Translate

vrijdag 15 mei 2026

Tinnitus mijn onzichtbare metgezel

Intro Titus

Politiemensen lopen tijdens hun vaak ondankbare werkzaamheden geregeld in de frontlinie van menselijke ellende en geweld. Daarbij lopen zij niet alleen zichtbaar gevaar, maar ook het risico op onzichtbare vijanden die zich langzaam vastzetten in hoofd en lichaam.

Dat beseffen velen aanvankelijk niet eens door de voortdurende stress, adrenaline, spanning en angst die nu eenmaal verweven raken met het werk op straat.

Deze onzichtbare tegenstanders klampen zich niet vast aan kleding of uniformen, maar nestelen zich veel dieper, tot in de donkere spelonken van ziel en bestaan. In het begin worden zij nauwelijks herkend of erkend, terwijl zij zich ondertussen steeds nadrukkelijker manifesteren met hun eigen stem, geluid en aanwezigheid.

Alsof zij voortdurend influisteren:

“Ik laat je nooit meer los. Nooit meer alleen.”

Hoe zwaarder de frontlinie wordt, hoe harder hun stem uiteindelijk doorklinkt.

Het blijft vaak een stil en verborgen gevecht tussen diender en onzichtbare metgezel. Voor de buitenwereld nauwelijks zichtbaar, maar voor degene die werkelijk geïnteresseerd is in het gevoelsmatige weefsel van de mens achter het uniform, zijn er meestal voldoende signalen die wijzen op een ongewenste aanwezigheid die langzaam bezit neemt van iemands innerlijke rust.

😅Sinds geruime tijd heb ik een nieuwe amigo. Hij komt als het ware aanwaaien, zoef zoef zoef, recht mijn leven binnen. Hij heeft geen gezicht, geen lichaam en geen stem, maar toch is hij voortdurend aanwezig als een onzichtbare schaduw die zich overal mee naartoe sleept.

Wat doe je dan wanneer zo’n vreemde entiteit zich langzaam in je bestaan nestelt en uitgroeit tot een dagelijkse ergernis waar geen ontsnappen meer aan lijkt?

Aanvankelijk denk je nog dat het wel zal overwaaien. Dat het tijdelijk is. Een voorbijgaande storing ergens diep in je hoofd. Maar Titus denkt daar heel anders over.

Hij eet niet, drinkt niet en slaapt waarschijnlijk ook nooit. Toch beheerst hij steeds vaker de stilte om je heen. Je kunt rennen, vliegen, schreeuwen, werken, fietsen of je hoofd bijkans door de muur slaan, maar hij blijft koppig aanwezig, vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week.

Net als de schaduw van Lucky Luke beweegt hij exact even snel als jij. Alleen is Lucky Luke sneller dan zijn schaduw, terwijl Titus zich moeiteloos aan ieder tempo aanpast.

Na verloop van tijd verandert verzet langzaam in tolerantie. Niet omdat je wint, maar omdat je beseft dat vluchten onmogelijk wordt. Titus nestelt zich diep in je denken, in je concentratie en soms zelfs in je emoties. Hij verstoort het evenwicht van lichaam en geest met een volharding waar geen discussie mee mogelijk is.

Soms voelt hij als een mug die steeds opnieuw dezelfde bloedgroep weet terug te vinden. Altijd aanwezig. Altijd zoemend rond dezelfde kwetsbare plek.

Dan denk ik weleens aan Odysseus die zich laat vastbinden aan de mast van zijn schip om het gezang van de Sirenen te kunnen weerstaan. Ook daar draait alles om geluid dat zich in je hoofd vastzet en weigert nog los te laten.

Toch probeer ik af en toe van Titus weg te vluchten. In drukte, beweging of afleiding. Heel soms lukt dat even, totdat hij zich opnieuw meldt alsof hij wil bewijzen dat hij uiteindelijk altijd terugkomt.

Op een dag spreek ik hem zelfs rechtstreeks aan.

“Hé Titus,” zeg ik hardop.

In gedachten hoor ik meteen die legendarische stem van Travis Bickle uit Taxi Driver antwoorden:

“Are you talkin’ to me?”

“Ja,” antwoord ik.

“Dan moet je mij wel bij mijn echte naam noemen,” repliceert hij geïrriteerd.

“Tinnitus.”

Dan besef ik ineens dat zolang ik hem nog hoor, wij blijkbaar allebei nog bestaan in een onmenselijke symbiose, dat dan weer wel 😂

De vraag blijft echter of Titus moet worden gezien als een ongewenste vijand, dan wel als een irritante metgezel die zich voorgoed aan je bestaan vastklampt.