Translate

dinsdag 23 juni 2026

Opiniestuk: Schieten of niet schieten

Wel of niet schieten. Dat is de vraag.

Een vraag die achteraf door velen wordt beantwoord, maar op het beslissende moment door geen enkele diender met volledige zekerheid kan worden beantwoord.

Wanneer een mens plotseling wordt geconfronteerd met ernstig gevaar, nemen oeroude mechanismen het gedeeltelijk over. Het lichaam maakt zich op om te overleven. Hartslag stijgt, waarnemingen veranderen en het denken vernauwt zich tot datgene wat op dat moment van levensbelang lijkt. Fight, flight of freeze. Geen theorie, maar natuur.

Juist daarom bestaat in onze wetgeving het begrip noodweer. De wet erkent dat mensen onder extreme omstandigheden beslissingen moeten nemen in een fractie van een seconde. Toch worden aan die beslissingen strenge eisen gesteld. Terecht ook, want het gebruik van een vuurwapen behoort tot de meest ingrijpende bevoegdheden die een politieambtenaar bezit.

Onderzoekers van onder meer de Politieacademie en de VU Amsterdam hebben jarenlang gekeken naar de invloed van stress op politieoptreden. Hun bevindingen zijn interessant. Stress kan ervoor zorgen dat dreiging sneller wordt waargenomen en ernstiger wordt ingeschat. Ook blijkt dat goed getrainde dienders vaak beter schieten, maar dat training niet automatisch bepaalt of iemand besluit de trekker wel of niet over te halen.

Dat laatste is misschien wel de meest ongemakkelijke conclusie.

De beslissing om te schieten ontstaat niet in een laboratorium, niet in een leslokaal en niet achter een bureau. Zij ontstaat op straat. In omstandigheden die nooit volledig zijn na te bootsen. Omringd door onzekerheid, tijdsdruk, gevaar en de wetenschap dat een verkeerde beslissing levens kan kosten.

Dat brengt mij bij de schietpartij op Hollands spoor perron 4. Deze schietpartij staat los van de onderzoekers en hun bevindingen.

Een melding van een mogelijk gewapende man. Een verdachte die een beweging maakt richting zijn broeksriem. Een diender die die beweging interpreteert als een directe bedreiging en schiet. Achteraf blijkt dat er geen vuurwapen aanwezig was.

Een jonge man verliest zijn leven.

Een politieagent moet verder leven met de gevolgen van zijn beslissing.

Vanaf dat moment begint het onderzoek. Deskundigen analyseren verklaringen, camerabeelden, procedures en feiten. Dat moet ook gebeuren. Zo hoort het in een rechtsstaat.

Maar hoe zorgvuldig een onderzoek ook is, één element laat zich nooit volledig reconstrueren: het exacte gevoel, de spanning en de waarneming van dat ene moment waarop de beslissing werd genomen.

Dat moment bestaat slechts één keer.

Achteraf weten we dat er geen vuurwapen was.

Achteraf weten we wie iemand werkelijk was.

Achteraf kennen we alle verklaringen.

Achteraf hebben we de camerabeelden.

Achteraf hebben we de reconstructie.

Achteraf hebben we de luxe van tijd.

Maar de diender op straat heeft geen achteraf.

Die heeft alleen nu.

Dat ene moment. Die ene waarneming. Die ene beslissing.

Een beslissing die achteraf door velen wordt beoordeeld, maar die op dat moment door slechts één persoon moest worden genomen.

Er zijn daarom in deze zaak alleen maar verliezers.

De familie verliest een zoon.

De betrokken diender verliest een deel van zijn onbevangenheid.

Collega's worden geconfronteerd met de kwetsbaarheid van hun beroep.

En de samenleving blijft achter met vragen waarop geen eenvoudig antwoord bestaat.


Epiloog


Misschien ligt de belangrijkste vraag niet bij de diender die schoot.

Misschien ligt die vraag bij ons allemaal.

Wat zouden wij zelf hebben gedaan?

Op hetzelfde perron.

Met dezelfde melding.

Met dezelfde spanning.

En precies dezelfde fractie van een seconde om te beslissen.

Het eerlijke antwoord is waarschijnlijk dat niemand het werkelijk weet.