Translate

vrijdag 12 juni 2026

Notitie over Noodhulp

We schrijven het jaar 2012. Ik word gevraagd om mijn gedachten en ervaringen te delen over het Beleidsstuk Noodhulp,  in een notitie, ik ben wijkagent en draai volledig mee in de Noodhulp


Noodhulp District Westelijke Mijnstreek

Inleiding

In de noodhulp leer je al snel dat beschikbare capaciteit en daadwerkelijke capaciteit twee verschillende dingen zijn. Op papier lijkt er vaak voldoende personeel aanwezig. Op straat blijkt de werkelijkheid soms weerbarstiger.

De burger die de politie belt, heeft doorgaans weinig belangstelling voor onze organisatiestructuur, dienstroosters of interne processen. Hij wil weten of er politie komt wanneer het nodig is. Daar wordt ons werk uiteindelijk op beoordeeld.

Binnen het district Sittard, en het toekomstige basisteam Westelijke Mijnstreek, wordt de noodhulp verzorgd door medewerkers uit de basiseenheden Sittard, Geleen en SBS. Prioriteit 1- en 2-meldingen worden uitgegeven via de meldkamer. Prioriteit 3- en 4-meldingen worden veelal lokaal uitgegeven en afgehandeld.

De vraag die centraal staat in dit document is eenvoudig:

Hoeveel politiecapaciteit bereikt uiteindelijk daadwerkelijk de straat?

Huidige situatie

De noodhulp is binnen de organisatie geborgd volgens de uitgangspunten van het gebiedsgebonden werken. Daarbij zijn afspraken gemaakt over gebiedsdekking, bereikbaarheid en maximale aanrijtijden.

Het uitgangspunt is dat er geen vaste noodhulpteams zijn. De noodhulp wordt geleverd door medewerkers uit de basiseenheden. De operationele verantwoordelijkheid ligt tijdens de dienst bij de lokale leiding, ondersteund door de operationele lijn.

Binnen de basiseenheid Sittard-Born wordt momenteel gewerkt met een 24-uurs noodhulpinzet. Gedurende de dag-, avond- en nachtdienst staat een noodhulpsurveillance gepland. Daarnaast worden incidentenafhandelingsdiensten ingezet voor de afhandeling van minder spoedeisende meldingen.

Voor prioriteiten 3 en 4 worden, waar mogelijk, ook politiesurveillanten niveau 2 ingezet.

De dagelijkse praktijk

Op papier lijkt de beschikbare capaciteit overzichtelijk. In de praktijk wordt dezelfde capaciteit aangesproken voor een groot aantal verschillende taken.

Een politiemedewerker kan echter maar één keer worden ingezet.

Een collega die bezig is met intake, evenementenzorg, overleg, opleiding, protocolwerk of een administratieve verplichting is op dat moment niet beschikbaar voor noodhulp op straat.

Dat is geen verwijt aan die werkzaamheden. Veel van deze taken zijn noodzakelijk. Het probleem ontstaat wanneer de optelsom ervan ertoe leidt dat de noodhulpcapaciteit onder druk komt te staan.

Factoren die capaciteit beïnvloeden

Naast de reguliere noodhulpverlening heeft de politie dagelijks te maken met:

ziekteverzuim;

re-integratietrajecten;

detacheringen;

opleidingen en e-learning;

intake en publieksvoorziening;

evenementen;

wijkgebonden werkzaamheden;

overlegstructuren;

wettelijke verplichtingen;

protocollen en samenwerkingsafspraken;

verlof en vakantieperiodes;

leeftijdsgebonden inzetbaarheid;

districtelijke en regionale projecten.

Daarnaast leggen maatschappelijke ontwikkelingen steeds meer beslag op de beschikbare capaciteit. Denk aan GGZ-problematiek, complexe zorgmeldingen, veranderende wetgeving en toenemende verwachtingen vanuit de samenleving.

Knelpunten

De noodhulp vormt het fundament van de operationele politiezorg. Juist daarom moet kritisch worden gekeken naar werkzaamheden die niet rechtstreeks bijdragen aan de afhandeling van prioriteit 1- en 2-meldingen.

De vraag is niet of deze werkzaamheden belangrijk zijn. De vraag is of zij uitgevoerd moeten worden door dezelfde capaciteit die ook verantwoordelijk is voor de noodhulp.

Bij ernstige incidenten wordt deze kwetsbaarheid direct zichtbaar.

Een schietincident, een dodelijk geweldsdelict of een grootschalige calamiteit kan ertoe leiden dat meerdere surveillances langdurig worden vastgelegd. De beschikbare capaciteit voor de reguliere noodhulp neemt daardoor direct af, terwijl de vraag vanuit de samenleving onverminderd doorgaat.

Mogelijke oplossingen

Om de operationele slagkracht van de noodhulp te vergroten kunnen verschillende maatregelen worden overwogen.

Centrale uitgifte prioriteit 3 en 4

Door prioriteit 3- en 4-meldingen via de meldkamer uit te geven, kan lokaal capaciteit worden vrijgemaakt die vervolgens beschikbaar komt voor operationele inzet op straat.

Herziening incidentenafhandeling

De huidige dag- en late incidentenafhandelingsdiensten kunnen mogelijk parallel worden gepland aan de noodhulpinzet of gedeeltelijk worden gelabeld als noodhulpcapaciteit.

Benutten restcapaciteit

Binnen bestaande functies kan worden onderzocht welke capaciteit tijdens bepaalde uren beschikbaar is voor ondersteuning van de noodhulp.

Nachtelijke openstelling bureaus

Indien intake- en publieksfuncties gedurende de nacht worden aangepast of gecentraliseerd, ontstaat aanvullende inzetbaarheid voor operationeel politiewerk. Een dergelijke keuze vraagt vanzelfsprekend bestuurlijke besluitvorming.

Voorkeursrichting

De voorkeur gaat uit naar een model waarbij de beschikbare capaciteit zoveel mogelijk wordt ingezet voor de primaire taak van de noodhulp.

Uitgangspunt daarbij is:

maximale inzetbaarheid op straat;

behoud van gebiedsdekking;

behoud van aanrijtijden;

voldoende back-up capaciteit;

flexibiliteit bij calamiteiten en grootschalige incidenten.

Een dagelijkse reserve- of back-upfunctie blijft daarbij noodzakelijk.

Gezien de uitbreiding van de horeca-uren en de toenemende belasting van de nachtelijke uren verdient een dubbele nachtinzet nadrukkelijk aandacht.

Resultaten

Met een sterker op de noodhulp gerichte organisatie kunnen de volgende resultaten worden bereikt:

een effectievere noodhulpfunctie;

betere beschikbaarheid van surveillances;

grotere operationele slagkracht;

betere opvang van calamiteiten en crises;

meer zichtbare politie-inzet.

Beoogde effecten

Voor de burger moet uiteindelijk zichtbaar zijn dat de politie aanwezig is wanneer het ertoe doet.

De beoogde effecten zijn:

meer vertrouwen in de beschikbaarheid van de politie;

meer vertrouwen in de opvolging van meldingen;

een grotere meldingsbereidheid;

meer zichtbare politie op straat;

meer mogelijkheden voor heterdaadoptreden.

Slotbeschouwing

We kunnen blijven schuiven met roosters, functies en organisatiestructuren. Uiteindelijk blijft één vraag bepalend:

Komt er politie wanneer de burger haar nodig heeft?

De noodhulp is en blijft het visitekaartje van de politieorganisatie. Iedere keuze die wordt gemaakt ten aanzien van capaciteit zou daarom eerst langs die eenvoudige toets gelegd moeten worden.

Wat niet bijdraagt aan de beschikbaarheid van de noodhulp vraagt om een bewuste afweging. Niet omdat andere taken onbelangrijk zijn, maar omdat de burger mag verwachten dat er iemand komt wanneer hij belt.