Translate

vrijdag 4 september 2026

Als de werkelijkheid sneller gaat dan de wetgeving

Het incident in Overasselt roept terecht vragen op over de verharding binnen de criminele wereld. Maar bij mij roept het ook een andere vraag op: hoe ver durven wij als overheid nog te denken wanneer de werkelijkheid sneller verandert dan onze wetgeving?

Als iets niet letterlijk bij wet is geregeld, lijkt tegenwoordig al snel de conclusie te zijn dat er dus niets kan of mag. Daar ben ik het niet mee eens. Niet omdat de politie buiten de wet moet gaan opereren, integendeel. Juist niet. Maar omdat er binnen bestaande bevoegdheden, wetmatigheden en rechtsbeginselen vaak meer ruimte zit dan we denken.

De politie hoeft niet bij ieder nieuw maatschappelijk probleem te wachten totdat Den Haag er een nieuw wetsartikel voor heeft geschreven. De werkelijkheid houdt zich daar immers ook niet aan. Criminelen vragen geen toestemming aan de wetgever voordat zij nieuwe methoden, technieken of samenwerkingsverbanden bedenken.

Blijf dus vooral kleuren binnen én op de randen van het bestaande juridische kader. Niet om de wet te omzeilen, maar om de bedoeling ervan serieus te nemen. Menselijkheid, proportionaliteit, subsidiariteit en maatschappelijke veiligheid zijn óók onderdelen van onze rechtsstaat.

Daarbij kunnen politie en OM juist door nieuwe werkwijzen, zorgvuldig gemotiveerd optreden en toetsing door de rechter nieuwe jurisprudentie laten ontstaan. Niet iedere nieuwe situatie hoeft onmiddellijk in een apart wetsartikel te worden dichtgetimmerd. We hebben wetten genoeg; het probleem is soms eerder dat we ze te letterlijk en te voorzichtig gebruiken.

En als blijkt dat bestaande wetgeving werkelijk tekortschiet, dan moet de wetgever bijstellen. Niet omdat de werkelijkheid zich aan de wet moet aanpassen, maar omdat goede wetgeving de werkelijkheid moet kunnen blijven volgen.

Zelfs het EVRM is geen museumstuk. Ook daar hoort een voortdurende zoektocht bij naar de juiste balans tussen individuele rechten en de veiligheid van de samenleving. Rechtsontwikkeling hoort immers bij een levende rechtsstaat.

Misschien komt mijn gedachte hierover ook ergens anders vandaan.

Jaren geleden tijdens mijn RID periode, woonde ik in hartje Londen een lezing bij van Scotland Yard. Een van de onderwerpen was het toen steeds radicaler wordende Animal Liberation Front. Activisme dat inmiddels ver over de grens van demonstreren en protesteren heen was gegaan. Ondergronds werden zelfs mensen vastgeketend aan zware machines, met het doel dat zij bij het verplaatsen ervan zouden worden meegesleurd of verpletterd. Fanatisme kent blijkbaar ook een ondergrens waar je vervolgens gewoon doorheen kunt zakken.

Maar wat mij van die lezing vooral is bijgebleven, was iets anders. De spreker was bepaald geen liefhebber van bibliotheken die uitpuilden van de wetboeken. Hij zei, vrij vertaald:

Het gaat niet alleen om welke wetten je hebt, maar vooral om wat je ermee doet en hoe je ze inzet.

Die zin is mij nooit meer ontschoten.

Misschien is dat precies waar we vandaag opnieuw naar moeten kijken. We hoeven niet voor ieder nieuw maatschappelijk of crimineel verschijnsel een nieuwe wet te bouwen. We hebben inmiddels genoeg wetboeken om menig boekenkast door zijn hoeven te laten zakken.

Wat we nodig hebben, is het vermogen om bestaande wetgeving mee te laten bewegen met een veranderende werkelijkheid. Soms door anders te kijken, soms door grenzen opnieuw te verkennen en soms door een wettelijke bepaling zorgvuldig te finetunen.

Want wetgeving hoort geen mausoleum te zijn waarin oude bedoelingen keurig geconserveerd liggen. Het is gereedschap. En gereedschap is pas waardevol als je weet wanneer je welke sleutel, hamer of schroevendraaier moet pakken.

Daarbij blijft voor mij één ding overeind: niet buiten de rechtsstaat treden, maar binnen de rechtsstaat blijven zoeken naar ruimte om haar doel te bereiken.

De samenleving verandert. Criminaliteit verandert. Technologie verandert. Dan mag onze manier van kijken naar wetgeving dat ook doen.

Niet méér wetten om onze onzekerheid te bedekken.

Wel beter gebruikmaken van de wetten die we al hebben. En waar het echt nodig is: een kleine aanpassing aan de werkelijkheid van vandaag.

Want uiteindelijk gaat het inderdaad niet om hoeveel wetboeken er in de kast staan.

Het gaat erom wat je ermee doet.