Translate

woensdag 16 september 2026

Extinction Rebellion wees gewaarschuwd of toch niet?

Voor de één het CJIB, voor de ander een waarschuwing?

Weer ligt de A12 in Den Haag eruit. Op 13 september blokkeerde Extinction Rebellion opnieuw de Utrechtsebaan. De actie was niet aangekondigd. De burgemeester gaf opdracht de blokkade te beëindigen en uiteindelijk hield de politie 38 actievoerders aan. Volgens de politie was het merendeel van hen twee weken eerder ook al aangehouden en had die groep toen een waarschuwing gekregen. 

Als oud-wijkagent kijk ik daar met een iets andere blik naar dan iemand die alleen de beelden op televisie ziet.

Ik zie namelijk ook de politieman en -vrouw die daar staan. Zij krijgen de opdracht om een blokkade te beëindigen, moeten mensen van de rijbaan halen, aanhouden en vervolgens hun administratie op orde brengen. Dat doen zij niet omdat zij toevallig iets tegen XR hebben, maar omdat er een besluit ligt en omdat een snelweg nu eenmaal geen wandelpad of demonstratieterrein is.

De politie zegt zelf dat demonstreren op een snelweg onaanvaardbare risico's met zich meebrengt en dat het demonstratierecht geen vrijbrief is om herhaaldelijk een weg te blokkeren.

Daar kan ik als oud-politieman heel goed inkomen.

Maar dan komt voor mij de volgende vraag: wat gebeurt er ná die aanhouding?

Want de gewone burger kent het systeem maar al te goed. Een verkeersovertreding kan via een proces-verbaal bij het CJIB belanden en daar staat vervolgens geen vriendelijke uitnodiging voor een kop koffie in. Het CJIB int jaarlijks enorme aantallen feitgecodeerde zaken; de boetebedragen worden door het OM vastgesteld. 

En juist daarom ontstaat bij mij enige wrijving wanneer iemand keer op keer bewust dezelfde grens opzoekt en de consequentie daarvan niet altijd direct duidelijk is.

Ik zeg nadrukkelijk niet dat XR boven de wet staat. Dat zou feitelijk onjuist zijn.

Sterker nog, de rechter heeft onlangs zes mensen veroordeeld voor het blokkeren van een snelweg tijdens een XR-demonstratie. Zij kregen ieder 120 uur taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken. 

De rechtbank benadrukte daarbij dat het demonstratierecht een essentieel grondrecht is, maar dat het opzettelijk blokkeren van een snelweg daarmee niet automatisch wordt toegestaan. 

Daarmee ligt de juridische werkelijkheid dus genuanceerder dan de krantenkop misschien doet vermoeden.

Maar mijn zorg gaat ergens anders over.

Hoe houden we het vertrouwen van de gewone burger in stand wanneer die het gevoel krijgt dat regels niet voor iedereen hetzelfde uitpakken?

Als wijkagent heb ik jarenlang geprobeerd mensen uit te leggen waarom bepaalde regels bestaan. Soms waren mensen het daar absoluut niet mee eens. Dat hoefde ook niet. Een politieagent is er niet om iedereen tevreden naar huis te sturen. Hij moet de regels handhaven, ook wanneer degene tegenover hem daar een andere mening over heeft.

En daar zit voor mij de steun aan de hedendaagse politie.

Geef die politieman en -vrouw duidelijke grenzen én duidelijke rugdekking.

Laat hen niet iedere keer opnieuw tussen demonstratierecht, openbare orde, politiek en publieke verontwaardiging worden gemanoeuvreerd. Als een burgemeester een blokkade laat beëindigen, moet de politie dat kunnen uitvoeren. Als iemand opnieuw dezelfde grens overgaat, moet vervolgens helder zijn wat daarvan de juridische consequentie is.

Niet omdat XR geen recht heeft om te demonstreren. Dat recht moet juist worden beschermd.

Maar omdat rechtsgelijkheid óók een grondwaarde van onze rechtsstaat is.

Voor mij is daarom niet de vraag of XR een elite is. Daarvoor is geen feitelijke basis.

De veel interessantere vraag is:

Waarom moet de gewone burger soms geloven dat regels keihard zijn, terwijl bij burgerlijke ongehoorzaamheid kennelijk eerst uitgebreid moet worden uitgezocht waar de grens precies ligt?

Voor de één een waarschuwing.

Voor de ander een envelop van het CJIB.

Dat verschil hoeft juridisch misschien helemaal niet zo groot te zijn als het op straat voelt. Maar als het vertrouwen van mensen erdoor wordt aangetast, hebben we wel een probleem.

En daar mag je als oud-wijkagent best eens iets van vinden.

Bronnen: politie.nl over de A12-blokkades van 29 augustus en 13 september 2026; Rechtspraak.nl over de veroordelingen van 9 september 2026; Openbaar Ministerie over verkeershandhaving en boetebedragen; CJIB over de afhandeling van feitgecodeerde zaken. 

Aanhouding, Inbraak op heterdaad met hulp van maglite

Het is ongeveer 32 jaren geleden. De politie draagt de blauwe broek en de witte hemden en we dragen de Walther P5 als dienstwapen. Het is de tijd dat ik nog nachtdiensten draai – in mijn oude kloffie – op een midsummernacht. Buiten is het stil, het is laat of eigenlijk is het heel erg vroeg, net nog voor het ochtendgloren. De meeste normale mensen doen hun ding, d.w.z. ze liggen onder de wol en slapen of proberen hele dikke boomstammen door te zagen met een enorme ronkende kracht. 

We zijn met een paar patrouilles onderweg deze nacht. Het is buiten te mooi om binnen te blijven zitten. De bureaucratie in deze tijden is nog goed uit te houden. Op dat punt liggen de huidige perikelen rondom de Nationale Politie nog in het verschiet. Een idee-fixe. Ik bedoel hiermee niet het hondje van Obelix, Idefix genaamd! 

Destijds wordt er een idee geopperd om provinciale politie in te voeren. De reorganisatie van 1993 heeft dan al vele haken en ogen en loopt niet gesmeerd. Het is een voorbode met vele politieke bijlagen en ombuigingen. De politieregio's zijn dan nog nagenoeg autonoom in doen en handelen. 

Ik kan me van deze lang geleden nachtdienst niet veel andere zaken meer herinneren. Wellicht zitten die nog in mijn grijze hersenmassa verscholen, wie zal het zeggen. Ik kan me nog de drie collega's herinneren met wie ik de nachtdienst heb gedraaid. Een is al lang geleden oneervol ontslagen. Een integriteitsvraagstuk dat opgedoemd is tijdens een lopend onderzoek, helaas. Ook dat komt voor. Dan wordt diep in eigen vlees gesneden. 
Enfin dit terzijde. 

We krijgen een melding van een heterdaad inbraak. De meldkamer stuurt ons aan naar een woning in het centrum, een groot herenhuis dat spic en span is opgeknapt en in oude luister is hersteld. Zoals zo vaak kunnen we het huisnummer niet traceren. Zouden mensen daarop bezuinigen? Lastig voor de hulpverlening als elke seconde telt en de politie op heterdaad boeven wil vangen of mensen wil helpen. 

In de directe omgeving stappen wij, broeders en zusters van de familie Blue – nachtdienstploeg – snel uit onze stalen bolides. We rennen naar de opgegeven locatie. Ik ren niet vooraan mee, maar in de middenmoot, waar het uit- en overzicht beter is. Deze straat, eigenlijk meer een steeg, heeft een aantal appartementen in een groot herenhuis gehuisvest. 

Diverse collega's rennen langs een raam van dit appartementencomplex met hun onverwoestbare Maglite lampen, met een felle witte, verspreidende gloed, in de aanslag. 

Ik ren ook langs, maar dan zie ik plots uit een van mijn ooghoeken een gevoelsmatige oneffenheid of schim opdagen, waarna mijn alarmbelletjes hard beginnen te rinkelen. Ik kijk om en zie in een hoofdbeweging dat er een groot gat in de ruit zit. Versere schade is onmogelijk, want buiten liggen diverse glassplinters als op een maagdelijke witte deken uitgestald. I2n een van mijn knuisten heb ik mijn ijzeren maatje, de Maglite-lamp, vast. 

Ik rem mijn lichaam af en slip met mijn schoenzolen mee in de slipstream van losliggende kiezels van de oprit naar dit amechtige herenhuis. Ik behoud mijn evenwicht en slip lekker mee met de rollende kiezelsteentjes. In dezelfde beweging schakel ik mijn Maglite aan. Ik dacht al een figuur te ontwaren, echter het is meer dan een gevoelsmatige, spookachtige schaduw. De stralenbundel verraadt een woonkamer met meubels, een lage kast en een televisie. Als aan de grond genageld kijkt iemand recht in de loop – ik bedoel hiermee de geconcentreerde stralenbundel – van de Maglite. Dat verblindende licht blijft als een mitrailleur onophoudelijk afvuren op alles in de woonkamer.  

Ook een menselijk object – Tussaud zelf – staat daar als aan de grond genageld, met de geroofde spullen nog in zijn handen, die hij pardoes laat vallen. Betrapt is hij op heterdaad voor de volle 100%. Zijn ogen zijn verblind door toedoen van mijn heetgebakerde Maglite. Zijn lichaam wil niet meer vluchten. Zijn verzet is gebroken. Je bent erbij, kip, ik heb je en meer van dergelijke superlatieven bedenk ik mij in een ijltempo. 

Het raam staat half geopend. Ik moet snel binnenklimmen om bij de inbreker te komen. Uiteraard roep ik mijn collega's op, die abrupt afremmen en mijn kant op komen rennen. De woning is op de begane grond en is overzichtelijk en gelijkvloers. De instap doe ik heel snel en sportief van lijf en leden. Ik duw de geforceerde ruit verder open en klim naar binnen. In a split of a second ben ik bij de inbreker en pak hem snel vast, overmeester hem en deel hem mede dat hij is aangehouden.

Dan blijkt ons dat de verdachte alleen is. Een kleine tunnelvisie heeft zich dan al bij mij opgedrongen, maar is mij nog net niet de baas. Ik blijf koel en berekenend. Ik sla hem in de boeien zonder tegenspartelen of verzet. Dan schijnen mijn collega's een lichtje bij. 

Overal ligt bloed in de woonkamer. De inbreker heeft bij het inslaan van de ruit zijn handen beschadigd en bloedt als een rund. Ik draag op dat moment geen handschoenen of andere bescherming die overdraagbare ziektes eventueel een halt kunnen toeroepen. 

Mijn collega's waarschuwen mij voor het bloed. Ik heb hem dan al geboeid. Ik kijk en zie dat ook mijn handen onder het bloed zitten. De ziekte HIV maakt op dat moment een ware funeste rage door. Later aan het bureau was ik snel mijn handen en ontsmet mijn grijs-grauwe, met een rode bloedtint doordrenkte handboeien. Waarom heb ik dat niet in de woning gedaan waar ingebroken is! Jeetje, stom hé. Maar dat is achteraf geouwehoer. 

De inbreker is een junk die ik, maar ook mijn collega's, al vaak betrapt hebben. Je zou hem een draaideurcrimineel kunnen noemen. In de woning is verder niemand aanwezig. Dat heeft de inbreker bij zijn kraak kennelijk ook geroken. Zo goed als mogelijk dichten we het kapotgegane raam i.v.m. zaakwaarneming. 

De inbreker wordt voorgeleid en is afgestraft op een wijze die in Nederland alledaags is. Of de inbreker is voorgeleid bij de rechter of in het voortraject met een taakstraf is tegemoetgekomen, dat weet ik allang niet meer. Ik denk het laatste met eventueel een bezwerende vinger van de rechter.

Dat maakt mij ook niets uit. Mijn collega's en ik hebben de straten en het publieke domein weer een stukje veiliger gemaakt. Niet dat iemand iets gemerkt heeft van dit prima politieoptreden, want iedereen ligt nog steeds te slapen of zo. 

Mijn collega's en ik brengen de bureaucratie in overeenstemming met strafvordering nog een flinke typ-slag toe.

Ps: Ik had mijn altijd betrouwbare, onverwoestbare ijzeren maatje, de Maglite, in mijn knuist. Over die lamp deden destijds de wildste verhalen de ronde. Er zou zelfs een exemplaar vanaf grote hoogte uit een helikopter zijn gegooid, waarna het ding gewoon weer dienstdeed. Of dat verhaal helemaal waar was, weet ik niet, maar wij vertrouwden die Maglite blindelings. Bijna, of gevoelsmatig helemaal, een volwaardige collega. 👍👊💙

donderdag 10 september 2026

De kaarsjes brandden nog steeds

Een maand na het dodelijke zinloze geweld in Sittard, in juni 2012, sta ik deze avond opnieuw op de plek waar het drama zich heeft afgespeeld. Wat mij daar treft, is dat mensen kennelijk niet zijn vergeten wat andere mensen hier hebben aangericht.

Op de plek van de foto's zijn heldere, sprankelende lichtpunten aangebracht, weliswaar in de vorm van kaarsen en waxinelichtjes, maar dan toch. Het oogt er bijna vredig en sereen. Een paar mensen staan er rustig en ingetogen bij te mijmeren, ongetwijfeld met eerbied en met het verdriet van familie, nabestaanden en vrienden van het slachtoffer in hun gedachten.

Een paar meter verderop, op de Markt, speelt zich ondertussen een heel ander tafereel af. Drie cafés puilen uit van de mensen en ook de terrassen zitten vol. De zweem van de kaarsen en waxinelichtjes lijkt vanaf de onheilsplek bijna contact te zoeken met de Markt en het uitgaanspubliek.

Althans, zo spinde zich bij mij die gedachte af.

Ik hoopte op rust en piëteit, maar niets is misschien zo vergankelijk als het menselijke geweten en het vermogen om te vergeten. Drank, drugs en een flinke dosis overmoed kunnen bij sommige mensen kennelijk genoeg zijn om het gezonde verstand tijdelijk buiten werking te stellen. Een soort egoïsme dat wat mij betreft uit het menselijke DNA ontkloond zou mogen worden. U merkt het, ik ben toch een beetje sciencefiction-minded.

Mijn eerdere column over cameratoezicht en zinloos geweld kwam eveneens bij mij op. Camera's kunnen achteraf helpen bij het vinden van een dader, maar voorkomen niet dat geweld plotseling ontstaat.

Dat zou deze nacht opnieuw blijken.

Omstreeks 02.00 uur krijgen mijn collega en ik een melding van een medewerkster van een café op de Markt. Er is ruzie geweest en de situatie blijft volgens haar explosief. Haar houding spreekt boekdelen en haar angst is duidelijk zichtbaar.

Binnen is het mudjevol. Hier en daar liggen krukken en andere voorwerpen omver, maar het uitgaanspubliek lijkt zich daar weinig van aan te trekken. De medewerkster wijst ons op een man in de rokersruimte, een soort aquarium maar dan zonder water. In zo'n ruimte hoef je volgens mij geen sigaret meer op te steken, want je geniet er sowieso mee van de verwerpelijke dampen en giftige uitstoot van tabaksbladeren.

Bah, wat vies.

De man heeft een bebloed gezicht, bebloede handen en een bebloede handdoek voor zijn gezicht. Hij lijkt één van de betrokkenen bij de ruzie en vechtpartij te zijn. We verzoeken hem mee naar buiten te gaan, hetgeen zonder problemen verloopt. Buiten proberen we zijn identiteit vast te stellen en maken we enkele notities. Inmiddels is ook politieassistentie gearriveerd.

De rust lijkt teruggekeerd.

Totdat ik plotseling vanuit mijn ooghoek een schim van een persoon in een licht hemd voorbij zie vliegen. Het volgende moment krijgt de man van wie ik de gegevens aan het noteren ben een keiharde klap in zijn gezicht, waardoor hij pardoes vanaf zijn stoel achterover slaat en onzacht op de straatklinkers terechtkomt.

De enige mogelijkheid in deze superheterdaadsituatie is om de 'voorbijvlieger' aan te houden.

Pas dan zie ik wie het is.

Onder normale omstandigheden ken ik hem als een aimabel mens, maar op dit moment lijkt hij door een verkeerde grote wesp te zijn gestoken. Hij heeft kennelijk even alle redelijkheid verloren, maar beseft vrijwel onmiddellijk dat hij verkeerd heeft gehandeld en laat zijn aanhouding zonder verder morren over zich heen komen.

Gelukkig, want als hij zich tegen de politie had verzet, hadden personen uit zijn groep zich mogelijk met de situatie kunnen bemoeien en was de korte uitbarsting zomaar verder geëscaleerd.

Het slachtoffer wordt eveneens aangehouden, omdat tegen hem aangifte is gedaan door een andere betrokkene.

En zo levert een paar seconden zinloos geweld opnieuw uren politie-inzet op.

Tot ongeveer 04.00 uur blijf ik op de Markt aanwezig, mede vanwege de preventieve werking. Het uitgaanspubliek schuift aan mij voorbij en de cafés blijven vol. Toch plaats ik vraagtekens bij het steeds maar toelaten van zwaar beschonken mensen. Het kortdurende gewin kan uiteindelijk zomaar omslaan in overlast, geweld en een slechte naam voor het uitgaansgebied.

Tevreden met iets minder, maar wel comfortabel, plezierig en veilig. Of heb ik nu weer een waanidee?

Wanneer ik na 04.00 uur opnieuw langs de plek van het dodelijke geweld kom, branden de kaarsjes nog steeds.

Een paar meter verderop gaat het feest door.

Hier brandt de herinnering.

Na mijn nachtdienst mag ik overigens nog even door, want in een wijk vindt opnieuw zinloos geweld plaats. Ook daar wordt de dader opgepakt en met de nodige Salduz-liefde ingepakt en afgeleverd aan het politiebureau.

Elke dag weer opnieuw is het uitkijken voor werk en aandacht op ons politieparcours. Vaak mooi en vaak een uitdaging ...


vrijdag 4 september 2026

Bewijs dat u geen robot bent

Ergens moet het allemaal begonnen zijn met een mens die dacht: dat moet gemakkelijker kunnen. Een nieuwsgierige uitvinder die niet tevreden was met hoe de wereld werkte en zich afvroeg of elektriciteit, beweging, licht of een andere natuurkracht niet zo kon worden gebruikt dat de mens er iets aan had. Gelukkig maar, want zonder die nieuwsgierigheid zaten we nu waarschijnlijk nog met een kaars naast de krant en mochten we zelf de koffiebonen fijnstampen. Alhoewel, sommige mensen zouden dat tegenwoordig waarschijnlijk weer duurzaam noemen.

Daar komt Magnus (comic strip) om de hoek kijken.

Magnus, de Robot Fighter, verscheen in 1963 en leefde in een toekomst waarin robots een groot deel van het menselijke leven hadden overgenomen. Werken, vervoeren, bewaken en allerlei andere taken werden door machines uitgevoerd. Magnus zag daarin niet alleen een leger metalen tegenstanders, maar vooral een mens die zijn eigen kracht en zelfstandigheid dreigde kwijt te raken.

En dus vocht Magnus.

Niet omdat iedere robot slecht was, maar omdat hij vond dat de mens mens moest blijven. Sterk, zelfstandig en in staat om zichzelf te redden wanneer de machine het een keer liet afweten.

Als je daar vandaag naar kijkt, wordt die oude strip ineens verdacht actueel. Wij hebben inmiddels geen robot nodig die ons letterlijk komt vertellen wat we moeten doen. We hebben een smartphone die onthoudt waar we zijn, een navigatiesysteem dat vertelt waar we heen moeten, een algoritme dat bepaalt wat we op internet te zien krijgen en kunstmatige intelligentie die inmiddels kan schrijven, rekenen, analyseren, adviseren en gezellig met ons kan kletsen.

Over robotmaaiers gesproken.

Daar hebben we misschien wel de meest onschuldige robotveroveraar van allemaal rondrijden. Vanuit zijn eigen kleine cave komt hij tevoorschijn zodra hij vindt dat het gazon weer aandacht nodig heeft. Geen koffie, geen pauze, geen vakantie, geen cao en vooral geen discussie over arbeidsomstandigheden. Hij rijdt zijn rondjes en maait alles wat boven de door de mens ingestelde grens uitkomt.

Een grasspriet van vier centimeter? Overtreding. Een paardenbloem die het waagt zijn kop boven het maaiveld uit te steken? Geen pardon.

Een stukje gras dat zich niets aantrekt van de menselijke behoefte aan een strak gazon? Binnen de kortste keren verdwenen. De robotmaaier heeft geen hekel aan de natuur. Hij heeft alleen een opdracht. En daar zit misschien precies de clou.

De mens heeft machines gemaakt die geen eigen mening nodig hebben om hun werk uitstekend te doen.

Dat geldt inmiddels ook voor drones. Die vliegen boven bosbranden om hulpdiensten te helpen zien waar het vuur zich verspreidt, worden ingezet bij zoekacties en politiewerk en kunnen plaatsen bereiken waar een mens moeilijk of gevaarlijk kan komen. Tegelijkertijd zien we in oorlogen hoe dezelfde technologie verandert in een instrument voor verkenning en vernietiging. Eén technisch wonder, verschillende toepassingen, afhankelijk van de mens die aan de knoppen zit.

Want hier komt George Orwell weer binnenlopen.

Orwell waarschuwde in zijn boek met de titel 1984 gepubliceerd in 1949 niet voor een robotmaaier die zijn gazon te kort knipt, maar voor een samenleving waarin macht, informatie, toezicht en taal gebruikt kunnen worden om mensen te beïnvloeden en te controleren. Dat is een ander soort robotisering. 

Niet de machine die het lichaam overneemt, maar de mens die langzaam zijn eigen oordeel uit handen geeft.

En dat is misschien wel de interessantste robot van allemaal. De mens die zelf gaat functioneren als een robot.

Niet omdat hij van staal is gemaakt, maar omdat hij alleen nog maar doet wat hem wordt verteld. Niet meer nadenkt, niet meer twijfelt en vooral niet meer vraagt waarom. Gewoon de opdracht uitvoeren, de juiste knop indrukken en vervolgens tevreden vaststellen dat iedereen hetzelfde heeft gedaan.

Magnus zou daar waarschijnlijk behoorlijk zenuwachtig van worden.

Hij vocht immers tegen robots om de mens vrij en zelfstandig te houden, terwijl wij tegenwoordig vrijwillig allerlei systemen binnenhalen die voor ons denken, onthouden, zoeken, rijden, maaien, communiceren en zelfs onze koffie zetten.

Ja, zelfs de koffie.

Mijn eerste bak wordt tegenwoordig door een machine gezet. Ik hoef alleen nog maar op een knop te drukken en even later staat daar het zwarte levenselixer klaar. Als Magnus dat had gezien, had hij waarschijnlijk niet eens zijn vuisten gebald. Hij had eerst gewoon een kop koffie genomen.

En daar komt nog een wonderlijke uitvinding bij: de elektrische step en zijn forse evenknie, de fatbike.

De mens heeft miljoenen jaren benen ontwikkeld om zich voort te bewegen en heeft daarna een elektromotor bedacht om die benen vooral zo weinig mogelijk te hoeven gebruiken. De elektrische step brengt ons zonder noemenswaardige inspanning naar de overkant van de straat en de fatbike ziet eruit alsof hij rechtstreeks uit een poolexpeditie komt, terwijl hij in de praktijk ook uitstekend geschikt is om met elektrische ondersteuning een stukje verderop een broodje te halen.

Magnus zou waarschijnlijk vragen waar onze benen gebleven zijn.

We zouden hem uitleggen dat ze er nog wel zitten, maar dat ze tegenwoordig vooral handig zijn om op de step te blijven staan.

En zo wordt de wereld langzaam een merkwaardige combinatie van gemak, techniek en afhankelijkheid. Tesla gaf ons mogelijkheden die zijn tijd ver vooruit waren, Magnus waarschuwde voor een mens die door machines afhankelijk zou worden, Orwell waarschuwde voor controle over informatie en het menselijk denken, The Terminator maakte er in 1984 een nachtmerrie van waarin machines uiteindelijk hun eigen oorlog tegen de mens voeren en wij zitten in 2026 rustig tussen de koffie, drones, AI, smartphones, elektrische fietsen en robotmaaiers.

Daarbij hoeven we helemaal niet bang te zijn voor iedere nieuwe uitvinding. Integendeel. Technologie kan levens redden, mensen helpen, gevaarlijk werk overnemen en ons mogelijkheden geven waarvan vorige generaties alleen maar konden dromen.

Maar misschien moeten we af en toe wel even stoppen met vragen wat de machine allemaal voor ons kan doen en ons afvragen wat wij zelf nog willen blijven doen.

Want als een machine voor ons rijdt, vliegt, rekent, schrijft, zoekt, maait, koffiezet en denkt, blijft er uiteindelijk één belangrijke taak over.

Zelf nadenken.

En zelfs dat kunnen we tegenwoordig uitbesteden.









Als de werkelijkheid sneller gaat dan de wetgeving

Het incident in Overasselt roept terecht vragen op over de verharding binnen de criminele wereld. Maar bij mij roept het ook een andere vraag op: hoe ver durven wij als overheid nog te denken wanneer de werkelijkheid sneller verandert dan onze wetgeving?

Als iets niet letterlijk bij wet is geregeld, lijkt tegenwoordig al snel de conclusie te zijn dat er dus niets kan of mag. Daar ben ik het niet mee eens. Niet omdat de politie buiten de wet moet gaan opereren, integendeel. Juist niet. Maar omdat er binnen bestaande bevoegdheden, wetmatigheden en rechtsbeginselen vaak meer ruimte zit dan we denken.

De politie hoeft niet bij ieder nieuw maatschappelijk probleem te wachten totdat Den Haag er een nieuw wetsartikel voor heeft geschreven. De werkelijkheid houdt zich daar immers ook niet aan. Criminelen vragen geen toestemming aan de wetgever voordat zij nieuwe methoden, technieken of samenwerkingsverbanden bedenken.

Blijf dus vooral kleuren binnen én op de randen van het bestaande juridische kader. Niet om de wet te omzeilen, maar om de bedoeling ervan serieus te nemen. Menselijkheid, proportionaliteit, subsidiariteit en maatschappelijke veiligheid zijn óók onderdelen van onze rechtsstaat.

Daarbij kunnen politie en OM juist door nieuwe werkwijzen, zorgvuldig gemotiveerd optreden en toetsing door de rechter nieuwe jurisprudentie laten ontstaan. Niet iedere nieuwe situatie hoeft onmiddellijk in een apart wetsartikel te worden dichtgetimmerd. We hebben wetten genoeg; het probleem is soms eerder dat we ze te letterlijk en te voorzichtig gebruiken.

En als blijkt dat bestaande wetgeving werkelijk tekortschiet, dan moet de wetgever bijstellen. Niet omdat de werkelijkheid zich aan de wet moet aanpassen, maar omdat goede wetgeving de werkelijkheid moet kunnen blijven volgen.

Zelfs het EVRM is geen museumstuk. Ook daar hoort een voortdurende zoektocht bij naar de juiste balans tussen individuele rechten en de veiligheid van de samenleving. Rechtsontwikkeling hoort immers bij een levende rechtsstaat.

Misschien komt mijn gedachte hierover ook ergens anders vandaan.

Jaren geleden tijdens mijn RID periode, woonde ik in hartje Londen een lezing bij van Scotland Yard. Een van de onderwerpen was het toen steeds radicaler wordende Animal Liberation Front. Activisme dat inmiddels ver over de grens van demonstreren en protesteren heen was gegaan. Ondergronds werden zelfs mensen vastgeketend aan zware machines, met het doel dat zij bij het verplaatsen ervan zouden worden meegesleurd of verpletterd. Fanatisme kent blijkbaar ook een ondergrens waar je vervolgens gewoon doorheen kunt zakken.

Maar wat mij van die lezing vooral is bijgebleven, was iets anders. De spreker was bepaald geen liefhebber van bibliotheken die uitpuilden van de wetboeken. Hij zei, vrij vertaald:

Het gaat niet alleen om welke wetten je hebt, maar vooral om wat je ermee doet en hoe je ze inzet.

Die zin is mij nooit meer ontschoten.

Misschien is dat precies waar we vandaag opnieuw naar moeten kijken. We hoeven niet voor ieder nieuw maatschappelijk of crimineel verschijnsel een nieuwe wet te bouwen. We hebben inmiddels genoeg wetboeken om menig boekenkast door zijn hoeven te laten zakken.

Wat we nodig hebben, is het vermogen om bestaande wetgeving mee te laten bewegen met een veranderende werkelijkheid. Soms door anders te kijken, soms door grenzen opnieuw te verkennen en soms door een wettelijke bepaling zorgvuldig te finetunen.

Want wetgeving hoort geen mausoleum te zijn waarin oude bedoelingen keurig geconserveerd liggen. Het is gereedschap. En gereedschap is pas waardevol als je weet wanneer je welke sleutel, hamer of schroevendraaier moet pakken.

Daarbij blijft voor mij één ding overeind: niet buiten de rechtsstaat treden, maar binnen de rechtsstaat blijven zoeken naar ruimte om haar doel te bereiken.

De samenleving verandert. Criminaliteit verandert. Technologie verandert. Dan mag onze manier van kijken naar wetgeving dat ook doen.

Niet méér wetten om onze onzekerheid te bedekken.

Wel beter gebruikmaken van de wetten die we al hebben. En waar het echt nodig is: een kleine aanpassing aan de werkelijkheid van vandaag.

Want uiteindelijk gaat het inderdaad niet om hoeveel wetboeken er in de kast staan.

Het gaat erom wat je ermee doet.

woensdag 26 augustus 2026

Overlast Bie Zefke (hae krig de sjoud)

Ik lees het artikel over Bie Zefke en moet eerlijk zeggen dat ik er toch even bij blijf hangen. Een jaar geleden was de verhuizing naar de Odasingel nog aanleiding voor de nodige onrust. Omwonenden maakten zich zorgen. Er kwamen informatieavonden, een petitie en uiteindelijk zelfs juridische procedures. De verwachte overlast lag blijkbaar behoorlijk zwaar op de maag.

Een jaar later blijkt het allemaal nogal mee te vallen. Uit de evaluatie komen slechts geringe incidenten naar voren. In het afgelopen halfjaar was er maar één melding bij de gemeente.

Er wordt wel melding gemaakt van dealen op de parkeerplaats aan de Henri Weltersstraat. Politie en gemeente zijn daarvan op de hoogte. Maar uit het artikel blijkt niet dat dit door bezoekers van Bie Zefke wordt veroorzaakt. Ook wordt het niet als bewijs aangevoerd voor de grote overlast waar vooraf zo voor werd gevreesd.

Prima toch?

Maar terwijl ik het artikel lees, denk ik ook: hoe consequent zijn we eigenlijk in Sittard als het om overlast gaat?

Want zet de kalender er maar eens naast.

Groove Garden komt eraan. De kermis strijkt weer neer in de stad. Daarna hebben we de Oktoberfeesten. En dan zijn er nog de nodige andere evenementen waarbij duizenden mensen naar Sittard komen.

Veel mensen betekent veel verkeer. Veel geluid. Veel drukte. Een biertje hier en daar. Soms nog eentje. En natuurlijk blijft er na afloop het nodige achter. Bekers, blikjes, verpakkingen en andere rommel. De straten en pleinen zien er na zo'n evenement soms uit alsof de halve stad er een feestje op heeft gevierd.

Maar daar hebben we gelukkig de reinigingsdienst voor.

Die mannen en vrouwen mogen voor dag en dauw aan de slag om de stad weer toonbaar te maken. Terwijl de feestvierders hun roes uitslapen, worden de sporen van een nachtje Sittard weggepoetst.

En niemand die daar vervolgens spreekt over een ernstige aantasting van de leefbaarheid.

Integendeel.

De evenementen leveren de stad aanzien op. Ze trekken bezoekers. Ze zijn goed voor de horeca en de ondernemers. En uiteindelijk levert het de stad ook gewoon geld op.

Kijk, dan wordt overlast ineens een stuk gemakkelijker te accepteren.

En daar zit voor mij precies de vreemde tegenstelling in het verhaal rond Bie Zefke.

Als het om een inloophuis gaat, kijken we kritisch naar de mensen die er komen en naar wat zij mogelijk voor overlast kunnen veroorzaken. Als het om een groot evenement gaat, kijken we vooral naar hoeveel mensen erop afkomen en wat het de stad oplevert.

Natuurlijk moeten we overlast gewoon aanpakken. Of die nu wordt veroorzaakt bij Bie Zefke, tijdens Groove Garden, de kermis of de Oktoberfeesten. Daar lijkt mij weinig discussie over mogelijk.

Maar misschien moeten we ook eens eerlijk zijn over onze eigen meetlat. Want blijkbaar is niet iedere overlast hetzelfde.

Overlast die geld oplevert, noemen we een evenement. En overlast van het verkeerde pluimage noemen we een probleem. Dat is toch op zijn minst een opmerkelijke constatering.


Bron: Paul Dolhain, ‘Nauwelijks incidenten in eerste jaar Bie Zefke op nieuwe locatie’

vrijdag 21 augustus 2026

De mens bepaalt de grens

De mens bepaalt de grens

Daar heb je weer zoiets.

De mens bepaalt de grens van het land. De maten van het dier. Wel of niet invasief. Welkom of niet welkom. Beschermd, bedreigd, uitheems, inheems. Alles krijgt een hokje, een etiket en uiteindelijk een regel.

Maar ondertussen vliegen, kruipen, zwemmen en wandelen er iedere dag allerlei soorten naar, door en over ons kleine kikkerlandje.

Een land dat inmiddels grotendeels is volgebouwd, bestraat en volgezet met verkeersborden, hekwerken, wegen en andere menselijke uitvindingen die de natuur vooral duidelijk maken dat zij zich aan ons heeft aan te passen.

En dan gaan wij onderzoeken wie hier eigenlijk welkom is.

De mens en de asielkwestie even daargelaten.

Want wij vliegen ondertussen met een vliegtuig, voorzien van een reusachtige CO₂-afdruk, naar de andere kant van de wereld. Daar plukken we bekans alles wat flora en fauna te bieden heeft kaal. Een plantje hier, een diertje daar en als het even kan nemen we het mee naar Nederland.

En dan komt de regel- en ontregelfabriek in het touw.

Die bepaalt wat mag.

En vooral wat niet mag.

Voor reptielen en amfibieën is het trouwens nog opmerkelijker. Daar bestaat momenteel nog geen huis- en hobbydierenlijst voor. Volgens de overheid mag je die dieren daarom in beginsel houden, tenzij andere regelgeving het verbiedt. Bijvoorbeeld omdat het om een beschermde soort of een invasieve exoot gaat.

Want stel je voor dat een dier zelfstandig de Nederlandse grens passeert zonder formulier, vergunning of Europese goedkeuring.

Dat kunnen we natuurlijk niet hebben.

De natuur trekt zich daar overigens geen ene moer van aan.

Die kent geen landsgrenzen, geen bestemmingsplannen en geen ambtenaren met een stempel.

Een slang weet niet dat hij volgens de Nederlandse regelgeving eigenlijk niet welkom is. Een vogel heeft geen paspoort. Een kikker vraagt geen verblijfsvergunning aan. En een zaadje dat met de wind meekomt, heeft al helemaal geen idee dat het volgens ons een invasieve exoot kan worden.

Maar wij weten het allemaal precies.

Wij zijn immers de mensheid.

De soort die de aarde eerst volbouwt, de natuur in kaart brengt, vervolgens bepaalt welke soorten hier mogen leven en daarna miljarden regels bedenkt om de gevolgen van ons eigen handelen weer in goede banen te leiden.

Tja.

Lang leve de mensheid.

Op weg naar het heelal.

Maar eerst even controleren of die slang wel op de juiste lijst staat.

Bron:

L1 Nieuws, Twee ontsnapte slangen in korte tijd: welke reptielen en amfibieën mag je in Nederland houden? L1 Nieuws