Translate

zondag 9 augustus 2026

Gestolen in 1984, terug in 2026: wie zegt dat aangifte geen zin heeft?

Aangifte doen heeft altijd nut

Sommige mensen vragen zich af wat het nut eigenlijk nog is van aangifte doen. Je doet aangifte van een gestolen fiets, bromfiets, auto of wat dan ook en vervolgens gebeurt er ogenschijnlijk helemaal niets. Het dossier verdwijnt ergens in de digitale krochten van de politiecomputer en daarmee lijkt de zaak voor de eigenaar afgesloten. 

Zeker wanneer je weet dat in Nederland duizenden aangiften niet of nauwelijks aan rechercheonderzoek toekomen, simpelweg omdat er meer werk ligt dan er rechercheurs beschikbaar zijn.

Toch heeft aangifte doen wel degelijk nut.

Dat bewijst een prachtig Italiaans verhaal waarin de politie maar liefst 41 jaar nodig heeft om haar geheugen te laten werken.

In 1984 wordt in Italië de bromfiets van de toen 17-jarige Antonio Smiglio gestolen. Geen Ferrari, geen Lamborghini en zelfs geen elektrische fatbike, maar een keurige Garelli VIP 50. Voor een zeventienjarige in die tijd echter een bezit van onschatbare waarde. Je spaart ervoor, poetst hem alsof het een gouden kalf is en vervolgens rijdt iemand ermee weg die blijkbaar andere plannen met jouw eigendom heeft.

Antonio doet aangifte en zal ongetwijfeld met de gedachte hebben rondgelopen dat hij zijn bromfiets nooit meer terugziet.

En daar kun je hem ook nauwelijks ongelijk in geven.

Jaar na jaar verstrijkt, terwijl de Garelli waarschijnlijk een heel ander leven leidt dan zijn rechtmatige eigenaar. Nieuwe berijders, andere wegen en waarschijnlijk een paar generaties benzine en olie verder verdwijnt de bromfiets steeds verder uit het geheugen van Antonio. Totdat in 2026 ergens in Italië een agent een bromfiets controleert die zonder kenteken rondrijdt.

En dan komt het moment waarop een oud politiedossier plotseling weer tot leven komt.

Chassisnummer controleren, gegevens erbij en jawel hoor: daar staat hij. Gestolen in 1984.

Eindelijk beet.

Na ruim 41 jaar wordt Antonio opgespoord en krijgt hij zijn bromfiets terug. Inmiddels is de eigenaar 58 jaar oud en de Garelli natuurlijk ook een behoorlijk stukje ouder geworden. Maar na wat reparaties blijkt het ding nog steeds te rijden als vanouds.

Daar kun je als politieman toch alleen maar bewondering voor hebben.

Voor die Garelli bromfiets dan.

Want die heeft het rechercheonderzoek in ieder geval ruimschoots overleefd.

Het verhaal laat tegelijkertijd zien waarom aangifte doen altijd verstandig is, ook wanneer je op dat moment denkt dat je eigendom voorgoed verdwenen is. Een aangifte zorgt ervoor dat het gestolen goed geregistreerd staat en dat er bij een latere controle, een vondst of een ander onderzoek een lijntje naar de rechtmatige eigenaar kan worden gelegd.

Natuurlijk moeten we daar in Nederland ook eerlijk over zijn. Duizenden aangiften worden niet onderzocht omdat de capaciteit ontbreekt, de prioriteiten elders liggen of de opsporingskansen te gering worden geacht. Dat is voor slachtoffers vaak moeilijk uit te leggen en soms nog moeilijker te accepteren. Je bent bestolen en vervolgens krijg je te horen dat er onvoldoende capaciteit is om de dader te zoeken.

Maar juist daarom moet je aangifte doen. Want wie weet.

Misschien wordt jouw gestolen fiets morgen gevonden, misschien duikt jouw auto over vijf jaar ergens op en misschien staat er over 41 jaar ergens een agent met een oud chassisnummer in zijn hand te kijken alsof hij zojuist de hoofdprijs van de rechercheloterij heeft gewonnen.

En dan blijkt dat die ene aangifte die ooit ergens in een computersysteem werd vastgelegd toch ineens goud waard is.

Dus tegen iedereen die zegt: “Aangifte doen heeft toch geen zin, ze doen er toch niets mee”, zou ik willen zeggen: doe het toch maar.

Want deze Italiaan heeft 41 jaar moeten wachten.

Zijn bromfiets heeft het al die tijd volgehouden.

Dan moet die aangifte dat toch ook kunnen.

🔊🎶Een ander geluid🔉🎙🔊Flower Beat Power

Groove Garden: Flower Beat Power

Zaterdag, na mijn ochtenddienst, rij ik op de fiets dwars door Euverhaove, via de Kasteelweg richting Sportcentrumlaan. Op de wegen die naar het evenemententerrein van Groovy Gardens leiden, zie ik hordes jongelui in hun bolides en sommigen te voet dezelfde richting opgaan.

Alsof de rattenvanger van Hamelen zijn lonkende werking heeft ingezet. Dit keer niet met speelse fluittonen, maar met helse elektronische bastunes. Het is feest en dat zal iedereen weten. En vooral: horen.

Op de Schwienswei rij ik achterlangs het evenemententerrein naar huis. Mijn trommelvliezen krijgen het nu al zwaar te verduren door het indringende boem-boem-boem. Bij de waterplas zie ik nog ganzen met hun jongen. Die hebben kennelijk nog nooit zoiets meegemaakt.

De schapen in de wei kunnen geen kant op. Ze kunnen alleen maar ondergaan wat hen wordt voorgeschoteld. Ze blaten vrolijk of misschien wel klaagzangerig mee met het onmenselijke audiobeuken.

De bastonen begeleiden mij nog kilometers ver op mijn weg over de rustige paden in het veld.

De volgende zondagochtend, heel vroeg, kom ik weer aangefietst langs de plek van Groove Garden.

Normaal gesproken hoor ik hier de vogels de dag begroeten. Buizerds doorklieven langzaam de ochtendlucht en ganzen met hun jongen spetteren vrolijk in het water. Nu niet.

Het is er doodstil.

Het water van de plas ligt spiegelglad, zonder rimpeltje of oneffenheid. De schapen liggen nog steeds in hun weiland. Ze kunnen immers niet weglopen. Maar ook zij hebben dit keer niets te melden.

Het is zeventien graden en buitengewoon aangenaam.

Toch lijkt het alsof er geen ander dier, vogel of natuurlijk wezen meer aanwezig is. Alsof de hele natuur het hazenpad heeft gekozen en ergens kilometers verderop zit te wachten tot de rust is teruggekeerd.

Weggevlucht voor een spervuur van oorverdovende basdeunen, dat urenlang onophoudelijk door het landschap heeft gedreund.

Dat houdt kennelijk geen enkel dier uit.

Behalve één rechtoplopende soort dan.

Op parkeerplaatsen en in de bermen langs de weg staan nog enkele bolides van feestgangers. Achteloos achtergelaten, gelukkig niet verkeersgevaarlijk.

Op de parkeerplaatsen hebben velen blijkbaar de afvalbak niet kunnen vinden. Afval ligt her en der verspreid over het terrein.

Een heuse sportbeurt voor de mensen die het maandagochtend mogen oprapen.

Nog steeds is het windstil en doodstil. Sittard ligt nog in een diepe zondagochtendslaap.

Bij de rotonde aan de Sportcentrumlaan zie ik in de berm een koppeltje eendjes. Ver weg van hun eigenlijke habitat, het water.

Kennelijk zijn ook zij ruw uit hun rust en dagelijkse patroon weggeblazen.

Het is bewezen: alleen betalende mensen kunnen blijkbaar tegen de decibellen. Die variëren ergens tussen de 80 en 102 dB. Op het evenemententerrein zijn tegen betaling oordoppen verkrijgbaar.

Dat is meestal niet aan dovemansoren gericht.

Moet kunnen natuurlijk. Totdat je op te jonge leeftijd toe bent aan een hoortoestel.

En eerlijk is eerlijk: het evenement is tegelijkertijd een geweldige opsteker voor de stad. Duizenden bezoekers hebben genoten van het audiovisuele spektakel. En wat de openbare orde betreft, hebben zich nagenoeg geen noemenswaardige ongeregeldheden voorgedaan.

Mooi zo.

Flower Beat Power anno 2016.

De mens heeft gefeest, gedanst en genoten. De natuur heeft een nachtje ergens anders geslapen.

En dan vraag ik mij toch af:

Zou het op andere evenemententerreinen ook zo stil worden nadat de laatste beat is uitgestorven?

Dus geniet ervan zolang het kan.

Enjoy the music… zolang je oren, de ganzen, de eendjes en de schapen het nog kunnen verdragen.


zaterdag 8 augustus 2026

5 gieters verdwijnen, een mens blijft geven ...

 

Wat is een begraafplaats eigenlijk?

Is het een plek van bezinning, waar mensen even ontsnappen aan de drukte van alledag?

Een plaats van respect, waar we stilstaan bij degenen die ons zijn ontvallen?

Een plek van herinneringen, waar een naam op een steen soms meer zegt dan duizend woorden?

Voor de één is het een plaats van verdriet en trauma. Voor een ander een morele verplichting: “Ik moet toch even naar het graf.” En misschien is het voor sommigen zelfs een plek van opluchting, omdat een lang ziektebed of een moeilijke periode eindelijk ten einde is gekomen.

Iedere bezoeker draagt zijn eigen verhaal met zich mee.

Maar één ding zouden we met elkaar gemeen moeten hebben: respect voor de plek én voor de mensen die er komen.

Op de begraafplaats in Sittard staan waterkraanpunten waar bezoekers de gieters kunnen vullen. Geen luxe, maar een eenvoudige voorziening om bloemen en planten bij een graf te verzorgen. Toch verdwenen er steeds opnieuw vijf gieters.

Inmiddels zijn er zeven keer vijf nieuwe gieters geleverd. Vijfendertig in totaal.

Dat betekent ook dat er steeds opnieuw iemand is geweest die de gieters van de begraafplaats heeft meegenomen.

Waarom iemand een gieter van een begraafplaats nodig heeft, blijft de vraag. Misschien verdwijnt hij in een eigen tuin. Misschien wordt hij ergens anders gebruikt. Verkocht?

Wie het weet die mag het zeggen 🧐

Maar tegenover degene die de gieters meeneemt, staat een particulier met een 💙 op de juiste plaats die ze steeds opnieuw aanvult.

Niet omdat het moet. Niet omdat hij daarvoor wordt betaald.

Maar omdat hij vindt dat bezoekers van de begraafplaats gebruik moeten kunnen maken van een gieter om een graf te verzorgen.

Wanneer er vijf verdwijnen, zet hij er opnieuw vijf neer.

En als die ook weer weg zijn, begint hij opnieuw.

Misschien denkt hij: de aanhouder wint.


Of misschien is zijn gedachte nog eenvoudiger: “Ik laat mij niet ontmoedigen. Zolang ik iets kan betekenen voor de bezoekers van de begraafplaats, blijf ik de gieters aanvullen.”

Dat verdient respect.

Het is gemakkelijk om iets mee te nemen. Maar het vraagt betrokkenheid om steeds opnieuw iets terug te zetten.

Een begraafplaats is geen gewone plek. Het is een plaats waar herinneringen leven, waar verdriet soms nog tastbaar is en waar mensen in stilte verbonden blijven met iemand die er niet meer is.

Misschien zouden we juist daar wat vaker moeten nadenken over wat we achterlaten.

Of wat we meenemen.

De waarheid ligt, zoals altijd, op het kerkhof.

En nee… daarmee bedoel ik niet dat de dader daar ligt. 

woensdag 29 juli 2026

Margraten 1978

 

Toen geluk nog heel gewoon was,


Ik draag het uniform van de Rijkspolitie. Een werkweek van veertig uur. Tien dagen werken, vier dagen vrij. Een ritme waar je naar uitkijkt. Niet omdat het werk licht is, maar omdat die vier vrije dagen voelen als een klein avontuur.

We wonen in een oude boerderij in Margraten. Geen luxe, geen overvloed. Wel ruimte, rust en het Zuid-Limburgse Mergelland als onze achtertuin. In Margraten is nagenoeg alles te krijgen waarvan we denken het nodig te hebben. Behalve een treinstation. Maastricht, Heerlen en Valkenburg liggen spreekwoordelijk om de hoek.

En natuurlijk onze twee Cocker Spaniels. Vader en zoon.



Geen gewone honden, maar twee wervelwinden avant la lettre. Zodra ergens een wandelschoen wordt aangetrokken, begint het feest. Staarten zwiepen door de keuken alsof er een storm opsteekt.

Stilzitten? Dat woord komt niet in hun woordenboek voor. Dus trekken we eropuit. Iedere dag heel veel  kilometers vreten. 

Het hele dorp kent ons in deze samenstelling.

Margraten, Groot Welsden, Klein Welsden, 't Rooth, Scheulder, Gulpen... over holle wegen, langs akkers met wuivend graan, over mergelpaden en tussen hoogstamboomgaarden. Soms uren achter elkaar zonder iemand tegen te komen. Alleen de vogels, de wind en het ritmische geluid van onze voetstappen.

Geen mobiele telefoon. Geen sociale media. Die monsters bestaan nog niet. Niemand die je onderweg stoort.

Alleen de natuur en wij.

De Cockers rennen alsof ze nooit moe worden. De ene duikt een berm in, de andere jaagt achter een fazant aan die allang gevlogen is.

Wat hebben we van die twee honden genoten. Ze maakten iedere wandeling tot een avontuur en iedere vrije dag nét een beetje mooier.

Ook wij hebben energie voor tien. Jong, gezond en nieuwsgierig naar alles wat het leven nog brengt.

Die wandelingen betekenen veel meer dan zomaar een ommetje. Daar dromen we over later, zonder te beseffen dat we misschien wel midden in de mooiste jaren van ons leven lopen.

In onze vrije dagen stappen we in de auto om familie te bezoeken. De afstanden zijn fors en de vrije tijd is schaars, zeker in combinatie met de onregelmatige diensten en de bokssport. We rijden via Valkenburg naar Nuth, gaan daar de autosnelweg op richting Geleen en vervolgen onze weg via de Rijksweg langs het oude ziekenhuis naar Sittard.
Het voelt nooit als een verplichting. Familie maakt gewoon deel uit van ons leven. Daar maak je tijd voor, juist in die vier vrije dagen.

Als we tegenwoordig weer door Gulpen en Slenaken wandelen, herkennen we nog altijd dezelfde holle wegen, dezelfde heuvels en dezelfde vergezichten.

Alleen wij zijn wat ouder geworden. Maar niet minder sportief.

Soms zie ik in gedachten twee dolenthousiaste Cockers weer voor ons uit rennen over die holle wegen in het Mergelland, waar de tijd heel even lijkt stil te staan. Ik hoor het grind knarsen onder onze schoenen. Ik voel de zon op mijn gezicht en adem de frisse Limburgse lucht in. Dan kijk ik naar rechts en zie ik Carla en Lauren naast mij meewandelen,

Onze twee Cocker Spaniels vroegen nooit iets bijzonders. Geen rijkdom, geen luxe. Alleen een wandeling, een aai over hun kop en de zekerheid dat we samen op pad gingen.
In ruil daarvoor gaven ze ons onvoorwaardelijke trouw, eindeloos enthousiasme en ontelbaar veel mooie herinneringen.

Angels without wings...

Ik denk aan de collega's. Aan de sportvrienden. Aan de familiebezoeken die zo vanzelfsprekend waren. Aan de mensen die ieder hun eigen weg zijn gegaan.
De meeste contacten zijn langzaam vervaagd. Zo gaat het nu eenmaal. De tand des tijds spaart niemand.

That's our life.

Maar de herinneringen blijven, zij wonen in een oude boerderij in Margraten, in een wandeling door het Mergelland, in bokshandschoenen die aan een haak hangen, in het gelach met collega's na een drukke dienst en in twee onvermoeibare Cocker Spaniels die altijd als eerste klaarstonden voor een nieuw avontuur.

Misschien is dát wel de grootste rijkdom.

Niet wat we bezaten, maar hoe we leefden.

En eerlijk gezegd...

Ik zou voor geen goud één bladzijde uit dat prachtige hoofdstuk van ons leven willen missen.


Naschrift


Gemeentehuis van Margraten, Hoenderstraat 2. Mooi en nostalgische uitstraling 

In 1978 was Albert Kuijpers (A.A.J. Kuijpers) burgemeester van de zelfstandige gemeente Margraten

Dit pand diende als gemeentehuis van de gemeente Margraten tussen 1954 en 1985.  




De oude gemeente Margraten van voor de gemeentelijke herindeling in 1982 bestond uit het kerkdorp Margraten en de buurtschappen Groot Welsden, Klein Welsden, 't Rooth en Termaar. Na de gemeentelijke herindeling van 1982 kwamen daar de voormalige gemeenten Cadier en Keer, Noorbeek, Mheer en Sint Geertruid bij. Ook werd het kerkdorp Scheulder aan de gemeente Margraten toegevoegd, dat tot 1982 onderdeel was van de gemeente Wijlre.

zondag 26 juli 2026

Lieve medeweggebruikers toch

 


Weer een fietstocht van Carla en  Han ...

Afgelopen zaterdag, gisteren dus. De zon straalt al vroeg en de temperatuur loopt gestaag op.

"Wat gaan we vandaag doen?" vraag ik aan Carla.

"Broodjes halen en via onze vertrouwde landelijke route naar het park."

Een beter plan is nauwelijks denkbaar. Die route staat inmiddels gegrift in de pedalen van onze stalen rossen.

Al vroeg laat de zon zich voelen, maar de zachte tegenwind zorgt gelukkig voor een aangenaam contrast. Met onze vers ingeslagen proviand peddelen we rustig richting het Sittardse stadspark. Vanaf huis gaat het via Tüddern eerst licht omhoog. Daarna volgen de prachtige holle wegen, waar de bomen een groen dak boven ons vormen. Via de Lahrweg slingert de route op en neer. Het blijft iedere keer weer genieten.

Maar dan dient zich de eerste hindernis aan.

Voor ons lopen twee wandelaars, breed naast elkaar. De man heeft zijn smartphone in de hand. De telefoon praat en hij gehoorzaamt. Van de vogels, de bomen en de mensen om hem heen krijgt hij niets mee. Samen nemen ze ruim de halve weg in beslag en wijken geen centimeter. Volledig opgeslokt door het scherm.

We kunnen hen nog net ontwijken.

Maar achter dit duo dient zich meteen een groter gevaar aan.

Dan denderen ons twee e-bikers tegemoet. Stoere fietshelmen op, donkere zonnebrillen voor en breed over het midden van het fietspad. Alsof zij de enige weggebruikers zijn en de rest vanzelf wel aan de kant gaat.

Ik fiets voorop. Achter mij mijn sportieve blonde eega. Mijn felgroene shirt zou zelfs op afstand nauwelijks te missen moeten zijn.

De afstand wordt razendsnel kleiner.

Nog altijd geen enkele reactie.

Pas op het allerlaatste moment volgt een verschrikte kreet: "Oef!"

Een wilde stuurcorrectie volgt. Rakelings suist de man langs mij heen. Carla moet vol in de remmen. Heel even lijkt het alsof hij, aangetrokken door de Lorelei achter mij, recht op haar af stuurt.

Gelukkig blijft een botsing uit.

Meer uit ongeloof dan uit boosheid foeteren we elkaar nog wat na.

Even later bereiken we de brede fiets- en wandelroute door het park. Ruim opgezet, rustig en breed genoeg voor wandelaars, honden, kinderwagens én fietsers. Je zou denken dat hier werkelijk iedereen ontspannen van de omgeving kan genieten.

Mis gedacht.

In de verte doemt een echtpaar op gevorderde leeftijd op. Op hun e-bikes denderen ze ons tegemoet. Stoere fietshelmen op, donkere zonnebrillen voor en breed over het midden van het fietspad. Alsof het complete fietspad uitsluitend voor hen is aangelegd.

Carla rijdt achter mij. Ik voorop, nog steeds in mijn felgroene shirt.

Geen millimeter wijken ze uit.

Waarom toch? Waren ze gisteren iets te diep in de armen van Bacchus gevallen? Of maakt zo'n donkere wielerbril je blind voor alles wat tegemoetkomt? Misschien wanen sommigen zich op de laatste etappe van de Tour de France.

Wie het weet, mag het zeggen.

De afstand wordt kleiner. Tien meter... vijf meter... drie meter...

Nog altijd geen reactie.

Op het allerlaatste moment volgt een schrikreactie. Te laat.

Met een harde tik knallen onze fietsspiegels tegen elkaar. De dame slaakt een verschrikte "oef", terwijl wij elkaar rakelings passeren. Nog een fractie dichterbij en het was geen tik tegen een spiegel geweest, maar een frontale aanrijding.

Gelukkig blijft mijn spiegel heel. Dat is mooi meegenomen, maar daar ging het mij niet om. Het had heel anders kunnen aflopen.

Ik hoop oprecht dat de schrik groot genoeg is geweest om de rest van hun fietstocht wat alerter te zijn.

Verderop zien we dat de bomen onlangs van onderen zijn opgesnoeid. Waarschijnlijk een zomersnoei. Jammer. In november had dat waarschijnlijk wat meer schaduw opgeleverd. Nu brandt de zon ongenadig op onze ruggen en hoofden. Nog altijd prachtig, maar wel een stuk warmer.

Na een heerlijke picknick, opgeladen door de rust, de natuur en elkaars gezelschap, stappen we weer op de fiets.

De terugweg verloopt aanvankelijk zonder noemenswaardige obstakels.

Saillant detail.

Op het brede, verplichte fietspad richting de Gamma, bijna thuis, komt vanuit een uitrit ineens een Audi met een duivels tempo aanzetten. Achter het stuur een jongeman met een petje, in een auto die misschien net een maatje te groot voor hem is.

Pas op het allerlaatste moment duikt hij vol in de remmen. Carla en ik grijpen tegelijk stevig in onze eigen, ouderwetse fietsremmen.

Hij komt tot stilstand.

Wij fietsen door.

Nog geen vijftig meter verder staat dezelfde Audi braaf voor een rood verkeerslicht te wachten.

Carla en ik kijken elkaar aan.

Al die haast... om vervolgens een halve minuut later alsnog stil te staan.

Ik mompel iets over verkeersinzicht en voorrangsregels. Carla schiet in de lach.

Ach... het zal de warmte wel zijn geweest. Net als bij enkele hoofdrolspelers eerder op onze tocht.

Onderweg schiet mij nog een gedachte te binnen.

Wat zou het mooi zijn als iedere fiets een extra knop had. Geen turbo, geen sportstand en ook geen extra ondersteuning.

Gewoon een knop met daarop: 'Geniet.'

Na één druk op die knop schakelt niet de motor in, maar het gezonde verstand. Je kijkt weer om je heen. Je ziet de schoonheid van de natuur, groet een wandelaar, mindert even vaart en gunt een ander net zoveel plezier als jezelf.

En vooruit... vervang die trapondersteuning meteen maar door een ouderwetse Sturmey-Archer-naaf met drie versnellingen. Ik heb zomaar het vermoeden dat het dan ineens een stuk minder druk wordt op onze prachtige fietspaden.

Maar hoe dan ook...

Carla en ik blijven positief en trappen vol goede moed verder. We genieten van de natuur, van elkaar en soms ook van de capriolen van onze medeweggebruikers. De ene keer met een glimlach, de andere keer met een groot vraagteken boven ons hoofd.

En eerlijk is eerlijk...

Juist die onverwachte momenten maken achteraf vaak de mooiste verhalen.

HahaHan ..

woensdag 22 juli 2026

⏳️Opiniestuk: De publieke tribune spreekt nu al recht

De publieke tribune spreekt al recht

Er zijn van die krantenartikelen die je niet alleen leest, maar die je ook aan het denken zetten. Niet zozeer over de schuld of onschuld van een verdachte, maar over de manier waarop wij in Nederland met strafzaken omgaan.

Aanleiding voor deze overpeinzing is een artikel in De Limburger en L1 Nieuws over een politieagent die wordt verdacht van verkrachting. Wie zich in de zaak wil verdiepen, kan dat artikel zelf lezen. Mijn verhaal gaat echter niet over deze specifieke zaak. Het gaat over een principe dat mij na 44 jaar politiewerk nog altijd dierbaar is: laat het bewijs spreken.

Tijdens mijn loopbaan heb ik geleerd dat een verdenking nog geen veroordeling is. Gevoel is geen bewijs. Ervaring evenmin. Natuurlijk ontwikkel je als politieman een intuïtie. Soms denk je te weten hoe een zaak in elkaar zit. Maar uiteindelijk telt slechts één vraag: kan het wettig én overtuigend worden bewezen?

Dat geldt voor iedere verdachte. Dus ook voor een politieagent.

Wat mij in dit soort zaken steeds vaker opvalt, is dat de publieke tribune haar oordeel al klaar heeft voordat de rechter nog maar aan de beurt is. Een agent wordt in de publieke opinie soms al figuurlijk gevierendeeld voordat de rechter nog één woord aan het vonnis heeft gewijd. Zijn loopbaan ligt in scherven, zijn naam ligt op straat. Op sociale media vliegen de kwalificaties over en weer en onder nieuwsberichten wordt het vonnis vaak al uitgesproken.

Intussen liggen de meest intieme details breed uitgestald. Of die nu afkomstig zijn uit de openbare rechtszitting, uit processtukken of uit andere bronnen, weet ik niet. Dat doet voor mijn punt ook niet ter zake. Het effect is hetzelfde. De lezer krijgt flarden van een dossier voorgeschoteld zonder de volledige context te kennen. De media informeren terecht, maar de publieke verontwaardiging krijgt daardoor vaak vrij spel. Nog voordat de rechter uitspraak heeft gedaan, lijkt het oordeel voor velen al vast te staan.

Laat één ding duidelijk zijn. Als een politieagent strafbare feiten pleegt, moet hij zich daarvoor, net als ieder ander, voor de rechter verantwoorden. Niemand staat boven de wet. Maar niemand hoort ook onder de wet te staan. Dat is de kern van onze rechtsstaat.

Ik heb in mijn loopbaan veel processen-verbaal opgemaakt. Ik heb geleerd dat feiten belangrijker zijn dan vermoedens en dat bewijs zwaarder weegt dan emotie. Toch werden ook zaken waarvan ik dacht dat het bewijs als een huis stond, geseponeerd of liep een strafzaak anders af dan ik had verwacht. Dat voelde wrang. Niet alleen voor mij, maar vooral voor de slachtoffers die met die uitkomst moesten leren leven.

Dan zat ik tegenover mensen die mij aankeken en eigenlijk maar één vraag hadden: "Waarom?" Dat waren misschien wel de moeilijkste gesprekken uit mijn politieloopbaan. Ik moest uitleggen dat een sterk vermoeden, of zelfs mijn persoonlijke overtuiging, niet voldoende was. Dat het Openbaar Ministerie of de rechter tot een andere afweging was gekomen. Onwillekeurig voelde dat soms ook als een persoonlijk falen. Dat gevoel kon nog lang blijven knagen.

Juist daarom kijk ik ook nu met dezelfde beroepshouding naar dit soort zaken. Niet vanuit loyaliteit aan een collega, maar vanuit loyaliteit aan de rechtsstaat.

Laat het Openbaar Ministerie zijn bewijs presenteren. Laat de verdediging daarop reageren. Laat de rechter vervolgens oordelen op basis van het volledige dossier.

Niet de krant.

Niet de reacties op sociale media.

Niet de publieke verontwaardiging.

Dat betekent niet dat slachtoffers minder belangrijk zijn. Integendeel. Juist slachtoffers verdienen een zorgvuldig onderzoek, een eerlijk proces en – waar het bewijs daarvoor voldoende is – een rechtvaardige veroordeling. Maar dezelfde rechtsstaat beschermt ook de rechten van een verdachte. Dat is geen zwakte. Dat is de kracht van een samenleving die haar emoties niet boven haar rechtsbeginselen stelt.

Na 44 jaar politiewerk geloof ik nog altijd in hetzelfde eenvoudige uitgangspunt waarmee ik ooit begon.

Laat het bewijs spreken. Daarna pas het oordeel.

Naschrift: Dit opiniestuk is geschreven naar aanleiding van de berichtgeving in De Limburger en L1 Nieuws over een strafzaak tegen een politieagent. Wie zich verder wil verdiepen in de feitelijke berichtgeving, kan die artikelen raadplegen. Dit stuk gaat niet over de schuld of onschuld van de verdachte, maar over het belang van bewijs, zorgvuldigheid en de fundamenten van onze rechtsstaat.


dinsdag 21 juli 2026

Fietsen met Vincent


Vandaag is morgen gisteren 💙

Zojuist - gisteren dus - fietsten mijn Carla en ik, met de wind stevig tegen de neus, over de mooie paadjes in onze prachtige woonomgeving. 

Natuurlijk weer de langere route naar huis. Niet omdat het moest, maar omdat die simpelweg veel mooier is.

Het koren is inmiddels gedorst. De stekelige stroresten staan trots als duizenden kleine lansen op het akkerland. Miniatuur-slagvelden. 

Ik weet nog hoe pijnlijk dat vroeger als kind was. Korte broek, lage schoenen en dan dwars over zo'n stoppelveld. Dat voelde alsof je zonder oefening een cursus acupunctuur volgde.

Plots werden wij aangekeken. Door een complete menigte geelgouden hoofden. 

Duizenden tegelijk.

Geen boze blikken, geen achterdocht. Integendeel. Pure levensgenieters. Allemaal met hun gezicht naar de zon gedraaid, alsof ze de grote leverancier van het levenselixer persoonlijk wilden bedanken.

We stapten af en genoten zwijgend van dat prachtige tafereel. Een foto als stille getuige en bewijs van al dit moois.

Ineens moest ik aan onze Vincent denken. Zou hij hier, ergens op een Frans landweggetje, hetzelfde hebben gevoeld?

Vincent van Gogh schilderde zijn beroemde Zonnebloemen in 1888 en 1889 in Arles. Niet zomaar bloemen in een vaas, maar een ode aan het leven, het licht en de zon. 

Misschien zag hij wel precies wat wij vandaag zagen: duizenden zonnebloemen die geen enkele belangstelling hebben voor alles wat mensen bezighoudt. Ze doen maar één ding. Hun gezicht naar het licht keren.

Bij de foto die ik maakte kon ik de verleiding niet weerstaan. Met een beetje hulp van moderne techniek liet ik Vincent van Gogh terugkeren naar het zonnebloemenveld. Daar staat hij, anderhalve eeuw later, precies hetzelfde tafereel te schilderen dat wij die middag bewonderden. 



Alsof onze foto en zijn penseel elkaar heel even ontmoetten.

Misschien kunnen wij daar soms nog iets van leren.

En eerlijk is eerlijk... met zoveel zonnebloemen om ons heen voelde zelfs de tegenwind ineens een stuk vriendelijker.

Vandaag is morgen alweer gisteren. Maar die zonnebloemen... die kijken morgen gewoon weer naar hetzelfde licht. 

En wij? Wij zoeken gewoon weer een mooie omweg. 🌻🚴