Een politie die moet blijven rijden terwijl de file steeds langer wordt
Ik ben niet gefrustreerd. Dat gevoel past niet bij mij en zeker niet bij mijn kijk op het politiewerk. Na 44 jaar dienstbaarheid aan dit prachtige vak voel ik mij nog altijd loyaal aan de organisatie en vooral aan de mensen die iedere dag opnieuw klaarstaan.
Juist vanuit die loyaliteit wil ik soms de helpende hand bieden en benoemen wat ik zie gebeuren. Niet om af te rekenen met het verleden of om te zeggen dat vroeger alles beter was, want ook toen waren er genoeg uitdagingen, maar omdat ik zie dat mooie stappen soms worden uitgegumd door ontwikkelingen die het politiewerk niet altijd sterker maken.
Mijn gevoel bij de reorganisaties binnen de politie laat zich misschien het beste omschrijven als een file op de A2. Iedereen wil vooruit, iedereen moet vooruit, maar ondertussen staat het verkeer grotendeels vast. Er worden nieuwe routes bedacht, nieuwe structuren gebouwd en nieuwe plannen gemaakt, terwijl de bestuurder op de weg vooral merkt dat de druk blijft toenemen.
Vaak voelde een reorganisatie als navelstaren. Een stoelendans met ogenschijnlijk blije gezichten, terwijl achter veel van die gezichten ook onzekerheid schuilging. Niet iedereen werd er beter van. Banen kwamen op de tocht te staan, functies veranderden en in de slipstream werden belangrijke werkzaamheden gekortwiekt. Het gevolg was een enorme hoeveelheid bezwaarschriften en procedures. Uiteindelijk kostte dat de organisatie niet alleen veel energie, maar ook honderden miljoenen euro's door langdurige trajecten en gevolgen van keuzes die achter bureaus werden gemaakt.
Geld en tijd die uiteindelijk niet op straat terechtkomen.
Daarmee kom ik bij de heterdaadkracht van de politie. Juist het vermogen om zichtbaar aanwezig te zijn, snel te reageren en op het juiste moment door te pakken, vormt de kracht van het politiewerk. Toch zag ik de afgelopen jaren steeds vaker dat politieblauw naar binnen werd getrokken. Soms om de intake te ondersteunen, soms om administratieve achterstanden weg te werken en soms zelfs doordat een surveillance werd geschrapt om ruimte te maken voor administratieve processen.
En daar wringt het.
Het politiewerk lijkt vaak op een rollercoaster. Je weet dat er iets staat te gebeuren, alleen weet je niet waar of op welk moment. Dat vraagt om flexibiliteit, ervaring en mensen die buiten aanwezig zijn. Bureaucratie ontstaat echter vaak niet vanuit slechte bedoelingen.
Veel regels en processen komen voort uit goedbedoelde denkmachines, professioneel of soms amateuristisch bedacht, met als doel meer grip, meer kwaliteit en meer controle te creëren.
Maar iedere nieuwe stroomlijn, ieder nieuw proces en iedere extra verantwoordingslijn heeft ook een keerzijde.
Wat binnen overzichtelijk lijkt, kan buiten een extra belasting worden.
Volgens mij hoort ondersteunend werk het politiewerk buiten te versterken. Het buitenwerk moet niet steeds zwaarder worden belast omdat binnen nieuwe administratieve verplichtingen ontstaan.
De politiek zou zich daarbij moeten realiseren dat iedere verplichte registratie, iedere ad-hoc opdracht en iedere extra verantwoordingslijn gevolgen heeft voor de capaciteit op straat.
Terugbellen. Acties zoals I281. Internetaangiften.
Allemaal noodzakelijk vanuit een bepaald perspectief, maar allemaal vragen ze tijd. Tijd die ergens vandaan moet komen.
Bij processen zoals screening, BOSZ en andere administratieve, technische of recherchematige werkzaamheden wordt niet altijd gekeken wanneer een politiemedewerker daadwerkelijk ruimte heeft om deze taken goed uit te voeren. Vaak gebeurt dit ten koste van blauw op straat.
Ik noemde dat vroeger weleens de binnenpolitie die de buitenpolitie naar binnen trekt met een administratieve lasso om de nek.
De burger begrijpt dat steeds minder. Voor de burger is er één politie. Hij ziet niet alle interne processen, systemen en verplichtingen. Hij ziet alleen dat hij hulp nodig heeft en verwacht dat de politie er staat.
Uiteindelijk bepalen burgers via de gekozen politiek welke taken de politie krijgt. Dat is terecht. Maar burgers zouden zich ook moeten afvragen welke politie zij willen.
Willen we een politie die steeds meer maatschappelijke problemen opvangt omdat andere voorzieningen geen oplossing bieden, of willen we een politie die voldoende ruimte houdt voor veiligheid, hulpverlening en opsporing?
Want boeven vangen komt steeds meer onder druk te staan.
De politie moet in alle geledingen meer doen met minder mensen en minder middelen. Vanuit krimp wordt geprobeerd het onderste uit de kan te halen. Alle opdrachten zijn ons even lief, maar sommige opdrachten zijn in de basis niet bedoeld voor de politie.
Toch komen ze op ons pad.
Niet omdat de politie dat zoekt, maar omdat er vaak geen andere uitweg is.
Vechtscheidingen, civielrechtelijke conflicten, omgangsregelingen en maatschappelijke problemen komen uiteindelijk toch bij de politie terecht. De politie wordt steeds vaker het vangnet van de samenleving.
Maar terwijl daar veel tijd en energie naartoe gaat, kunnen zaken die wel degelijk politiewerk zijn onder druk komen te staan. Zaken waarbij veiligheid direct een rol speelt en waarbij juist snel en doortastend handelen noodzakelijk is.
Daarom blijft het zo mooi om te zien wanneer burgers en politie samen resultaten boeken. Een buurtbewoner die alert is, een verdachte situatie meldt en daarmee helpt een dader te pakken. Dat is de kracht van de samenleving. De politie doet het niet alleen.
Ook verdienen de mensen van de intake een groot compliment. Vaak werken zij in relatieve anonimiteit, terwijl zij het eerste contact hebben met slachtoffers, melders en mensen die hulp zoeken. Zij krijgen emoties, frustraties en verdriet als eerste binnen. Hun werk vormt het fundament waarop veel politieoptreden verder bouwt.
Chapeau.
Het zou mooi zijn als processen en werkwijzen zich steeds meer zouden richten op bronaanpak. Aan de voorkant problemen voorkomen en criminaliteit aanpakken, in plaats van achteraf steeds meer bureaucratische vinkjes zetten omdat dat nu eenmaal vanuit beleid wordt gevraagd.
Een voorbeeld dat mij altijd is bijgebleven, is de straatroof van een dertienjarige jongen.
Hij komt samen met zijn moeder naar het bureau. Eén van de vele slachtoffers die bij de politie aankloppen. Ik neem de aangifte op, er volgen acties met betrekking tot getuigenverklaringen en informatie. Voor mijn gevoel moet zo'n zaak met de hoogste prioriteit worden opgepakt.
Want het gaat niet alleen om een aangifte.
Het gaat om veiligheid.
Het gaat om vertrouwen.
Het gaat om een kind dat weer veilig over straat moet kunnen.
Maar vervolgens staat het incident op de agenda en weet je niet altijd wie ermee bezig is of wanneer de volgende stap wordt gezet. Dan komt het moment dat je contact moet opnemen met de aangever. Dat wil je ook graag, want betrokkenheid hoort bij het vak.
Maar wat vertel je die moeder?
Dat het systeem nog bezig is?
Dat het dossier wacht?
Dat er capaciteit gezocht wordt?
Voor haar telt maar één ding: wordt haar kind beschermd en wordt de dader gevonden?
Politiewerk is soms rekverbanden aanleggen en eendaagse pleisters plakken. Om de krimp op te vangen worden steeds meer konijnen uit de hoed van de Magiër getoverd, verpakt in een beschermende folie van grafieken, cijfers en mooie woorden.
Maar de werkelijkheid op straat laat zich niet altijd vangen in een grafiek.
Ook binnen het wijkwerk bestaan grote verschillen. In sommige gebieden wordt ruimte gevonden om echt met de wijk bezig te zijn, terwijl elders iedere extra minuut voor wijkwerk bijna de planning lijkt te frustreren. Iedere wijkagent die tijd vraagt om daadwerkelijk aanwezig te zijn, lijkt soms een probleem te veroorzaken in plaats van een oplossing te bieden.
En dan kom ik terug bij de rollercoaster.
We staan stil in een lange file en moeten ondertussen met 120 kilometer per uur vooruit blijven manoeuvreren. Terwijl de politieauto's in die file proberen door te rijden, worden ze vanaf de kant bekogeld met allerlei opdrachten door de betere stuurlui en aandachttrekkers aan wal.
Ook opdrachten die geen echte politietaken zijn. Maar reageren is geboden. Doe je niets, dan is het fout. Doe je wel iets, dan ontstaat er weer een ander probleem.
Over een spagaat of perpetuum mobile gesproken.
Ook de aanpak van verwarde personen past helaas in dit beeld. Mijn respect voor de professionals in de GGZ is groot. Ook zij werken onder hoge druk en met moeilijke problematiek. Mijn kritiek richt zich niet op de individuele medewerkers, maar op systemen waarin verantwoordelijkheden soms botsen.
Ik heb regelmatig gezien dat verwarde personen in een fuik van protocollen terechtkwamen voordat een screening plaatsvond. Zorgvuldigheid is belangrijk, maar soms leek het alsof het proces belangrijker werd dan het oplossen van de situatie.
En ondertussen wachtte de politie.
Mijn geduld werd danig op de proef gesteld. Ik ben altijd iemand geweest die houdt van proactief en doelmatig handelen. Problemen signaleren is één ding, maar proberen ze daadwerkelijk op te lossen is waar mijn motivatie lag.
Tijdens het wachten leek het soms alsof er buiten juist meer dringende meldingen kwamen dan normaal. Je zat letterlijk op je handen, terwijl je wist dat er elders mensen waren die ook hulp nodig hadden.
Daarna bleef de vraag of iemand werd opgenomen of opnieuw terugkeerde in de maatschappij. Wanneer de oorzaak niet voldoende werd aangepakt, zag je dezelfde problemen vaak terugkomen.
Niet oplossen, maar beheersen.
Dat zorgt uiteindelijk voor een overvolle agenda bij alle betrokken partners.
Epiloog
Jaren geleden schreef ik dit verhaal al. Niet vanuit frustratie, maar vanuit betrokkenheid bij een vak waaraan ik een groot deel van mijn leven heb gegeven.
Een paar maanden geleden liep ik na ruim vijf jaar weer eens binnen op mijn oude werkplek. Het was bijzonder om daar opnieuw rond te lopen. Vertrouwde plekken, nieuwe gezichten en vooral veel herkenbare verhalen.
Ik sprak met verschillende collega's en ook met een wijkagent. Wat mij raakte, was dat veel van de zorgen die ik jaren geleden beschreef niet waren verdwenen.
Ze waren groter geworden.
Nog meer taken.
Nog meer verantwoordelijkheden.
Nog meer verantwoording.
Ook het probleem rond verwarde personen bleek niet kleiner geworden. Mijn ervaringen uit het verleden waren geen afgesloten hoofdstuk. De werkelijkheid van vandaag liet zien dat de druk verder was toegenomen.
Toch zag ik ook iets positiefs. De mensen. De betrokkenheid. De wil om te helpen. Die is er nog steeds.
De zorg zit niet bij de politiemensen die iedere dag hun best doen. De zorg zit in een systeem dat steeds meer vraagt, terwijl de ruimte om het echte politiewerk te doen steeds verder onder druk komt te staan.
Een sterke politieorganisatie wordt uiteindelijk niet gebouwd door alleen protocollen, cijfers en systemen.
Een sterke politieorganisatie wordt gebouwd door mensen die de ruimte krijgen om hun vak uit te oefenen.
Want uiteindelijk blijft de vraag:
Hebben we een politie die vooral bezig is met het registreren van problemen, of een politie die voldoende ruimte krijgt om ze daadwerkelijk op te lossen?
Wie het weet, mag het zeggen ...
