Translate

zondag 29 maart 2026

De politie als wachtkamer: Hoe de GGZ een Man in Nood liet vallen

Mooi dat de GGZ op een gegeven moment voorbeelden vraagt aan de politie om samen te kunnen brainstormen wat er beter zou kunnen gaan in de samenwerking, de tijdsduur etc. Als wijkagent draai ik dan volledig de Noodhulp en doe tussen de soep en de aardappelen mijn wijkwerk, als achter geschoven kindje. Terwijl ik volledig ermee belast blijf 24/7/365. Vaak word ik door ziekte van collega's thuis gebeld of ik interesse heb om alweer een vroege dienst te draaien. IK zeg zelden nee, dus weten ze mij altijd te vinden omdat mijn diensttelefoon nooit out of order is.


Mbt GGZ dan; Ik word door een collega benaderd en gevraagd om mee te brainstormen en of ik voorbeelden heb. Ik heb heel veel voorbeelden. Helaas nooit positief voor de samenwerking met de GGZ. Het schijnt dat de GGZ muurvast zit in protocollen uit de tijd van de Dode Zeerollen tussen de 4e eeuw voor Christus en de 2e eeuw na. Spreekwoordelijk kan ik er een boek over schrijven zoveel misstanden en niet begrepen werkwijzen voor de verwarde personen in spe. GGZ is niet altijd blij met mij als ik weer eens iemand kom afleveren en doorvraag en de krapte in het openbare domein als ik weer eens uren moet wachten op aanpak en beslissing. Soms levert dit klachten op met scheve gezichten. Ik ben dan mijn frustratie kwijt maar in de GGZ protocollen verander ik nagenoeg niets. Maar ik kan de klachten altijd goed uitleggen aan mijn chefs en krijg nooit een reprimande.


Verwarde personen en voetbalsupporters beiden nagenoeg identiek in het heetste v an de battle en steeds weer een flinke opgave voor politie en de burgerij heeft er niets aan, behalve dan dat zij minder politionele aandacht krijgen toegeschoven dan eigenlijk zou moeten.


EN mede daardoor ontstaat regelmatig een zelfredzaamheid die de politie nog meer werk oplevert in strafrechtelijk verkeer bij botsingen en ongewilde slagkracht achter de voordeur tot in het publieke domein. Alsof ze het ruiken dat de politie steeds vaker overbelast is en nee moet verkopen ...



De GGZ gaf niet thuis, dus gaven wij hem handboeien (Ruw en confronterend)

2.500 wanhopige telefoontjes: Hoe een man in crisis tussen wal en schip viel(Nadruk op het drama)

Hulpverlening op kantooruren: Als de politie de psychiatrische zorg moet overnemen (Maatschappijkritisch)


Het is een frustrerend patroon: de politie wordt gestuurd naar een adres waar iemand 'door het lint' gaat. Ter plaatse tref je geen crimineel, maar een mens in diepe psychische nood. Wat volgt is een dagenlange strijd tegen de bureaucratie van de hulpverlening, met een burger als slachtoffer.

Dinsdag 12 februari: De 'dierlijke schreeuw'
Het begint met een melding van geluidsoverlast. Eenmaal ter plaatse horen we het zelf: een langgerekte, dierlijke schreeuw die door merg en been gaat. Dit is geen ruzie; dit is pure angst.
Patrick doet de deur open. Hij is wild, kletsnat van het zweet en praat wartaal over legerhelikopters. Hij ziet het niet meer zitten. De diagnose voor ons is simpel: deze man verkeert in psychische nood en heeft nú hulp nodig.


De reactie van de GGZ?


De crisisdienst weigert te komen. Na bijna twee uur wachten belt een psychiater. Hij spreekt Patrick nog geen vijf minuten aan de telefoon en trekt de verbijsterende conclusie: "Patrick heeft geen duidelijke hulpvraag. Als hij die wel heeft, moet hij zich maar tijdens kantooruren melden."
Wij blijven achter met een man die dreigt zichzelf in brand te steken. Onze mogelijkheden zijn uitgeput. Met pijn in ons hart laten we Patrick achter in zijn misère.

Zaterdag 16 februari: 2.500 wanhopige pogingen
Vier dagen later staan we er weer. De situatie is alleen maar verslechterd. Patrick heeft in zijn wanhoop meer dan 2.500 keer gemaild en gebeld naar de hulpverlening. De reactie van diezelfde hulpverlening? Een aanzegging voor stalking.


Het is de omgekeerde wereld. De man schreeuwt om hulp, en de instantie die hem moet helpen, dient een klacht in. Patrick springt bijna uit zijn vel van onrecht. De politie is in dit specialistische geval geen partij, maar de GGZ geeft niet thuis.

Zondag 17 februari: De onvermijdelijke klap
Op zondag escaleert het definitief. De crisisdienst is er eindelijk, maar hun aanwezigheid is van korte duur. Wanneer Patrick uit wanhoop met koffie gooit, blaast de voorwacht van de GGZ direct de aftocht.
Pas als de psychiater ter plaatse komt en Patrick opnieuw een verbale eruptie krijgt – schuddend van emotie en badend in het zweet – valt het besluit: een gedwongen opname (IBS).

De pijnlijke conclusie
Dagenlang hebben wij en de buurtbewoners – die feitelijk als onbetaalde hulpverleners fungeerden – geprobeerd de situatie veilig te houden. Patrick wilde niet vechten; hij wilde gehoord worden. Uiteindelijk hebben wij hem geboeid naar de gesloten afdeling gebracht.


Het had de ambulancedienst moeten zijn, maar het werd de politie. Het had preventie moeten zijn, maar het werd een gedwongen opname. Dit is wat er gebeurt als de zorg de deur dichtdoet: de politie wordt de laatste strohalm, maar we staan met lege handen.

Dit incident uit 2013 staat helaas niet op zichzelf. Nog te vaak wordt de politie ingezet als 'vliegende keep' voor situaties waar eigenlijk een witte jas aan te pas moet komen.


PS: Patrick is verbaal en lichamelijk heel gespannen en komt agressief over maar hij heeft nooit geweld gebruikt tegenover ons als politie. Hij geeft alleen maar overlast.




Epiloog:
Het geschetste scenario illustreert een aanhoudende problematiek waarbij de politie fungeert als 'vliegende keep' voor de GGZ, wat leidt tot een onhoudbare inzet van agenten en een gebrek aan passende zorg voor kwetsbare personen in psychische nood. De praktijk toont aan dat strikte protocollen en trage reacties van de crisiszorg de veiligheid in de wijk onder druk zetten en agenten dwingen tot ingrijpen in situaties die een zorgbehoefte vereisen.

De zwarte despoot: Een vier meter hoog Lenteballet

De Zwarte Despoot: Een Vier Meter Hoog Lenteballet

Vandaag heeft de storm de volledige regie opgeëist. De zwarte lakbamboe, normaal een rij statige wachters, is veranderd in een ensemble van vloeibare schaduwen. Wat ben ik blij dat ik hem afgelopen najaar heb verplant en hem precies hier, vol ‘in the picture’, zijn nieuwe ereplek heb gegeven. Het was de perfecte timing; na een winter van wortelen torent hij nu ruim vier meter hoog uit, als slanke masten op een woelige zee.

Het is een uiterlijk spektakel van jewelste. Hoewel hij slechts een klein beetje houvast vindt in zijn kluit in de grond, toont de bamboe zich onuitputtelijk in zijn energie. De bamboe is weliswaar een welwillende despoot; hij is volledig aangepast aan zijn mede tuinbewoners. Hij vult de tuin prachtig aan, maar neemt deze nooit over met massieve groei. Zijn expansie is beheerst en rustig, slechts meegroeiend in de pas met de menselijke inflatie.

Ondanks de felle lentebuien en de gure wind, overtreft hij de storm met pure souplesse. De enorme zwarte halmen beschrijven gigantische windingen in de lucht, levendig bewegend, zwiepend en zwierend van links naar rechts. De eeuwig groene, spitse en geraffineerde bladeren ritselen als fijn zilver in de vlagen. Zelfs de voorjaarsvogels laten zich niet afschrikken. De mezen en mussen zijn er maar wat blij mee; ze klemmen hun pootjes om de lange, ranke stengels en krijgen een gratis achtbaan, een vliegende start van het seizoen. Het biedt onmisbaar veel kijkplezier, op elk moment van de dag.

Het is een hypnotiserend schouwspel dat laat zien hoe je de storm overleeft: door mee te bewegen zonder te breken. Terwijl de halmen zwiepen en de wind jaagt, verdwijnt achter het glas — in de luwte en de stilte — met dit machtige zicht de gure kilte. Een prachtig gezicht, midden in ons uitzicht.









































zaterdag 28 maart 2026

De grens van de pijn

De zon brandt genadeloos op het asfalt van de randweg. Het is zo’n typische vrijdagmiddag waarop de stad zindert van weekendplannen; de geur van barbecues hangt in de lucht en gedachten dwalen af naar zwembaden of lome uren in de tuin. Terwijl het vakantieverkeer ongeduldig en luidruchtig voortraast, valt hier op de kruising de wereld in één klap aan scherven.

Midden in die zomerse hectiek ligt zij. Een klein, fragiel omaatje, volledig klem onder de loodzware wielen van een vrachtwagen. Mijn collega schakelt direct; zonder een woord te wisselen zijn de rollen verdeeld. Hij werpt zich in de verkeersstroom om de chaos te temmen en vraagt met klem om verdere assistentie. Er heerst een ogenblikkelijke gedrevenheid; een zwijgzame afspraak tussen hulpverleners die precies weten wat er moet gebeuren. Wanneer de jankende sirenes van de brandweer en de ambulance door de hitte snijden, stroomt er een ongekende golf van opluchting door me heen. Ik hoef dit niet meer alleen te dragen.

De ambulanceverpleegster reikt me direct na haar komst op de PD (plaats delict) haar speciale kledingschaar aan. In de adrenaline en de geboden snelheid vergeet ik mijn handschoenen; zelfbescherming is een luxe waar geen ruimte voor is. Hulp verlenen staat voorop. Maar zodra we samen onder de vrachtwagen kijken, slaat de actiebereidheid om in een stille loodzware machteloosheid.

Het is een onwerkelijk beeld. Er is nauwelijks uitwendig letsel te zien; er vloeit geen druppel bloed over het warme asfalt. Maar de stilte aan de buitenkant maskeert de verwoesting binnenin. Het enige teken van leven is haar ademhaling: ze ademt nog, heel lichtjes, daar onder die tonnen wegende machine. Terwijl ik met de schaar haar kleding wegknip, voel ik de verborgen realiteit onder mijn blote handen. Haar botten zijn volledig verbrijzeld. Haar huid voelt aan als een plastic zak, een slap en los omhulsel dat alleen nog bijeengehouden wordt door de enorme druk van de vrachtwagen

Mijn adrenaline staat op 100. Naast me voel ik de verstikkende stress van de verpleegkundige. Haar handen trillen terwijl ze een spuit probeert te zetten in dit 'lege' omhulsel. Maar de medicatie heeft geen enkel effect meer. Er is geen mogelijkheid meer om dit  middel te transporteren. We staan voor een onmogelijk dilemma. De vrachtwagen wegrijden betekent haar onmiddellijke einde: de druk die haar nu nog 'bijeenhoudt', zou wegvallen, waardoor een fatale shock en massale interne bloedingen vrij spel krijgen. De dood zit letterlijk op de loer bij elke centimeter die we de truck verplaatsen.

Te midden van deze innerlijke ravage valt haar gezicht op. Ondanks de enorme tegenspoed heeft ze een wonderbaarlijk rustige gelaatsuitdrukking behouden. Het lijkt alsof ze door de enorme ontsteltenis van het ongeluk in slaap is gewiegd, veilig afgeschermd van de gruwel. Mooi dat zij, ondanks alles, die rust heeft weten te waarborgen.

Met een bijna onmenselijk engelengeduld en pure fysieke voorzichtigheid bevrijden we haar, millimeter voor millimeter, terwijl de rest van de wereld haastig doorraast naar het weekend.

Uren later na de afhandeling zit ik achter mijn bureau. De stilte op het bureau is oorverdovend. De telefoon gaat: de nabestaanden. In dat emotionele festijn komt de vraag die hen verscheurt: "Heeft mama veel pijn gehad?" Ik denk aan de verbrijzelde botten, de shock en de interne verwoesting, maar ik herinner me vooral die serene rust in haar gezicht. Ik kan hun vrees wegnemen. Ze is direct weggegleden naar een plek waar de pijn haar niet meer kon bereiken.

Ze vecht nog, maar komt niet meer bij bewustzijn en overlijdt pas dagen later in het ziekenhuis. Wat een sterk hart en overlevingsdrang heeft zij. Onmisbaar, onmiskenbaar

Nog altijd, als ik langs die drukke kruising fiets in het felle zonlicht, zie ik haar daar. De wereld raast door naar de volgende barbecue, maar voor mij blijft zij daar aanwezig, veilig achter de grens van de pijn die ik voor haar mocht bewaken.

Dit verhaal zit al meer dan 10 jaar in mijn hoofd, tot vandaag ...

groet Han

Tolerantie tot op het bot -ons NL milieu waarin de overheid ons laat verkeren-

Tolerantie tot op het Bot: Wegkijken terwijl de Bodem Vergiftigt

Het schijnt een steeds normalere gang van zaken te worden, geaccepteerd door onwetendheid met daaraan gekoppelde  onverschilligheid,

Het begon met een schuimkraag op de beek die eruitzag als stijfgeklopt eiwit, maar de nasmaak had van een chemische fabriek. PFAS. Het zit in ons bloed, onze pannen en in de hardnekkige illusie dat we de natuur ongestraft als afvoerputje kunnen gebruiken. 

Terwijl we wandelen, knarsen onze zolen over een laag Beaumix—die zogenaamd 'duurzame' korrels die onder de microscoop gewoon een verzameling industrieel afval blijken te zijn. Het is sjoemelsoftware voor de bodem, verkocht als vooruitgang. Ook de bedoeling om dit giftig goedje onde de A2 te droppen. Want wat je niet weet dat deert niet. Ook is dit goedkoper dan humaan behandelen en dat scheelt tig euro's in de kosten ten faveure van schimmige omzetten. Want je kunt nog altijd terecht gewezen worden en betaal je gewoon de opgelegde (straf)rekening bij de zelfde overheid uiteindelijk, die of een oogje dichtkneep of oldboys netwerken voor de omzetten en winsten van alluminated filty few!

De berm is de stille getuige van onze kortzichtigheid. Het zwerfvuil vormt een kleurrijke, deprimerende mozaïek van wegwerpgeluk. 

Tussen de platgetrapte blikjes liggen sigarettenpeuken als giftige confetti; één filtertje verziekt honderden liters water, maar we knippen ze weg met de nonchalance van iemand die denkt dat de wereld zichzelf wel reinigt. Het is diezelfde gelatenheid die de hedendaagse verdraagzaamheid typeert. We noemen het tolerantie, maar het is pure onverschilligheid. We tolereren dat de publieke ruimte verloedert, zolang onze eigen voordeur maar glanst.

Deze onverschilligheid krijgt een gezicht in de schreeuwers in de nacht. Mensen die we eufemistisch 'verward' noemen, dwalend door straten waar ze niet thuishoren omdat de zorg is wegbezuinigd tot een papieren werkelijkheid. Er is een stuitende politieke onwil om dit aan te pakken. Liever bakkeleien over budgetten dan verantwoordelijkheid nemen voor de kwetsbaarsten.

De politie dan, die staat erbij en kijkt ernaar, gevangen in een web van protocollen. Elke melding voelt als dweilen met de kraan open. Agenten worden ingezet als psychiaters op straat, maar hun handen zijn gebonden. 

Ook kent de wet  een bijna heilige status toe aan de rechten van verdachten en de individuele vrijheid, zelfs als die vrijheid destructief is voor de persoon zelf en zijn omgeving. Waar de veiligheid van de burger zou moeten primeren, verzandt de handhaving in een juridisch moeras waarin de privacy van de overlastgever zwaarder weegt dan de rust in de straat.

Het is de ultieme paradox: we beschermen de rechten van de dwalende ziel zo rigoureus, dat we hem het recht op daadwerkelijke hulp ontnemen. 

De oplossing ligt niet in meer papierwerk, maar in een integraal actieplan. We hebben een 'Zorg-Justitie-Schakelaar' nodig: een wettelijk mandaat waarbij politie en GGZ direct kunnen ingrijpen met korte, dwingende zorgtrajecten. Geen schotten meer tussen zorg en veiligheid, maar een gezamenlijke vuist. Wellicht een utopie maar dan nog! 

De politiek is er voor de mensen en hun bestaan en niet andersom, zoals nu blijkbaar de rolverdeling is 

Slot:  We sussen ons geweten met de term 'verdraagzaamheid', maar in werkelijkheid hebben we de ruggengraat van een weekdier gekregen. Terwijl we juridische haren kloven over de rechten van de vervuiler en de vrijheid van de verwarde schreeuwer, laten we de fundamenten van onze samenleving wegrotten. Een land dat zijn bodem laat vergiftigen door Beaumix en zijn straten laat gijzelen door politieke onmacht, verdient geen applaus voor zijn tolerantie, maar een spiegel voor zijn verval.

Het is tijd om te kiezen: blijven we dweilen met de kraan open, of durven we de kraan van deze destructieve onverschilligheid eindelijk dicht te draaien? De volgende regenbui wacht niet op ons poldermodel.



Groet Han, delen wordt gewaardeerd😉






woensdag 25 maart 2026

"Sierlijkheid versus Schroot: Een zinloos einde met een windbuks"

 "Een windbuks is geen speelgoed en andermans erf is geen schietbaan. Naar aanleiding van een recent incident waarbij een sierkip dodelijk werd getroffen, staan we stil bij de wettelijke kaders en de onomkeerbare gevolgen van eigen richting. Want achter elk schot schuilt een morele en juridische verantwoordelijkheid."

Een tijdje terug kreeg ik een melding dat er ergens in een van onze dorpjes een dier was aangeschoten. Gelukkig heeft iemand de moeite genomen dit te melden bij de politie. Een zaak van zinloos dodelijk geweld, blijkt achteraf.

Ter plaatse gearriveerd kunnen wij niet meteen zien of inschatten wat er precies gebeurd is. Er zijn geen andere stille getuigen die kunnen wijzen op een schietpartij op microniveau. De melder, tevens getuige, heeft er geen problemen mee om zich bij ons te vervoegen en mede te delen wat er gebeurd is. In zijn voortuin lopen geregeld kippen los rond; sierkippen met een fantastisch mooi pluimage. Niet van het soort 'plofkip' dat wij in de diepvriezers van de winkels aantreffen. 

Eigenlijk zou deze veronderstelling geen verschil mogen maken: de ene soort wordt gehouden voor het plezier en de andere voor de voedselketen, maar dat is nu eenmaal zo.
De dood aangetroffen kip is nog steeds een sierlijk, elegant wezen van het grijze soort, inclusief een groene enkelband. 

Het diertje is met een windbukskogeltje om zeep geholpen. Eigen richting kiezen om overlastgevende dieren te weren of uit te roeien met een windbuks, dat past niet meer en is verboden in onze moderne tijd. Overal zijn er regels, dus ook voor het gebruik van windbuksen van het 'kermissoort'. Je mag er uiteindelijk alleen mee schieten op je eigen erf, mits het leven waar je op schiet wettelijk niet beschermd is.

Bij oefeningen op kartonnen schietkaartjes hoort een kogelvanger om een ricochet te voorkomen. Is het een buks van een zwaarder kaliber, dan moet je een wapenvergunning hebben. Dus zomaar een windbuks aanschaffen en vlammen op alles wat beweegt, dat kan en mag niet – moreel én wettelijk gezien. 

Het gevaar van windbuksgebruik ligt altijd op de loer. Stel je voor: je krijgt ongewild een kogeltje in een oog. Dan zijn de gevolgen niet te overzien.

In onze casus is hier gelukkig geen sprake van. De gebruikte windbuks – overigens niet van het kermissoort – is in beslag genomen. De strafvordering zal worden geraadpleegd, evenals overleg met justitie om de zaak in de juiste wettelijke kannen en kruiken te gieten. Een boete zal wellicht volgen; je mag namelijk niet zomaar op andermans eigendom schieten.
Het diertje werd niet voor de voedselketen om het leven gebracht, maar slechts voor het plezier of uit hinderlijke gevoelens. 

Ik weet dat op de plekken waar kippen lopen, geen onkruid of ongedierte meer groeit of komt. Eigenlijk een soort gratis natuurlijke stofzuiger of onkruidwieder. Uit deze gelederen loopt er nu eentje minder rond.


Bij het weggaan zie ik aan de overkant een andere sierkip zitten. Eentje van het melancholische en nu zielige, alleenstaande soort, zo lijkt het. Ook hij is een beauty, mooi in het zwart opgetuigd met een forse hanenkam en bruine, tranende ogen – zo stel ik mij voor. 

Zijn blik is hopeloos en verslagen. Ook deze kip is geringd met een mooie groene enkelband.
Ik denk dat deze partner elke dag opnieuw zal rouwen om het nodeloze verlies van zijn maatje. Dat heeft de mens dan weer beslist. Jammer in dit geval.

Bezint eer u begint.

woensdag 17 december 2025

Mijn levensverhaal als diender

 




Wijkagent Han Tummers laat zich niet alleen in zijn wijken zien, hij beschrijft zijn belevenissen als wijkagent ook in zijn blog. Met succes. 


Het verhaal van een schrijvende agent, door Emil Visser


Weer of geen weer, Han Tummers komt op de fiets naar zijn werk. ’s Ochtends vertrekt hij van huis, net over de grens in Duitsland, op zo’n tien kilometer van het politiebureau in Sittard, meestal met wind tegen. „Voordeel is dat ik aan het einde van de dag een cadeautje krijg van de wind”, glimlacht Han Tummers.
Dat is zo gewoon dat zijn collega’s raar opkijken als hij ook eens een keer met de auto naar het bureau komt. „En dan krijg ik commentaar van anderen die altijd met de auto komen. Ja, dat hoort er nou eenmaal bij.”



Tummers is de wijkagent van Grevenbicht, Obbicht en Papenhoven. Hij profileert zich met een blog over het politiewerk. Regelmatig plaatst hij berichten over de mooie momenten, of juist over de ellende, die hij meemaakt tijdens zijn bewogen werkdagen. Recent nog verscheen een verhaal over een lijk dat in het Julianakanaal werd gevonden. Eerder verschenen verhalen over een gewonde kat, een steekpartij en een gevecht met een tbs’er op zijn blog. Soms waagt Tummers zich ook aan gewaagde onderwerpen binnen de politiewereld, zoals de nekklem, de politie-cao en schietende agenten. Dit alles zet de term ‘schrijvende smeris’ in een ander perspectief. Hij strijdt met zijn toetsenbord tegen het beeld dat er van de politie is. Het is een strijd die hij niet kan winnen, zo beseft hij zelf ook. Maar wel een strijd die gevoerd moet worden, vindt hij.


„We moeten laten zien waar wij mee bezig zijn. Dat gebeurt gewoon veel te weinig.We moeten onze successen ook veel beter verkopen dan we nu doen.” Hij wil ‘de agent’ een gezicht geven. „Ik ben autodidact. Ik heb voor het schrijven geen opleiding gevolgd en eigenlijk doe ik maar wat. Toch merk ik dat steeds meer mensen mijn verhalen lezen. Sommige berichten zijn al 18.000 keer bekeken. Dan doe ik wel iets goed, toch?” Reacties krijgt hij ook. Veel vanuit het werkveld, maar ook van daarbuiten. Soms kritisch. „Maar dat is helemaal niet erg. Ik ben niet iemand die zulke reacties dan verwijdert. De meeste reacties zijn wel positief. Ik schrijf de verhalen overigens niet om reacties te krijgen, maar het is wel leuk.”




Tummers loopt al een tijdje mee in de politiewereld. In januari zit hij 39 jaar bij de sterke arm der wet. Hij belandde in het blauw door zijn toenmalige vriendin. „‘Dat lijkt me wel wat voor jou’, zei ze. Ik heb toen gesolliciteerd en kon beginnen bij de politieopleiding. Achttien jaar en een maand was ik toen. Op dat moment besefte ik nog niet wat voor vervelende en vieze dingen ik zou tegenkomen in het vak.” Achteraf gezien spreekt hij echter wel van de juiste keuze. „Ik zou niets anders willen, en ik vraag me tevens af of ik wel iets anders zou kunnen.”


Het advies van vaste lezers van zijn blog om een boek te schrijven slaat hij voorlopig in de wind. Maar de wijkagent let wel op met wat hij noteert. Hij probeert zijn verhalen zo te schrijven dat eventuele betrokkenen in hun waarde worden gelaten. Een logische vorm van zelfcensuur voor een politieman. „Ik wil geen nabestaanden verontrusten. Die mensen hebben het vaak al moeilijk.” Hij relativeert zijn eigen bijdragen wel. „Als ik die verhalen niet schrijf, ligt niemand er wakker van. Er ligt ook geen verplichting om de verhalen te schrijven, dus er is geen enkele vorm van druk.” Het schrijven van politieverhalen ligt in zijn visie wel op het snijvlak van werk en privé. „Het is meer een hobby.”


Soms komt het privéleven van de wijkagent even om het hoekje kijken in zijn verhalen. Zo heeft zijn (enige) dochter Lauren al eens gefigureerd in zijn verhalen. Net als haar vader is ze gaan boksen. Ook heeft ze judo gedaan en is ze nog steeds bezig met kickboksen. Tummers, trots: „Geweldig toch? Ik vind dat kinderen zwemles en judoles moeten volgen. Ik zie als agent van dichtbij wat er allemaal kan gebeuren. Het is belangrijk om jezelf te kunnen verdedigen.” 




Zelf was Tummers ook bokser in zijn jonge jaren. Dat was alleen niet te combineren met de politieopleiding. Ook is hij gediplomeerd judoleraar B. Maar door een schouderblessure moest hij daar tien jaar geleden mee stoppen. Toch, zo geeft hij in een aantal voorbeelden aan, komen die vechtsportvaardigheden nogal van pas tijdens het politiewerk. Mentaal en fysiek. Een arrestatie van een beer van een kerel die zich verrast zag door een heupzwaai van de wijkagent bijvoorbeeld. Die actie was tevens onderdeel van één van zijn verhalen.


Maar niet alle verhalen die Tummers schrijft halen uiteindelijk de eindstreep. Soms blijft een verhaal op de plank liggen omdat het nog niet aan de smaak van de schrijver voldoet. Andere keren beoordeelt Tummers het verhaal als te confronterend voor de nabestaanden. „Die verhalen maak ik dan voor mijzelf.” Thuis wordt zijn vrouw niet overspoeld met wilde verhalen over het politiewerk. „Natuurlijk vertel ik over mijn werk. Maar het is niet dat ik helemaal leegloop. Er is tijd voor, en ik weet dat ik bij haar terecht kan. Dat is goed zo.”Want zijn ei kan de wijkagent vooral kwijt op de fiets. 


„’s Morgens denk ik na over wat gaat gebeuren de komende dag. Vandaag bedacht ik me welke vragen gesteld zouden kunnen worden tijdens het interview. En ook dat het misschien eens tijd wordt om te praten met onze collega’s in Tudderen, vlak over de grens, in het kader van samenwerking. Op de terugweg neemt Tummers met zichzelf de dag door. Zijn verhalen bedenkt hij eveneens op de fiets. Met de wind mee.„Dan komen de herinneringen terug en de letters bovendrijven.”


bron; De Limburger. 
Foto's; Annemiek Mommers




En dan is het tijd voor koffie! Emil, nogmaals bedankt


maandag 3 november 2025

Verkiezingen 🤔 De stemmen worden spreekwoordelijk het zwijgen opgelegd

Klinkt logisch. Uitsluitingen vooraf lijken op een verheven doel. De pot verwijt de ketel ... Uiteindelijk wordt het een gaarketel met een niet zo beste smaak


Column van Marianne Zwagerman 

Zwagerman: Media gummen twee miljoen PVV-stemmers uit de geschiedenis - en niemand mag er iets van zeggen

Wat Marianne Zwagerman deze week in haar column schrijft, is niets minder dan een aanklacht tegen het hele systeem. “De ambtenaren hadden al gewonnen, zonder ooit aan een verkiezing mee te doen,” stelt ze. En inderdaad: wie de uitslag van de verkiezingen van 2025 ziet, merkt dat de democratie formeel nog bestaat - maar inhoudelijk volledig is uitgehold.


De PVV en D66 eindigen op een gedeelde eerste plaats, maar wie de kranten openslaat, krijgt een totaal ander beeld. Op de voorpagina’s prijkt enkel de juichende Rob Jetten. Alsof Geert Wilders nooit heeft meegedaan. Alsof bijna twee miljoen Nederlanders niet hebben gestemd.


“Voorpagina’s over de verkiezingsavond waarop de grootste partij ontbreekt,” schrijft Zwagerman. “Weggegumd uit de geschiedenis.” En dat is precies wat er is gebeurd: een bewust proces van uitsluiting, bagatellisering en framing.


GASLIGHTING ALS POLITIEK WAPEN


Wat hier plaatsvindt, is de moderne vorm van gaslighting. Burgers krijgen te horen dat ze wél mogen stemmen, maar dat hun stem er eigenlijk niet toe doet. Ze mogen meedoen, maar niet meetellen.


De media spelen daarin een hoofdrol. Ze presenteren D66 als de ‘morele winnaar’, terwijl de PVV-kiezer wordt genegeerd of verdacht gemaakt. Het kartel heeft geleerd dat openlijke censuur niet meer werkt - dus kiest men voor subtielere middelen: negeren, weglaten, doen alsof iets niet bestaat.


Zwagerman legt die hypocrisie genadeloos bloot. Ze wijst erop dat de democratie al eerder op haar laatste benen liep, toen “de politiek werd gekaapt door activistische ngo’s, met tientallen miljoenen euro’s belastinggeld volgestopt door Sigrid Kaag en Frans Timmermans.” Daarmee raakt ze aan de kern van wat DDS al jaren signaleert: de overname van de publieke macht door ongekozen organisaties, aangestuurd en gefinancierd door dezelfde politieke elite.


DE AMBTENARENREGERING IS NU OFFICIEEL EEN FEIT


De verkiezingsuitslag bevestigt het beeld dat Zwagerman schetst: Nederland wordt niet meer bestuurd door politici, maar door een permanent ambtenarenapparaat dat zijn eigen agenda uitvoert.


Zelfs als een staatssecretaris probeert wetenschappelijk tegenwicht te organiseren - zoals Jean Rummenie deed door een rapport te laten opstellen over de dubieuze stikstofmodellen - wordt hij actief tegengewerkt. “Er is heel veel weerstand, daar moeten we niet naïef in zijn,” zegt Rummenie. “Die heb je niet van vandaag op morgen opgeruimd.”


Dat is de realiteit: bewindslieden worden tegenwoordig gedoogd door hun eigen ministerie, zolang ze zich maar voegen naar de klimaatdogma’s, de EU-lijn en de Kaag-Timmermans-orthodoxie. Zodra iemand daar iets aan probeert te veranderen, belandt zijn rapport “in de papierversnipperaar. Naast de democratie,” zoals Zwagerman het beeldend formuleert.


DE KARTELPERS ALS SCHILD VAN DE MACHT


Wat we nu zien, is dat de ‘vierde macht’ - de pers - niet langer controleert, maar beschermt. Rob Jetten wordt op handen gedragen, terwijl Wilders wordt genegeerd. De PVV-stemmer wordt gereduceerd tot een storende factor in het verhaal dat men wil vertellen.


Dezelfde mechanismen zijn zichtbaar bij de stikstofwaanzin, de klimaatdrammers, en de migratiecrisis. Overal duikt dezelfde dynamiek op: een klein, goed gefinancierd netwerk van ambtenaren, ngo’s en partijvrienden bepaalt wat waar is — en wie mag meedoen aan het debat.


Dat netwerk heeft inmiddels meer macht dan de kiezer zelf. En dat is precies waar Zwagerman voor waarschuwt: de democratie wordt niet met één klap afgeschaft, maar langzaam uitgehold, dossier voor dossier, besluit na besluit.


DE DEMOCRATIE LIGT OP DE SNIJTAFEL


De situatie na deze verkiezingen is de ultieme test. Als de PVV - ondanks haar positie als mogelijke grootste partij - opnieuw buitenspel wordt gezet, heeft Nederland officieel geen democratie meer, maar een façade van representatie.


Zwagerman zegt het niet met zoveel woorden, maar de implicatie is duidelijk: de burger mag nog stemmen, zolang hij maar de juiste keuze maakt. Doet hij dat niet, dan wordt zijn stem uitgewist, verzwegen of verdraaid.


En dat is het moment waarop het land niet langer vrij is.