Daarop stonden kort de aandachtspunten beschreven. Hotspots. Zorgmijders. Instabiele personen. Criminele activiteiten. Locaties waar ontwikkelingen speelden of waar het dreigde te gaan rommelen. Niet volledig natuurlijk, want een wijk laat zich onmogelijk samenvatten op één vel papier, maar wel voldoende om gevoel te houden bij wat er leefde.
Dat A4'tje had ik zelf ontwikkeld. Niet vanuit beleid of een projectgroep die maanden ergens over had vergaderd, maar gewoon vanuit de praktijk. Omdat ik merkte dat overzicht houden in een gebied alleen werkt als je voortdurend de vinger aan de pols houdt.
Gaandeweg nam ik ook mijn twee mede-wijkagenten mee in die manier van werken. Samen waren wij binnen Team 4 verantwoordelijk voor een gebied van ongeveer 20.000 inwoners. Dat is best een lap grond wanneer je zichtbaar wilt blijven, aanspreekbaar wilt zijn en tegelijkertijd gevoel wilt houden bij wat zich onder de oppervlakte afspeelt.
Ik hing dat overzicht vrijwillig op één van de grote aandachtborden van Team 1 tot en met Team 4 binnen de basiseenheid. Geen verplichting voor collega's. Iedereen moest vooral werken op een manier die bij hem of haar paste. Het was meer een bescheiden uitnodiging om misschien eens een andere satépen in de organisatie te steken.
Sommigen pakten onderdelen op.
Anderen niet.
Dat hoort ook bij politiewerk.
Regelmatig werd het overzicht aangepast. Nieuwe ontwikkelingen erbij. Zaken eruit die niet meer speelden. Een wijk verandert voortdurend. Kleine signalen van vandaag kunnen maanden later ineens een groot dossier zijn geworden. Dat A4'tje moest dus onderhouden worden, net zoals je de motorolie van een politieauto niet ververst omdat het leuk staat op papier, maar omdat je anders vroeg of laat stil komt te staan.
Vaak konden wij binnen minder dan een uur de belangrijkste aandachtspunten in ons werkgebied bezoeken. Even kijken. Een praatje maken. Aanwezig zijn. Soms een corrigerend gesprek. Soms alleen luisteren. Vaak zat daar al een groot deel van het wijkwerk in.
Mijn wijken lagen grotendeels landelijk. Groen. Rustig. Op het eerste gezicht gebeurde er weinig. Tegen de avond gingen rolluiken dicht, televisie aan en liep de straat langzaam leeg. Geen mens of muis meer buiten.
Maar zware criminaliteit trekt zich weinig aan van een landelijke omgeving. Een weiland, vrijstaande woning of rustige dorpskern vormen zelden een obstakel voor mensen die verkeerde bedoelingen hebben.
In onze wijken speelden zich soms ernstige delicten af die voor veel bewoners volledig buiten beeld bleven. Niet uit onwil. Mensen leefden hun leven. Werk. Gezin. Sport. Verplichtingen. Alleen verdween daardoor soms ongemerkt ook de thermometer uit de wijk; de ogen en oren die vroeger vaak vanzelf aanwezig waren.
Juist daarom vonden wij zichtbaarheid belangrijk. Niet wachten tot het fout loopt. Niet alleen komen als er ellende is.
Maar aanwezig zijn voordat zaken groter worden.
In de avonduren zette ik tijdens wijkwerk regelmatig de groene lamp op de politieauto aan. Officieel was die daar niet voor bedoeld.
Maar bewoners begrepen het signaal prima.
De wijkagent is er.
Mensen zagen de politieauto rijden en wisten dat er gekeken werd. Dat er aandacht was. Dat iemand gevoel hield bij wat er speelde.
En als er later iets ernstigs gebeurde, hoorde je soms dezelfde vragen terugkomen.
Waar was de politie?
Waarom heeft niemand dit gezien?
Waarom is er niet eerder ingegrepen?
Soms lag een eventuele casus niet eens direct op het bordje van de politie, maar was die inzet wel heel hard nodig omdat andere netwerkpartners er eenvoudigweg niet waren.
Maar veiligheid ontstaat niet alleen vanuit een politieauto of een bureau. Een veilige wijk ontstaat ook doordat mensen betrokken blijven bij hun eigen leefomgeving. Door te kijken. Door te signaleren. Door elkaar te kennen.
Dat A4'tje paste moeiteloos in mijn rugzak, maar wat erop stond vertelde soms meer over een wijk dan je op het eerste gezicht zou vermoeden.
En die groene lamp?
Die vertelde vaak hetzelfde.
Alleen zonder woorden.
