De publieke tribune spreekt al recht
Er zijn van die krantenartikelen die je niet alleen leest, maar die je ook aan het denken zetten. Niet zozeer over de schuld of onschuld van een verdachte, maar over de manier waarop wij in Nederland met strafzaken omgaan.
Aanleiding voor deze overpeinzing is een artikel in De Limburger en L1 Nieuws over een politieagent die wordt verdacht van verkrachting. Wie zich in de zaak wil verdiepen, kan dat artikel zelf lezen. Mijn verhaal gaat echter niet over deze specifieke zaak. Het gaat over een principe dat mij na 44 jaar politiewerk nog altijd dierbaar is: laat het bewijs spreken.
Tijdens mijn loopbaan heb ik geleerd dat een verdenking nog geen veroordeling is. Gevoel is geen bewijs. Ervaring evenmin. Natuurlijk ontwikkel je als politieman een intuïtie. Soms denk je te weten hoe een zaak in elkaar zit. Maar uiteindelijk telt slechts één vraag: kan het wettig én overtuigend worden bewezen?
Dat geldt voor iedere verdachte. Dus ook voor een politieagent.
Wat mij in dit soort zaken steeds vaker opvalt, is dat de publieke tribune haar oordeel al klaar heeft voordat de rechter nog maar aan de beurt is. Een agent wordt in de publieke opinie soms al figuurlijk gevierendeeld voordat de rechter nog één woord aan het vonnis heeft gewijd. Zijn loopbaan ligt in scherven, zijn naam ligt op straat. Op sociale media vliegen de kwalificaties over en weer en onder nieuwsberichten wordt het vonnis vaak al uitgesproken.
Intussen liggen de meest intieme details breed uitgestald. Of die nu afkomstig zijn uit de openbare rechtszitting, uit processtukken of uit andere bronnen, weet ik niet. Dat doet voor mijn punt ook niet ter zake. Het effect is hetzelfde. De lezer krijgt flarden van een dossier voorgeschoteld zonder de volledige context te kennen. De media informeren terecht, maar de publieke verontwaardiging krijgt daardoor vaak vrij spel. Nog voordat de rechter uitspraak heeft gedaan, lijkt het oordeel voor velen al vast te staan.
Laat één ding duidelijk zijn. Als een politieagent strafbare feiten pleegt, moet hij zich daarvoor, net als ieder ander, voor de rechter verantwoorden. Niemand staat boven de wet. Maar niemand hoort ook onder de wet te staan. Dat is de kern van onze rechtsstaat.
Ik heb in mijn loopbaan veel processen-verbaal opgemaakt. Ik heb geleerd dat feiten belangrijker zijn dan vermoedens en dat bewijs zwaarder weegt dan emotie. Toch werden ook zaken waarvan ik dacht dat het bewijs als een huis stond, geseponeerd of liep een strafzaak anders af dan ik had verwacht. Dat voelde wrang. Niet alleen voor mij, maar vooral voor de slachtoffers die met die uitkomst moesten leren leven.
Dan zat ik tegenover mensen die mij aankeken en eigenlijk maar één vraag hadden: "Waarom?" Dat waren misschien wel de moeilijkste gesprekken uit mijn politieloopbaan. Ik moest uitleggen dat een sterk vermoeden, of zelfs mijn persoonlijke overtuiging, niet voldoende was. Dat het Openbaar Ministerie of de rechter tot een andere afweging was gekomen. Onwillekeurig voelde dat soms ook als een persoonlijk falen. Dat gevoel kon nog lang blijven knagen.
Juist daarom kijk ik ook nu met dezelfde beroepshouding naar dit soort zaken. Niet vanuit loyaliteit aan een collega, maar vanuit loyaliteit aan de rechtsstaat.
Laat het Openbaar Ministerie zijn bewijs presenteren. Laat de verdediging daarop reageren. Laat de rechter vervolgens oordelen op basis van het volledige dossier.
Niet de krant.
Niet de reacties op sociale media.
Niet de publieke verontwaardiging.
Dat betekent niet dat slachtoffers minder belangrijk zijn. Integendeel. Juist slachtoffers verdienen een zorgvuldig onderzoek, een eerlijk proces en – waar het bewijs daarvoor voldoende is – een rechtvaardige veroordeling. Maar dezelfde rechtsstaat beschermt ook de rechten van een verdachte. Dat is geen zwakte. Dat is de kracht van een samenleving die haar emoties niet boven haar rechtsbeginselen stelt.
Na 44 jaar politiewerk geloof ik nog altijd in hetzelfde eenvoudige uitgangspunt waarmee ik ooit begon.
Laat het bewijs spreken. Daarna pas het oordeel.
Naschrift: Dit opiniestuk is geschreven naar aanleiding van de berichtgeving in De Limburger en L1 Nieuws over een strafzaak tegen een politieagent. Wie zich verder wil verdiepen in de feitelijke berichtgeving, kan die artikelen raadplegen. Dit stuk gaat niet over de schuld of onschuld van de verdachte, maar over het belang van bewijs, zorgvuldigheid en de fundamenten van onze rechtsstaat.






