Translate

vrijdag 1 mei 2026

Rijkspolitie nostalgie, "de capriolen van een zatlap"


Dan heb ik een groepssurveillancedienst samen met collega Hans in de K.S.A, de kleine surveillance auto, een Volvo die meer dienstjaren lijkt te hebben dan sommige wachtmeesters strepen op hun blazoen

Wij rijden langs het kanaal, zo’n route waar doorgaans weinig gebeurt behalve eenden met verkeersinzicht en vissers die zwijgen uit beroepseer. Dan komt de melding binnen dat een zatte automobilist zojuist een kind van een dranghek heeft gereden, zich om geen mens bekommert en er vandoor is gegaan alsof hij deelnam aan een rally voor gewetenslozen. Merk, type en kenteken worden door de meldkamer in Mestreech doorgegeven,

We rijden toch al in de buurt, wat voor hem achteraf een ongelukkige samenloop van omstandigheden blijkt te zijn.

Nog geen minuut later verschijnt de verdachte auto in ons zicht. Wij geven het gebruikelijke stopteken met de stoptransparant op het dak van de politieauto. Een helder en vriendelijk verzoek, mits men nog beschikt over voldoende nuchterheid om letters te herkennen en bevelen te verwerken. Dat blijkt hier een te optimistische inschatting.

De man reageert nergens op. Hij rijdt door met de rustige overtuiging van iemand die denkt dat problemen verdwijnen zodra men niet kijkt. Dan maar de volgende fase: zwaailichten aan, sirene erbij. Dat helpt wonderbaarlijk snel. Zelfs dronkenschap kent kennelijk grenzen zodra er genoeg licht en geluid achter zit.

Hij stopt uiteindelijk, zij het met de tegenzin.

Uitstappen weigert hij. Natuurlijk weigert hij dat. Menigeen denkt kennelijk dat blijven zitten juridisch gelijk staat aan onzichtbaarheid.

Ik open het portier en positioneer mij in de deuropening. Collega Hans heeft ditmaal de eenvoudigste taakverdeling: toekijken, paraat staan en straks de boeien halen. Het duw- trekwerk actie/reactie volgens Newton, ligt bij mij.

Door de jaren heen word er wel vaker een beroep op mij gedaan wanneer er iets losgemaakt, tegengehouden of tot rede gebracht moet worden. Dat komt niet uit de lucht vallen. Buiten diensttijd sta ik op de judomat, in bokszalen en tussen de gewichten. Wie investeert in zichzelf, neemt dat later mee het werk in.

De bestuurder klemt zich vast aan stuur en interieur alsof hij aandelen heeft in de auto. Dat noemt men lijdelijk verzet: zelf niets uitvoeren, maar zich zó vastzetten dat een ander al het werk mag doen. Op papier passief, in de praktijk vermoeiend. Vooral voor hem, zo zal hem rap blijken.

Ik pak hem stevig bij de onderarmen en haal de oude trukendoos boven: een combinatie van praktische politievaardigheid, wat hefboomwerk, het hoofd verstandig wegdraaien en technieken die men op de judomat leert zonder dat daar ooit een verkeerssituatie bij genoemd wordt. Kortom: Houdini in overheidsdienst.

Na enig tegenstribbelen ontdekt de man twee waarheden tegelijk: dat natuurkunde sterker is dan dronkenschap en dat verzet vermoeiend werkt. Hij moet zich gewonnen geven en heeft zijn lijdelijk verzet uiteindelijk nadrukkelijk gevoeld. Hij komt los uit zijn zetel en verschijnt in een lage vlucht met buiklanding buiten de auto op het asfalt met geschaafde knieën, een gekrenkt ego en een gezicht alsof zijn dag onverwacht slecht afloopt.

Blazen hoeft niet meer. Hij is te zat om een verjaardagskaars recht aan te kijken, laat staan een ademanalyseapparaat. Duidelijk is duidelijk🧐toch!

Hans haalt vervolgens de handboeien, waarmee zijn rustige bijdrage alsnog een officieel tintje krijgt. De verdachte wordt afgeboeid en aangehouden.

Ik neem plaats achter het stuur van de politieauto om de verdachte over te brengen naar het rijkspolitiebureau in Born. Wie zijn auto precies heeft weggezet, is in de nevelen der jaren verdwenen uit mijn grijze massa. Mogelijk door Hans, mogelijk later geregeld door anderen, mogelijk door hogere administratieve magie. Zo verdwijnen details soms uit het geheugen, terwijl de hoofdlijn haarscherp blijft: hij zit vast en wij rijden.

Op het bureau wachten nog enkele onaangename hoofdstukken op hem. Eerst voorgeleid aan de hulpofficier van justitie, daarna komt een arts langs voor de bloedproef. Vervolgens rijverbod, wat verstandig is, want hij verkeert in een toestand waarin zelfs een kinderfiets een risico voor de samenleving vormde.

Procedure destijds: artikel 26 Wegenverkeerswet. Tegenwoordig heet dat artikel 8, maar dronkenschap achter het stuur blijft in elke nieuwe nummering even stompzinnig.

Ik maak een stevig proces-verbaal op. Geen poëzie, wel duidelijk. Soms is papier harder dan een preek.

Later blijkt dat zijn onderarmen een donkerblauw huideffect vertonen, keurig in de vorm van mijn han-dgrepen. Hij heeft zich zo hardnekkig verzet dat mijn vingers als het ware een ambtelijke handtekening op zijn huid hebben achtergelaten.

Ps. Veel later mogen collega’s buiten werktijd gaan fitnessen, allemaal betaald door de politie. Een prachtig initiatief, al komt dat rijkelijk laat voor sommigen. Alleen ik val buiten de prijzen, want fitness is kennelijk beleidstechnisch iets anders dan jarenlang boksen, judo en eigen training bekostigen. Bureaucratie blijft een contactsport zonder regels.

En ergens in die constellatie van hectiek, judotechniek en kanaalwind blijft één simpele waarheid overeind hangen als samenvatting van de hele inzet deze avond:

Alcohol en verkeer gaan nooit en te nimmer samen.

Het meisje us buiten schrik gelukkig ongedeerd gebleven😃



woensdag 29 april 2026

Aanvang aparte ochtenddienst bij de rijkspolitie in Born, nostalgie

Plantonkamers op de bureaus van de Rijkspolitie zijn merkwaardige ruimtes. 

Zij zijn tegelijk crisiscentrum, doorgeefluik, archief van dagrapportages, toevluchtsoord voor wie een luisterend oor zoekt en loket voor aangiften.

Achter de balie zit een wachtmeester gebogen over een Olivetti typemachine, waarvan de metalen hamers met harde aanslagen op de rubberen rol neerkomen, begeleid door het eeuwige gekreun van het printerlint. 

Daarnaast staan steevast een potje witte blunderkwak en blauwe carbonvellen klaar. Wie dat heeft meegemaakt, hoort het tikgeluid nog altijd.

Op een ochtend sta ik met een collega ingepland voor de vroege dienst in Born. De nachtdienst is reeds huiswaarts gekeerd. 

De GSA (groepssurveillance auto) staat achterom geparkeerd en is afgemeld bij de meldkamer in Maastricht. Er liggen geen stille getuigen op ons te wachten, geen haastig neergekrabbelde briefjes die voorspellen dat de rust slechts schijn is. 

Briefings moet nog worden uitgevonden. Wij brieven onszelf met het lezen van het rapportenboek waarin de witte bladzijde van een 5laags dikke doorslag, geduldig afwacht op interesse. 

Oja, het rapportenboek wordt door de Oppers meegenomen naar hun kamertje. De planton moet bijna een speurhond inzetten om het politienieuwsvan de dag te lezen, wanneer telefoontjes van de buitenwacht daarom vragen😀

Op deze memorabele vroege ochtenddienst lezen we de rapporten door maar treffen geen noemenswaardig politienieuws aan. Kennelijk beleefden de collega's een rustige nacht en liggen zij inmiddels tevreden onder de wol. De nieuwe dag breekt aan. De poetsvrouw schrobt het bureau alsof zij de wereld opnieuw in de was zet, terwijl de koffiepot vertrouwd staat te pruttelen.

Achter de plantonkamer loopt een gang naar de twee cellen die ons bureau rijk is. Uit die catacomben klinkt plotseling luid gebonk op een zware ijzeren deur. Mijn collega en ik kijken elkaar aan. Wat zou dát nu weer zijn?

Wij lopen erheen. De forse sleutel gaat in het slot en met enige tegenzin draait het oude mechaniek open. Zodra de deur opengaat, rolt een dampende alcohollucht naar buiten, zo scherp dat zij op de ogen slaat en het zicht bijna beneemt.

Nog voordat ik goed zie wat zich daarbinnen bevindt, stormt een mij onbekende man naar voren. Hij schreeuwt dat hij eruit wil, of woorden van gelijke strekking, en zet krachtig tegen mij aan in een poging mij opzij te drukken.

Gelukkig brengt onze sport- en judodocent Leo Verhoeven ons meer bij dan louter theorie. Ook al heb ik mijn sporen ruim verdiend met boksen en judo. In een flits pas ik de wet van Newton toe: actie is reactie. Het gevolg is dat de man loskomt van de vloer en aan de overzijde van de gang tegen de muur tot stilstand komt, als een vlieg die onverwacht kennismaakt met een vliegenmepper, flats tegen de celmuur.

De poetsvrouw schrikt zich intussen een hoedje. Zij denkt vermoedelijk dat ik woedend ben, maar niets is minder waar. Ik ben niet boos, slechts luid en duidelijk tegenover de zatlap, die mij geen strobreed meer in de weg legt. By the way, luid zijn dat doen de Niewzeelandse rugbyers toch ook met hun Haka. 

Enige tijd later, wanneer de rust is teruggekeerd en de arrestant voldoende is ontnuchterd, volgt zeer zeker nog een verhoor, zij het niet door mij. 

In die dagen komt er bij een dronken ingeslotene geen dokter aan te pas. Tegenwoordig is dat nauwelijks nog voorstelbaar.

Daarna mag hij te voet naar huis. Aan de overzijde van de Markt stapt hij een telefooncel binnen om zijn taxi te bellen — een beeld dat tegenwoordig al even nostalgisch aandoet als de Olivetti op het bureau.

Mooie tijden van weleer.

maandag 27 april 2026

Tussen "orde" in de politieschool en "chaos" in de boksring 1977

Het is 18 juni 1977, al begint het verhaal in werkelijkheid al in mei op de politieschool, waar ik zojuist mijn vijfmaandelijkse examens heb doorstaan en waar tegelijk duidelijk wordt dat circa acht medestudenten het niet hebben gehaald en vroegtijdig worden ontslagen, waarna zij nog enkele weken in overall tuinwerkzaamheden moeten verrichten tot de lopende maand om is. 

Een vertoning die mij destijds al als weerzinwekkend voorkwam omdat het voelde alsof mensen in één beweging uit een systeem werden gewist terwijl ze er nog fysiek onderdeel van waren, iets wat anders had moeten kunnen en wat ik in gedachten alleen maar kan vergelijken met eerdere indrukken uit het verleden zonder dat ik daar op dat moment woorden voor heb, terwijl zij plots niet meer meetellen. 

Alleen in mijn klas gebeurt dit, waar andere klassen gewoon in voltalligheid de eindstreep halen en hun wachtmeestersstrepen ontvangen, wat een vreemd en bijna willekeurig verschil is dat mij toen al opviel en dat ik nog steeds moeilijk kan plaatsen, jeetje wat triest eigenlijk, en kennelijk heeft niemand daar invloed op, ook de Overste niet. Sommige docenten hebben kennelijk meer machten ...

Laatst juni 1977, stap ik in een compleet andere wereld wanneer ik in Heinsberg voor de bokvereniging mijn veertiende partij boks, al heb ik jarenlang gedacht dat het mijn zesde of zevende wedstrijd was totdat mijn eigen wedstrijdboekje later de werkelijkheid corrigeert en mij confronteert met hoe selectief herinneringen kunnen zijn, zeker in een tijd waarin alles nog fysiek wordt beleefd en nauwelijks wordt vastgelegd.

De Stadthalle Heinsberg is afgeladen vol en zoals zo vaak in die tijd staan twee werelden tegenover elkaar, de thuisclub en de bezoekers, samengebracht in één ruimte vol geluid, spanning en verwachting. Ik kom uit in het Halbmittelgewicht, in Nederland het zwaarweltergewicht tot 71 kilo, en opnieuw tegenover een tegenstander sta die duidelijk zwaarder is, zeker zeven à acht kilo verschil, eigenlijk een halfzwaargewicht.




Iemand met een breder bovenlijf, dikkere armen en een fysieke aanwezigheid die op zichzelf al druk uitoefent. Iets waar ik op dat moment minder van onder de indruk ben dan men misschien zou verwachten omdat ik in de training gewend ben geraakt te kijken naar beweging in plaats van massa.

In mijn politiejaar mis ik door de opleiding het grootste deel van de bokstrainingen, maar ik ben wel conditioneel sterk door de dagelijkse fysieke belasting en het constante bewegen op de politieschool, waardoor ik scherp blijf in mijn combinaties. Al blijft het te weinig specifiek voor het pugilisme, iets wat later in mijn loopbaan eigenlijk structureel zo blijft, maar wat op dat moment nog niet als probleem wordt ervaren omdat je in de ring vooral leeft in het moment zelf en minder in wat ontbreekt.

Zoals zo vaak vallen mijn zenuwen weg zodra ik de ring instap, altijd weer opnieuw, alsof er een scheiding wordt gemaakt tussen buiten en binnen, tussen spanning en focus, en aan de rand van de ring staat Carla ❤️ mijn vaste steun, mijn supermascotte, met camera in de hand en altijd aanwezig om foto’s te maken van iedereen van onze vereniging, terwijl ze tussendoor aanwijzingen roept die ik zelfs in het rumoer van de zaal altijd herken omdat haar stem voor mij een soort ankerpunt is geworden.

Mijn tegenstander ademt kracht en zekerheid, het type dat zonder twijfel denkt dat hij dit gevecht wel even zal winnen, en zodra de gong voor de eerste ronde klinkt begin ik aftastend terwijl hij direct de aanval zoekt, naar voren komt en me probeert terug te drukken met zijn gewicht en harde stoten. Daardoor voel ik direct dat elke klap die hij geeft massa draagt, maar tegelijk ook dat ik sneller ben en beter in de timing.

Als jongste van mijn boksclub heb ik uit overlevingsdrang geleerd te bewegen, te ontwijken en aan te vallen op momenten dat er een opening ontstaat, en dat wordt mijn handelsmerk, iets wat ik niet bewust kies maar wat zich in de loop der jaren zo ontwikkelt.

Mijn voeten zijn lichter, mijn handen eerder, en ik begin te prikken met korte combinaties die strak en zuiver zijn, waarbij ik hem meerdere keren raak, vooral met links 🥊 en ik zie dat hij dat voelt en voorzichtiger wordt, waardoor zijn plan om puur op kracht te forceren langzaam begint te haperen.



Dan komt dat moment waarop de ruimte zich opent en alles samenvalt en ik zonder nadenken naar voren boks, alsof er iets in mij overneemt en ik in een split second bij hem ben met een strakke combinatie van stoten. Ik voel dat één van die stoten vol doorkomt, waarschijnlijk een linkse directe of een korte hoek, en zijn hoofd zichtbaar wegklapt.

De scheids telt hem aan waarna we hervatten, maar ik voel dat ik hem heb en wil het afmaken, misschien te gretig, waardoor ik naar voren stap om de beslissing te forceren en vol op een tegenstoot loop die hard binnenkomt. Mijn hoofd klapt, de scheidsrechter grijpt niet in, misschien niet gezien!

Vanaf dat moment moet ik in mijn hoofd herstellen, maar mijn tegenstander ziet het ook en wordt gretig, precies zoals ik seconden eerder was, waardoor hij naar voren komt, druk zet en mij eruit wil boksen met zware, dwingende stoten.

Mijn zicht verandert, sterretjes en flitsen verschijnen en alles wordt wazig, waardoor ik hem nog wel zie maar niet meer scherp, dit terwijl ik tegelijk ook in mijn hoofd moet vechten tegen onzichtbare krachten die mijn waarneming verstoren.

En ergens door die waas heen hoor ik haar stem, Carla, kort en duidelijk zoals altijd, en die stem snijdt door alles heen en brengt me net genoeg terug om niet te verdwijnen in de chaos, waarna er iets omschakelt naar automatische piloot en alles wat ik getraind heb het overneemt zonder dat ik er nog bewust over nadenk.

Mijn dekking blijft hoog, ik beweeg van hem weg en mijn lichaam doet wat het moet doen terwijl mijn hoofd nog vol lichtflitsen zit. Ik blijf boksen zo goed en kwaac als mogelijk. En raak hem opnieuw hard en nog eens, totdat ik zie dat hij begint te wankelen en de scheidsrechter ingrijpt. Hij hoeft niet meer te tellen en het gevecht wordt gestopt, ongelijk, hij staat op het punt van knock-out en ik win door opgave in de eerste ronde.

Het publiek reageert enthousiast, maar het gevecht in mijn hoofd is nog lang niet voorbij, alsof ik er naast sta in plaats van erin, en daarna wordt alles vaag, in flarden, terwijl de sterretjes in mijn zicht blijven hangen en mijn waarneming nog steeds onrustig is met flikkeringen en lichtvlekken die niet direct verdwijnen, maar ik zeg niets omdat ik op dat moment alleen weet dat ik heb gewonnen en dat dat is wat telt.

Geen dokter, geen controle, niet eens overwogen, waarschijnlijk toch een (lichte) hersenschudding.

Al komt de herinnering later pas terug in stukjes en beetjes, gelukkig, maar nooit helemaal compleet.

woensdag 22 april 2026

Mijn 1e bokswedstrijd in Heinsberg nu 50 jaren geleden


Op 22 mei 1976 bokste ik mijn eerste wedstrijd bij de amateurs. Dat was bij de Boxsportverein Heinsberg, tegen de Kampfgemeinschaft Düsseldorf. Dat is nu praktisch 50 jaren geleden. Back to boxing memory lane ...

Hun trainer Paul Nellissen van Heinsberg had maanden tevoren contact gehad met onze trainer, Jan Derhaag.daar zaten ze ernstig verlegen om goede wedstrijdboksers. 

Boksclub De Amateur zou met drie pugilisten uitkomen voor de Duitse club met als doel: ervaring opdoen in wedstrijden boksen—iets wat in Nederland op dat moment zeldzaam was.

We bezochten op vrijdagen de trainingen in Heinsberg en werden dan thuis opgehaald door trainer Paul in zijn Volkswagen Kever, waarin de rechter voorstoel ontbrak. Dus zaten we met z’n drieën opgepropt op de krappe achterbank en reden via Sittard over donkere Duitse binnenwegen—zonder straatverlichting—naar de sporthal in Heinsberg.

Een bijzonder ritje: een apart voertuig en pikdonkere wegen. Alsof de avondklok was ingesteld. L.O.L.

Ik was toen 16/17 jaar, nog wat gegroeid in lengte en flink wat kilo’s kwijtgeraakt. In Munstergeleen had ik hard aan de weg getimmerd. Daar was ik altijd de jongste én de kleinste en moest ik opboksen tegen de meer ervaren clubgenoten en harde jongens. Ik leerde daar vooral achteruit boksen, counteren en ontwijken want, ik was tenslotte de kleinste. Klaargestoomd door trainer Jan Derhaag durfde ik het aan om een wedstrijd te boksen. Hoe dat precies zo gekomen is? Geen idee meer. Waarschijnlijk gewoon de flow gevolgden niet bang zijn voor de confrontatie.

Achteraf durf ik te zeggen dat de trainingen in Munstergeleen minstens zo zwaar waren als de wedstrijden die later zouden volgen.

Wat ik bijzonder vond, was dat de teams vooraf in de ring aan elkaar werden voorgesteld. Beide ploegen stonden tegenover elkaar in de ring. De namen werden afgeroepen, je stapte naar voren en stond dan oog in oog met je tegenstander.

Ik was junior in het halbmittegewicht en benieuwd wie er tegenover me zou staan. Zijn naam werd genoemd en hij stapte op me af. Ik moest een paar passen zetten, maar hij had er nauwelijks nodig. Ik heb hem nooit gemeten, maar hij leek bijna zo lang als Arnold Vanderlyde.

Daarna begonnen de partijen, van de lichtste gewichtsklassen naar boven. Ik moest dus nog lang wachten.

In de kleedkamer was ik bezig met mijn warming-up. Wachten… en nog eens wachten.

De geluiden van de zaal kwamen gedempt binnen. Af en toe gejuich, het slaan op handschoenen, stemmen die door elkaar liepen. De tijd kroop voorbij.

Toen was het zover mijn naam werd afgeroepen; vor der nächten Kampf Tummers / Werner. Mijn debuut in de wedstrijdring

Ik stapte de ring in en moest letterlijk omhoog kijken naar mijn lange tegenstander. De scheidsrechter legde de regels uit in het Duits. Daarna ging ik terug naar mijn hoek. De gong.

Ik begon onervaren in het wedstrijdboksen maar wel super geconcentreerd: dekking hoog, ogen scherp op Werner—zo heette hij. Hij nam het initiatief, bokste en stootte veel. Maar hij had pech: ik was een southpaw, en daar had hij geen antwoord op.

Ik vocht mijn weg naar binnen, raakte hem met harde linkse hoeken en stoten, ontweek zijn aanvallen en blokte waar nodig. Ik bleef druk zetten—hard en meedogenloos. Hij kwam er niet doorheen. Ik zag het aan zijn ogen en aflatende bokshouding. Hij ging terug en probeerde te verdedigen. In de touwen kon hij niet meer ontsnappen aan mijn aanvallen, volledig klemgezet.

Begin tweede ronde werd het hem te veel. De scheidsrechter greep in en beëindigde het ongelijke gevecht voor hem.

De Duitse pers schreef: Keine chance hatte im Halbmittelgewicht der Junioren der Düsseldorfer Werner gegen Tummers. Der boxer des Heinsberger BC zermürbte ihn derart, daß man den Düsseldorfer in der zweiten Runde aus dem Kampf nahm.

Een saillant detail: Ger van Haen bokste deze avond in het halfzwaargewicht tegen Rüts uit Düsseldorf. Het was het kortste en meest doeltreffende gevecht van de avond. Ger sloeg zijn tegenstander direct zwaar aangeslagen tussen de touwen. Na tien seconden gaf Rüts het op tegen deze rots in de branding uit Munstergeleen.

De Duitse pers schreef: der schnelsten Kampf des Abends lieferten sich im Halbschwergewicht Haen Heinsberg und Rüts. Der für Heinsberg boxende Niederlander hämmerte seinen Gegner gleich zwischen die Seile, so dass der Düsseldorfer nach etwa zehn Sekunden den Kampf aufgab.


Wat een mooie boksavond en eerste kennismaking met de wedstrijd bokssport. Mede dankzij de meereizende supporters en aanhang en mijn vriendin Carla, was de avond compleet. Er zouden nog vele wedstrijden volgen waarin ik niet alleen de sportiviteit ontmoette maar ook een flinke dosis onsportiviteit van boksers tot scheidsrechters, de bokssport onwaardig. Maar ook daar leerde je mee omgaan om toch vooral sportief te blijven ...


Ps; in mijn latere loopbaan bij de politie heb ik veel voordelen gehad van het pugilisme, niet dat ik dit veel gebruikt heb in de praktijk. Maar de zelfverzekerdheid is altijd gebleven omdat ik altijd ben blijven boksen, kickboksen, judoen en in alle situaties sportief bleef. Verdachten snel uitschakelen,overmeesteren en zo weinig mogelijk letsel toebrengen, was en bleef mijn credo

zondag 19 april 2026

Boksclub De Amateur Munstergeleen, waar karakter en bokssport samenkomen

Goed gedijen in stressvolle situaties en een talent hebben voor het snel en effectief oplossen van problemen. Mensen geboren op 18 april staan bekend om hun durf en het nemen van risico's. Ze leiden graag anderen en worden bewonderd om hun moed en enthousiasme. Geboren op 18 april, vallend onder het sterrenbeeld Ram, zie je deze eigenschappen duidelijk terug — eigenschappen die opvallend goed passen bij de bokssport.

De BoksClub De Amateur in Munstergeleen plaats ik dan ook graag in dit memorabele rijtje van 18 april👊

Als oud-lid van 55 jaar geleden mocht ik deelnemen aan deze bijzondere clinic, samen met mijn dochter Lauren, die mij hiervoor enthousiast heeft gemaakt. De locatie is prachtig: professioneel, modern en van alle faciliteiten – en meer – voorzien.

Ik zie leden, trainers en nestors: mensen die deze boksclub nog altijd dragen, zoals Atlas de wereldbol draagt. Tijdens de clinic merk ik dat er enorm veel is veranderd ten opzichte van mijn begintijd – chapeau daarvoor.

De warming-up vooraf wordt verzorgd door een trainer van De Amateur, in een aparte ruimte. Na een klein halfuur goed opgewarmd te zijn, neemt ere-lid Arnold Vanderlyde het stokje over voor de boksclinic.

Wie kent hem niet? Zijn palmares is indrukwekkend. In 254 wedstrijden heeft hij talloze titels behaald op nationaal, Europees, Wereld- en zelfs Olympisch 3x niveau. Als je die titels in een halsketting zou verwerken, zou je er bijna een hernia van krijgen – zoveel zijn het er.

Arnold begint gedoseerd. Wat mooi is: hij benadert de training vanuit een mentale invalshoek. Wat is je doel? Wat wil je uit de training halen? Focus is essentieel. Boksen is, net als schaken, ook een denksport. Hij laat je nadenken of je wilt of niet,

Wie heeft deelgenomen, kan achteraf de essentie van de nummers 1 t/m 6 doorvoelen — het samenspel van denken, handelen en reageren. Deze nummers staan voor verschillende stoten die door Arnold door elkaar worden gebruikt om je acties te laten samengaan met inzicht en timing. Steeds meer nummers betekenen meer combinaties, waarbij positie, voetenwerk en houding samenkomen.

Een mooi aspect vind ik de link met Parkinsonboksen. Bij Parkinson, een volksziekte die steeds meer mensen raakt, spelen beweging, coördinatie en reactievermogen een grote rol. Juist daarom blijkt boksen — in aangepaste vorm — een waardevolle trainingsmethode. Door te werken met de nummers 1 t/m 6 worden deelnemers gestimuleerd om te denken, te reageren en te bewegen, wat bijdraagt aan zowel motoriek als mentale scherpte.

Het is mooi om te zien dat de bokssport hierin een bredere maatschappelijke rol vervult. Trainingen zoals deze laten zien dat boksen niet alleen draait om kracht en competitie, maar ook om gezondheid, herstel en kwaliteit van leven.

Arnold geeft aan dat de trainers van De Amateur technisch en tactisch uitmuntend werk verrichten. Hij hoeft, zoals hij zelf zegt, alleen nog maar ietsjes te strooien met het spreekwoordelijke zoutvaatje.

Een mooie tip: harder stoten door simpelweg je voeten beter te plaatsen. Persoonlijk vind ik het ook sterk dat je adrenaline moet laten stromen in plaats van blokkeren. Arnold nam dit mee uit Cuba, van de trainer van zijn eeuwige rivaal Felix Savon.

Dat herken ik ook uit oosterse vechtsporten: daar is buikademhaling (hara) essentieel. Bij een aanval houden zij hun adem niet vast, maar versterken zij hun actie met een kreet.

Zelfs uit de dierenwereld komt een treffend voorbeeld: de honey badger – klein, maar onbevreesd en bereid om grotere tegenstanders aan te vallen. Een ware overlever.

Ook Arnolds fighting spirit is bijzonder. Elke letter van “fighting” staat voor een mentaal en fysiek aspect. De letter G vind ik speciaal: die staat voor geluk en gezondheid. Mensen hebben veel wensen, maar wie ernstig ziek is, heeft er vaak nog maar één.

Na een uur zit de clinic erop. De deelnemers, waaronder ikzelf, hebben genoten van de “noble art of self-defence”. Ik denk dat ik goed meegedaan heb met de groep, in ieder geval merkte ik niets van mijn vele protheses en/of gewrichten. Leuk en sportief getraind als vader met zijn dochter Lauren in een prachtig mooie setting. Of mijn prestaties goed waren dat mogen de trainers en anderen beoordelen. Die van Lauren waren👊

De volgende groep staat al te trappelen om te beginnen – en uit ervaring weet ik dat ook zij zullen genieten.

Arnold, bedankt. 

Trainers van De Amateur, bedankt en veel succes  💪👊 met jullie nieuwe locatie, ik kom zeker nog af en toe langs bij jullie,

Ps: nu ik mijn ervaringen over de boksclinic aan het typen ben voel ik weer een beetje spierpijn overal in mijn body. Zoals vroeger te doen gebruikelijk was😉, heb ik toch ietwat meer spieren gebruikt dan alleen maar mijn vuisten en dat op 67 jarige leeftijd,

Met een sportieve groet, Han


dinsdag 14 april 2026

Voordat de gong gaat

 

Voordat de gong gaat, van wat ik mij nu nog kan herinneren, zou ik zo weer mijn pugilistische handelingen gaan vertonen en de han-dschoenen weer aantrekken? Ik denk van wel. Dit verhaal heet dan ook


VOORDAT DE GONG GAAT 


De weg naar de ring is geen sinecure maar een moeilijk pad en steile klim omhoog.

Er zijn niet veel sporten waarin je drie rondes lang geslagen wordt, verslagen kunt raken, knock-out kunt gaan en pijn en blessures oploopt. Alles ligt open. Alles kan gebeuren. Alle kansen voor het grijpen. Spierpijn achter niet te vergeten ...


Afhankelijk van de tegenstander — die nagenoeg precies hetzelfde te wachten staat.


Het publiek leeft daarvoor. Ze worden luid, onrustig, opgewonden. Het liefst zien ze harde slagenwisselingen. Een knock-out als hoogtepunt.


En daar tussendoor geslopen …


de lieve mensen die met je meereizen. Supporters. Intimi. Zij voelen alles mee, ook de denkbeeldige klappen. Gierende zenuwen door het hele lijf. Misschien nog wel meer dan jij.


Dan de boksarena; De zaal ruikt naar spanning. Maar ook naar sigaretten, alcohol en een luidruchtig publiek.


Soms sta je in een levensgrote tent als menneke van 16 of 17 jaar oud, waar het geluid alle kanten op gaat en de lucht zwaar is en bovendien slecht geventileerd. En soms, in het mooiste geval, in een sporthal. Daar is het rustiger. Frisser ook. Daar zijn de versnaperingen en het roken tenminste nog een beetje aan banden gelegd. Daar waar de ring in het middelpunt staat, hoog, met verblindende felle lampen gericht op de ring en pugilisten, een bijna sauna,


Drie ronden van drie minuten. Daar heb je alles voor over gehad.

Maanden trainen. Afzien. Op dieet om gewicht te halen. Dagen waarop alles pijn doet, maar je toch doorgaat. De wedstrijddag zelf: weinig eten, weinig drinken. Reizen. Wachten. Altijd dat wachten. Je hoofd dat blijft malen, terwijl je het juist stil probeert te krijgen.


En daar is de trainer. Rustig. Altijd rustig. Alsof er niets aan de hand is. Alsof hij al weet dat het goed zal komen. Dat vertrouwen geeft hij door, zonder grote woorden.

Soms vraag ik mijn tegenstander hoeveel wedstrijden hij al heeft gebokst.


“Een paar honderd,” zegt hij dan. Of nog meer. Je knikt. Prima. Dan weet je het wel.

In de kleedkamer begint het circus in de mallemolen. Handschoenen aan. Zwachtels strak. Opwarmen. Pads slaan met de trainer. Ritme vinden. Focus aan. Het zweet komt uit al je poriën en daarmee de broodnodige zenuwrust. De zenuwen worden uit je body geslagen daar op de pads van de trainer.


Mijn laatste wedstrijd vergeet ik nooit.

Mijn trainer kijkt me aan en zeg:

“Eet nu nog maar een boterham. Straks kan het waarschijnlijk niet meer.” 

Ik moet lachen van deze gevleugelde typerende opmerking van hem. Maar wel even weg van de spanning waar je de hele dag tegen vecht. Ik boks in de categorie halfzwaargewicht 81 kg en breng 77,8 kg op de weegschaal. Dus die boterham  kan wel😉.


Dan de ring in, lopen door het publiek onder luid applaus of boe-geroep.

De tegenstander staat al klaar. Groter… maar deze keer ook zwaarder. Gespierder. Misschien zelfs sterker. Je ziet het aan alles.


Maar ik voel toch iets anders.

Ik voel me licht. Vrij. Als een bamboe die met elke storm meebuigt, maar nooit breekt. Ik heb mijn eigen manier als een goochelaar in zijn mouwen.

Linkshandig dat ben ik vanaf mijn geboorte maar ook  snel en direct anticiperent. Hoeken laag en hoog. Ontwijken, terugboksen, en dan de counter. Bam bam.


Dan gaat de gong. Alles valt van me af.

Ik boks. Puur. Zonder twijfel. Alles wat ik heb geleerd komt uit mijn body en mijn stoten, als vanzelf als aangeboren,


In de rust luister ik. Korte woorden van mijn trainer Jan Derhaag . Helder. To the point.


Maar deze avond is er nog een ander gevecht. Niet alleen in de ring maar nu ook nog daarbuiten. Daar heb ik niet om gevraagd,


Als je uit bokst bij een andere vereniging weet je het al. Je moet niet alleen winnen, maar overtuigender zijn. Meer laten zien. Duidelijker raken. En soms is zelfs dat niet genoeg voor de overwinning.


In mijn geval dan die ene Nederlandse scheidsrechter…


Ik heb mijn eerste vijftien wedstrijden in Duitsland gebokst. En net bij hem werkt dat tegen me. Sterk zelfs. Daar kan ik niet tegen opboksen.

Je voelt het. In wat wel en niet gezien wordt. In hoe een wedstrijd loopt zonder dat je er echt grip op hebt . Alsof je niet alleen staat te boksen voor de overwinning,

maar ook tegen iets wat buiten de ring ligt, buiten jezelf, zonder enige schuld,


Dat werkt tegen me. Als bokser. Maar ook als mens. Toch blijf ik staan.


Niet voor de jury. Niet voor de scheidsrechter. Niet eens voor mijn tegenstander.

Maar voor dat ene moment. Dat moment waarop de gong gaat…

…en alles klopt. 🥊

vrijdag 10 april 2026

Bokswedstrijd in Bittburg


In deze tijd zit ik nog op de Rijkspolitie opleidingsschool in Horn - Baexem, hard te studeren voor de examens. Deze foto is achteraf genomen om de overwinning te vieren 

Deze memorabele  avond ergens in 1977 of begin 1978  begon met een lichte combinatie van zenuwen en overtuiging van eigen kunnen. Precies genoeg spanning om scherp te zijn, en genoeg vertrouwen om te weten: dit kan ik.

Saillant detail vooraf: de Amerikanen in Bitburg wilden er ineens vijf rondes van maken. Semi-prof, zeiden ze. Gebruikelijk, zeiden ze. Mooie woorden, maar ik hield het simpel — drie rondes afgesproken is drie rondes boksen. Geen onderhandelingen meer als je al in de ring staat.

Mijn tegenstander: Mr. Robinson. Gespierd, ervaren en met die blik van iemand die liever doorgaat dan stopt.

Hij is groter, sterker en gewend aan langere partijen. Maar boksen is geen kwestie van tijd alleen. Boksen is een schaakspel. Rust bewaren. Niet boos worden. Intuïtief handelen. Ontwijken, pareren, uit onverwachte hoeken komen en vooral: overzicht houden en niet tegen die ene verkeerde stoot aanlopen.

Ik ben southpaw. En dat merkt hij.

Carla stond aan de ring. Zoals altijd. Aanmoedigend, scherp, en ondertussen alles vastleggend. Terwijl ik bezig was met het spel, zorgde zij dat het verhaal bleef bestaan.

Eerste ronde. Aftasten. Hij kwam stevig, ik bleef rustig. Mijn “tikjes” — snel, scherp en precies — haalden zijn aanvallen eruit. Geen krachtpatserij, maar efficiëntie. Je zag hem denken.

Tweede ronde. Het schaakspel verschoof. Hij probeerde druk te zetten, ik brak zijn ritme. Mijn hoeken klopten niet voor hem. Links kwam waar rechts verwacht werd.

Derde ronde. Hij wilde forceren. Misschien dacht hij al aan die vijf rondes die er nooit kwamen. Ik bleef bij drie. Bij mijn plan. Overzicht houden, niet happen, geen cadeaus geven.

Eindsignaal.

Geen knock-out. Geen spektakel. Gewoon jury.

En: winst op punten.

Verdiend. Niet alleen omdat ik sterker was, maar omdat ik beter inspeelde op het gevecht en zijn aanvallen,

Na afloop werd het gevierd met de kampfgemeinschaft van Heinsberg, aangevuld met boksers uit alle gewichtsklassen van omliggende verenigingen. Eén geheel, één avond, veel verhalen.

Mr. Robinson? Respect voor hem en zijn sportiviteit. Wat een sterke tegenstander.

Maar deze avond werd geen vijf rondes lang verhaal.

Drie waren genoeg.

Groet Han

donderdag 9 april 2026

De robotmaaier versus egel

 

De moderne mens heeft het zwaar. Echt.

Hij moet werken, scrollen, series bingen, en—hou je vast—eens in de week het gras maaien. Onmenselijk.

Gelukkig is daar de robotmaaier.

Een klein, zoemend huisdier zonder ziel, maar met een missie: elke grasspriet moet eraan geloven. Regen? Maaien. Zon? Maaien. Nacht? Maaien. Existentiële leegte? Maaien.

De mens kijkt tevreden toe vanuit zijn tuinstoel. Heel soms een biertje in de hand.

“Wat een gemak,” mompelt hij.

Alsof hij zelf net de industriële revolutie opnieuw heeft uitgevonden.

Ondertussen, als de tuin eindelijk stil en donker wordt, komt de echte bewoner tevoorschijn.

De egel. Geen app. Geen schema. Gewoon instinct en een honger naar slakken. Een klein, scharrelend leven dat al bestond toen ‘wifi’ nog gewoon een nies was.

Hij schuifelt. Snuffelt. Leeft.

En dan—daar is het weer.

Dat zoemen.

Niet luid. Niet dreigend.

Juist dat maakt het erger.

De robot rijdt alsof hij alles begrijpt. Alsof de wereld bestaat uit rechte lijnen en nette randjes. Alsof rommel een fout is en leven een obstakel.

De egel doet wat egels doen.

Hij rolt zich op. Vertrouwt op een strategie die miljoenen jaren heeft gewerkt. Maar ja.

Miljoenen jaren evolutie versus een kortingsdeal van de bouwmarkt.

Het zoemen stopt niet.

Het twijfelt niet.

Het voelt niets.

En ergens tussen perfect gemaaide banen ligt hij dan. Niet dood misschien. Maar ook niet meer echt onderweg. Zijn kleine lijf beschadigd door iets dat hem niet eens zag.

De volgende ochtend:

De mens rekt zich uit, nipt van zijn koffie en bewondert zijn gazon.

“Strak hoor,” zegt hij tegen niemand in het bijzonder.

De robot staat braaf op zijn laadstation.

Alsof hij denkt: goed gewerkt vandaag.

En de egel? Die ligt ergens waar geen app hem vindt. Geen melding. Geen update. Geen pushbericht dat zegt: er ging iets mis vannacht.

Maar hé. Het gras staat er fantastisch bij.

Ik heb er geen- en ik hoef  geen robotmaaier en ik maai overdag met grote tussenpozen 1x per 12-14 dagen👊👍💙


Groet Han, delen wordt gewaardeerd

woensdag 1 april 2026

Deze Schorpioen in Balans houden

 

Het harnas en
de deuken

Na vier en veertig jaar bij de politie – een werkbaar leven vol strijd, winst en helaas ook wat verlies – heb ik mijn zware harnas definitief afgelegd. Ik heb de kogelvrije vesten en tactische plannen ingeruild voor iets veel simpelers, maar minstens zo uitdagend: de pure rust van de open weg.

Jarenlang ben ik een eenmansleger geweest. Ik leverde slag, incasseerde zielenleed en zag mijn gezondheid een jasje uitdoen. Die ervaringen hebben me gevormd tot de Schorpioen die ik nu ben: wilskrachtig, intuïtief en recht uit het hart. Maar ik ben tot een belangrijk inzicht gekomen: alleen ga je misschien snel, maar samen kom je verder. Ik ben geen onverwoestbare machine, maar een mens met emoties, dromen en – jawel – tekortkomingen. Die heb ik inmiddels omarmd. Dat geeft rust en lucht.

De Schorpioen en de Ram

Tegenwoordig vind ik mijn balans op mijn 'stalen ros'. Geen glimmende bolide met een zwaailicht, maar een gewone fiets. Zonder elektrische hulpmotor, want ik geloof in eigen kracht.

Ik fiets niet alleen. Naast mij trapt mijn eigen Ram: een sportieve schoonheid met een bak power en een conditie waar je 'u' tegen zegt. Waar ik als Schorpioen de neiging heb om elk bochtig parcours eerst tactisch te analyseren, is zij de motor die de vaart erin houdt. We zijn aan elkaar gewaagd; zij wijkt voor geen enkele heuvel en geeft, net als ik, nooit op. Concurrentie kennen we niet; onze enige gezamenlijke strijd is het ijveren naar een gezond en vitaal leven.

De Kleine Cirkel en het Geheime Ingrediënt

Wij bewegen ons het liefst in een superkleine sociale kring. Door de vele ervaringen in het verleden zijn we hierin gehard; we verlenen hulp waar nodig, maar nooit meer ten koste van onszelf. Die grens bewaken we scherp.

Deze levenshouding is ons 'geheime ingrediënt' geworden, en we hebben het met de paplepel doorgegeven. Onze dochter heeft veel van deze bouwstenen meegekregen: een tomeloze conditie, maar bovenal het diepe besef van respect en de kunst van 'leven en laten leven'. Dat zij deze koers nu zelf vaart, is voor mij de ultieme bevestiging dat onze balans klopt.

Meditatie in Beweging

Die pure rust en vrijheid is tegenwoordig zeldzaam. Met zo’n gedreven partner aan mijn zijde heb ik de perfecte reden om die stilte steeds weer op te zoeken. Het is bijna een vorm van meditatie in beweging, waarbij het ritme van onze trappers de enige graadmeter is. In zulke momenten hoef je niets, behalve er te zijn en te genieten van de omgeving. Of we nu door dichte bossen of open velden rijden; de buitenlucht is mijn nieuwe brandstof.

💥 Gifvrij en in Balans 👀

Mijn reputatie als Schorpioen? Dat gif in de staart en die wraakzucht heb ik tactisch gedelegeerd naar een afdeling waar ze er meer tijd voor hebben. Soms voel ik me nog wel eens een spin in het verkeerde web, verstrikt in de verwarrende spinsels van een ander. Vroeger zou ik de beuk erin hebben gegooid, nu bekijk ik het web van alle kanten, rol het netjes op en geef het uit handen aan de zorg.


Ik leer elke dag bij. Mijn nieuwe dieet bestaat uit sportieve ingrediënten en het vermogen om om hulp te vragen. En als ik heel soms toch nog twijfel? Dan voel ik me net een eend: boven water rustig en beheerst, terwijl ik onder het oppervlak trappel als een bezetene om de koers recht te houden.

Maar met acht poten, twee scharen en een Ram die weigert af te stappen, komt deze Schorpioen er wel. Op naar de volgende 25 jaar (in schorpioen-jaren dan)!

De laatste versnelling dan,

"Na 44 jaar in de frontlinie van onze samenleving, draag ik mijn steentje nu op een andere manier bij: door vitaal, scherp en in balans te blijven. Het uniform hangt in de kast, de medailles van eervol ontslag hebben hun plek gevonden, maar de gedrevenheid van de Schorpioen blijft. Nu is het tijd voor de cadans van de pedalen, de rust rondom het huis en de onvoorwaardelijke steun van mijn Ram. 
De koers is veranderd, maar de finish is nog lang niet in zicht. Op naar de volgende gezamenlijke kilometers!"
💙💪👊

zondag 29 maart 2026

De politie als wachtkamer: Hoe de GGZ een Man in Nood liet vallen

Mooi dat de GGZ op een gegeven moment voorbeelden vraagt aan de politie om samen te kunnen brainstormen wat er beter zou kunnen gaan in de samenwerking, de tijdsduur etc. Als wijkagent draai ik dan volledig de Noodhulp en doe tussen de soep en de aardappelen mijn wijkwerk, als achter geschoven kindje. Terwijl ik volledig ermee belast blijf 24/7/365. Vaak word ik door ziekte van collega's thuis gebeld of ik interesse heb om alweer een vroege dienst te draaien. IK zeg zelden nee, dus weten ze mij altijd te vinden omdat mijn diensttelefoon nooit out of order is.


Mbt GGZ dan; Ik word door een collega benaderd en gevraagd om mee te brainstormen en of ik voorbeelden heb. Ik heb heel veel voorbeelden. Helaas nooit positief voor de samenwerking met de GGZ. Het schijnt dat de GGZ muurvast zit in protocollen uit de tijd van de Dode Zeerollen tussen de 4e eeuw voor Christus en de 2e eeuw na. Spreekwoordelijk kan ik er een boek over schrijven zoveel misstanden en niet begrepen werkwijzen voor de verwarde personen in spe. GGZ is niet altijd blij met mij als ik weer eens iemand kom afleveren en doorvraag en de krapte in het openbare domein als ik weer eens uren moet wachten op aanpak en beslissing. Soms levert dit klachten op met scheve gezichten. Ik ben dan mijn frustratie kwijt maar in de GGZ protocollen verander ik nagenoeg niets. Maar ik kan de klachten altijd goed uitleggen aan mijn chefs en krijg nooit een reprimande.


Verwarde personen en voetbalsupporters beiden nagenoeg identiek in het heetste v an de battle en steeds weer een flinke opgave voor politie en de burgerij heeft er niets aan, behalve dan dat zij minder politionele aandacht krijgen toegeschoven dan eigenlijk zou moeten.


EN mede daardoor ontstaat regelmatig een zelfredzaamheid die de politie nog meer werk oplevert in strafrechtelijk verkeer bij botsingen en ongewilde slagkracht achter de voordeur tot in het publieke domein. Alsof ze het ruiken dat de politie steeds vaker overbelast is en nee moet verkopen ...



De GGZ gaf niet thuis, dus gaven wij hem handboeien (Ruw en confronterend)

2.500 wanhopige telefoontjes: Hoe een man in crisis tussen wal en schip viel(Nadruk op het drama)

Hulpverlening op kantooruren: Als de politie de psychiatrische zorg moet overnemen (Maatschappijkritisch)


Het is een frustrerend patroon: de politie wordt gestuurd naar een adres waar iemand 'door het lint' gaat. Ter plaatse tref je geen crimineel, maar een mens in diepe psychische nood. Wat volgt is een dagenlange strijd tegen de bureaucratie van de hulpverlening, met een burger als slachtoffer.

Dinsdag 12 februari: De 'dierlijke schreeuw'
Het begint met een melding van geluidsoverlast. Eenmaal ter plaatse horen we het zelf: een langgerekte, dierlijke schreeuw die door merg en been gaat. Dit is geen ruzie; dit is pure angst.
Patrick doet de deur open. Hij is wild, kletsnat van het zweet en praat wartaal over legerhelikopters. Hij ziet het niet meer zitten. De diagnose voor ons is simpel: deze man verkeert in psychische nood en heeft nú hulp nodig.


De reactie van de GGZ?


De crisisdienst weigert te komen. Na bijna twee uur wachten belt een psychiater. Hij spreekt Patrick nog geen vijf minuten aan de telefoon en trekt de verbijsterende conclusie: "Patrick heeft geen duidelijke hulpvraag. Als hij die wel heeft, moet hij zich maar tijdens kantooruren melden."
Wij blijven achter met een man die dreigt zichzelf in brand te steken. Onze mogelijkheden zijn uitgeput. Met pijn in ons hart laten we Patrick achter in zijn misère.

Zaterdag 16 februari: 2.500 wanhopige pogingen
Vier dagen later staan we er weer. De situatie is alleen maar verslechterd. Patrick heeft in zijn wanhoop meer dan 2.500 keer gemaild en gebeld naar de hulpverlening. De reactie van diezelfde hulpverlening? Een aanzegging voor stalking.


Het is de omgekeerde wereld. De man schreeuwt om hulp, en de instantie die hem moet helpen, dient een klacht in. Patrick springt bijna uit zijn vel van onrecht. De politie is in dit specialistische geval geen partij, maar de GGZ geeft niet thuis.

Zondag 17 februari: De onvermijdelijke klap
Op zondag escaleert het definitief. De crisisdienst is er eindelijk, maar hun aanwezigheid is van korte duur. Wanneer Patrick uit wanhoop met koffie gooit, blaast de voorwacht van de GGZ direct de aftocht.
Pas als de psychiater ter plaatse komt en Patrick opnieuw een verbale eruptie krijgt – schuddend van emotie en badend in het zweet – valt het besluit: een gedwongen opname (IBS).

De pijnlijke conclusie
Dagenlang hebben wij en de buurtbewoners – die feitelijk als onbetaalde hulpverleners fungeerden – geprobeerd de situatie veilig te houden. Patrick wilde niet vechten; hij wilde gehoord worden. Uiteindelijk hebben wij hem geboeid naar de gesloten afdeling gebracht.


Het had de ambulancedienst moeten zijn, maar het werd de politie. Het had preventie moeten zijn, maar het werd een gedwongen opname. Dit is wat er gebeurt als de zorg de deur dichtdoet: de politie wordt de laatste strohalm, maar we staan met lege handen.

Dit incident uit 2013 staat helaas niet op zichzelf. Nog te vaak wordt de politie ingezet als 'vliegende keep' voor situaties waar eigenlijk een witte jas aan te pas moet komen.


PS: Patrick is verbaal en lichamelijk heel gespannen en komt agressief over maar hij heeft nooit geweld gebruikt tegenover ons als politie. Hij geeft alleen maar overlast.




Epiloog:
Het geschetste scenario illustreert een aanhoudende problematiek waarbij de politie fungeert als 'vliegende keep' voor de GGZ, wat leidt tot een onhoudbare inzet van agenten en een gebrek aan passende zorg voor kwetsbare personen in psychische nood. De praktijk toont aan dat strikte protocollen en trage reacties van de crisiszorg de veiligheid in de wijk onder druk zetten en agenten dwingen tot ingrijpen in situaties die een zorgbehoefte vereisen.

De zwarte despoot: Een vier meter hoog Lenteballet


De Zwarte Despoot: Een Vier Meter Hoog Lenteballet

Vandaag heeft de storm de volledige regie opgeëist. De zwarte lakbamboe, normaal een rij statige wachters, is veranderd in een ensemble van vloeibare schaduwen. Wat ben ik blij dat ik hem afgelopen najaar heb verplant en hem precies hier, vol ‘in the picture’, zijn nieuwe ereplek heb gegeven. Het was de perfecte timing; na een winter van wortelen torent hij nu ruim vier meter hoog uit, als slanke masten op een woelige zee.

Het is een uiterlijk spektakel van jewelste. Hoewel hij slechts een klein beetje houvast vindt in zijn kluit in de grond, toont de bamboe zich onuitputtelijk in zijn energie. De bamboe is weliswaar een welwillende despoot; hij is volledig aangepast aan zijn mede tuinbewoners. Hij vult de tuin prachtig aan, maar neemt deze nooit over met massieve groei. Zijn expansie is beheerst en rustig, slechts meegroeiend in de pas met de menselijke inflatie.

Ondanks de felle lentebuien en de gure wind, overtreft hij de storm met pure souplesse. De enorme zwarte halmen beschrijven gigantische windingen in de lucht, levendig bewegend, zwiepend en zwierend van links naar rechts. De eeuwig groene, spitse en geraffineerde bladeren ritselen als fijn zilver in de vlagen. Zelfs de voorjaarsvogels laten zich niet afschrikken. De mezen en mussen zijn er maar wat blij mee; ze klemmen hun pootjes om de lange, ranke stengels en krijgen een gratis achtbaan, een vliegende start van het seizoen. Het biedt onmisbaar veel kijkplezier, op elk moment van de dag.

Het is een hypnotiserend schouwspel dat laat zien hoe je de storm overleeft: door mee te bewegen zonder te breken. Terwijl de halmen zwiepen en de wind jaagt, verdwijnt achter het glas — in de luwte en de stilte — met dit machtige zicht de gure kilte. Een prachtig gezicht, midden in ons uitzicht.









































zaterdag 28 maart 2026

De grens van de pijn

De zon brandt genadeloos op het asfalt van de randweg. Het is zo’n typische vrijdagmiddag waarop de stad zindert van weekendplannen; de geur van barbecues hangt in de lucht en gedachten dwalen af naar zwembaden of lome uren in de tuin. Terwijl het vakantieverkeer ongeduldig en luidruchtig voortraast, valt hier op de kruising de wereld in één klap aan scherven.

Midden in die zomerse hectiek ligt zij. Een klein, fragiel omaatje, volledig klem onder de loodzware wielen van een vrachtwagen. Mijn collega schakelt direct; zonder een woord te wisselen zijn de rollen verdeeld. Hij werpt zich in de verkeersstroom om de chaos te temmen en vraagt met klem om verdere assistentie. Er heerst een ogenblikkelijke gedrevenheid; een zwijgzame afspraak tussen hulpverleners die precies weten wat er moet gebeuren. Wanneer de jankende sirenes van de brandweer en de ambulance door de hitte snijden, stroomt er een ongekende golf van opluchting door me heen. Ik hoef dit niet meer alleen te dragen.

De ambulanceverpleegster reikt me direct na haar komst op de PD (plaats delict) haar speciale kledingschaar aan. In de adrenaline en de geboden snelheid vergeet ik mijn handschoenen; zelfbescherming is een luxe waar geen ruimte voor is. Hulp verlenen staat voorop. Maar zodra we samen onder de vrachtwagen kijken, slaat de actiebereidheid om in een stille loodzware machteloosheid.

Het is een onwerkelijk beeld. Er is nauwelijks uitwendig letsel te zien; er vloeit geen druppel bloed over het warme asfalt. Maar de stilte aan de buitenkant maskeert de verwoesting binnenin. Het enige teken van leven is haar ademhaling: ze ademt nog, heel lichtjes, daar onder die tonnen wegende machine. Terwijl ik met de schaar haar kleding wegknip, voel ik de verborgen realiteit onder mijn blote handen. Haar botten zijn volledig verbrijzeld. Haar huid voelt aan als een plastic zak, een slap en los omhulsel dat alleen nog bijeengehouden wordt door de enorme druk van de vrachtwagen

Mijn adrenaline staat op 100. Naast me voel ik de verstikkende stress van de verpleegkundige. Haar handen trillen terwijl ze een spuit probeert te zetten in dit 'lege' omhulsel. Maar de medicatie heeft geen enkel effect meer. Er is geen mogelijkheid meer om dit  middel te transporteren. We staan voor een onmogelijk dilemma. De vrachtwagen wegrijden betekent haar onmiddellijke einde: de druk die haar nu nog 'bijeenhoudt', zou wegvallen, waardoor een fatale shock en massale interne bloedingen vrij spel krijgen. De dood zit letterlijk op de loer bij elke centimeter die we de truck verplaatsen.

Te midden van deze innerlijke ravage valt haar gezicht op. Ondanks de enorme tegenspoed heeft ze een wonderbaarlijk rustige gelaatsuitdrukking behouden. Het lijkt alsof ze door de enorme ontsteltenis van het ongeluk in slaap is gewiegd, veilig afgeschermd van de gruwel. Mooi dat zij, ondanks alles, die rust heeft weten te waarborgen.

Met een bijna onmenselijk engelengeduld en pure fysieke voorzichtigheid bevrijden we haar, millimeter voor millimeter, terwijl de rest van de wereld haastig doorraast naar het weekend.

Uren later na de afhandeling zit ik achter mijn bureau. De stilte op het bureau is oorverdovend. De telefoon gaat: de nabestaanden. In dat emotionele festijn komt de vraag die hen verscheurt: "Heeft mama veel pijn gehad?" Ik denk aan de verbrijzelde botten, de shock en de interne verwoesting, maar ik herinner me vooral die serene rust in haar gezicht. Ik kan hun vrees wegnemen. Ze is direct weggegleden naar een plek waar de pijn haar niet meer kon bereiken.

Ze vecht nog, maar komt niet meer bij bewustzijn en overlijdt pas dagen later in het ziekenhuis. Wat een sterk hart en overlevingsdrang heeft zij. Onmisbaar, onmiskenbaar

Nog altijd, als ik langs die drukke kruising fiets in het felle zonlicht, zie ik haar daar. De wereld raast door naar de volgende barbecue, maar voor mij blijft zij daar aanwezig, veilig achter de grens van de pijn die ik voor haar mocht bewaken.

Dit verhaal zit al meer dan 10 jaar in mijn hoofd, tot vandaag ...

groet Han

Tolerantie tot op het bot -ons NL milieu waarin de overheid ons laat verkeren-

Tolerantie tot op het Bot: Wegkijken terwijl de Bodem Vergiftigt

Het schijnt een steeds normalere gang van zaken te worden, geaccepteerd door onwetendheid met daaraan gekoppelde  onverschilligheid,

Het begon met een schuimkraag op de beek die eruitzag als stijfgeklopt eiwit, maar de nasmaak had van een chemische fabriek. PFAS. Het zit in ons bloed, onze pannen en in de hardnekkige illusie dat we de natuur ongestraft als afvoerputje kunnen gebruiken. 

Terwijl we wandelen, knarsen onze zolen over een laag Beaumix—die zogenaamd 'duurzame' korrels die onder de microscoop gewoon een verzameling industrieel afval blijken te zijn. Het is sjoemelsoftware voor de bodem, verkocht als vooruitgang. Ook de bedoeling om dit giftig goedje onde de A2 te droppen. Want wat je niet weet dat deert niet. Ook is dit goedkoper dan humaan behandelen en dat scheelt tig euro's in de kosten ten faveure van schimmige omzetten. Want je kunt nog altijd terecht gewezen worden en betaal je gewoon de opgelegde (straf)rekening bij de zelfde overheid uiteindelijk, die of een oogje dichtkneep of oldboys netwerken voor de omzetten en winsten van alluminated filty few!

De berm is de stille getuige van onze kortzichtigheid. Het zwerfvuil vormt een kleurrijke, deprimerende mozaïek van wegwerpgeluk. 

Tussen de platgetrapte blikjes liggen sigarettenpeuken als giftige confetti; één filtertje verziekt honderden liters water, maar we knippen ze weg met de nonchalance van iemand die denkt dat de wereld zichzelf wel reinigt. Het is diezelfde gelatenheid die de hedendaagse verdraagzaamheid typeert. We noemen het tolerantie, maar het is pure onverschilligheid. We tolereren dat de publieke ruimte verloedert, zolang onze eigen voordeur maar glanst.

Deze onverschilligheid krijgt een gezicht in de schreeuwers in de nacht. Mensen die we eufemistisch 'verward' noemen, dwalend door straten waar ze niet thuishoren omdat de zorg is wegbezuinigd tot een papieren werkelijkheid. Er is een stuitende politieke onwil om dit aan te pakken. Liever bakkeleien over budgetten dan verantwoordelijkheid nemen voor de kwetsbaarsten.

De politie dan, die staat erbij en kijkt ernaar, gevangen in een web van protocollen. Elke melding voelt als dweilen met de kraan open. Agenten worden ingezet als psychiaters op straat, maar hun handen zijn gebonden. 

Ook kent de wet  een bijna heilige status toe aan de rechten van verdachten en de individuele vrijheid, zelfs als die vrijheid destructief is voor de persoon zelf en zijn omgeving. Waar de veiligheid van de burger zou moeten primeren, verzandt de handhaving in een juridisch moeras waarin de privacy van de overlastgever zwaarder weegt dan de rust in de straat.

Het is de ultieme paradox: we beschermen de rechten van de dwalende ziel zo rigoureus, dat we hem het recht op daadwerkelijke hulp ontnemen. 

De oplossing ligt niet in meer papierwerk, maar in een integraal actieplan. We hebben een 'Zorg-Justitie-Schakelaar' nodig: een wettelijk mandaat waarbij politie en GGZ direct kunnen ingrijpen met korte, dwingende zorgtrajecten. Geen schotten meer tussen zorg en veiligheid, maar een gezamenlijke vuist. Wellicht een utopie maar dan nog! 

De politiek is er voor de mensen en hun bestaan en niet andersom, zoals nu blijkbaar de rolverdeling is 

Slot:  We sussen ons geweten met de term 'verdraagzaamheid', maar in werkelijkheid hebben we de ruggengraat van een weekdier gekregen. Terwijl we juridische haren kloven over de rechten van de vervuiler en de vrijheid van de verwarde schreeuwer, laten we de fundamenten van onze samenleving wegrotten. Een land dat zijn bodem laat vergiftigen door Beaumix en zijn straten laat gijzelen door politieke onmacht, verdient geen applaus voor zijn tolerantie, maar een spiegel voor zijn verval.

Het is tijd om te kiezen: blijven we dweilen met de kraan open, of durven we de kraan van deze destructieve onverschilligheid eindelijk dicht te draaien? De volgende regenbui wacht niet op ons poldermodel.



Groet Han, delen wordt gewaardeerd😉






woensdag 25 maart 2026

"Sierlijkheid versus Schroot: Een zinloos einde met een windbuks"

 "Een windbuks is geen speelgoed en andermans erf is geen schietbaan. Naar aanleiding van een recent incident waarbij een sierkip dodelijk werd getroffen, staan we stil bij de wettelijke kaders en de onomkeerbare gevolgen van eigen richting. Want achter elk schot schuilt een morele en juridische verantwoordelijkheid."

Een tijdje terug kreeg ik een melding dat er ergens in een van onze dorpjes een dier was aangeschoten. Gelukkig heeft iemand de moeite genomen dit te melden bij de politie. Een zaak van zinloos dodelijk geweld, blijkt achteraf.

Ter plaatse gearriveerd kunnen wij niet meteen zien of inschatten wat er precies gebeurd is. Er zijn geen andere stille getuigen die kunnen wijzen op een schietpartij op microniveau. De melder, tevens getuige, heeft er geen problemen mee om zich bij ons te vervoegen en mede te delen wat er gebeurd is. In zijn voortuin lopen geregeld kippen los rond; sierkippen met een fantastisch mooi pluimage. Niet van het soort 'plofkip' dat wij in de diepvriezers van de winkels aantreffen. 

Eigenlijk zou deze veronderstelling geen verschil mogen maken: de ene soort wordt gehouden voor het plezier en de andere voor de voedselketen, maar dat is nu eenmaal zo.
De dood aangetroffen kip is nog steeds een sierlijk, elegant wezen van het grijze soort, inclusief een groene enkelband. 

Het diertje is met een windbukskogeltje om zeep geholpen. Eigen richting kiezen om overlastgevende dieren te weren of uit te roeien met een windbuks, dat past niet meer en is verboden in onze moderne tijd. Overal zijn er regels, dus ook voor het gebruik van windbuksen van het 'kermissoort'. Je mag er uiteindelijk alleen mee schieten op je eigen erf, mits het leven waar je op schiet wettelijk niet beschermd is.

Bij oefeningen op kartonnen schietkaartjes hoort een kogelvanger om een ricochet te voorkomen. Is het een buks van een zwaarder kaliber, dan moet je een wapenvergunning hebben. Dus zomaar een windbuks aanschaffen en vlammen op alles wat beweegt, dat kan en mag niet – moreel én wettelijk gezien. 

Het gevaar van windbuksgebruik ligt altijd op de loer. Stel je voor: je krijgt ongewild een kogeltje in een oog. Dan zijn de gevolgen niet te overzien.

In onze casus is hier gelukkig geen sprake van. De gebruikte windbuks – overigens niet van het kermissoort – is in beslag genomen. De strafvordering zal worden geraadpleegd, evenals overleg met justitie om de zaak in de juiste wettelijke kannen en kruiken te gieten. Een boete zal wellicht volgen; je mag namelijk niet zomaar op andermans eigendom schieten.
Het diertje werd niet voor de voedselketen om het leven gebracht, maar slechts voor het plezier of uit hinderlijke gevoelens. 

Ik weet dat op de plekken waar kippen lopen, geen onkruid of ongedierte meer groeit of komt. Eigenlijk een soort gratis natuurlijke stofzuiger of onkruidwieder. Uit deze gelederen loopt er nu eentje minder rond.


Bij het weggaan zie ik aan de overkant een andere sierkip zitten. Eentje van het melancholische en nu zielige, alleenstaande soort, zo lijkt het. Ook hij is een beauty, mooi in het zwart opgetuigd met een forse hanenkam en bruine, tranende ogen – zo stel ik mij voor. 

Zijn blik is hopeloos en verslagen. Ook deze kip is geringd met een mooie groene enkelband.
Ik denk dat deze partner elke dag opnieuw zal rouwen om het nodeloze verlies van zijn maatje. Dat heeft de mens dan weer beslist. Jammer in dit geval.

Bezint eer u begint.