politie verhalen van een wijkagent
Translate
dinsdag 21 juli 2026
Fietsen met Vincent
maandag 20 juli 2026
De electrische step en de natuurwetten
Man zwaargewond na val met elektrische step: traumahelikopter opgeroepen https://www.l1nieuws.nl/112/3209830/man-zwaargewond-na-val-met-elektrische-step-traumahelikopter-opgeroepen?at_medium=sharing&at_campaign=sharedArticle #l1nieuws
Nav dit trieste krantenbericht gaat mijn aandacht uit naar het publieke domein; daar waar alles samenkomt in een smeltkroes van de samenleving én het verkeer.
Soms zie ik er weer eentje voorbij zoeven. Zo'n elektrische step. Twee wieltjes ter grootte van een beschuit, een stuur dat meer weg heeft van een paraplusteel en een bestuurder die kijkt alsof hij onderweg is naar een fotoshoot.
Dan denk ik altijd: de natuurwetten hebben vandaag weer overuren.
Eerlijk gezegd betrap ik mezelf nog op een tweede gedachte: kan dat ding dit eigenlijk wel aan? Het lichaamsgewicht, de snelheid en soms zelfs twee personen tegelijk. Dan krijg ik spontaan medelijden met de lagers, de banden en de constructeur die ooit zijn handtekening onder het ontwerp zette.
Want die kleine wieltjes hebben een hekel aan alles. Een stoeptegel die een millimeter scheef ligt. Een putdeksel. Een takje. Een kiezel. Een nat blaadje. Ze pikken feilloos de verkeerde uit.
De bestuurder vertrouwt ondertussen blind op de techniek. De techniek vertrouwt blind op de bestuurder. En juist daar gaat het regelmatig mis.
En dan zie je ze soms ook nog met z'n tweeën op één step. Ik moet dan altijd glimlachen. Dat is een beetje alsof je met z'n tweeën op een barkruk naar de supermarkt rijdt. Het kan... totdat de zwaartekracht besluit zich ermee te bemoeien.
Ik ben ouderwets. Geef mij maar een gewone fiets. Je beweegt, je blijft fit en krijgt onderweg gratis frisse lucht. Moet het elektrisch omdat het lichamelijk niet anders kan? Prima. Daar zijn elektrische fietsen een geweldige uitkomst voor.
Maar een step omdat trappen te vermoeiend is? Dan vraag ik me af of we straks ook een elektrische winkelwagen krijgen die zelfstandig naar het schap rijdt.
De crux zit niet alleen in de snelheid. Het is de combinatie. Gezien worden. Zelf goed uitkijken. Andere weggebruikers zien aankomen. Anticiperen. Op tijd remmen. En af en toe even naar de opticien voor een oogcontrole. Want ook de beste remmen helpen weinig als je het obstakel pas ziet wanneer je er al bovenop staat.
En dan volgt het bekende aha-moment. Dat komt alleen soms nét iets te laat.
Aha... die stoeprand was toch hoger dan ik dacht.
De zwaartekracht geeft daarna geen tweede waarschuwing. Die is meedogenloos, gratis en altijd op tijd.
En voor wie toch op zoek is naar snelheid, spanning en af en toe een spectaculaire val, heb ik nog een gratis tip.
Ga surfen.
Daar is vallen tenminste onderdeel van de sport.
— HahaHan
donderdag 16 juli 2026
Verwarde personen, nog steeds een File op de A2
zondag 12 juli 2026
Een gestolen fiets, een wereld aan verhalen
Fietsers begrijpen elkaar
Een mooie gedachte om mee te beginnen.
Want fietsers en dieven hebben één ding gemeen: ze fietsen allebei als een wervelwind. De één voor zijn plezier, de ander om een gestolen fiets zo snel mogelijk uit beeld te krijgen.
Maar daar houdt de vergelijking ook meteen op.
Voor de één betekent een fiets vrijheid, ontspanning en gemak. Voor de ander is het slechts een middel om snel geld te verdienen.
Een fiets wordt vaak onderschat. Voor veel mensen is het echter geen luxeartikel, maar hun enige vervoersmiddel. Ik heb mij in mijn politietijd regelmatig afgevraagd: wat gebeurt er als iemand zijn fiets kwijtraakt en geen alternatief heeft?
Niet iedereen heeft een auto voor de deur. Niet iedereen heeft de financiële ruimte om zomaar een nieuwe fiets te kopen. Een gestolen fiets kan betekenen dat iemand problemen krijgt om op tijd op school, de studieplek of het werk te komen.
Dan verdwijnt niet alleen een fiets.
Dan verdwijnt een stukje zekerheid en zelfstandigheid.
Er wordt tegenwoordig veel gewaarschuwd: zet je fiets goed vast, gebruik een degelijk slot en maak gebruik van bewaakte stallingen. Maar dan gebeurt het toch. Juist op het moment dat het helemaal niet uitkomt, is je trouwe tweewieler verdwenen.
De persoonlijke levenssfeer krijgt dan een behoorlijke mentale deuk.
De politie kent tegenwoordig de digitale aangifte. Een praktische ontwikkeling waarbij mensen vanuit huis melding kunnen doen. Maar achter iedere aangifte zit een verhaal. Soms een verhaal dat meer aandacht verdient dan alleen het invullen van een formulier.
Ik wil twee casussen uit mijn politietijd beschrijven. Twee fietsen die uiteindelijk terugkwamen bij hun rechtmatige eigenaar. Maar ook twee voorbeelden waarin duidelijk wordt dat politiewerk niet altijd zo eenvoudig is als het van buitenaf lijkt.
Casus 1: een slot van kryptonietstaal
Tijdens mijn dienst mocht ik de intake verzorgen.
Niet mogen, maar moeten is misschien een betere omschrijving. Een aantal intakecollega's had de overstap gemaakt en mocht zich voor drie jaar politiestudent noemen. Dat betekende plaatsvervanging binnen de intake.
Iedereen draagt zijn steentje bij, dus ook ik.
Maar voordat ik verder ga, eerst een welgemeende pluim voor de collega's van de intake.
Deze collega’s werken vaak in relatieve anonimiteit. De burger ziet meestal alleen het eerste contact met de politie, maar niet altijd wat daarachter gebeurt.
Intake is meer dan een verhaal aannemen en gegevens invoeren.
Het is luisteren. Doorvragen. Emoties opvangen. Inschatten wat belangrijk is. En bepalen welke vervolgstappen nodig zijn.
Vaak begint het politiewerk daar.
Deze collega’s staan misschien minder vaak in de schijnwerpers, maar zijn een belangrijke schakel binnen de politieorganisatie.
Chapeau.
Dan komt er een gedupeerde aangever naar het bureau. Hij herkent zijn gestolen fiets.
De fiets staat gestald vlak bij het bureau in een fietsenstalling en is afgesloten met een slot waar je U tegen zegt.
Dit was geen gewoon slot.
Dit was een slot van kryptonietstaal.
Een gehard antidiefstalslot dat bijna onverwoestbaar leek. Een ware uitdaging voor iedereen die dacht het zomaar even open te krijgen.
De brandweer wordt erbij gehaald om te helpen. De pneumatische knipper wordt ingezet, maar het staal geeft geen krimp.
Zelfs de enorme kracht van dit apparaat krijgt geen vat op het slot.
Uiteindelijk moet de slijptol eraan te pas komen.
De schijf draait op bijna bovenaardse snelheid door het geharde staal. De vonken dalen als een vuurwerkshow neer op de stoep.
Het slot verliest uiteindelijk de strijd.
Maar de strijd kost ook wat.
De knipper raakt beschadigd en gemeenschapsgeld verdwijnt door een onverwachte totaalschadepost.
Maar de klus is geklaard.
De fiets gaat terug naar de rechtmatige eigenaar.
Ik maak melding van deze mooie afloop op Facebook.
En dan gebeurt wat tegenwoordig vaker gebeurt: de publieke opinie roert zich.
Sommigen zijn blij voor de gedupeerde. Anderen hebben direct hun oordeel klaar over het politieoptreden.
Maar de werkelijkheid achter politiewerk is vaak ingewikkelder.
Op dat moment was er geen mogelijkheid om langdurig te posten bij de fiets in de hoop dat de dader precies op het juiste moment zou verschijnen om het slot te openen.
Niet omdat de wil ontbrak.
Maar omdat capaciteit verdeeld moet worden over talloze andere meldingen, noodhulp en wettelijke taken.
Dat is soms moeilijk uit te leggen.
Facebook kent geen hoor en wederhoor. Emoties nemen soms de plaats in van feiten.
Ik ben ervan overtuigd dat wij binnen de beschikbare mogelijkheden en bevoegdheden de juiste keuze hebben gemaakt.
Het belangrijkste resultaat was dat de eigenaar haar fiets terugkreeg.
En daar ging het uiteindelijk om.
Casus 2: eerlijkheid opent soms andere deuren
Een andere avond had ik incidentenafhandeling met collega Roy.
Een gedupeerde meldde zich omdat zijn gestolen fiets op Marktplaats stond.
De fiets was eerder onafgesloten weggenomen.
Berouw komt soms na de zonde.
De aangever verwachtte eigenlijk dat de politie alles uit de kast zou halen om zijn fiets terug te halen. Dat wilden wij ook, maar politiewerk betekent altijd handelen binnen bevoegdheden.
Na overleg met de leidinggevende kregen wij ruimte om deze zaak op te pakken.
Wij maakten de aangever duidelijk dat ook van hem een inspanning werd verwacht.
Hij moest zelf naar de fiets gaan kijken en beoordelen of het daadwerkelijk zijn eigendom was.
Niet omdat wij geen moeite wilden doen, maar omdat zorgvuldig handelen noodzakelijk is.
Uiteindelijk ging hij kijken.
Wij reden mee als back-up.
Het bleek inderdaad zijn fiets te zijn.
Het adres was ons bekend. Samen met Roy klopte ik aan.
De deur ging open en de bewoner keek zichtbaar verrast toen hij twee mannen van de Hermandad voor zich zag staan.
De fiets stond in de gemeenschappelijke gang.
De verdachte werd aangehouden, geboeid en meegenomen naar het bureau.
Geen thuiskomst die avond, maar een verblijf in het bekende "hotel politie".
De volgende dag ging de fiets terug naar de eigenaar.
De verdachte had afstand getekend.
Een saillant detail: tijdens de fouillering werden ook de twee fietslampjes aangetroffen die bij de fiets hoorden.
Soms vallen de laatste puzzelstukjes precies op hun plaats.
Vertrouwen
Deze tweede casus kreeg nog een bijzonder vervolg.
Omdat ik eerlijk en realistisch was geweest tegenover de verdachte en hem correct had behandeld, kwam hij volgens afspraak later terug naar mij.
Niet als verdachte.
Maar als aangever.
Hij meldde andere misdrijven waarvan hij zelf slachtoffer was geworden.
Ook daar heb ik mijn stinkende best gedaan.
Want iedereen die bij de politie binnenkomt heeft recht op een correcte behandeling.
Ook iemand die eerder aan de andere kant van de tafel heeft gezeten.
Zo ontstond een hele waslijn aan meldingen en misstanden die allemaal aandacht verdienden.
Dat is soms de bijzondere kant van politiewerk.
Een verdachte van vandaag kan morgen gewoon een burger zijn die hulp nodig heeft.
Eerst luisteren, daarna schrijven
Een bijzonder onderdeel van mijn manier van werken tijdens de intake was dat mijn vingers niet altijd meteen het toetsenbord raakten.
Eerst luisteren.
Het verhaal begrijpen.
De mens achter de melding zien.
Pas daarna vroeg ik soms om aanvullende informatie per mail te sturen met alle bijzonderheden rond de casus.
Het voordeel was groot.
De aangever kreeg echte aandacht en ik kon mij richten op het gesprek in plaats van alleen op het invullen van schermen.
Daarna kon ik de informatie rustig teruglezen, controleren, kopiëren, bijsturen en verwerken.
Het bespaarde tijd en verbeterde vaak de kwaliteit van de aangifte.
Wanneer een aangifte of verhaal meer tijd nodig had dan gepland, liep ik regelmatig naar de balie en keek ik in de afsprakenagenda.
Door persoonlijk contact te maken met aanwezige mensen kon ik vaak beter inschatten wat nodig was.
Niet iedere melding hoefde dezelfde route te volgen.
Praktisch handelen.
Prioriteiten stellen.
Verantwoordelijkheid nemen.
Daar zat vaak de echte tijdwinst.
Slot
Het politievak kent vele gezichten.
Vroeger draaide ik plantondiensten bij de Rijkspolitie. Jaren later zat ik achter de intakebalie.
Andere werkzaamheden.
Andere tijden.
Maar dezelfde opdracht:
Mensen helpen en waar mogelijk het verschil maken.
Deze fietscasussen laten slechts een klein stukje zien van de werkelijkheid achter politiewerk.
Achter iedere fiets zit een eigenaar.
Achter iedere aangifte zit een verhaal.
En achter iedere politieactie zitten keuzes, bevoegdheden en mogelijkheden.
Maar achter iedere goede zaak staan ook collega’s.
Op straat. Achter het bureau. Aan de intake.
Soms zichtbaar. Vaak onzichtbaar.
Maar altijd belangrijk. Chapeau voor allemaal.
woensdag 8 juli 2026
De Japanse duizendknoop in de samenleving
De Japanse duizendknoop en mijn aha-moment
Soms komt een inzicht uit een onverwachte hoek. Niet uit een dik beleidsrapport of een ingewikkelde analyse, maar gewoon uit een bericht over een plant.
Vanmorgen las ik over de bestrijding van de Japanse duizendknoop. Een plant die in Nederland voor grote problemen zorgt.
Gemeenten, maar ook Rijkswaterstaat en mogelijk Provinciale Waterstaat binnen hun eigen werkgebied, besteden tonnen en soms miljoenen euro’s aan belastinggeld aan uitgraven, maaien, afdekken, stomen, elektriciteit en allerlei innovatieve methoden.
En toch blijft de zoektocht naar hét wondermiddel doorgaan.
En toen kwam mijn aha-moment.
Ik had er al vaker over nagedacht tijdens mijn talloze fietstochten met mijn lief. Ook wij kwamen de Japanse duizendknoop steeds weer tegen: almaar uitdijende plekken, soms als groene muren die het zicht langs de weg letterlijk belemmeren.
In Japan groeit precies dezelfde plant al eeuwenlang. Geen nationale plaag. Geen enorme kostenpost. Geen voortdurende strijd.
Waarom?
Omdat daar het natuurlijke evenwicht nog bestaat. Insecten, schimmels en andere organismen houden de plant in balans. De natuur doet daar grotendeels wat wij hier met veel inspanning, tijd en geld proberen te herstellen.
Sterker nog: onderzoekers kijken inmiddels juist naar Japan. Naar de kennis die daar aanwezig is en zelfs naar natuurlijke bestrijders die mogelijk kunnen helpen. Misschien ligt de oplossing dus niet altijd in méér bestrijden, maar soms in beter begrijpen.
Misschien is de goedkoopste studiereis voor Nederland soms wel een retourtje Japan. Niet voor de sushi of de tempels, maar om te kijken hoe een ander een probleem al eeuwenlang beheerst.
En ineens dacht ik: misschien gaat dit helemaal niet alleen over een plant.
Hoe vaak proberen we niet de gevolgen te bestrijden, terwijl de oorzaak blijft bestaan?
Dat zien we bij allerlei maatschappelijke vraagstukken. Bij begrotingstekorten, bij overlast, bij veiligheid en bij andere ontwikkelingen die steeds opnieuw vragen om inzet, capaciteit en geld. Natuurlijk moeten problemen worden aangepakt wanneer ze ontstaan. Maar duurzaam beleid begint vaak eerder: bij het voorkomen van onbalans.
Het doet me denken aan hoogwater. Je kunt iedere keer opnieuw de schade herstellen, zandzakken stapelen en achteraf repareren. Maar uiteindelijk is het verstandiger om vooruit te kijken: rivieren de ruimte geven, dijken versterken en de oorzaak van kwetsbaarheid aanpakken.
Een samenleving werkt eigenlijk niet anders dan de natuur.
Een gezonde samenleving ontstaat niet door alleen maar achter problemen aan te lopen, maar door sterke fundamenten te bouwen. Daar ligt ook een belangrijke taak voor de overheid: niet alleen reageren wanneer het misgaat, maar de bouwstenen maken waarop burgers kunnen vertrouwen en verder kunnen bouwen.
Een samenleving waarin mensen verantwoordelijkheid nemen, waarin grenzen duidelijk zijn en waarin ruimte is voor mens, natuur en leefomgeving.
Iedereen op zijn plek. Niet door uitsluiting, maar door balans.
Van mens tot wolf. Van rivier tot duizendknoop.
Want misschien geeft juist die hardnekkige plant ons een eenvoudige, maar belangrijke les:
Wie alleen de gevolgen blijft bestrijden, blijft de rekening betalen. Wie de oorzaak begrijpt en het evenwicht herstelt, bouwt aan een oplossing die langer meegaat.
Soms ligt de natuur ons al eeuwen voor. De vraag is alleen of wij bereid zijn om te luisteren.
Slotgedachte
Een belangrijke nuance: niet iedere duizendknoop is een probleem. Duizendknoopsoorten maken deel uit van de natuur en het feit dat een plant ergens groeit, maakt haar niet automatisch ongewenst. Het vraagstuk gaat specifiek over de invasieve Japanse duizendknoop, die buiten zijn oorspronkelijke leefgebied door het ontbreken van natuurlijke vijanden sterk kan uitbreiden en daarmee schade of overlast kan veroorzaken.
En misschien zit daar nu juist de bredere les…
Respect, een bamboestokje en een lat
maandag 6 juli 2026
Weerbaarheidstraining bij de politie
![]() |
| Opleiding in Baexem 1977 |
De discussie over weerbaarheidstraining binnen de politie is niet nieuw. In 2013 kwamen politiestudenten in het nieuws nadat zij tijdens een weerbaarheidsoefening gewond raakten, met onder meer gekneusde ribben en een gebroken kaak als gemelde letsels. Het ging om een situatie binnen de Politieacademie waarbij realistische geweldssimulaties werden toegepast. Naar aanleiding hiervan werd onderzoek ingesteld en volgden later aanpassingen in het betreffende trainingsonderdeel.
Wat dit destijds al duidelijk maakte, is dat de balans tussen realisme en veiligheid in training een blijvend spanningsveld vormt. En dat gesprek is vandaag de dag niet minder actueel geworden.
TRAINING
Bij de politie is weerbaarheidstraining al jaren onderwerp van discussie. Het vak vraagt om realistische voorbereiding op geweldssituaties, maar die realiteit kent altijd duidelijke grenzen.
Sport en fysieke training vormen een belangrijk fundament, maar nooit het enige ingrediënt in het politievak. Naast training, motivatie, herstel en voeding zijn er cruciale elementen zoals samenwerken, specificiteit, veiligheid, communicatie, werken binnen bevoegdheden en het behalen van het operationele doel.
Al deze factoren bepalen of training daadwerkelijk overdraagbaar is naar de praktijk.
Wat in dit soort casuïstiek telkens terugkomt, is het belang van duidelijke kaders vooraf. Ongeacht de trainingsvorm moet helder zijn wat het doel is, welke risico’s acceptabel zijn en waar de grenzen liggen.
Realistisch trainen mag nooit betekenen dat veiligheid en controle verdwijnen.
WEERBAARHEID
Krachttraining en fitness zijn belangrijk, maar vormen vooral de basis van grove motoriek binnen een breder geheel.
Weerbaarheid in het politievak is een samenspel van kracht, uithoudingsvermogen, snelheid, lenigheid en coördinatie. Minstens zo belangrijk zijn mentale weerbaarheid, besluitvorming onder stress en het vermogen om te blijven handelen binnen de wet en je bevoegdheden.
De praktijk op straat is onvoorspelbaar. Incidenten ontstaan vaak onverwacht en vragen directe keuzes. In die momenten moet je kunnen vertrouwen op training, ervaring en samenwerking, maar altijd binnen de grenzen van proportionaliteit en professionaliteit.
PRAKTIJK
Een top-prestatie in het politievak ontstaat alleen als lichaam en geest als één geheel functioneren.
Dat is een samensmelting van ervaring, fysieke conditie, psychische belasting, technische vaardigheden, tactisch inzicht en sociale samenwerking.
Samenwerken blijft daarin cruciaal. Politiewerk is zelden individueel werk. Vertrouwen in je collega, duidelijke communicatie en wederzijds waarnemen maken vaak het verschil tussen controle en chaos.
Daarom moet training niet alleen individueel gericht zijn, maar juist ook op teamfunctioneren onder druk.
Herhaling blijft daarbij het sleutelwoord. Wat niet wordt herhaald, komt niet automatisch beschikbaar op het moment dat het nodig is.
Misschien is één belangrijk ingrediënt nog niet genoemd: geluk.
Want hoe goed je ook traint en voorbereidt, elke geweldsituatie blijft afhankelijk van factoren die je nooit volledig kunt controleren.
Daarom is de vraag niet alleen hoe realistisch we trainen, maar vooral hoe we zorgen dat we mensen voorbereiden op de werkelijkheid, zonder ze onderweg onnodig te beschadigen.
Ik ben benieuwd naar de uitkomsten van het onderzoek. Niet om te oordelen, maar om te leren. Want goede politietraining moet politiemensen beter maken voor de straat — niet slechter voordat ze daar überhaupt komen.
NAREDE
In de nasleep van dit soort casuïstiek is destijds binnen de Politieacademie gekeken naar de inrichting van de training, de veiligheidsborging en de mate waarin realisme en controle in balans waren. Dat heeft geleid tot evaluaties en aanscherping van de kaders rond weerbaarheidstraining.
De kern die daarbij overeind blijft, is dat realisme in training waardevol is, maar nooit los kan staan van strakke regie, duidelijke leerdoelen en een onbetwiste borging van veiligheid.
Want zodra die balans verschuift, verliest training haar waarde: het voorbereiden van professionals op de praktijk, niet het blootstellen van studenten aan risico's die juist in opleiding beheerst moeten worden.
Tegelijkertijd is de praktijk op straat de afgelopen jaren niet milder geworden. Geweld en agressie tegen politie, brandweer, ambulancepersoneel en andere hulpverleners lijken steeds vaker onderdeel van het dagelijkse werk. Dat is een ontwikkeling die niemand normaal zou mogen vinden.
De overheid reageert daarop regelmatig met nieuwe onderzoeken, beleidsmaatregelen of aanvullende wetgeving. Dat kan zinvol zijn, maar naar mijn overtuiging ligt de grootste winst niet altijd in méér regels. Nederland beschikt al over een uitgebreid wettelijk instrumentarium en de politie over ruime bevoegdheden. Waar het vooral om gaat, is een consequente toepassing daarvan, ondersteund door duidelijke rugdekking vanuit de overheid, het Openbaar Ministerie en de rechtspraak.
Wie van politiemensen verwacht dat zij daadkrachtig optreden, zal hen ook de ruimte en het vertrouwen moeten geven om dat professionele optreden waar te maken. Dáár begint echte weerbaarheid.







