De Algemene Politieke Beschouwingen brengen mij terug in de tijd, naar mijn jaren als wijkagent en naar de manier waarop ik toen met verdeelde aandacht en twee typevingers mijn werk deed.
Tijdens de debatten, de twee dagen na Prinsjesdag, viel mij op hoeveel bewindslieden vooral, tijdens het spreken van een ander op hun telefoon zaten te kijken. Ik vroeg me af wat daar allemaal gebeurde. Misschien waren coaches, fractiemedewerkers en ingehuurde deskundigen op kosten van de belastingbetalers wel naarstig op zoek naar antwoorden, feiten of een gevatte vervolgvraag. Of een gevatte kwinkslag om iemand publiekelijk belachelijk te maken.
Ik denk dan bij mezelf: leg dat ding toch even weg en kijk de spreker aan. Gewoon uit fatsoen. Ook als je het inhoudelijk nauwelijks met hem of haar eens bent.
Want ook ik zat als wijkagent regelmatig achter een scherm of ik was bezig in een van de vele wijken. Alleen kwam dat meestal nádat ik iemand eerst zijn verhaal had laten doen. Tegen een aangever of melder zei ik dan: “Nu gaan we uw aangifte of melding op papier zetten.” letterlijk op papier schrijven in het publieke domein, concept heette dat en dat met mijn hanen gekriebel!
Bij burenproblemen kon er vervolgens een complete doos van irritatie, ergernis en oude koeien uit de sloot worden opengetrokken. Soms kwamen er zelfs onhandelbare excessen voorbij. Omdat mensen vertrouwen hadden in hun wijkagent, probeerden ze mij ook regelmatig voor ieder denkbaar civiel of andersoortig karretje te spannen. Ik kreeg het daardoor steeds drukker en drukker.
Op een gegeven moment zat ook mijn tijd aan zijn grens. Dan kaatste ik de bal terug: “Maak van uw probleem maar een mail aan mij. Zet alles wat u belangrijk vindt daarin.”
Dan kreeg ik soms casussen van tig kantjes. Alles erop en eraan. Bij bestudering bleek vervolgens regelmatig dat een deel helemaal geen politiewerk was, maar civielrechtelijk of iets voor een andere instantie of netwerkpartner. Ik knipte en plakte de informatie zo veel mogelijk onaangetast in ons systeem en besprak of stuurde het door naar de juiste partners. Of ik maakte een eind aan de illusie dat uw wijkagent het wel ff snel zou oplossen
Deze aanpak leverde mij zeeën van tijd op. Bovendien had de melder ondertussen zijn verhaal nog eens helemaal op papier gezet. Soms was dat bijna een herbeleving van alles wat hem dwarszat. Of een herbezinning als ik niet meeging in zijn of haar vraag of verzoek.
Natuurlijk was niet iedereen daar blij mee. Mijn clientèle was ongeveer fiftyfifty: vijftig procent tevreden en vijftig procent ontevreden. Ik zei nu eenmaal waar het op stond en schoof verantwoordelijkheden niet zomaar richting politie. Toch heb ik, voor zover ik dat zelf mag beoordelen, in mijn wijken een goede naam behouden.
Eerst de mens, dan het scherm. Dat was voor mij de volgorde. Dat geldt voor de wijkagent, maar misschien net zo goed voor de volksvertegenwoordigers in alle rangen en standen.
Misschien is dat ook waarom ik bij de Tweede Kamer soms het gevoel krijg dat er iets wezenlijks verloren gaat: het luisteren naar elkaar.
Vragen en antwoorden lijken soms al duizend keer te zijn voorgekauwd. Hetzelfde vaste riedeltje wordt opnieuw opgediend. En nog een keer. En nog een keer. Tot vervelens toe. Men praat tegen elkaar, maar de indruk ontstaat dat men nauwelijks nog mét elkaar praat.
Ondertussen wordt de tent verbaal vakkundig afgebroken en vliegen de verwijten over en weer. En van diezelfde burger wordt vervolgens verwacht dat hij of zij elkaar met respect tegemoet treedt, naar elkaar luistert en vooral ook visie toont.
Dat vind ik op zijn minst opmerkelijk.
Het bracht mij bij een film met William Hurt, Broadcast News. Hij speelt daarin een journalist die tijdens interviews via een oortje voortdurend informatie krijgt aangereikt. Hij weet daardoor gewiekste vragen te stellen en blijft ondertussen ogenschijnlijk uitstekend geïnformeerd.
Misschien moeten we dat systeem in Den Haag maar invoeren. Kabinet, gebruik een oortje. Dan kan de denktank geruisloos het werk doen en kunnen de Kamerleden ondertussen gewoon de spreker aankijken. Zakelijk ipv persoonlijk als adagium. Meerderheden kweken door fatsoen, eerlijkheid en respect naar elkaar toe ...
Uiteraard heb ik het daarmee niet over de richting en inhoud van de gesprekken van dit minderheidskabinet. Dat is weer een heel andere discussie. In een zg slangenkuil,
De foto dan, daarmee wordt mijn hele verhaal eigenlijk in één plaatje samengevat.
Over het democratisch proces van miljoenen kiezers die stemmen op bewindslieden, die elkaar daarna omarmen maar ook stevig uitsluiten, om een coalitie te smeden. Alsof zij daarmee de intenties van hun kiezers dienen ...
