Inleiding
Onlangs keek ik op televisie naar een politiethriller. Het verhaal en de intriges beginnen heel klein, maar lopen uiteindelijk uit op een woeste vulkaan onder de dop van een explosieve eruptie, met de trillende duim nog net op de kratermond. Gesoigneerd gebracht met blitse live snapshots.
In het kort: in een woning ligt een vuurwapen verstopt in verjaardagsverpakking. De moeder, een oude bekende van een politieman, komt dit voorval melden op het bureau. Haar dochter is volledig ontspoord en de weg geheel bijster geraakt. Het huiselijke leven heeft zij ingeruild voor loverboypraktijken, drugs en een valse verliefdheid.
Het vuurwapen moet gevonden worden, want de vrees dat het illegaal gebruikt zal worden is sterk aanwezig. De politieman wordt overruled in zijn voorstel voor een sobere aanpak in eerste aanleg. Er wordt een volledig SWAT-team ingezet in een niveauverhogende, spannende casus. De muziek scherpt de emoties en de angst melodieus aan tot grote tenen krommende hoogten.
Maar ja, shit happens. Ook bij de politie.
Bij het binnenstormen van de woning gaan een aantal zaken mis. Dat had niemand van tevoren kunnen weten of inschatten. Snel geschoten beeldfragmenten uit de losse pols, de vastgelegde menselijke maat, angst en haantjesgedrag pareren een situatie die slecht uitpakt voor de geharnaste politie en de gebeurtenissen buiten proporties vergroot.
Om de aflevering op te pimpen worden nog enkele ingrediënten op de set rondgestrooid waar iedereen van smult en waardoor de kijker wordt meegezogen in een draaikolk van emoties en spanning. Het vuurwapen wordt na zoeking gevonden. De vader des huizes, tevens invalide vanwege een beenblessure, beweegt zich voort met een loopstok. In het donker van het portaal vermoedt iemand van het SWAT-team een slagwapen of een geweer. De vader wordt getaserd en raakt zwaar gewond. Comateus wordt hij afgevoerd. De politieman krijgt vervolgens van de meldster het verwijt dat er onnodig en bruut geweld is gebruikt.
Uiteindelijk komt alles toch nog goed. Het blijft tenslotte televisie. Een aflevering van Bad Boys of DCI Banks.
Veiligheid staat voorop, met inbegrip van het vooraf toetsen van de onmogelijkheden, veilig en snel werken en meester van de situatie blijven.
Mijn geleide herinnering
Deze televisiedetective brengt mij terug naar mijn eigen werk en een voorval dat al lang geleden heeft plaatsgevonden.
Ik heb dienst met een collega. Al enkele weken komen er meldingen binnen over een bepaalde locatie. Drugs zouden er in het spel zijn en uiteindelijk ook vuurwapens in een woning. Deze informatie wordt anoniem aangedragen op een wijze die onmiddellijke politieactie noodzakelijk maakt.
De potentiële verdachte is ambtshalve bekend bij de politie met een zogenaamde waslijst aan antecedenten waar je u tegen zegt. Opmerkelijk genoeg is het rondom zijn persoon juist rustig op het moment dat de anonieme vuurwapeninformatie binnenkomt. Het straatbeeld oogt kalm. Er zijn geen opvallende bewegingen of gedragingen waarneembaar.
De woning staat in een politieaandachtsgebied waar in het verleden geregeld meldingen van criminele feiten zijn gedaan door buurtbewoners.
Wij controleren de politieregisters en de beschikbare informatie. Gewapend met een machtiging tot binnentreden bellen wij in alle vroegte aan bij het betreffende adres.
Er is nog niemand op straat in deze afbraakwijk. Vele woningen in de omgeving zijn al verdwenen. Andere wachten op asbestsanering en de slopershamer. De buurt oogt desolaat en verlaten.
Voor mij voelt het tegelijkertijd als thuiskomen. Ik ben namelijk in deze straat geboren.
Als kind liep ik hier rond. Speelde ik tussen de woningen die er nu niet meer staan. Zag ik buren die elkaar nog kenden en kinderen die zonder afspraak buiten speelden tot het donker werd. Nu rest vooral stilte. Lege kavels, dichtgetimmerde ramen en woningen die hun laatste dagen tellen.
Het voelt vertrouwd en vreemd tegelijk. Alsof ik terugkeer naar een plek die ik ken, maar die onderweg grotendeels verdwenen is.
We hebben geen back-up aangevraagd, wel collegiale bijstand op afstand voor het geval dat. Want je weet nooit wat je kunt verwachten. Bovendien zijn bewoners in deze wijk meestal nog thuis en in diepe rust op dit vroege uur. Dat werkt in ons voordeel.
Na aanbellen komt de verdachte niets vermoedend aan de deur.
Wij stellen hem in kennis van het doel van ons bezoek. De machtiging hoeven we niet te gebruiken. Krachtens de wet vorderen wij de uitlevering van vuurwapens en munitie. De verdachte verleent medewerking en laat ons binnen.
Wanneer wij in de gang staan, komt onverwachts zijn huisgenoot uit de keuken aanlopen.
Een grote, buitengewoon gespierde pitbull.
De hond kijkt ons aan alsof hij al van jongs af aan gewend is aan politiebezoek. Met zijn enorme tong likt hij langs een bek die moeiteloos een forse hap zou kunnen nemen uit een politieman in vol ornaat.
Wij zijn even afgeleid door vriend pitbull.
De verdachte loopt ondertussen de woonkamer in om het vuurwapen te halen.
De hond volgt hem.
In het kozijn naar de woonkamer bevindt zich een kinderhekwerk dat achter de pitbull dichtvalt. Ik zou er eenvoudig overheen kunnen stappen, maar direct achter het hek staat de hond op zijn eigen terrein. Zijn houding verandert abrupt. Van vriendelijke huishond transformeert hij in een waakzame vechtmachine.
Verder gaan is geen optie.
Iedereen weet dat pitbullbeten niet bepaald tot de aangename ervaringen van het leven behoren.
De verdachte loopt naar een kast in de woonkamer. Wanneer hij een graai doet richting de vermoedelijke bergplaats van het vuurwapen roepen wij hem toe voorzichtig te zijn en geen onverwachte bewegingen te maken.
Hij begrijpt de ernst van de situatie en handelt conform onze aanwijzingen.
De pitbull interesseert het allemaal geen snars. Kennelijk heeft hij wel zin in een robbertje vechten met de smerissen.
Ik zie opeens dat hij prachtige witte tanden bezit, als een haai. Een hele rij dik.
Gelukkig bevindt zich nog altijd een hekwerk tussen hem en ons.
Mijn hand rust uit voorzorg op mijn pistool. Even later komt de verdachte rustig teruggelopen en overhandigt ons het voorwerp.
Het blijkt geen echt vuurwapen te zijn, maar wel een voorwerp dat uitstekend geschikt is om iemand te bedreigen of af te dreigen.
De pitbull blijft rustig. Waarschijnlijk omdat zijn baas in de buurt blijft.
De verdachte wordt geboeid en gereedgemaakt voor transport naar het bureau. Via een bekende of familielid wordt opvang voor de hond geregeld.
Daarna vervoeren wij de verdachte naar het bureau waar de recherche verder met hem aan de slag gaat over diverse feiten en het voorhanden hebben van een dreigend vuurwapen.
Terugkijkend had er van alles kunnen gebeuren.
Niet alleen vanwege het vermeende vuurwapen, maar juist vanwege de aanwezigheid van die hond.
Het gebeurde niet. Wij liepen ongehavend weer naar buiten en vervolgden onze dienst. Maar het had evengoed heel anders kunnen aflopen.
De televisiemakers zouden van deze ochtend waarschijnlijk een complete aflevering hebben gemaakt. Met dreigende muziek, snelle camerabeelden, een schreeuwende regisseur en een pitbull die op het laatste moment door de lucht vliegt.
De werkelijkheid was minder spectaculair.
Maar niet minder gevaarlijk.
Het verschil tussen een rustige aanhouding en een ernstig incident bedroeg die ochtend slechts enkele seconden, enkele meters en een paar verkeerde beslissingen.
Toen wij wegredden bleef de straat achter zoals wij haar aantroffen. Stil. Wachtend op haar onafwendbare einde. De straat waar ik ooit geboren werd en mijn eerste herinneringen verzamelde, zou binnenkort grotendeels verdwenen zijn.
Sommige zaken verdwijnen.
Huizen. Straten. Wijken.
Herinneringen niet.
Deze week had ik weer tweedaagse IBT in Kerkrade.
Maak een plan met escapes. Maak een plan A, een plan B en een noodplan. Ken de situatie. Vraag door. Zorg dat alles helder is voordat je optreedt. Regel back-up indien nodig. Treed contextgedreven op. Sluit verrassingen zoveel mogelijk uit en ga daarna pas resoluut en voortvarend aan de slag.
Eigen veiligheid en veilig werken staan voorop.
Vuurwapen zien is eigen vuurwapen trekken.
Ik hoor die grote beer van een IBT-docent met zijn rossige baard het nog steeds zeggen.
En weet je wat?
Hij heeft honderd procent gelijk.


