Translate

vrijdag 9 oktober 2026

🦟Zoemtrauma, verwarring versus zorg en TBS

Een nachtelijke rondgang langs de grenzen van de politiezorg — geschreven rond 2013

Deze week lag ik weer aan het infuus van de geplande nachtdiensten. Een keur aan evenementen had de plaatselijke horeca als het ware tot de laatste druppel leeggeplunderd, waarbij ook de glazen hun bijdrage hadden geleverd. Voor de diverse festiviteiten was extra politiepersoneel ingezet en de verwachting was dat het op geweldsgebied wel rustig zou blijven. Met nog wat extra politietoezicht en een alcoholcontrole erbij kon er toch eigenlijk niets meer misgaan, zo leek de gedachte.

Maar de werkelijkheid heeft nu eenmaal de onhebbelijke gewoonte om zich niet aan onze planning te houden. Omstreeks 02.00 uur sloeg de vlam alsnog in de pan, alleen niet bij een van de evenementen, maar midden in de stad, waar iemand van de beveiliging van achteren op zijn hoofd werd geslagen. De dader was mij bekend en werd korte tijd later door de aangever en verschillende getuigen aangewezen. Hem dus maar als de wiedeweerga aangehouden. Van verzet of geweld tegen mijn collega en mij was geen sprake, al stonden wij op dat moment ook wel op een voor hem enigszins onverhoeds tijdstip voor zijn neus.

Weer een kerfje erbij op zijn geweldscv, maar of hij daar nu iets van opsteekt, is een heel andere vraag. Zijn verleden en heden lijken elkaar op dat punt namelijk weinig nieuws te vertellen. Misschien moet er bij deze man toch eens iets anders worden getuned, want wanneer iemand telkens opnieuw dezelfde fout maakt, kun je je afvragen of het bestaande recept nog wel de juiste ingrediënten bevat.

Ondertussen liepen de andere werkzaamheden gewoon door. Woninginbraken, aanhoudingen en allerlei vormen van maatschappelijk politiewerk wisselden elkaar af binnen het district waarin ik werkzaam was. Bij meerdere woninginbraken werden verdachten aangehouden en ook bij andere zaken werd door de collega's goed en naar behoren geacteerd. Als mensen eens wisten hoe snel wij tijdens zo'n dienst proberen daders aan te houden en misdrijven te stoppen, zouden sommigen zich misschien nog eens achter de oren krabben. Bij een spoedrit ruikt de dienstauto immers niet zelden naar burning rubber, en dat doen we doorgaans niet om de bandenleverancier aan extra omzet te helpen.

Toch waren het niet de woninginbraken of de geweldszaken die mij uit deze reeks nachtdiensten het meest zijn bijgebleven. De laatste nachtdienst begon rustig, maar vanaf 03.30 uur moesten we nog bij twee meldingen aantreden waarbij de menselijke hulpvraag veel groter bleek dan het strafrechtelijke belang.

De man die de diepvriezer niet meer vertrouwde

Bij de eerste melding ging het om een oudere heer die naar eigen zeggen last had van de airconditioning van zijn buren. Omdat het hinderlijke geluid maar niet ophield, was hij in de tegenaanval gegaan en had hij zijn radio in de slaapkamer tegen de muur van de buren gezet, waarna hij het volume kennelijk voldoende had opgeschroefd om ook hun nachtrust in de aanbieding te doen. Het resultaat was voorspelbaar: niemand sliep nog.

We belden bij hem aan en toen hij de deur opendeed, kreeg ik al snel een indruk van de situatie. Er was geen sprake van een strafbaar feit dat onze aandacht opeiste, maar wel van een intriest verhaal waarin noodzakelijke begeleiding en zelfs behoorlijke nachtkleding niet langer vanzelfsprekend leken. De man maakte een kwetsbare indruk en het was moeilijk te begrijpen hoe hij zijn dagelijkse leven nog zelfstandig kon organiseren.

Naar mijn oordeel was een andere woon- en begeleidingssituatie dringend noodzakelijk, maar zo'n verandering regel je in Nederland nu eenmaal niet door even een sleutel om te draaien. Er zijn procedures, instanties, beoordelingen en afspraken nodig, terwijl de mens om wie het allemaal draait ondertussen gewoon verder moet leven.

Dus gingen wij op zoek naar het zoemende geluid. Van boven naar beneden en van beneden naar boven, want wij dienders zijn van nature natuurlijk ook een soort zoemspecialisten. Je krijgt tijdens je loopbaan van alles op je bord, maar een nachtelijke zoektocht naar een verdachte diepvriezer hoort niet direct tot de onderdelen waarvoor je bij de politieopleiding een apart certificaat ontvangt.

Uiteindelijk vonden we de bron van alle ellende in de keuken. Het was de diepvriezer die stond te zoemen.

SSSSSSTTTTTT!

Op dat moment was de man het met ons eens en leek het probleem daarmee opgelost. Voor even, althans. Want wat gebeurt er wanneer wij weer vertrekken en het geluid later opnieuw zijn aandacht trekt? Hoe lang houdt zijn geheugen vast wat we hem hebben uitgelegd, zeker wanneer dementie of de gevolgen van een herseninfarct mogelijk een rol spelen? Op de keukenkast lagen medicijnen en afspraken met psychiaters en psychologen, maar papier op een kast is nog geen begeleiding aan huis.

Na de melding heb ik met het wijksecretariaat afgesproken dat we verder zouden inzoomen op de situatie, om te kijken welke ondersteuning mogelijk was en hoe het welzijn van deze man beter kon worden gewaarborgd.

Het zoemen was gevonden, maar daarmee was de werkelijke oorzaak van de ellende niet verdwenen.

Een inbraak zonder buit, maar met een hulpvraag

Omstreeks 06.00 uur werden we opnieuw bij een melding geroepen. Ditmaal zou er zijn ingebroken, maar er bleek niets gestolen en niets opengebroken te zijn. We kregen wel een verhaal te horen over wie er gebeld moest worden, alleen werd ons niet duidelijk waarvoor die persoon precies gebeld moest worden.

Ook hier trof ik iemand aan van wie de toestand en de manier van spreken vragen opriepen over de mogelijkheid om zelfstandig te blijven wonen. De gedachten sprongen van de hak op de tak en het verhaal was nauwelijks te volgen. Het was geen kwestie die je met een proces-verbaal of een vermanend woord kon oplossen, want daarvoor lag het probleem kennelijk veel dieper.

We hebben niet meteen de complete pillenfabriek nagetrokken om vervolgens met een diagnose onder de arm naar buiten te lopen. Dat is ons werk niet en daarvoor zijn andere deskundigen nodig. Maar je hoeft geen arts te zijn om te zien dat iemand mogelijk niet meer in staat is zijn eigen situatie goed te overzien en dat er iets moet gebeuren voordat het echt misgaat.

Alleen begint daar vaak het volgende hoofdstuk: wie neemt de verantwoordelijkheid, wie beoordeelt wat noodzakelijk is en wie zorgt ervoor dat de hulp niet bij een melding of een doorverwijzing blijft steken?

De politie kan signaleren, vastleggen, overleggen en aan de bel trekken. Maar we kunnen niet iedere keer opnieuw aanbellen om vast te stellen dat dezelfde problemen nog altijd bestaan. Er moet na onze constatering ook iemand zijn die de zorg daadwerkelijk oppakt.

Twintig uur op het toilet

Eerder die week moesten we bij een oudere, alleenstaande mevrouw de voordeur openbreken. Ze zat naar schatting al zo'n twintig uur op het toilet nadat zij door een herseninfarct was getroffen. Ze kon zich niet meer bewegen en was ernstig verstijfd. Het was een beeld dat je niet gemakkelijk van je netvlies krijgt: de mondhoeken omlaag, het lichaam niet meer in staat om te doen wat het hoofd misschien nog wel wilde.

Gelukkig was de thuiszorg ons voor geweest en hoefden wij alleen nog het grove breekwerk voor onze rekening te nemen. Ook moest het gas worden uitgezet van een pan waarin het water inmiddels drooggekookt was. Gelukkig stond er deze keer geen frituurpan op het vuur, want ook dat soort verrassingen hebben we in de loop der jaren al mogen meemaken.

De vrouw werd met spoed per ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Ik hoopte dat zij daar de noodzakelijke behandeling zou krijgen en voldoende zou herstellen om haar leven weer enigszins op de rails te krijgen, liefst met een sociaal vangnet dat beter bestand was tegen de kwetsbaarheid die bij ouder worden en ziekte kan ontstaan.

Maar wat als iemand niet meer zelfstandig kan functioneren, terwijl de omgeving dat niet op tijd ziet? Wat als er geen familie in de buurt is, de thuiszorg slechts op bepaalde momenten langskomt en de hulp pas op gang komt wanneer iemand niet meer in staat is zelf alarm te slaan?

Dan is een voordeur soms het laatste obstakel tussen leven en dood, en staat er toevallig een politieagent met een breekijzer voor.

Drie mensen, één ongemakkelijke werkelijkheid

Deze drie situaties zijn slechts een minuscuul voorbeeld van wat de Nederlandse samenleving de komende jaren te wachten staat. Gelukkig hoefde ik tijdens deze diensten niet te constateren dat mensen al weken eerder voor het laatst waren gezien en inmiddels vrijwel onopgemerkt in hun woning waren overleden. Ook zulke gevallen komen voor, en ze laten een kant zien van onze welvarende maatschappij die minder gemakkelijk in een folder over vooruitgang past.

We leven in een materialistische consumptiemaatschappij waarin steeds meer mogelijk lijkt, maar waarin mensen desondanks tussen de mazen van het sociale vangnet kunnen verdwijnen. We kopen, bouwen, vernieuwen en organiseren, terwijl een oudere buurman soms niet meer weet waar het gezoem vandaan komt en een alleenstaande vrouw urenlang hulpeloos op haar toilet kan zitten.

Iedere diender in Nederland kan duizenden vergelijkbare verhalen vertellen. Verhalen die zich niet altijd laten vangen in cijfers, registraties of een keurige rapportage, maar die wel iets blootleggen over de manier waarop we met kwetsbare mensen omgaan.

En dan kom ik bij een punt dat mij als politieman bezighoudt. De politie heeft een belangrijke taak wanneer iemand in nood verkeert, wanneer er gevaar dreigt of wanneer onmiddellijk optreden noodzakelijk is. We zijn er om te helpen, te beschermen en waar nodig op te treden. Maar de politie kan niet het sluitstuk worden van ieder probleem waarvoor elders geen plaats, tijd of oplossing beschikbaar is.

Wanneer wij nachtenlang moeten leuren om passende aandacht, begeleiding of huisvesting voor kwetsbare mensen geregeld te krijgen, gaat er iets mis in de aansluiting tussen politie en zorg. Niet omdat een agent zich te goed zou voelen om iemand te helpen, maar omdat hulp bieden iets anders is dan structurele zorg organiseren.

De eerste nood moet worden gelenigd, vanzelfsprekend. Daarna moet er echter een instantie zijn die de verantwoordelijkheid overneemt en ervoor zorgt dat de volgende nacht niet opnieuw dezelfde politiemensen bij dezelfde voordeur staan.

Want ondertussen wachten er ook slachtoffers van woninginbraken, worden geweldszaken gemeld en moet de politie haar andere wettelijke taken uitvoeren. Tijd is niet onbeperkt en mensen zijn dat evenmin. Je kunt een organisatie wel steeds meer taken toeschuiven, maar daarmee creëer je nog geen extra mensen, deskundigheid of capaciteit.

Daar heb ik eerder over geschreven en ik vrees dat ik er nog wel vaker op terug zal komen.

Van zoemtrauma naar TBS

Dan de krant van vandaag, waarin een artikel stond over Anders Breivik en de uiteenlopende psychiatrische beoordelingen die destijds rond zijn zaak naar buiten waren gekomen.

De ene beoordeling kwam tot de conclusie dat hij psychotisch was en daardoor mogelijk ontoerekeningsvatbaar moest worden geacht, terwijl andere deskundigen die conclusie niet deelden. In de berichtgeving werd onder meer betoogd dat zijn extreme politieke overtuigingen niet zonder meer het gevolg waren van een geestesziekte.

Dat verschil is van wezenlijk belang. Een afschuwelijke daad of een radicale overtuiging levert op zichzelf geen psychiatrische diagnose op. Evenmin betekent een psychiatrische diagnose automatisch dat iemand juridisch ontoerekeningsvatbaar is. Daarvoor zijn deskundige beoordelingen en uiteindelijk een rechterlijke beslissing nodig.

De vraag wat er met Breivik moest gebeuren, ging dan ook veel verder dan de vraag of hij levenslang gevangen moest blijven of dat een psychiatrische maatregel aan de orde was. Het ging ook over de bescherming van de samenleving, de verantwoordelijkheid van de dader en de manier waarop het recht omgaat met mensen die zeer ernstige misdrijven hebben gepleegd.

Welke beslissing er uiteindelijk ook wordt genomen, de gevolgen zijn ingrijpend en de kosten kunnen aanzienlijk zijn. Maar kosten alleen kunnen nooit de doorslag geven bij de vraag of iemand psychiatrische behandeling nodig heeft of een gevaar vormt voor anderen. Daarvoor zijn andere afwegingen nodig, gebaseerd op feiten, deskundigheid en de wet.

Toch raakt die discussie aan een bredere vraag die mij ook tijdens mijn politiewerk bezighield: hoe organiseren we zorg en veiligheid op een manier die zowel de samenleving als de betrokken persoon recht doet?

De rekening van onze keuzes

Als we het totale zorgpakket bekijken, wordt het hoog tijd om de juiste keuzes te maken. Niet door mensen die hulp nodig hebben simpelweg af te schrijven, maar door eerder te erkennen wanneer zelfstandig wonen niet meer verantwoord is, wanneer begeleiding tekortschiet en wanneer een andere vorm van zorg noodzakelijk wordt.

Soms moet je de sleutel inderdaad niet langer bij iemand laten liggen zonder te controleren of die persoon nog veilig met die verantwoordelijkheid kan omgaan. Maar de oplossing is niet om de deur dicht te gooien en vervolgens te doen alsof het probleem daarmee verdwenen is. Er moet een alternatief zijn, met passende begeleiding, een veilige woonomgeving en mensen die daadwerkelijk verantwoordelijkheid nemen.

Ook behandeling kent grenzen, maar wie bepaalt waar die liggen en op welke gronden? Dat zijn geen beslissingen die een politieman tijdens een nachtdienst tussen twee meldingen door kan nemen. Daarvoor zijn zorgprofessionals, wettelijke kaders en een samenleving nodig die bereid is haar verantwoordelijkheid onder ogen te zien.

De rekening van onze keuzes bestaat namelijk uit meer dan geld. Ze bestaat ook uit de uren waarin iemand onnodig alleen zit, uit de nachten waarin een kwetsbare oudere niet meer weet wat er gebeurt en uit de momenten waarop hulp pas verschijnt wanneer het al bijna te laat is.

En soms bestaat die rekening uit een politieman die midden in de nacht een diepvriezer aanwijst en probeert uit te leggen dat het geluid uit de keuken komt.

Dat is misschien een klein probleem, vergeleken met geweld, zware criminaliteit of een zaak als die van Breivik. Maar voor die oudere man was het op dat moment zijn hele wereld.

En daar begint voor mij de werkelijke vraag over zorg en verantwoordelijkheid: niet hoeveel een probleem kost wanneer het eenmaal is geëscaleerd, maar hoeveel menselijk leed we hadden kunnen voorkomen als we eerder hadden gezien wat er werkelijk aan de hand was.

Naschrift: De man met het zoemtrauma wist mij tijdens onze zoektocht ook nog te vertellen wat het verschil is tussen een psychiater en een psycholoog. Een psychiater is arts en heeft zich gespecialiseerd in de psychiatrie; een psycholoog heeft een andere opleiding en kan niet op grond van die titel alleen medicatie voorschrijven. Dat wist u uiteraard allang.

Maar het was wel bijzonder dat juist deze man, die op dat moment zo'n kwetsbare indruk maakte, mij die uitleg kon geven. Mensen zijn nu eenmaal niet altijd wat je op het eerste gezicht denkt te zien.

En gelukkig maar, want ik ben ook geen dokter, nietwaar?

Terugbellen?

Terugbellen, call centre of postbode?

Een politiepraktijkverhaal uit de lade, geschreven tussen 2013 en 2015.

Soms kom je bij het opruimen iets tegen waarvan je denkt: verdorie, heb ik dat geschreven? En als je het dan terugleest, blijkt dat de jaren er weliswaar overheen zijn gegaan, maar dat niet iedere gedachte met de tijd is verdwenen. Sommige woorden zijn gedateerd, de communicatiemiddelen hebben een ontwikkeling doorgemaakt en de beleidsmakers hebben ongetwijfeld weer nieuwe plannen bedacht, maar de vragen die eronder liggen, zijn niet automatisch met pensioen gegaan.

Dit verhaal schreef ik ergens tussen 2013 en 2015, toen ik nog midden in de politiepraktijk stond en mij regelmatig verbaasde over de groeiende hoeveelheid regels, registraties en verwachtingen waarmee de diender op straat te maken kreeg. Het is geen wetenschappelijk onderzoek en evenmin een beleidsnota, maar een persoonlijke kijk op het werk, de burger en de organisatie, opgeschreven zoals ik dat toen beleefde.

De toon is soms stevig, de humor niet altijd fijnbesnaard en hier en daar schiet de schrijver bewust uit de bocht. Dat hoort bij het origineel. Ik laat het daarom vooral spreken voor zichzelf, want een oud verhaal hoeft niet te worden vermomd als een nieuw verhaal om vandaag nog iets te kunnen betekenen.

De vraag die ik er nu, ruim tien jaar later, aan toevoeg, is eenvoudig: wat is er werkelijk veranderd?

Zijn we minder tijd kwijt aan bureaucratie, of hebben we er alleen modernere middelen bij gekregen om dezelfde administratieve molen draaiende te houden? Is de verantwoordelijkheid van de burger groter geworden, of wordt van de politie nog steeds verwacht dat zij ieder probleem overneemt zodra iemand de telefoon pakt?

En wanneer we spreken over klantgerichtheid, vergeten we dan weleens dat achter die klant een mens zit, maar dat achter die politieagent óók een mens zit, die keuzes moet maken met beperkte tijd en middelen?

Lees het verhaal gerust met de kennis van nu, maar beoordeel het ook in de tijd waarin het is ontstaan. Want de tand des tijds mag best aan een tekst knagen; het zou alleen jammer zijn als we daardoor vergeten welke vragen er destijds al werden gesteld.

Terugbellen, call centre of postbode

Vanochtend las ik 24/7, oftewel het personeelsblad van de politie. Ik vind het een heel interessant boekwerkje, vooral wanneer het onderwerpen bevat die mijn grijze massa in beweging zetten. Mijn aandacht werd meteen getrokken door het onderwerp ALTIJD TERUGBELLEN. Daar is op zichzelf niets mis mee, maar hoe interpreteren we dat in onze hausse aan bureaucratie? Juist ja, alweer een aanleiding om de administratieve molen wat harder te laten draaien. Volgens mij moet het minder worden, maar ach, denktanks hebben kennelijk beslist dat er meer teruggecommuniceerd moet worden met de klant.

De klant is koning, maar kan tegelijkertijd een veelkoppig monster zijn dat luistert naar de naam Hydra. De samenleving zou moeten co-existeren, maar in plaats daarvan gaan we als een kip zonder kop door het leven, gedwarsboomd door actualiteiten die we liever niet willen zien of horen. We sluiten de ramen, de rolluiken en de gordijnen en sturen de door onszelf verwekte pubers de straat op. Dan hebben we tenminste RUST na een dag van hard werken, arbeidsstress en gezeur over normafwijkend gedrag.

Yes we can! Na een dag van arbeids(on)vreugde kunnen we eindelijk gaan sporten in de woonkamer, met het trainingspak aan en de afstandsbediening binnen handbereik. Het onderdeel bankdrukken, gecombineerd met zappen en de mond volproppen, blijkt vooral bij mannen een uitstekend ontwikkelde vorm van multitasking. Wat een wonderlijke samenloop van (on)gelukkige omstandigheden.

Dat bankdrukken brengt mij gevoelsmatig bij een trechter, waarvan de uitloop steeds smaller wordt. Van bovenaf kieperen we er allerlei problemen in: ruzie met de buren, civielrechtelijke kwesties, gedoe met de ex, aansprakelijkheid, problemen met de omgeving en op het werk, belastingen, uitkeringsfraude en het afsluiten van de omgeving en de wereld. En last but not least: aapmanagement.

Vervolgens kom je niet meer van de bank af, maar weet je wel de wijkagent of de politie te informeren over alle misstanden die je hebt waargenomen, zonder dat je zelf ook maar een vinger hebt uitgestoken. Uiteraard probeer je de aap op de mouw van de politie te spelden. Dat noemen we tegenwoordig de zelfredzaamheid van iedere burger. Bij mij lukt deze opstelling in ieder geval niet zomaar. Een metafoor die ik weleens gebruik, is de volgende: wanneer je naar de slager of de bakker gaat, laat je daar toch ook niet meteen je auto een onderhoudsbeurt geven?

In mijn regio is het gebruikelijk om na bijvoorbeeld een woninginbraak contact op te nemen met de gedupeerde. Dat is verplicht, want anders krijg je verbaal op je sodemieter van je chef. Bij andere zaken die nog niet zijn uitgekristalliseerd, is terugbellen eveneens gewenst, maar dan vooral op basis van het gevoel van de diender, met de nodige Feinfühligkeit en Fingerspitzengefühl.

De minister van Veiligheid en Justitie wil dit nu grootschaliger aanpakken en de dienders daartoe opdracht geven. Goh, zouden wij in mijn regio op dit punt dan toch al vooruitstrevend te noemen zijn?

Met het donkere dagen offensief — bah, wat een benaming — zijn er uiteraard weer heel wat gedupeerden van woninginbraken die teruggebeld moeten worden. De laatste weken bel ik me dan ook een ongeluk. Mijn ervaringen zijn dat zelfs met 06-nummers de telefoon lang niet altijd wordt opgenomen. Wij dienders bellen nu eenmaal met een onbekend nummer, waardoor mensen herhaaldelijk niet opnemen, zelfs niet wanneer we het opnieuw proberen.

Heb je een keer nachtdienst, dan vindt men het ongewenst wanneer je na 22.00 uur terugbelt. Op een ander tijdstip bellen lukt niet altijd, omdat je dan buiten de spreekwoordelijke deadline valt. Het is een merkwaardige paradox: we moeten terugbellen, maar wel op een tijdstip dat de ontvanger schikt en binnen de termijn die de organisatie voorschrijft. De praktijk laat zich kennelijk niet altijd in een spreadsheet vangen.

Meestal hoor ik aan de andere kant van de lijn dat men zit te wachten op het uitgetikte proces-verbaal, inclusief de uitgewerkte bijlage met gestolen goederen, omdat de verzekering daarom vraagt. Ik heb zelf meegemaakt dat iemand na een inbraak in een flat geen aangifte deed, omdat hij niet verzekerd was en aangifte doen alleen maar extra moeite betekende.

Dat is voor mij ook meteen de tendens die ik bespeur. Wij doen buurtonderzoeken, verrichten sporenonderzoek, plaatsen foto's op Twitter en proberen ondertussen alle deadlines te halen. Je zou je haast afvragen hoeveel aangiften er zouden worden gedaan wanneer de verzekeraar niet om een proces-verbaal vroeg. Dat is natuurlijk geen bewijs dat iedereen zo denkt, maar het roept wel een vraag op over de verwachtingen die we van elkaar hebben.

Ik heb via Twitter nog nooit meegemaakt dat er bruikbare aanwijzingen binnenkwamen. Toch blijf ik hopen dat het een keer gebeurt, want hoop doet leven. Al pak ik maar één boef in honderd jaar, dan is de moeite mij nog altijd waard, nietwaar? Daar mag mijn aanpak en professionaliteit in ieder geval niet onder lijden. Mijn duimen beginnen inmiddels een behoorlijke eeltlaag te ontwikkelen van al dat getwitter.

De pakkans van de dader is bijzonder klein te noemen. Daar spelen verschillende factoren een rol, waaronder de bewijsbaarheid van feiten, de beschikbare opsporingscapaciteit en de manier waarop strafzaken uiteindelijk worden afgedaan. In mijn beleving sluiten de werelden van de onderzoekende politie en de rechterlijke macht niet altijd even goed op elkaar aan.

Ook zaken die ad informandum worden gevoegd, tellen niet op dezelfde manier mee als afzonderlijk bewezen en bestrafte delicten. Ik zou in dat verband ook eens naar Duitsland kijken. Daar zag ik destijds verschillen in de manier waarop delicten werden geregistreerd en afgedaan, waardoor de cijfers niet zonder meer met de Nederlandse cijfers te vergelijken waren. Maar ja, het is natuurlijk veel gemakkelijker om met cijfers te zwaaien dan om eerst eens goed te onderzoeken wat die cijfers nu werkelijk zeggen.

Ondertussen waarschuwen we via de sociale media voor oplichters, criminelen en andere onverlaten die gegevens proberen te ontfutselen, waarna je bankrekening sneller onder nul staat dan je 'internetbankieren' kunt zeggen. Het gevolg is dat een telefoontje van de politie niet door iedereen als echt en onvervalst wordt ervaren. Het kan immers net zo goed een faker zijn die uit is op je gegevens en je geld. We vragen burgers alert te zijn op telefonische oplichting en moeten vervolgens niet verbaasd zijn wanneer ze een onbekend nummer wantrouwen. Ook dat hoort bij de werkelijkheid waarin we werken.

Dan lees ik nog een nieuwe term: ambassadeur van politie. Hoe word je dat eigenlijk? Zit het in je genen, word je uitverkoren of is het een willekeurige optie bij het rad van fortuin waarop een aantal gegadigden staat te wachten? Ik vraag het maar, want de ene burger wordt ambassadeur en de andere krijgt het advies om vooral zelfredzaam te zijn. Misschien moeten we daar nog eens een cursus met certificaat aan wijden.

Uiteraard ben ik hierboven ook een beetje aan het dollen. Het onderhouden van netwerken en het bevorderen van buurtpreventie zijn waardevol en kunnen bijdragen aan een veiligere leefomgeving. Daar bestaat geen twijfel over. Maar klantgerichtheid mag niet betekenen dat we burgers steeds minder aanspreken op hun eigen verantwoordelijkheid. We kunnen nu eenmaal niet iedere misstand uit handen van onze potentiële klanten nemen, alsof de politie een universele probleemoplosser is die op afroep aan huis verschijnt.

Ik zou zeggen: je kunt zelf toch ook nog iets betekenen voor de oplossing van je probleem, in plaats van uitsluitend de politie voor je karretje te spannen? Zelfredzaamheid moet immers meer zijn dan een mooi woord in een beleidsnota.

Telefoneren lijkt tegenwoordig trouwens al bijna ingehaald door de moderne communicatiemiddelen. Sms'en, Twitter en Skype: daarin moet worden geïnvesteerd, zo lijkt het. Dat kan kennelijk ook bij KPN worden besteld, die daar alleen maar groter en dikker van wordt. Gewoon telefoneren begint zo langzamerhand op de fax te lijken, een communicatiemiddel waarvan je je afvraagt wie het nog gebruikt.

Tegenwoordig breng ik de aangifte zelf naar de benadeelde. Daarmee doe ik meteen aan nazorg en kan alles volgens BOS-Z worden afgevinkt en opgeborgen. Case closed. Tenzij het een cold case betreft, natuurlijk, want dan is de zaak nog niet klaar en blijft er werk aan de winkel.

De bureaucratie groeit ondertussen gewoon verder, ondanks toezeggingen van de minister dat deze juist moet worden afgekalfd. I rest my case.

Met betrekking tot terugbellen is er echter één uitzondering waarvoor ze mij gerust midden in de nacht wakker mogen maken. Namelijk om een boodschap door te geven waarvan ik destijds hoopte dat ik die ooit zelf aan de ouders van Nicky Verstappen zou mogen brengen: dat de moordenaar van hun kind was opgespoord en opgepakt.

Nicky Verstappen verdween in augustus 1998 tijdens een zomerkamp op de Brunssummerheide. Zijn lichaam werd een dag later gevonden. De zaak bleef jarenlang onopgelost, totdat Jos B. in 2018 in Spanje werd aangehouden. In 2022 volgde een veroordeling tot zestien jaar gevangenisstraf; de Hoge Raad liet die veroordeling in 2023 in stand, waarbij de straf wegens de lange duur van de procedure werd verminderd tot vijftien jaar en negen maanden.

Toen ik dit verhaal schreef, was die doorbraak er nog niet. Ik kon alleen maar hopen dat er ooit duidelijkheid zou komen voor de ouders van Nicky, die jarenlang met het verlies van hun kind en de onbeantwoorde vragen moesten leven.

Wat zou ik graag de diender zijn geweest die hun dat verlossende nieuws mocht brengen. Niet omdat een telefoontje het verdriet kan wegnemen, want dat zou een illusie zijn, maar omdat het na zoveel jaren onzekerheid misschien een stukje rust had kunnen geven. De energie die hun nog rest, zouden ze dan kunnen besteden aan hun dochter en aan elkaar, zonder dat die ene onbeantwoorde vraag iedere dag opnieuw als een donkere schaduw aanwezig hoefde te zijn.

Dat zou voor mij het mooiste telefoongeschenk voor zijn ouders zijn geweest, lijkt mij toch.