.

Alsof ze haar man daarmee bij de hand kan pakken.

Jolanda begrijpt het gebaar onmiddellijk en laat de vrouw de mok zelf vasthouden.
Ik weet niet meer of haar man zijn koffie zwart dronk of met een vleugje melk en misschien wat suiker. Een lepeltje waarmee al die ingrediënten gemengd konden worden, ligt er in ieder geval nog stilletjes naast.
Dat lepeltje weet nog van niets.

Als de familie hulp arriveert, gaan wij weer op weg naar nieuwe politieopdrachten. Ik weet nog dat wij een uur of wat later door de meldkamer opnieuw worden aangestuurd voor andere, veel kleinere zaken.

Erger dan dit hebben Jolanda en ik die werkdag niet meer in gedachten.

Dat is en blijft toch vreemd in de politiewereld.
Misschien is dat ook wel goed zo.

Je kunt niet iedere dag het verdriet van een ander mens met je meedragen.
Ik denk wel dat we die ochtend goed werk hebben verricht bij deze arme vrouw.
We lopen weg van de woning naar onze politieauto. De voordeur wordt achter ons gesloten.

Het verdriet blijft als een onzichtbare geest stil achter in de woning.
Hopelijk vermengd met alles wat daar vóór deze ochtend ook was: maatschappelijk leven, gezinsgeluk, liefde, ruzies, koffie, gewone gesprekken en de dagelijkse vanzelfsprekendheid van het samen zijn.

Een gewone woonkamer, met een lege koffiemok op tafel.
Misschien is dat uiteindelijk wel het meest confronterende van dit hele verhaal.
Het leven kan in één klap veranderen, terwijl de spullen in huis gewoon blijven staan waar ze stonden.

Het zou zomaar kunnen dat van ieder mens zijn of haar levenslijn vooraf is vastgesteld, met een begin- en einddatum. Buiten alle religie en genetica om.

Wij weten alleen nooit wanneer de einddatum op de kalender staat.