Translate

maandag 19 oktober 2026

💙👀niet alles wat sneller gaat, is vooruitgang en niet alles wat stilstaat, is achteruitgang.

Stilstand is achteruitgang. Of toch niet? 

Een paar gedachten die gisteren in mijn geest opdoemden, terwijl de wereld gewoon doordraaide en ik mij afvroeg of dat eigenlijk wel zo verstandig is.

Stilstand is achteruitgang, zeggen we. Maar geldt dat altijd, tenzij er iets verschrikkelijks opdoemt in je leven, je carrière of je maatschappelijke bestaan? Misschien moeten we eerst eens kijken naar een eikenboom.

Een eikenboom staat stil en laat het leven om zich heen passeren. Hij doet niet mee aan de wedloop, hoeft niemand in te halen en is niet bezig zijn buurman voorbij te streven. Hij bouwt aan zijn kracht, met een stevige bast en wortels die diep in de grond verankerd zijn. Bestand tegen weer en wind, al blijkt hij helaas niet altijd bestand tegen de mens.

Meer, meer, meer? Daar doet hij niet aan. Zijn stam wordt dikker, zijn takken sterker en met de jaren groeit hij mee met de tijd en de seizoenen. Zonder haast, zonder prestatiedruk en zonder een hypotheek die als een molensteen om zijn nek hangt.

Terug naar de mens, die meer wil, meer moet en steeds vaker gebukt gaat onder de lusten én vooral de lasten van dat streven. Meer maatschappelijk welzijn, dus meer werkuren, meer inkomen of een hogere schuld bij de geldverstrekker. En waarvoor eigenlijk? Voor aanzien, voor bezit of om een ongestilde honger naar consumptie te bevredigen? Rupsje Nooitgenoeg heeft inmiddels een eigen economie en de maatschappij lijkt hem ook nog eens aan te moedigen.

De machthebbers wijzen graag naar de maatschappij, maar vergeten we niet dat zij zelf mede bepalen welke richting we opgaan? Intussen raakt die maatschappij steeds verder ontwricht. We zien een wapenwedloop naast een maatschappelijke wedloop, waarin ellebogenwerk soms belangrijker lijkt dan fatsoen en mensen elkaar links en rechts proberen te passeren om toch vooral een treetje hoger te komen.

Niets kan, alles moet. Van gemotoriseerde hightech tot peperdure vliegvakanties naar de andere kant van de wereld. Reizen en met de rugzak naar verre oorden trekken lijken bijna een maatschappelijke verplichting geworden. Alsof je pas hebt geleefd wanneer je voldoende stempels in je paspoort hebt verzameld. Ondertussen kennen we ons eigen land en al het moois om ons heen steeds minder goed.

En dan die mallemolen van het bestaan, waarin de huizen onbetaalbaar worden, hypotheken steeds zwaarder drukken en het fileleed soms al begint voordat je de straat uit bent. Onze infrastructuur kraakt, de ruimte wordt schaarser en de druk op mens en omgeving neemt toe. We noemen dat vooruitgang, maar wie durft nog rustig te vragen waar we eigenlijk naartoe gaan?

Het is inmiddels oktober 2026 en het einde van het jaar komt alweer in zicht. Nog even volhouden, want in 2027 wordt het allemaal beter. Dat horen we vaker, terwijl de kalender trouw blijft doorschuiven en de problemen zich weinig aantrekken van onze goede voornemens.

Misschien moeten we niet nóg meer willen, maar eens wat vaker tevreden zijn met wat er al is. Meer met minder, zonder dat we meteen denken dat we iets tekortkomen. Niet iedere stap vooruit hoeft een grotere auto, een duurder huis of een verdere reis op te leveren. Soms is het al winst wanneer je de tijd hebt om stil te staan, om je heen te kijken en te beseffen dat het leven niet uitsluitend uit presteren en verzamelen bestaat.

En misschien mogen we daarbij ook eens nadenken over wat we onze kinderen en kleinkinderen nalaten. Niet alleen de rekening van onze welvaart, maar ook de ruimte om straks nog een fatsoenlijk leven te leiden.

Geen oorlogen meer, geen voortdurende wedloop en geen honger naar altijd maar meer. Ik weet het, het klinkt bijna naïef in een wereld waarin macht, geld en bezit nog altijd de dienst uitmaken. Maar als we zelfs niet meer durven dromen van een wereld waarin het anders kan, wat blijft er dan nog over?

Misschien heeft die eikenboom het zo gek nog niet bekeken. Hij staat stil, maar staat niet stil in zijn ontwikkeling.

En wij mensen? Misschien wordt het tijd dat we wat minder hard gaan rennen en wat beter nadenken over de richting waarin we lopen.

Want vooruitgang is prachtig, zolang we onderweg niet vergeten waarvoor we eigenlijk leven.

Meer met minder. Zou dat niet eens echte vooruitgang kunnen zijn?