We zijn met een paar patrouilles onderweg deze nacht. Het is
buiten te mooi om binnen te blijven zitten. De bureaucratie in deze tijden is
nog goed uit te houden. Op dat punt liggen de huidige perikelen rondom de
Nationale Politie nog in het verschiet. Een idee-fixe. Ik bedoel hiermee niet
het hondje van Obelix, Idefix genaamd!
Destijds wordt er een idee geopperd om
provinciale politie in te voeren. De reorganisatie van 1993 heeft dan al vele
haken en ogen en loopt niet gesmeerd. Het is een voorbode met vele politieke
bijlagen en ombuigingen. De politieregio's zijn dan nog nagenoeg autonoom in
doen en handelen.
Ik kan me van deze lang geleden nachtdienst niet veel andere
zaken meer herinneren. Wellicht zitten die nog in mijn grijze hersenmassa
verscholen, wie zal het zeggen. Ik kan me nog de drie collega's herinneren met
wie ik de nachtdienst heb gedraaid. Een is al lang geleden oneervol ontslagen.
Een integriteitsvraagstuk dat opgedoemd is tijdens een lopend onderzoek, helaas.
Ook dat komt voor. Dan wordt diep in eigen vlees gesneden.
Enfin dit terzijde.
We
krijgen een melding van een heterdaad inbraak. De meldkamer stuurt ons aan naar
een woning in het centrum, een groot herenhuis dat spic en span is opgeknapt en
in oude luister is hersteld. Zoals zo vaak kunnen we het huisnummer niet
traceren. Zouden mensen daarop bezuinigen? Lastig voor de hulpverlening als elke
seconde telt en de politie op heterdaad boeven wil vangen of mensen wil helpen.
In de directe omgeving stappen wij, broeders en zusters van de familie Blue –
nachtdienstploeg – snel uit onze stalen bolides. We rennen naar de opgegeven
locatie. Ik ren niet vooraan mee, maar in de middenmoot, waar het uit- en
overzicht beter is. Deze straat, eigenlijk meer een steeg, heeft een aantal
appartementen in een groot herenhuis gehuisvest.
Diverse collega's rennen langs
een raam van dit appartementencomplex met hun onverwoestbare Maglite lampen, met een felle witte,
verspreidende gloed, in de aanslag.
Ik ren ook langs, maar dan zie ik plots uit
een van mijn ooghoeken een gevoelsmatige oneffenheid of schim opdagen, waarna
mijn alarmbelletjes hard beginnen te rinkelen. Ik kijk om en zie in een
hoofdbeweging dat er een groot gat in de ruit zit. Versere schade is onmogelijk,
want buiten liggen diverse glassplinters als op een maagdelijke witte deken
uitgestald. I2n een van mijn knuisten heb ik mijn ijzeren maatje, de
Maglite-lamp, vast.
Ik rem mijn lichaam af en slip met mijn schoenzolen mee in
de slipstream van losliggende kiezels van de oprit naar dit amechtige herenhuis.
Ik behoud mijn evenwicht en slip lekker mee met de rollende kiezelsteentjes. In
dezelfde beweging schakel ik mijn Maglite aan. Ik dacht al een figuur te ontwaren, echter het is meer dan
een gevoelsmatige, spookachtige schaduw. De stralenbundel verraadt een woonkamer
met meubels, een lage kast en een televisie. Als aan de grond genageld kijkt
iemand recht in de loop – ik bedoel hiermee de geconcentreerde stralenbundel –
van de Maglite. Dat verblindende licht blijft als een mitrailleur
onophoudelijk afvuren op alles in de woonkamer.
Ook een menselijk
object – Tussaud zelf – staat daar als aan de grond genageld, met de geroofde
spullen nog in zijn handen, die hij pardoes laat vallen. Betrapt is hij op
heterdaad voor de volle 100%. Zijn ogen zijn verblind door toedoen van mijn
heetgebakerde Maglite. Zijn lichaam wil niet meer vluchten. Zijn verzet is
gebroken. Je bent erbij, kip, ik heb je en meer van dergelijke superlatieven
bedenk ik mij in een ijltempo.
Het raam staat half geopend. Ik moet snel
binnenklimmen om bij de inbreker te komen. Uiteraard roep ik mijn collega's op,
die abrupt afremmen en mijn kant op komen rennen. De woning is op de begane
grond en is overzichtelijk en gelijkvloers. De instap doe ik heel snel en
sportief van lijf en leden. Ik duw de geforceerde ruit verder open en klim naar
binnen. In a split of a second ben ik bij de inbreker en pak hem snel vast,
overmeester hem en deel hem mede dat hij is aangehouden.
Dan
blijkt ons dat de verdachte alleen is. Een kleine tunnelvisie heeft zich dan al
bij mij opgedrongen, maar is mij nog net niet de baas. Ik blijf koel en
berekenend. Ik sla hem in de boeien zonder tegenspartelen of verzet. Dan
schijnen mijn collega's een lichtje bij.
Overal ligt bloed in de woonkamer. De
inbreker heeft bij het inslaan van de ruit zijn handen beschadigd en bloedt als
een rund. Ik draag op dat moment geen handschoenen of andere bescherming die
overdraagbare ziektes eventueel een halt kunnen toeroepen.
Mijn collega's
waarschuwen mij voor het bloed. Ik heb hem dan al geboeid. Ik kijk en zie dat
ook mijn handen onder het bloed zitten. De ziekte HIV maakt op dat moment een
ware funeste rage door. Later aan het bureau was ik snel mijn handen en ontsmet
mijn grijs-grauwe, met een rode bloedtint doordrenkte handboeien. Waarom heb ik
dat niet in de woning gedaan waar ingebroken is! Jeetje, stom hé. Maar dat is
achteraf geouwehoer.
De inbreker is een junk die ik, maar ook mijn collega's, al
vaak betrapt hebben. Je zou hem een draaideurcrimineel kunnen noemen. In de
woning is verder niemand aanwezig. Dat heeft de inbreker bij zijn kraak kennelijk ook
geroken. Zo goed als mogelijk dichten we het kapotgegane raam i.v.m.
zaakwaarneming.
De inbreker wordt voorgeleid en is afgestraft op een wijze die
in Nederland alledaags is. Of de inbreker is voorgeleid bij de rechter of in het
voortraject met een taakstraf is tegemoetgekomen, dat weet ik allang niet meer. Ik denk het laatste met eventueel een bezwerende vinger van de rechter.
Dat maakt mij ook niets uit. Mijn collega's en ik hebben de straten en het
publieke domein weer een stukje veiliger gemaakt. Niet dat iemand iets gemerkt
heeft van dit prima politieoptreden, want iedereen ligt nog steeds te slapen of
zo.
Mijn collega's en ik brengen de bureaucratie in overeenstemming met
strafvordering nog een flinke typ-slag toe.
Ps: Ik had mijn altijd betrouwbare, onverwoestbare ijzeren maatje, de Maglite, in mijn knuist. Over die lamp deden destijds de wildste verhalen de ronde. Er zou zelfs een exemplaar vanaf grote hoogte uit een helikopter zijn gegooid, waarna het ding gewoon weer dienstdeed. Of dat verhaal helemaal waar was, weet ik niet, maar wij vertrouwden die Maglite blindelings. Bijna, of gevoelsmatig helemaal, een volwaardige collega. 👍👊💙
