Translate

donderdag 11 juni 2026

Kantelen in the Sky


Kantelen in the Sky

Intro: Dit verhaal is wellicht minder een klassiek politieverhaal en meer een beschouwende momentopname uit een roerige periode binnen de politieorganisatie. Geen achtervolging, melding of aanhouding als rode draad, maar een inkijk in de sfeer, vermoeidheid, loyaliteit en kameraadschap tijdens de jaren van reorganisaties, systemen, werkdruk en voortdurende veranderingen.

Achteraf voelt het bijna documentair aan. Niet geschreven vanuit verbittering of rancune, maar vanuit betrokkenheid bij het vak en de mensen die het dragen. Want ondanks alle bureaucratie, veranderingen en soms absurde processen, bleven politiemensen uiteindelijk gewoon doen wat zij altijd deden: er staan voor anderen én voor elkaar.

Misschien maakt dat achteraf dat deze periode bijzonder is. “Opvallend genoeg denk ik hier in 2026 nog exact hetzelfde over als toen in 2016"

Met een tekening ben je soms sneller klaar dan met duizend woorden. Een plaatje, een praatje, een daadje, iedereen kent het wel. Misschien lukt het mij daarom ook beter om de tekening van Jan the Artist+ te verbinden aan de politieorganisatie zoals wij die dagelijks proefondervindelijk voorgeschoteld krijgen. Een organisatie die soms stevig overeind staat als een oud kasteel met dikke muren en vier trotse kantelen, maar soms ook aandoet als een bouwpakket waar onderweg een handleiding, een schroef en hier en daar wat gezond verstand verloren zijn gegaan.

Ons kasteel heet B.T.W.M. (basis team westelijke mijnstreek)

Vier letters die jarenlang hebben gestaan voor betrokkenheid, kameraadschap, inzet en het bekende vermogen van politiemensen om onder druk gewoon dóór te blijven gaan. Niet met grote woorden of borstklopperij, maar met nachtdiensten, koude koffie, zwarte humor en collega’s die elkaar feilloos aanvoelen zonder daar eerst drie formulieren voor te hoeven invullen.

Of zoals we in Zitterd zeggen: Alles kump good.

Alleen voelt de tegenstander van tegenwoordig anders dan vroeger. Die draagt geen bivakmuts meer, loopt niet met opgeheven vuisten op ons af en kondigt zichzelf al helemaal niet netjes aan. Nee, de vijand van nu kruipt langzaam tussen roosters, regels, ATW-discussies, mailboxen en systemen die ooit bedacht zijn om het werk makkelijker te maken, maar er opvallend vaak in slagen politiemensen nog langer achter een beeldscherm vast te zetten. Soms moet je drie keer inloggen om uiteindelijk vast te stellen dat het systeem eruit ligt. Dat soort humor schrijft zichzelf inmiddels bijna.

Het vreemde is misschien nog wel dat een deel van die druk uit onze eigen organisatie voortkomt. Ooit begon alles waarschijnlijk met goede bedoelingen, structuur en overzicht, maar zoals dat vaker gaat binnen grote organisaties kwam er steeds weer een laag bovenop. Nog een protocol erbij, nog een overlegstructuur erbij, nog een registratiesysteem erbij, totdat niemand meer precies weet waar de fundering van het kasteel ophoudt en de bureaucratie begint.

Ondertussen dendert het echte werk buiten gewoon door. Meldingen, agressie, huiselijk geweld, verdriet, ongevallen en mensen die op de slechtste momenten van hun leven tegenover politiemensen komen te staan. En ergens tussendoor staat dan die collega die na een heftig incident schouderophalend zegt dat het “wel gaat”, terwijl eigenlijk iedereen ziet dat het helemaal niet goed gaat.

Niet alle verwondingen zijn zichtbaar. Een gebroken been zie je meteen, maar een overbelast hoofd vaak pas als iemand al maandenlang op zijn tandvlees loopt. Zelfs bedrijfsartsen zien het venijn van een burn-out niet altijd aankomen, mede omdat politiemensen kampioen zijn in doorgaan. Nog één dienst draaien. Nog één weekend werken. Nog één nachtrit. Tot ergens diep vanbinnen langzaam een lampje begint te knipperen.

En toch zie ik op de eerste verdieping van ós burooke ook iets moois ontstaan. Daar liggen de witte vellen papier waarop namen, keuzes, samenwerkingen en verschuivingen worden ingevuld. Op het eerste gezicht lijken het slechts papieren met wat zwarte kriebelletters, maar tussen die namen lees je veel meer dan alleen een rooster of clusterindeling. Je ziet betrokkenheid, loyaliteit en politiemensen die ondanks alles nog steeds bereid zijn gaten voor elkaar dicht te lopen. Communicerende vaten, niet omdat een beleidsstuk dat zo voorschrijft, maar omdat politiewerk uiteindelijk gewoon mensenwerk blijft.

Natuurlijk schuurt het geregeld stevig. Nieuwe korpschefs lossen oude af, terwijl de oude soms als adviseur blijven hangen met een salaris waarvan menig diender spontaan een extra nachtdienst zou moeten draaien. Bezuinigingen blijven als donkere wolken boven het kasteel hangen en sommige vergaderingen over efficiëntie worden gevoerd door mensen die vermoedelijk al jaren geen straat meer hebben gezien buiten het raam van hun leaseauto. Soms voelt bureaucratie daadwerkelijk alsof je door nat cement probeert te sprinten.

Maar ondanks alles blijft die thin blue line bestaan. Brothers and sisters die onderling best kunnen botsen, mopperen of elkaar voor gek verklaren, maar buiten zonder enige twijfel naast elkaar staan zodra het spannend wordt. Dat blijft misschien wel het mooiste en sterkste onderdeel van politiewerk.

Want onder alle reorganisaties, managementtaal, beleidsstukken en systemen blijft de politie uiteindelijk iets heel eenvoudigs: mensen die andere mensen proberen te helpen op momenten dat het leven volledig uit de bocht vliegt.

En ja, soms zijn wij als organisatie ook gewoon een smeuïge gatenkaas, maar wel eentje waarbij de gaten opvallend vaak worden dichtgelopen door mensen die officieel eigenlijk al overbelast zijn.

Misschien is dat wel onze grootste kracht.

Onder druk wordt veel vloeibaar en heel soms ontstaat er tussen alle ellende ineens een diamant.

Nederland krijgt uiteindelijk de politie die zij verdient.

En die politie, dat zijn wij.

Ook in Zitterd. 👊