Een maand na het dodelijke zinloze geweld in Sittard, in juni 2012, sta ik deze avond opnieuw op de plek waar het drama zich heeft afgespeeld. Wat mij daar treft, is dat mensen kennelijk niet zijn vergeten wat andere mensen hier hebben aangericht.
Op de plek van de foto's zijn heldere, sprankelende lichtpunten aangebracht, weliswaar in de vorm van kaarsen en waxinelichtjes, maar dan toch. Het oogt er bijna vredig en sereen. Een paar mensen staan er rustig en ingetogen bij te mijmeren, ongetwijfeld met eerbied en met het verdriet van familie, nabestaanden en vrienden van het slachtoffer in hun gedachten.
Een paar meter verderop, op de Markt, speelt zich ondertussen een heel ander tafereel af. Drie cafés puilen uit van de mensen en ook de terrassen zitten vol. De zweem van de kaarsen en waxinelichtjes lijkt vanaf de onheilsplek bijna contact te zoeken met de Markt en het uitgaanspubliek.
Althans, zo spinde zich bij mij die gedachte af.
Ik hoopte op rust en piëteit, maar niets is misschien zo vergankelijk als het menselijke geweten en het vermogen om te vergeten. Drank, drugs en een flinke dosis overmoed kunnen bij sommige mensen kennelijk genoeg zijn om het gezonde verstand tijdelijk buiten werking te stellen. Een soort egoïsme dat wat mij betreft uit het menselijke DNA ontkloond zou mogen worden. U merkt het, ik ben toch een beetje sciencefiction-minded.
Mijn eerdere column over cameratoezicht en zinloos geweld kwam eveneens bij mij op. Camera's kunnen achteraf helpen bij het vinden van een dader, maar voorkomen niet dat geweld plotseling ontstaat.
Dat zou deze nacht opnieuw blijken.
Omstreeks 02.00 uur krijgen mijn collega en ik een melding van een medewerkster van een café op de Markt. Er is ruzie geweest en de situatie blijft volgens haar explosief. Haar houding spreekt boekdelen en haar angst is duidelijk zichtbaar.
Binnen is het mudjevol. Hier en daar liggen krukken en andere voorwerpen omver, maar het uitgaanspubliek lijkt zich daar weinig van aan te trekken. De medewerkster wijst ons op een man in de rokersruimte, een soort aquarium maar dan zonder water. In zo'n ruimte hoef je volgens mij geen sigaret meer op te steken, want je geniet er sowieso mee van de verwerpelijke dampen en giftige uitstoot van tabaksbladeren.
Bah, wat vies.
De man heeft een bebloed gezicht, bebloede handen en een bebloede handdoek voor zijn gezicht. Hij lijkt één van de betrokkenen bij de ruzie en vechtpartij te zijn. We verzoeken hem mee naar buiten te gaan, hetgeen zonder problemen verloopt. Buiten proberen we zijn identiteit vast te stellen en maken we enkele notities. Inmiddels is ook politieassistentie gearriveerd.
De rust lijkt teruggekeerd.
Totdat ik plotseling vanuit mijn ooghoek een schim van een persoon in een licht hemd voorbij zie vliegen. Het volgende moment krijgt de man van wie ik de gegevens aan het noteren ben een keiharde klap in zijn gezicht, waardoor hij pardoes vanaf zijn stoel achterover slaat en onzacht op de straatklinkers terechtkomt.
De enige mogelijkheid in deze superheterdaadsituatie is om de 'voorbijvlieger' aan te houden.
Pas dan zie ik wie het is.
Onder normale omstandigheden ken ik hem als een aimabel mens, maar op dit moment lijkt hij door een verkeerde grote wesp te zijn gestoken. Hij heeft kennelijk even alle redelijkheid verloren, maar beseft vrijwel onmiddellijk dat hij verkeerd heeft gehandeld en laat zijn aanhouding zonder verder morren over zich heen komen.
Gelukkig, want als hij zich tegen de politie had verzet, hadden personen uit zijn groep zich mogelijk met de situatie kunnen bemoeien en was de korte uitbarsting zomaar verder geëscaleerd.
Het slachtoffer wordt eveneens aangehouden, omdat tegen hem aangifte is gedaan door een andere betrokkene.
En zo levert een paar seconden zinloos geweld opnieuw uren politie-inzet op.
Tot ongeveer 04.00 uur blijf ik op de Markt aanwezig, mede vanwege de preventieve werking. Het uitgaanspubliek schuift aan mij voorbij en de cafés blijven vol. Toch plaats ik vraagtekens bij het steeds maar toelaten van zwaar beschonken mensen. Het kortdurende gewin kan uiteindelijk zomaar omslaan in overlast, geweld en een slechte naam voor het uitgaansgebied.
Tevreden met iets minder, maar wel comfortabel, plezierig en veilig. Of heb ik nu weer een waanidee?
Wanneer ik na 04.00 uur opnieuw langs de plek van het dodelijke geweld kom, branden de kaarsjes nog steeds.
Een paar meter verderop gaat het feest door.
Hier brandt de herinnering.
Na mijn nachtdienst mag ik overigens nog even door, want in een wijk vindt opnieuw zinloos geweld plaats. Ook daar wordt de dader opgepakt en met de nodige Salduz-liefde ingepakt en afgeleverd op het politiebureau.
Ik heb nog steeds het mooiste beroep dat er is.
Vandaag schijnt de zon.
Kijken wat we nu weer op ons politiepad vinden…



