Translate

woensdag 29 juli 2026

Margraten 1978

 

Toen geluk nog heel gewoon was,


Ik draag het uniform van de Rijkspolitie. Een werkweek van veertig uur. Tien dagen werken, vier dagen vrij. Een ritme waar je naar uitkijkt. Niet omdat het werk licht is, maar omdat die vier vrije dagen voelen als een klein avontuur.

We wonen in een oude boerderij in Margraten. Geen luxe, geen overvloed. Wel ruimte, rust en het Zuid-Limburgse Mergelland als onze achtertuin. In Margraten is nagenoeg alles te krijgen waarvan we denken het nodig te hebben. Behalve een treinstation. Maastricht, Heerlen en Valkenburg liggen spreekwoordelijk om de hoek.

En natuurlijk onze twee Cocker Spaniels. Vader en zoon.



Geen gewone honden, maar twee wervelwinden avant la lettre. Zodra ergens een wandelschoen wordt aangetrokken, begint het feest. Staarten zwiepen door de keuken alsof er een storm opsteekt.

Stilzitten? Dat woord komt niet in hun woordenboek voor. Dus trekken we eropuit. Iedere dag heel veel  kilometers vreten. 

Het hele dorp kent ons in deze samenstelling.

Margraten, Groot Welsden, Klein Welsden, 't Rooth, Scheulder, Gulpen... over holle wegen, langs akkers met wuivend graan, over mergelpaden en tussen hoogstamboomgaarden. Soms uren achter elkaar zonder iemand tegen te komen. Alleen de vogels, de wind en het ritmische geluid van onze voetstappen.

Geen mobiele telefoon. Geen sociale media. Die monsters bestaan nog niet. Niemand die je onderweg stoort.

Alleen de natuur en wij.

De Cockers rennen alsof ze nooit moe worden. De ene duikt een berm in, de andere jaagt achter een fazant aan die allang gevlogen is.

Wat hebben we van die twee honden genoten. Ze maakten iedere wandeling tot een avontuur en iedere vrije dag nét een beetje mooier.

Ook wij hebben energie voor tien. Jong, gezond en nieuwsgierig naar alles wat het leven nog brengt.

Die wandelingen betekenen veel meer dan zomaar een ommetje. Daar dromen we over later, zonder te beseffen dat we misschien wel midden in de mooiste jaren van ons leven lopen.

In onze vrije dagen stappen we in de auto om familie te bezoeken. De afstanden zijn fors en de vrije tijd is schaars, zeker in combinatie met de onregelmatige diensten en de bokssport. We rijden via Valkenburg naar Nuth, gaan daar de autosnelweg op richting Geleen en vervolgen onze weg via de Rijksweg langs het oude ziekenhuis naar Sittard.
Het voelt nooit als een verplichting. Familie maakt gewoon deel uit van ons leven. Daar maak je tijd voor, juist in die vier vrije dagen.

Als we tegenwoordig weer door Gulpen en Slenaken wandelen, herkennen we nog altijd dezelfde holle wegen, dezelfde heuvels en dezelfde vergezichten.

Alleen wij zijn wat ouder geworden. Maar niet minder sportief.

Soms zie ik in gedachten twee dolenthousiaste Cockers weer voor ons uit rennen over die holle wegen in het Mergelland, waar de tijd heel even lijkt stil te staan. Ik hoor het grind knarsen onder onze schoenen. Ik voel de zon op mijn gezicht en adem de frisse Limburgse lucht in. Dan kijk ik naar rechts en zie ik Carla en Lauren naast mij meewandelen,

Onze twee Cocker Spaniels vroegen nooit iets bijzonders. Geen rijkdom, geen luxe. Alleen een wandeling, een aai over hun kop en de zekerheid dat we samen op pad gingen.
In ruil daarvoor gaven ze ons onvoorwaardelijke trouw, eindeloos enthousiasme en ontelbaar veel mooie herinneringen.

Angels without wings...

Ik denk aan de collega's. Aan de sportvrienden. Aan de familiebezoeken die zo vanzelfsprekend waren. Aan de mensen die ieder hun eigen weg zijn gegaan.
De meeste contacten zijn langzaam vervaagd. Zo gaat het nu eenmaal. De tand des tijds spaart niemand.

That's our life.

Maar de herinneringen blijven, zij wonen in een oude boerderij in Margraten, in een wandeling door het Mergelland, in bokshandschoenen die aan een haak hangen, in het gelach met collega's na een drukke dienst en in twee onvermoeibare Cocker Spaniels die altijd als eerste klaarstonden voor een nieuw avontuur.

Misschien is dát wel de grootste rijkdom.

Niet wat we bezaten, maar hoe we leefden.

En eerlijk gezegd...

Ik zou voor geen goud één bladzijde uit dat prachtige hoofdstuk van ons leven willen missen.


Naschrift


Gemeentehuis van Margraten, Hoenderstraat 2. Mooi en nostalgische uitstraling 

In 1978 was Albert Kuijpers (A.A.J. Kuijpers) burgemeester van de zelfstandige gemeente Margraten

Dit pand diende als gemeentehuis van de gemeente Margraten tussen 1954 en 1985.  




De oude gemeente Margraten van voor de gemeentelijke herindeling in 1982 bestond uit het kerkdorp Margraten en de buurtschappen Groot Welsden, Klein Welsden, 't Rooth en Termaar. Na de gemeentelijke herindeling van 1982 kwamen daar de voormalige gemeenten Cadier en Keer, Noorbeek, Mheer en Sint Geertruid bij. Ook werd het kerkdorp Scheulder aan de gemeente Margraten toegevoegd, dat tot 1982 onderdeel was van de gemeente Wijlre.

zondag 26 juli 2026

Lieve medeweggebruikers toch

 


Weer een fietstocht van Carla en  Han ...

Afgelopen zaterdag, gisteren dus. De zon straalt al vroeg en de temperatuur loopt gestaag op.

"Wat gaan we vandaag doen?" vraag ik aan Carla.

"Broodjes halen en via onze vertrouwde landelijke route naar het park."

Een beter plan is nauwelijks denkbaar. Die route staat inmiddels gegrift in de pedalen van onze stalen rossen.

Al vroeg laat de zon zich voelen, maar de zachte tegenwind zorgt gelukkig voor een aangenaam contrast. Met onze vers ingeslagen proviand peddelen we rustig richting het Sittardse stadspark. Vanaf huis gaat het via Tüddern eerst licht omhoog. Daarna volgen de prachtige holle wegen, waar de bomen een groen dak boven ons vormen. Via de Lahrweg slingert de route op en neer. Het blijft iedere keer weer genieten.

Maar dan dient zich de eerste hindernis aan.

Voor ons lopen twee wandelaars, breed naast elkaar. De man heeft zijn smartphone in de hand. De telefoon praat en hij gehoorzaamt. Van de vogels, de bomen en de mensen om hem heen krijgt hij niets mee. Samen nemen ze ruim de halve weg in beslag en wijken geen centimeter. Volledig opgeslokt door het scherm.

We kunnen hen nog net ontwijken.

Maar achter dit duo dient zich meteen een groter gevaar aan.

Dan denderen ons twee e-bikers tegemoet. Stoere fietshelmen op, donkere zonnebrillen voor en breed over het midden van het fietspad. Alsof zij de enige weggebruikers zijn en de rest vanzelf wel aan de kant gaat.

Ik fiets voorop. Achter mij mijn sportieve blonde eega. Mijn felgroene shirt zou zelfs op afstand nauwelijks te missen moeten zijn.

De afstand wordt razendsnel kleiner.

Nog altijd geen enkele reactie.

Pas op het allerlaatste moment volgt een verschrikte kreet: "Oef!"

Een wilde stuurcorrectie volgt. Rakelings suist de man langs mij heen. Carla moet vol in de remmen. Heel even lijkt het alsof hij, aangetrokken door de Lorelei achter mij, recht op haar af stuurt.

Gelukkig blijft een botsing uit.

Meer uit ongeloof dan uit boosheid foeteren we elkaar nog wat na.

Even later bereiken we de brede fiets- en wandelroute door het park. Ruim opgezet, rustig en breed genoeg voor wandelaars, honden, kinderwagens én fietsers. Je zou denken dat hier werkelijk iedereen ontspannen van de omgeving kan genieten.

Mis gedacht.

In de verte doemt een echtpaar op gevorderde leeftijd op. Op hun e-bikes denderen ze ons tegemoet. Stoere fietshelmen op, donkere zonnebrillen voor en breed over het midden van het fietspad. Alsof het complete fietspad uitsluitend voor hen is aangelegd.

Carla rijdt achter mij. Ik voorop, nog steeds in mijn felgroene shirt.

Geen millimeter wijken ze uit.

Waarom toch? Waren ze gisteren iets te diep in de armen van Bacchus gevallen? Of maakt zo'n donkere wielerbril je blind voor alles wat tegemoetkomt? Misschien wanen sommigen zich op de laatste etappe van de Tour de France.

Wie het weet, mag het zeggen.

De afstand wordt kleiner. Tien meter... vijf meter... drie meter...

Nog altijd geen reactie.

Op het allerlaatste moment volgt een schrikreactie. Te laat.

Met een harde tik knallen onze fietsspiegels tegen elkaar. De dame slaakt een verschrikte "oef", terwijl wij elkaar rakelings passeren. Nog een fractie dichterbij en het was geen tik tegen een spiegel geweest, maar een frontale aanrijding.

Gelukkig blijft mijn spiegel heel. Dat is mooi meegenomen, maar daar ging het mij niet om. Het had heel anders kunnen aflopen.

Ik hoop oprecht dat de schrik groot genoeg is geweest om de rest van hun fietstocht wat alerter te zijn.

Verderop zien we dat de bomen onlangs van onderen zijn opgesnoeid. Waarschijnlijk een zomersnoei. Jammer. In november had dat waarschijnlijk wat meer schaduw opgeleverd. Nu brandt de zon ongenadig op onze ruggen en hoofden. Nog altijd prachtig, maar wel een stuk warmer.

Na een heerlijke picknick, opgeladen door de rust, de natuur en elkaars gezelschap, stappen we weer op de fiets.

De terugweg verloopt aanvankelijk zonder noemenswaardige obstakels.

Saillant detail.

Op het brede, verplichte fietspad richting de Gamma, bijna thuis, komt vanuit een uitrit ineens een Audi met een duivels tempo aanzetten. Achter het stuur een jongeman met een petje, in een auto die misschien net een maatje te groot voor hem is.

Pas op het allerlaatste moment duikt hij vol in de remmen. Carla en ik grijpen tegelijk stevig in onze eigen, ouderwetse fietsremmen.

Hij komt tot stilstand.

Wij fietsen door.

Nog geen vijftig meter verder staat dezelfde Audi braaf voor een rood verkeerslicht te wachten.

Carla en ik kijken elkaar aan.

Al die haast... om vervolgens een halve minuut later alsnog stil te staan.

Ik mompel iets over verkeersinzicht en voorrangsregels. Carla schiet in de lach.

Ach... het zal de warmte wel zijn geweest. Net als bij enkele hoofdrolspelers eerder op onze tocht.

Onderweg schiet mij nog een gedachte te binnen.

Wat zou het mooi zijn als iedere fiets een extra knop had. Geen turbo, geen sportstand en ook geen extra ondersteuning.

Gewoon een knop met daarop: 'Geniet.'

Na één druk op die knop schakelt niet de motor in, maar het gezonde verstand. Je kijkt weer om je heen. Je ziet de schoonheid van de natuur, groet een wandelaar, mindert even vaart en gunt een ander net zoveel plezier als jezelf.

En vooruit... vervang die trapondersteuning meteen maar door een ouderwetse Sturmey-Archer-naaf met drie versnellingen. Ik heb zomaar het vermoeden dat het dan ineens een stuk minder druk wordt op onze prachtige fietspaden.

Maar hoe dan ook...

Carla en ik blijven positief en trappen vol goede moed verder. We genieten van de natuur, van elkaar en soms ook van de capriolen van onze medeweggebruikers. De ene keer met een glimlach, de andere keer met een groot vraagteken boven ons hoofd.

En eerlijk is eerlijk...

Juist die onverwachte momenten maken achteraf vaak de mooiste verhalen.

HahaHan ..

woensdag 22 juli 2026

Opiniestuk: De publieke tribune spreekt nu al recht

De publieke tribune spreekt al recht

Er zijn van die krantenartikelen die je niet alleen leest, maar die je ook aan het denken zetten. Niet zozeer over de schuld of onschuld van een verdachte, maar over de manier waarop wij in Nederland met strafzaken omgaan.

Aanleiding voor deze overpeinzing is een artikel in De Limburger en L1 Nieuws over een politieagent die wordt verdacht van verkrachting. Wie zich in de zaak wil verdiepen, kan dat artikel zelf lezen. Mijn verhaal gaat echter niet over deze specifieke zaak. Het gaat over een principe dat mij na 44 jaar politiewerk nog altijd dierbaar is: laat het bewijs spreken.

Tijdens mijn loopbaan heb ik geleerd dat een verdenking nog geen veroordeling is. Gevoel is geen bewijs. Ervaring evenmin. Natuurlijk ontwikkel je als politieman een intuïtie. Soms denk je te weten hoe een zaak in elkaar zit. Maar uiteindelijk telt slechts één vraag: kan het wettig én overtuigend worden bewezen?

Dat geldt voor iedere verdachte. Dus ook voor een politieagent.

Wat mij in dit soort zaken steeds vaker opvalt, is dat de publieke tribune haar oordeel al klaar heeft voordat de rechter nog maar aan de beurt is. Een agent wordt in de publieke opinie soms al figuurlijk gevierendeeld voordat de rechter nog één woord aan het vonnis heeft gewijd. Zijn loopbaan ligt in scherven, zijn naam ligt op straat. Op sociale media vliegen de kwalificaties over en weer en onder nieuwsberichten wordt het vonnis vaak al uitgesproken.

Intussen liggen de meest intieme details breed uitgestald. Of die nu afkomstig zijn uit de openbare rechtszitting, uit processtukken of uit andere bronnen, weet ik niet. Dat doet voor mijn punt ook niet ter zake. Het effect is hetzelfde. De lezer krijgt flarden van een dossier voorgeschoteld zonder de volledige context te kennen. De media informeren terecht, maar de publieke verontwaardiging krijgt daardoor vaak vrij spel. Nog voordat de rechter uitspraak heeft gedaan, lijkt het oordeel voor velen al vast te staan.

Laat één ding duidelijk zijn. Als een politieagent strafbare feiten pleegt, moet hij zich daarvoor, net als ieder ander, voor de rechter verantwoorden. Niemand staat boven de wet. Maar niemand hoort ook onder de wet te staan. Dat is de kern van onze rechtsstaat.

Ik heb in mijn loopbaan veel processen-verbaal opgemaakt. Ik heb geleerd dat feiten belangrijker zijn dan vermoedens en dat bewijs zwaarder weegt dan emotie. Toch werden ook zaken waarvan ik dacht dat het bewijs als een huis stond, geseponeerd of liep een strafzaak anders af dan ik had verwacht. Dat voelde wrang. Niet alleen voor mij, maar vooral voor de slachtoffers die met die uitkomst moesten leren leven.

Dan zat ik tegenover mensen die mij aankeken en eigenlijk maar één vraag hadden: "Waarom?" Dat waren misschien wel de moeilijkste gesprekken uit mijn politieloopbaan. Ik moest uitleggen dat een sterk vermoeden, of zelfs mijn persoonlijke overtuiging, niet voldoende was. Dat het Openbaar Ministerie of de rechter tot een andere afweging was gekomen. Onwillekeurig voelde dat soms ook als een persoonlijk falen. Dat gevoel kon nog lang blijven knagen.

Juist daarom kijk ik ook nu met dezelfde beroepshouding naar dit soort zaken. Niet vanuit loyaliteit aan een collega, maar vanuit loyaliteit aan de rechtsstaat.

Laat het Openbaar Ministerie zijn bewijs presenteren. Laat de verdediging daarop reageren. Laat de rechter vervolgens oordelen op basis van het volledige dossier.

Niet de krant.

Niet de reacties op sociale media.

Niet de publieke verontwaardiging.

Dat betekent niet dat slachtoffers minder belangrijk zijn. Integendeel. Juist slachtoffers verdienen een zorgvuldig onderzoek, een eerlijk proces en – waar het bewijs daarvoor voldoende is – een rechtvaardige veroordeling. Maar dezelfde rechtsstaat beschermt ook de rechten van een verdachte. Dat is geen zwakte. Dat is de kracht van een samenleving die haar emoties niet boven haar rechtsbeginselen stelt.

Na 44 jaar politiewerk geloof ik nog altijd in hetzelfde eenvoudige uitgangspunt waarmee ik ooit begon.

Laat het bewijs spreken. Daarna pas het oordeel.

Naschrift: Dit opiniestuk is geschreven naar aanleiding van de berichtgeving in De Limburger en L1 Nieuws over een strafzaak tegen een politieagent. Wie zich verder wil verdiepen in de feitelijke berichtgeving, kan die artikelen raadplegen. Dit stuk gaat niet over de schuld of onschuld van de verdachte, maar over het belang van bewijs, zorgvuldigheid en de fundamenten van onze rechtsstaat.


dinsdag 21 juli 2026

Fietsen met Vincent


Vandaag is morgen gisteren 💙

Zojuist - gisteren dus - fietsten mijn Carla en ik, met de wind stevig tegen de neus, over de mooie paadjes in onze prachtige woonomgeving. 

Natuurlijk weer de langere route naar huis. Niet omdat het moest, maar omdat die simpelweg veel mooier is.

Het koren is inmiddels gedorst. De stekelige stroresten staan trots als duizenden kleine lansen op het akkerland. Miniatuur-slagvelden. 

Ik weet nog hoe pijnlijk dat vroeger als kind was. Korte broek, lage schoenen en dan dwars over zo'n stoppelveld. Dat voelde alsof je zonder oefening een cursus acupunctuur volgde.

Plots werden wij aangekeken. Door een complete menigte geelgouden hoofden. 

Duizenden tegelijk.

Geen boze blikken, geen achterdocht. Integendeel. Pure levensgenieters. Allemaal met hun gezicht naar de zon gedraaid, alsof ze de grote leverancier van het levenselixer persoonlijk wilden bedanken.

We stapten af en genoten zwijgend van dat prachtige tafereel. Een foto als stille getuige en bewijs van al dit moois.

Ineens moest ik aan onze Vincent denken. Zou hij hier, ergens op een Frans landweggetje, hetzelfde hebben gevoeld?

Vincent van Gogh schilderde zijn beroemde Zonnebloemen in 1888 en 1889 in Arles. Niet zomaar bloemen in een vaas, maar een ode aan het leven, het licht en de zon. 

Misschien zag hij wel precies wat wij vandaag zagen: duizenden zonnebloemen die geen enkele belangstelling hebben voor alles wat mensen bezighoudt. Ze doen maar één ding. Hun gezicht naar het licht keren.

Bij de foto die ik maakte kon ik de verleiding niet weerstaan. Met een beetje hulp van moderne techniek liet ik Vincent van Gogh terugkeren naar het zonnebloemenveld. Daar staat hij, anderhalve eeuw later, precies hetzelfde tafereel te schilderen dat wij die middag bewonderden. 



Alsof onze foto en zijn penseel elkaar heel even ontmoetten.

Misschien kunnen wij daar soms nog iets van leren.

En eerlijk is eerlijk... met zoveel zonnebloemen om ons heen voelde zelfs de tegenwind ineens een stuk vriendelijker.

Vandaag is morgen alweer gisteren. Maar die zonnebloemen... die kijken morgen gewoon weer naar hetzelfde licht. 

En wij? Wij zoeken gewoon weer een mooie omweg. 🌻🚴

maandag 20 juli 2026

De electrische step en de natuurwetten

Ongeluk met een electrische step ...


Man zwaargewond na val met elektrische step: traumahelikopter opgeroepen https://www.l1nieuws.nl/112/3209830/man-zwaargewond-na-val-met-elektrische-step-traumahelikopter-opgeroepen?at_medium=sharing&at_campaign=sharedArticle #l1nieuws

Nav dit trieste krantenbericht gaat mijn aandacht uit naar het publieke domein; daar waar alles samenkomt in een smeltkroes van de samenleving én het verkeer.

Soms zie ik er weer eentje voorbij zoeven. Zo'n elektrische step. Twee wieltjes ter grootte van een beschuit, een stuur dat meer weg heeft van een paraplusteel en een bestuurder die kijkt alsof hij onderweg is naar een fotoshoot.

Dan denk ik altijd: de natuurwetten hebben vandaag weer overuren.

Eerlijk gezegd betrap ik mezelf nog op een tweede gedachte: kan dat ding dit eigenlijk wel aan? Het lichaamsgewicht, de snelheid en soms zelfs twee personen tegelijk. Dan krijg ik spontaan medelijden met de lagers, de banden en de constructeur die ooit zijn handtekening onder het ontwerp zette.

Want die kleine wieltjes hebben een hekel aan alles. Een stoeptegel die een millimeter scheef ligt. Een putdeksel. Een takje. Een kiezel. Een nat blaadje. Ze pikken feilloos de verkeerde uit.

De bestuurder vertrouwt ondertussen blind op de techniek. De techniek vertrouwt blind op de bestuurder. En juist daar gaat het regelmatig mis.

En dan zie je ze soms ook nog met z'n tweeën op één step. Ik moet dan altijd glimlachen. Dat is een beetje alsof je met z'n tweeën op een barkruk naar de supermarkt rijdt. Het kan... totdat de zwaartekracht besluit zich ermee te bemoeien.

Ik ben ouderwets. Geef mij maar een gewone fiets. Je beweegt, je blijft fit en krijgt onderweg gratis frisse lucht. Moet het elektrisch omdat het lichamelijk niet anders kan? Prima. Daar zijn elektrische fietsen een geweldige uitkomst voor.

Maar een step omdat trappen te vermoeiend is? Dan vraag ik me af of we straks ook een elektrische winkelwagen krijgen die zelfstandig naar het schap rijdt.

De crux zit niet alleen in de snelheid. Het is de combinatie. Gezien worden. Zelf goed uitkijken. Andere weggebruikers zien aankomen. Anticiperen. Op tijd remmen. En af en toe even naar de opticien voor een oogcontrole. Want ook de beste remmen helpen weinig als je het obstakel pas ziet wanneer je er al bovenop staat.

En dan volgt het bekende aha-moment. Dat komt alleen soms nét iets te laat.

Aha... die stoeprand was toch hoger dan ik dacht.

De zwaartekracht geeft daarna geen tweede waarschuwing. Die is meedogenloos, gratis en altijd op tijd.

En voor wie toch op zoek is naar snelheid, spanning en af en toe een spectaculaire val, heb ik nog een gratis tip.

Ga surfen.

Daar is vallen tenminste onderdeel van de sport.


— HahaHan


donderdag 16 juli 2026

Verwarde personen, nog steeds een File op de A2

File op de A2

Een politie die moet blijven rijden terwijl de file steeds langer wordt

Ik ben niet gefrustreerd. Dat gevoel past niet bij mij en zeker niet bij mijn kijk op het politiewerk. Na 44 jaar dienstbaarheid aan dit prachtige vak voel ik mij nog altijd loyaal aan de organisatie en vooral aan de mensen die iedere dag opnieuw klaarstaan. 

Juist vanuit die loyaliteit wil ik soms de helpende hand bieden en benoemen wat ik zie gebeuren. Niet om af te rekenen met het verleden of om te zeggen dat vroeger alles beter was, want ook toen waren er genoeg uitdagingen, maar omdat ik zie dat mooie stappen soms worden uitgegumd door ontwikkelingen die het politiewerk niet altijd sterker maken.

Mijn gevoel bij de reorganisaties binnen de politie laat zich misschien het beste omschrijven als een file op de A2. Iedereen wil vooruit, iedereen moet vooruit, maar ondertussen staat het verkeer grotendeels vast. Er worden nieuwe routes bedacht, nieuwe structuren gebouwd en nieuwe plannen gemaakt, terwijl de bestuurder op de weg vooral merkt dat de druk blijft toenemen.

Vaak voelde een reorganisatie als navelstaren. Een stoelendans met ogenschijnlijk blije gezichten, terwijl achter veel van die gezichten ook onzekerheid schuilging. Niet iedereen werd er beter van. Banen kwamen op de tocht te staan, functies veranderden en in de slipstream werden belangrijke werkzaamheden gekortwiekt. Het gevolg was een enorme hoeveelheid bezwaarschriften en procedures. Uiteindelijk kostte dat de organisatie niet alleen veel energie, maar ook honderden miljoenen euro's door langdurige trajecten en gevolgen van keuzes die achter bureaus werden gemaakt.

Geld en tijd die uiteindelijk niet op straat terechtkomen.

Daarmee kom ik bij de heterdaadkracht van de politie. Juist het vermogen om zichtbaar aanwezig te zijn, snel te reageren en op het juiste moment door te pakken, vormt de kracht van het politiewerk. Toch zag ik de afgelopen jaren steeds vaker dat politieblauw naar binnen werd getrokken. Soms om de intake te ondersteunen, soms om administratieve achterstanden weg te werken en soms zelfs doordat een surveillance werd geschrapt om ruimte te maken voor administratieve processen.
En daar wringt het.

Het politiewerk lijkt vaak op een rollercoaster. Je weet dat er iets staat te gebeuren, alleen weet je niet waar of op welk moment. Dat vraagt om flexibiliteit, ervaring en mensen die buiten aanwezig zijn. Bureaucratie ontstaat echter vaak niet vanuit slechte bedoelingen. 

Veel regels en processen komen voort uit goedbedoelde denkmachines, professioneel of soms amateuristisch bedacht, met als doel meer grip, meer kwaliteit en meer controle te creëren.

Maar iedere nieuwe stroomlijn, ieder nieuw proces en iedere extra verantwoordingslijn heeft ook een keerzijde.

Wat binnen overzichtelijk lijkt, kan buiten een extra belasting worden.
Volgens mij hoort ondersteunend werk het politiewerk buiten te versterken. Het buitenwerk moet niet steeds zwaarder worden belast omdat binnen nieuwe administratieve verplichtingen ontstaan. 

De politiek zou zich daarbij moeten realiseren dat iedere verplichte registratie, iedere ad-hoc opdracht en iedere extra verantwoordingslijn gevolgen heeft voor de capaciteit op straat.

Terugbellen. Acties zoals I281. Internetaangiften.

Allemaal noodzakelijk vanuit een bepaald perspectief, maar allemaal vragen ze tijd. Tijd die ergens vandaan moet komen.

Bij processen zoals screening, BOSZ en andere administratieve, technische of recherchematige werkzaamheden wordt niet altijd gekeken wanneer een politiemedewerker daadwerkelijk ruimte heeft om deze taken goed uit te voeren. Vaak gebeurt dit ten koste van blauw op straat.

Ik noemde dat vroeger weleens de binnenpolitie die de buitenpolitie naar binnen trekt met een administratieve lasso om de nek.

De burger begrijpt dat steeds minder. Voor de burger is er één politie. Hij ziet niet alle interne processen, systemen en verplichtingen. Hij ziet alleen dat hij hulp nodig heeft en verwacht dat de politie er staat.

Uiteindelijk bepalen burgers via de gekozen politiek welke taken de politie krijgt. Dat is terecht. Maar burgers zouden zich ook moeten afvragen welke politie zij willen. 

Willen we een politie die steeds meer maatschappelijke problemen opvangt omdat andere voorzieningen geen oplossing bieden, of willen we een politie die voldoende ruimte houdt voor veiligheid, hulpverlening en opsporing?

Want boeven vangen komt steeds meer onder druk te staan.

De politie moet in alle geledingen meer doen met minder mensen en minder middelen. Vanuit krimp wordt geprobeerd het onderste uit de kan te halen. Alle opdrachten zijn ons even lief, maar sommige opdrachten zijn in de basis niet bedoeld voor de politie.
Toch komen ze op ons pad.

Niet omdat de politie dat zoekt, maar omdat er vaak geen andere uitweg is.

Vechtscheidingen, civielrechtelijke conflicten, omgangsregelingen en maatschappelijke problemen komen uiteindelijk toch bij de politie terecht. De politie wordt steeds vaker het vangnet van de samenleving.

Maar terwijl daar veel tijd en energie naartoe gaat, kunnen zaken die wel degelijk politiewerk zijn onder druk komen te staan. Zaken waarbij veiligheid direct een rol speelt en waarbij juist snel en doortastend handelen noodzakelijk is.

Daarom blijft het zo mooi om te zien wanneer burgers en politie samen resultaten boeken. Een buurtbewoner die alert is, een verdachte situatie meldt en daarmee helpt een dader te pakken. Dat is de kracht van de samenleving. De politie doet het niet alleen.

Ook verdienen de mensen van de intake een groot compliment. Vaak werken zij in relatieve anonimiteit, terwijl zij het eerste contact hebben met slachtoffers, melders en mensen die hulp zoeken. Zij krijgen emoties, frustraties en verdriet als eerste binnen. Hun werk vormt het fundament waarop veel politieoptreden verder bouwt.

Chapeau.

Het zou mooi zijn als processen en werkwijzen zich steeds meer zouden richten op bronaanpak. Aan de voorkant problemen voorkomen en criminaliteit aanpakken, in plaats van achteraf steeds meer bureaucratische vinkjes zetten omdat dat nu eenmaal vanuit beleid wordt gevraagd.

Een voorbeeld dat mij altijd is bijgebleven, is de straatroof van een dertienjarige jongen.

Hij komt samen met zijn moeder naar het bureau. Eén van de vele slachtoffers die bij de politie aankloppen. Ik neem de aangifte op, er volgen acties met betrekking tot getuigenverklaringen en informatie. Voor mijn gevoel moet zo'n zaak met de hoogste prioriteit worden opgepakt.

Want het gaat niet alleen om een aangifte.
Het gaat om veiligheid.
Het gaat om vertrouwen.
Het gaat om een kind dat weer veilig over straat moet kunnen.

Maar vervolgens staat het incident op de agenda en weet je niet altijd wie ermee bezig is of wanneer de volgende stap wordt gezet. Dan komt het moment dat je contact moet opnemen met de aangever. Dat wil je ook graag, want betrokkenheid hoort bij het vak.

Maar wat vertel je die moeder?
Dat het systeem nog bezig is?
Dat het dossier wacht?
Dat er capaciteit gezocht wordt?

Voor haar telt maar één ding: wordt haar kind beschermd en wordt de dader gevonden?

Politiewerk is soms rekverbanden aanleggen en eendaagse pleisters plakken. Om de krimp op te vangen worden steeds meer konijnen uit de hoed van de Magiër getoverd, verpakt in een beschermende folie van grafieken, cijfers en mooie woorden.

Maar de werkelijkheid op straat laat zich niet altijd vangen in een grafiek.

Ook binnen het wijkwerk bestaan grote verschillen. In sommige gebieden wordt ruimte gevonden om echt met de wijk bezig te zijn, terwijl elders iedere extra minuut voor wijkwerk bijna de planning lijkt te frustreren. Iedere wijkagent die tijd vraagt om daadwerkelijk aanwezig te zijn, lijkt soms een probleem te veroorzaken in plaats van een oplossing te bieden.

En dan kom ik terug bij de rollercoaster.

We staan stil in een lange file en moeten ondertussen met 120 kilometer per uur vooruit blijven manoeuvreren. Terwijl de politieauto's in die file proberen door te rijden, worden ze vanaf de kant bekogeld met allerlei opdrachten door de betere stuurlui en aandachttrekkers aan wal.

Ook opdrachten die geen echte politietaken zijn. Maar reageren is geboden. Doe je niets, dan is het fout. Doe je wel iets, dan ontstaat er weer een ander probleem.

Over een spagaat of perpetuum mobile gesproken.

Ook de aanpak van verwarde personen past helaas in dit beeld. Mijn respect voor de professionals in de GGZ is groot. Ook zij werken onder hoge druk en met moeilijke problematiek. Mijn kritiek richt zich niet op de individuele medewerkers, maar op systemen waarin verantwoordelijkheden soms botsen.

Ik heb regelmatig gezien dat verwarde personen in een fuik van protocollen terechtkwamen voordat een screening plaatsvond. Zorgvuldigheid is belangrijk, maar soms leek het alsof het proces belangrijker werd dan het oplossen van de situatie.
En ondertussen wachtte de politie.

Mijn geduld werd danig op de proef gesteld. Ik ben altijd iemand geweest die houdt van proactief en doelmatig handelen. Problemen signaleren is één ding, maar proberen ze daadwerkelijk op te lossen is waar mijn motivatie lag.

Tijdens het wachten leek het soms alsof er buiten juist meer dringende meldingen kwamen dan normaal. Je zat letterlijk op je handen, terwijl je wist dat er elders mensen waren die ook hulp nodig hadden.

Daarna bleef de vraag of iemand werd opgenomen of opnieuw terugkeerde in de maatschappij. Wanneer de oorzaak niet voldoende werd aangepakt, zag je dezelfde problemen vaak terugkomen.

Niet oplossen, maar beheersen.

Dat zorgt uiteindelijk voor een overvolle agenda bij alle betrokken partners.


Epiloog


Jaren geleden schreef ik dit verhaal al. Niet vanuit frustratie, maar vanuit betrokkenheid bij een vak waaraan ik een groot deel van mijn leven heb gegeven.

Een paar maanden geleden liep ik na ruim vijf jaar weer eens binnen op mijn oude werkplek. Het was bijzonder om daar opnieuw rond te lopen. Vertrouwde plekken, nieuwe gezichten en vooral veel herkenbare verhalen.

Ik sprak met verschillende collega's en ook met een wijkagent. Wat mij raakte, was dat veel van de zorgen die ik jaren geleden beschreef niet waren verdwenen.

Ze waren groter geworden.
Nog meer taken.
Nog meer verantwoordelijkheden.
Nog meer verantwoording.

Ook het probleem rond verwarde personen bleek niet kleiner geworden. Mijn ervaringen uit het verleden waren geen afgesloten hoofdstuk. De werkelijkheid van vandaag liet zien dat de druk verder was toegenomen.

Toch zag ik ook iets positiefs. De mensen. De betrokkenheid. De wil om te helpen. Die is er nog steeds.

De zorg zit niet bij de politiemensen die iedere dag hun best doen. De zorg zit in een systeem dat steeds meer vraagt, terwijl de ruimte om het echte politiewerk te doen steeds verder onder druk komt te staan.

Een sterke politieorganisatie wordt uiteindelijk niet gebouwd door alleen protocollen, cijfers en systemen.

Een sterke politieorganisatie wordt gebouwd door mensen die de ruimte krijgen om hun vak uit te oefenen.

Want uiteindelijk blijft de vraag:

Hebben we een politie die vooral bezig is met het registreren van problemen, of een politie die voldoende ruimte krijgt om ze daadwerkelijk op te lossen?

Wie het weet, mag het zeggen ...


zondag 12 juli 2026

Een gestolen fiets, een wereld aan verhalen

Intro: Over kryptonietstaal, intakewerk, vertrouwen en de werkelijkheid achter politiewerk.

Fietsers begrijpen elkaar

Een mooie gedachte om mee te beginnen.

Want fietsers en dieven hebben één ding gemeen: ze fietsen allebei als een wervelwind. De één voor zijn plezier, de ander om een gestolen fiets zo snel mogelijk uit beeld te krijgen.

Maar daar houdt de vergelijking ook meteen op.

Voor de één betekent een fiets vrijheid, ontspanning en gemak. Voor de ander is het slechts een middel om snel geld te verdienen.

Een fiets wordt vaak onderschat. Voor veel mensen is het echter geen luxeartikel, maar hun enige vervoersmiddel. Ik heb mij in mijn politietijd regelmatig afgevraagd: wat gebeurt er als iemand zijn fiets kwijtraakt en geen alternatief heeft?

Niet iedereen heeft een auto voor de deur. Niet iedereen heeft de financiële ruimte om zomaar een nieuwe fiets te kopen. Een gestolen fiets kan betekenen dat iemand problemen krijgt om op tijd op school, de studieplek of het werk te komen.

Dan verdwijnt niet alleen een fiets.

Dan verdwijnt een stukje zekerheid en zelfstandigheid.

Er wordt tegenwoordig veel gewaarschuwd: zet je fiets goed vast, gebruik een degelijk slot en maak gebruik van bewaakte stallingen. Maar dan gebeurt het toch. Juist op het moment dat het helemaal niet uitkomt, is je trouwe tweewieler verdwenen.

De persoonlijke levenssfeer krijgt dan een behoorlijke mentale deuk.

De politie kent tegenwoordig de digitale aangifte. Een praktische ontwikkeling waarbij mensen vanuit huis melding kunnen doen. Maar achter iedere aangifte zit een verhaal. Soms een verhaal dat meer aandacht verdient dan alleen het invullen van een formulier.

Ik wil twee casussen uit mijn politietijd beschrijven. Twee fietsen die uiteindelijk terugkwamen bij hun rechtmatige eigenaar. Maar ook twee voorbeelden waarin duidelijk wordt dat politiewerk niet altijd zo eenvoudig is als het van buitenaf lijkt.

Casus 1: een slot van kryptonietstaal

Tijdens mijn dienst mocht ik de intake verzorgen.

Niet mogen, maar moeten is misschien een betere omschrijving. Een aantal intakecollega's had de overstap gemaakt en mocht zich voor drie jaar politiestudent noemen. Dat betekende plaatsvervanging binnen de intake.

Iedereen draagt zijn steentje bij, dus ook ik.

Maar voordat ik verder ga, eerst een welgemeende pluim voor de collega's van de intake.

Deze collega’s werken vaak in relatieve anonimiteit. De burger ziet meestal alleen het eerste contact met de politie, maar niet altijd wat daarachter gebeurt.

Intake is meer dan een verhaal aannemen en gegevens invoeren.

Het is luisteren. Doorvragen. Emoties opvangen. Inschatten wat belangrijk is. En bepalen welke vervolgstappen nodig zijn.

Vaak begint het politiewerk daar.

Deze collega’s staan misschien minder vaak in de schijnwerpers, maar zijn een belangrijke schakel binnen de politieorganisatie.

Chapeau.

Dan komt er een gedupeerde aangever naar het bureau. Hij herkent zijn gestolen fiets.

De fiets staat gestald vlak bij het bureau in een fietsenstalling en is afgesloten met een slot waar je U tegen zegt.

Dit was geen gewoon slot.

Dit was een slot van kryptonietstaal.

Een gehard antidiefstalslot dat bijna onverwoestbaar leek. Een ware uitdaging voor iedereen die dacht het zomaar even open te krijgen.

De brandweer wordt erbij gehaald om te helpen. De pneumatische knipper wordt ingezet, maar het staal geeft geen krimp.

Zelfs de enorme kracht van dit apparaat krijgt geen vat op het slot.

Uiteindelijk moet de slijptol eraan te pas komen.

De schijf draait op bijna bovenaardse snelheid door het geharde staal. De vonken dalen als een vuurwerkshow neer op de stoep.

Het slot verliest uiteindelijk de strijd.

Maar de strijd kost ook wat.

De knipper raakt beschadigd en gemeenschapsgeld verdwijnt door een onverwachte totaalschadepost.

Maar de klus is geklaard.

De fiets gaat terug naar de rechtmatige eigenaar.

Ik maak melding van deze mooie afloop op Facebook.

En dan gebeurt wat tegenwoordig vaker gebeurt: de publieke opinie roert zich.

Sommigen zijn blij voor de gedupeerde. Anderen hebben direct hun oordeel klaar over het politieoptreden.

Maar de werkelijkheid achter politiewerk is vaak ingewikkelder.

Op dat moment was er geen mogelijkheid om langdurig te posten bij de fiets in de hoop dat de dader precies op het juiste moment zou verschijnen om het slot te openen.

Niet omdat de wil ontbrak.

Maar omdat capaciteit verdeeld moet worden over talloze andere meldingen, noodhulp en wettelijke taken.

Dat is soms moeilijk uit te leggen.

Facebook kent geen hoor en wederhoor. Emoties nemen soms de plaats in van feiten.

Ik ben ervan overtuigd dat wij binnen de beschikbare mogelijkheden en bevoegdheden de juiste keuze hebben gemaakt.

Het belangrijkste resultaat was dat de eigenaar haar fiets terugkreeg.

En daar ging het uiteindelijk om.

Casus 2: eerlijkheid opent soms andere deuren

Een andere avond had ik incidentenafhandeling met collega Roy.

Een gedupeerde meldde zich omdat zijn gestolen fiets op Marktplaats stond.

De fiets was eerder onafgesloten weggenomen.

Berouw komt soms na de zonde.

De aangever verwachtte eigenlijk dat de politie alles uit de kast zou halen om zijn fiets terug te halen. Dat wilden wij ook, maar politiewerk betekent altijd handelen binnen bevoegdheden.

Na overleg met de leidinggevende kregen wij ruimte om deze zaak op te pakken.

Wij maakten de aangever duidelijk dat ook van hem een inspanning werd verwacht.

Hij moest zelf naar de fiets gaan kijken en beoordelen of het daadwerkelijk zijn eigendom was.

Niet omdat wij geen moeite wilden doen, maar omdat zorgvuldig handelen noodzakelijk is.

Uiteindelijk ging hij kijken.

Wij reden mee als back-up.

Het bleek inderdaad zijn fiets te zijn.

Het adres was ons bekend. Samen met Roy klopte ik aan.

De deur ging open en de bewoner keek zichtbaar verrast toen hij twee mannen van de Hermandad voor zich zag staan.

De fiets stond in de gemeenschappelijke gang.

De verdachte werd aangehouden, geboeid en meegenomen naar het bureau.

Geen thuiskomst die avond, maar een verblijf in het bekende "hotel politie".

De volgende dag ging de fiets terug naar de eigenaar.

De verdachte had afstand getekend.

Een saillant detail: tijdens de fouillering werden ook de twee fietslampjes aangetroffen die bij de fiets hoorden.

Soms vallen de laatste puzzelstukjes precies op hun plaats.

Vertrouwen

Deze tweede casus kreeg nog een bijzonder vervolg.

Omdat ik eerlijk en realistisch was geweest tegenover de verdachte en hem correct had behandeld, kwam hij volgens afspraak later terug naar mij.

Niet als verdachte.

Maar als aangever.

Hij meldde andere misdrijven waarvan hij zelf slachtoffer was geworden.

Ook daar heb ik mijn stinkende best gedaan.

Want iedereen die bij de politie binnenkomt heeft recht op een correcte behandeling.

Ook iemand die eerder aan de andere kant van de tafel heeft gezeten.

Zo ontstond een hele waslijn aan meldingen en misstanden die allemaal aandacht verdienden.

Dat is soms de bijzondere kant van politiewerk.

Een verdachte van vandaag kan morgen gewoon een burger zijn die hulp nodig heeft.

Eerst luisteren, daarna schrijven

Een bijzonder onderdeel van mijn manier van werken tijdens de intake was dat mijn vingers niet altijd meteen het toetsenbord raakten.

Eerst luisteren.

Het verhaal begrijpen.

De mens achter de melding zien.

Pas daarna vroeg ik soms om aanvullende informatie per mail te sturen met alle bijzonderheden rond de casus.

Het voordeel was groot.

De aangever kreeg echte aandacht en ik kon mij richten op het gesprek in plaats van alleen op het invullen van schermen.

Daarna kon ik de informatie rustig teruglezen, controleren, kopiëren, bijsturen en verwerken.

Het bespaarde tijd en verbeterde vaak de kwaliteit van de aangifte.

Wanneer een aangifte of verhaal meer tijd nodig had dan gepland, liep ik regelmatig naar de balie en keek ik in de afsprakenagenda.

Door persoonlijk contact te maken met aanwezige mensen kon ik vaak beter inschatten wat nodig was.

Niet iedere melding hoefde dezelfde route te volgen.

Praktisch handelen.

Prioriteiten stellen.

Verantwoordelijkheid nemen.

Daar zat vaak de echte tijdwinst.

Slot

Het politievak kent vele gezichten.

Vroeger draaide ik plantondiensten bij de Rijkspolitie. Jaren later zat ik achter de intakebalie.

Andere werkzaamheden.

Andere tijden.

Maar dezelfde opdracht:

Mensen helpen en waar mogelijk het verschil maken.

Deze fietscasussen laten slechts een klein stukje zien van de werkelijkheid achter politiewerk.

Achter iedere fiets zit een eigenaar.

Achter iedere aangifte zit een verhaal.

En achter iedere politieactie zitten keuzes, bevoegdheden en mogelijkheden.

Maar achter iedere goede zaak staan ook collega’s.

Op straat. Achter het bureau. Aan de intake.

Soms zichtbaar. Vaak onzichtbaar.

Maar altijd belangrijk. Chapeau voor allemaal.