Dan heb ik een groepssurveillancedienst samen met collega Hans in de K.S.A, de kleine surveillance auto, een Volvo die meer dienstjaren leek te hebben dan sommige wachtmeesters strepen op hun blazoen
Wij rijden langs het kanaal, zo’n route waar doorgaans weinig gebeurt behalve eenden met verkeersinzicht en vissers die zwijgen uit beroepseer. Dan komt de melding binnen dat een zatte automobilist zojuist een kind van een dranghek heeft gereden, zich om geen mens bekommert en er vandoor is gegaan alsof hij deelnam aan een rally voor gewetenslozen. Merk, type en kenteken worden door de meldkamer in Mestreech doorgegeven,
Wij zaten toch al in de buurt, wat voor hem achteraf een ongelukkige samenloop van omstandigheden bleek.
Nog geen minuut later verschijnt de verdachte auto in ons zicht. Wij geven het gebruikelijke stopteken met de stoptransparant op het dak van de politieauto. Een helder en vriendelijk verzoek, mits men nog beschikt over voldoende nuchterheid om letters te herkennen en bevelen te verwerken. Dat bleek hier een optimistische inschatting.
De man reageert nergens op. Hij rijdt door met de rustige overtuiging van iemand die denkt dat problemen verdwijnen zodra men niet kijkt. Dan maar de volgende fase: zwaailichten aan, sirene erbij. Dat helpt wonderbaarlijk snel. Zelfs dronkenschap kent kennelijk grenzen zodra er genoeg licht en geluid achter zit.
Hij stopt uiteindelijk, zij het met de tegenzin.
Uitstappen weigert hij. Natuurlijk weigert hij dat. Menigeen denkt kennelijk dat blijven zitten juridisch gelijkstaat aan onzichtbaar worden.
Ik open het portier en positioneer mij in de deuropening. Collega Hans heeft ditmaal de eenvoudigste taakverdeling: toekijken, paraat staan en straks de boeien halen. Het duw- trekwerk actie/reactie ligt bij mij.
Door de jaren heen werd er wel vaker een beroep op mij gedaan wanneer er iets losgemaakt, tegengehouden of tot rede gebracht moest worden. Dat kwam niet uit de lucht vallen. Buiten diensttijd stond ik op de judomat, in bokszalen en tussen de gewichten. Wie investeert in zichzelf, neemt dat later mee het werk in.
De bestuurder klemt zich vast aan stuur en interieur alsof hij aandelen heeft in de auto. Dat noemt men lijdelijk verzet: zelf niets uitvoeren, maar zich zó vastzetten dat een ander al het werk mag doen. Op papier passief, in de praktijk vermoeiend. Vooral voor hem, zo zou blijken.
Ik pak hem stevig bij de onderarmen en haal de oude trukendoos boven: een combinatie van praktische politievaardigheid, wat hefboomwerk, het hoofd verstandig wegdraaien en technieken die men op de judomat leert zonder dat daar ooit een verkeerssituatie bij genoemd wordt. Kortom: Houdini in overheidsdienst.
Na enig tegenstribbelen ontdekt de man twee waarheden tegelijk: dat natuurkunde sterker is dan dronkenschap en dat verzet vermoeiend werkt. Hij moet zich gewonnen geven en heeft zijn lijdelijk verzet uiteindelijk nadrukkelijk gevoeld. Hij komt los uit zijn zetel en verschijnt buiten de auto ophet asfalt met geschaafde knieën, een gekrenkt ego en een gezicht alsof de avond onverwacht slecht afloopt.
Blazen hoefde niet meer. Hij was te zat om een verjaardagskaars recht aan te kijken, laat staan een ademanalyseapparaat. Duidelijk is duidelijk🧐toch!Hans haalt vervolgens de handboeien, waarmee zijn rustige bijdrage alsnog een officieel tintje krijgt. De verdachte wordt afgeboeid en aangehouden.
Ik neem plaats achter het stuur van de politieauto om de verdachte over te brengen naar het rijkspolitiebureau in Born. Wie zijn auto precies heeft weggezet, is in de nevelen der jaren verdwenen. Mogelijk door Hans, mogelijk later geregeld door anderen, mogelijk door hogere administratieve magie. Zo verdwijnen details soms uit het geheugen, terwijl de hoofdlijn haarscherp blijft: hij zat vast en wij reden.
Op het bureau wachten nog enkele onaangename hoofdstukken op hem. Eerst voorgeleid aan de hulpofficier van justitie, daarna komt een arts langs voor de bloedproef. Vervolgens rijverbod, wat verstandig is, want hij verkeerde in een toestand waarin zelfs een kinderfiets een risico voor de samenleving vormde.
Procedure destijds: artikel 26 Wegenverkeerswet. Tegenwoordig heet dat artikel 8, maar dronkenschap achter het stuur blijft in elke nummering even stompzinnig.
Ik maak een stevig proces-verbaal op. Geen poëzie, wel duidelijk. Soms is papier harder dan een preek.
Later bleek dat zijn onderarmen een donkerblauw huideffect vertoonden, keurig in de vorm van mijn han-dgrepen. Hij had zich zo hardnekkig vastgezet dat mijn vingers als het ware een ambtelijke handtekening op zijn huid hadden achtergelaten.
Ps. Veel later mochten collega’s onder werktijd gaan fitnessen, allemaal betaald door de politie. Een prachtig initiatief, al kwam dat rijkelijk laat voor sommigen. Alleen ik viel buiten de prijzen, want fitness was kennelijk beleidstechnisch iets anders dan jarenlang boksen, judo en eigen training bekostigen. Bureaucratie blijft een contactsport zonder regels.
En ergens in die constellatie van hectiek, judotechniek en kanaalwind blijft één simpele waarheid overeind hangen als samenvatting van de hele inzet die avond:
Alcohol en verkeer gaan nooit en te nimmer samen.
Het meisje bleef gelukkig ongedeerd😃










