Daarnaast staan steevast een potje witte blunderkwak en blauwe carbonvellen klaar. Wie dat heeft meegemaakt, hoort het tikgeluid nog altijd.
Op een ochtend sta ik met een collega ingepland voor de vroege dienst in Born. De nachtdienst is reeds huiswaarts gekeerd.
De GSA (groepssurveillance auto) staat achterom geparkeerd en is afgemeld bij de meldkamer in Maastricht. Er liggen geen stille getuigen op ons te wachten, geen haastig neergekrabbelde briefjes die voorspellen dat de rust slechts schijn is.
Briefings moet nog worden uitgevonden. Wij brieven onszelf met het lezen van het rapportenboek waarin de witte bladzijde van een 5laags dikke doorslag, geduldig afwacht op interesse.
Oja, het rapportenboek wordt door de Oppers meegenomen naar hun kamertje. De planton moet bijna een speurhond inzetten om het politienieuwsvan de dag te lezen, wanneer telefoontjes van de buitenwacht daarom vragen😀
Op deze memorabele vroege ochtenddienst lezen we de rapporten door maar treffen geen noemenswaardig politienieuws aan. Kennelijk beleefden de collega's een rustige nacht en liggen zij inmiddels tevreden onder de wol. De nieuwe dag breekt aan. De poetsvrouw schrobt het bureau alsof zij de wereld opnieuw in de was zet, terwijl de koffiepot vertrouwd staat te pruttelen.
Achter de plantonkamer loopt een gang naar de twee cellen die ons bureau rijk is. Uit die catacomben klinkt plotseling luid gebonk op een zware ijzeren deur. Mijn collega en ik kijken elkaar aan. Wat zou dát nu weer zijn?
Wij lopen erheen. De forse sleutel gaat in het slot en met enige tegenzin draait het oude mechaniek open. Zodra de deur opengaat, rolt een dampende alcohollucht naar buiten, zo scherp dat zij op de ogen slaat en het zicht bijna beneemt.
Nog voordat ik goed zie wat zich daarbinnen bevindt, stormt een mij onbekende man naar voren. Hij schreeuwt dat hij eruit wil, of woorden van gelijke strekking, en zet krachtig tegen mij aan in een poging mij opzij te drukken.
Gelukkig brengt onze sport- en judodocent Leo Verhoeven ons meer bij dan louter theorie. Ook al heb ik mijn sporen ruim verdiend met boksen en judo. In een flits pas ik de wet van Newton toe: actie is reactie. Het gevolg is dat de man loskomt van de vloer en aan de overzijde van de gang tegen de muur tot stilstand komt, als een vlieg die onverwacht kennismaakt met een vliegenmepper, flats tegen de celmuur.
De poetsvrouw schrikt zich intussen een hoedje. Zij denkt vermoedelijk dat ik woedend ben, maar niets is minder waar. Ik ben niet boos, slechts luid en duidelijk tegenover de zatlap, die mij geen strobreed meer in de weg legt. By the way, luid zijn dat doen de Niewzeelandse rugbyers toch ook met hun Haka.
Enige tijd later, wanneer de rust is teruggekeerd en de arrestant voldoende is ontnuchterd, volgt zeer zeker nog een verhoor, zij het niet door mij.
In die dagen komt er bij een dronken ingeslotene geen dokter aan te pas. Tegenwoordig is dat nauwelijks nog voorstelbaar.
Daarna mag hij te voet naar huis. Aan de overzijde van de Markt stapt hij een telefooncel binnen om zijn taxi te bellen — een beeld dat tegenwoordig al even nostalgisch aandoet als de Olivetti op het bureau.
Mooie tijden van weleer.









