Translate

woensdag 19 augustus 2026

⌛️Slecht nieuws gesprek, een leeggedronken kop koffie ...

Tijdens mijn politiepraktijk heb ik al heel vaak een slecht-nieuwsgesprek gevoerd. Een slecht-nieuwsgesprek is het synoniem dat de politie eraan heeft gegeven. De naam is en blijft een vreemde, bijna surrealistische expressie. Eigenlijk zou de term dodelijke nieuwsoverbrenging moeten heten. Toch wordt in mijn kringen de term slecht-nieuwsgesprek, op eufemistische wijze, gebruikt. Dan weet iedere politieman precies wat ermee wordt bedoeld.

Het is de hartverscheurende taak om bij een gezin, partner of familie het levenslicht van een dierbare plotseling, maar onomstotelijk, uit te blazen.

De politie wordt consequent geconfronteerd met het overbrengen van een dodelijke onheilstijding. Een onomkeerbare knock-out voor gezin, familie, nabestaanden en andere dierbaren. Uiteindelijk zal de media in een krantenbericht misschien bekendmaken dat een dierbare niet meer onder ons is. Maar voordat het nieuws de krant haalt, staat de politie vaak al aan de voordeur.

Op een gegeven moment, tijdens een van mijn ochtenddiensten, ben ik op pad in het district wanneer ik een telefoontje krijg van de meldkamer. Er is een man overleden bij een verkeersongeluk. Met daarbij de vervolgopdracht om het overlijdensbericht bij de familie aan te gaan zeggen.

Gelukkig heb ik die dienst samen met onze heuse Florence Nightingale-collega Jolanda. Juist ja, die kanjer.

We zijn zeer zichtbaar in politie-uniform gekleed en rijden met een opvallend dienstvoertuig onderweg, zoals wij dat officieel noemen. Ergens op een weg, ver uit de buurt, heeft een aanrijding plaatsgevonden buiten onze regio. Daarbij heeft een harde werker, echtgenoot en familievader tegelijk, zijn leven verloren.

Dan is het hartstikke belangrijk om, gewapend met de juiste identiteitsgegevens, zo snel mogelijk bij het gezin van de overledene te komen om hen het noodlottige en onomkeerbare verlies in mokerslagwoorden mee te delen. Dit om te voorkomen dat de zogenaamde indianenverhalen ons inhalen en ons vóór zijn op weg naar het achterblijvende gezin.

Ik kon de gevoelsmatige impact van het aanzeggen van dit bericht al van tevoren aanvoelen. Helaas was er geen andere collega beschikbaar die met een onopvallende auto en in burgerkleding deze zware taak kon uitvoeren. Dus aan ons deze opdracht.
We stappen uit bij het huisadres van de overledene. Met lood in onze schoenen en slechts gewapend met een kladbriefje waarop zijn identiteitsgegevens staan, bel ik aan. Aan onze gezichten is waarschijnlijk al duidelijk af te lezen waarvoor wij komen.

Dan breng ik mezelf het dagelijkse moment van iedereen in herinnering. Het moment waarop een echtgenoot of partner ’s morgens van huis vertrekt, per fiets of auto, om naar het werk te gaan. Hopelijk met alle liefde die tussen partners mogelijk is, maar vooral zonder ruzie of andere emotionele beroeringen.

Veel mensen schrikken nog steeds wanneer ik in mijn hoedanigheid van politieman bij hen aanbel. Meestal brengen we nieuws in het kader van strafbaarheid, verhoor of onderzoek. Zelden is ons nieuws een ongewilde, dodelijke noodzakelijkheid.
Dit is ook voor de politie een van de zwaarste opdrachten, geloof me. Ik begrijp nog steeds de schrik die mijn uniform bij mensen kan oproepen wanneer ik bij hen aanbel. Gelukkig kan ik die schrik meestal snel pareren.

In dit relaas gaat op de bovenverdieping een klein raampje open. We zien het hoofd van de vrouwelijke bewoonster door de kleine slaapkamerraamopening verschijnen.

Voordat we iets kunnen zeggen, zegt zij al:
“Oh nee hè, het is toch niet waar!”
Ze ijlt naar beneden en opent de voordeur, moedeloos als een mens die zich op dat moment al verslagen weet. We lopen haar achterna naar binnen, de woonkamer in.

Dan komt de zakelijke vraag.
“Is uw man die en die?”
In een soort trance antwoordt de vrouw met ja.

Mijn woorden raken haar nauwelijks meer en vallen langs haar heen in het niets. De emoties houden mijn woorden tegen als een dikke stenen buitenmuur.
Ik vertel haar wat de meldkamer mij heeft verteld.
Haar wereld zinkt onder haar voeten vandaan.

Daar staan we dan, samen met haar in de woonkamer van haar en haar man, die tot een paar uur eerder nog gewoon hun woonkamer was.

Slechts met woorden heb ik haar levensgeluk totaal uitgeschakeld.
Deze echtgenote is bovendien alleen thuis. Empathisch en welgemeend vragen we haar of we iemand kunnen bellen om haar verder bij te staan. Dat is volgens haar niet nodig. De emoties laten haar echter niet meer los.

Ik informeer de huisarts. Hij begrijpt de noodzaak en zal naar deze vrouw toegaan. Ook benaderen we een familielid dat onmiddellijk naar haar toe komt om haar bij te staan.

Dan gebeurt er iets kleins.

En juist dat kleine moment is mij bijgebleven.

Op de salontafel in de woonkamer staat een lege mok.
Mijn collega Jolanda wil haar een beetje helpen en reikt naar de mok om iets te drinken voor haar te halen.

Dan gebeurt er een vreemde, stille gewaarwording.
Als Jolanda naar de mok reikt, maakt de vrouw een non-verbale, afwerende armbeweging. Ze wil kennelijk de laatste strohalm van de aanwezigheid van haar echtgenoot niet door anderen laten verstoren.
Ze pakt de mok zelf vast.

Alsof ze haar man daarmee bij de hand kan pakken.

Jolanda begrijpt het gebaar onmiddellijk en laat de vrouw de mok zelf vasthouden.
Ik weet niet meer of haar man zijn koffie zwart dronk of met een vleugje melk en misschien wat suiker. Een lepeltje waarmee al die ingrediënten gemengd konden worden, ligt er in ieder geval nog stilletjes naast.
Dat lepeltje weet nog van niets.

Als de familie hulp arriveert, gaan wij weer op weg naar nieuwe politieopdrachten. Ik weet nog dat wij een uur of wat later door de meldkamer opnieuw worden aangestuurd voor andere, veel kleinere zaken.

Erger dan dit hebben Jolanda en ik die werkdag niet meer in gedachten.

Dat is en blijft toch vreemd in de politiewereld.
Misschien is dat ook wel goed zo.

Je kunt niet iedere dag het verdriet van een ander mens met je meedragen.
Ik denk wel dat we die ochtend goed werk hebben verricht bij deze arme vrouw.
We lopen weg van de woning naar onze politieauto. De voordeur wordt achter ons gesloten.

Het verdriet blijft als een onzichtbare geest stil achter in de woning.
Hopelijk vermengd met alles wat daar vóór deze ochtend ook was: maatschappelijk leven, gezinsgeluk, liefde, ruzies, koffie, gewone gesprekken en de dagelijkse vanzelfsprekendheid van het samen zijn.

Een gewone woonkamer, met een lege koffiemok op tafel.
Misschien is dat uiteindelijk wel het meest confronterende van dit hele verhaal.
Het leven kan in één klap veranderen, terwijl de spullen in huis gewoon blijven staan waar ze stonden.

Het zou zomaar kunnen dat van ieder mens zijn of haar levenslijn vooraf is vastgesteld, met een begin- en einddatum. Buiten alle religie en genetica om.

Wij weten alleen nooit wanneer de einddatum op de kalender staat.