Translate

zondag 16 augustus 2026

🖥 Alweer twee nieuwe wetten… en wie gaat ze uitvoeren?

Vanaf vandaag of binnenkort hebben we er weer twee wetten bij: de Cyberbeveiligingswet en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten. Mooie namen, belangrijke onderwerpen en eerlijk is eerlijk: niemand zal ontkennen dat cyberaanvallen, sabotage en het uitvallen van vitale voorzieningen serieuze risico’s zijn.

Maar toch bekruipt mij een andere gedachte.

Alweer twee nieuwe wetten. Wat moeten we daar allemaal mee?

Want een wet maken is één ding. Er in de praktijk mee kunnen werken is iets heel anders.

Misschien moeten we daarom wat vaker kijken of bestaande wetten kunnen worden uitgebreid en aangepast aan nieuwe ontwikkelingen. De samenleving verandert nu eenmaal voortdurend. Een rechtsstaat moet kunnen meebewegen met die werkelijkheid, zonder dat voor iedere nieuwe ontwikkeling meteen een nieuwe wet uit de Haagse wetgevingsfabriek komt rollen.

En daar zit voor mij ook een beetje de George Orwell van deze tijd.

Niet omdat Nederland ineens 1984 is geworden, maar omdat de digitale wereld ons steeds meer mogelijkheden geeft om mensen, organisaties en systemen te volgen, te registreren, te controleren en met elkaar te verbinden. Technologie kan ons enorm helpen, maar dezelfde technologie kan ook worden misbruikt.

En ondertussen groeit er een leger van digitale belagers dat met een laptop, wat kennis en kennelijk vooral veel vrije tijd complete systemen kan proberen te ontregelen. Een ziekenhuis, gemeente, bedrijf, politieorganisatie of vitale voorziening kan digitaal worden aangevallen zonder dat de dader ooit fysiek in de buurt is geweest.

Dat is een nieuwe werkelijkheid.

Maar daar staat wel een andere werkelijkheid tegenover.

Nederland vergrijst. De politie vergrijst. En niet iedere burger is opgegroeid met een toetsenbord onder zijn neus.

We hebben nog steeds mensen die prima met een telefoon kunnen bellen, maar bij het woord app eerst denken dat het om appelmoes gaat. Digibeten, ouderen en mensen die simpelweg niet kunnen of willen meegaan in de digitale snelheid van deze tijd, verdwijnen niet omdat Den Haag een nieuwe digitale wet heeft gemaakt.

Ook binnen de politie hebben we te maken met vergrijzing. Er gaat kennis en ervaring met pensioen en tegelijkertijd wordt de digitale werkelijkheid steeds ingewikkelder. Dat betekent dat je niet alleen nieuwe regels nodig hebt, maar ook mensen, kennis, opleiding en capaciteit om die regels daadwerkelijk uit te voeren.

En daar wringt het.

De politie kan nu al niet alles bijbenen wat vanuit de politiek wordt doorgejast. Nieuwe taken, nieuwe regels, nieuwe verantwoordelijkheden en nieuwe verwachtingen komen erbij, terwijl de bestaande problemen niet netjes verdwijnen.

Ik breng maar even geweld tegen politie (waaronder de vuurwerkmalaise) en PTSS in herinnering.

Er wordt aan gewerkt, dat dan weer wel.

Maar ondertussen gaan we vrolijk verder.

Daarom zou ik minister David van Weel ook graag wat meer willen zien als minister van de politie en de rechtsstaat en wat minder als de praat-trekpop van het kabinet die bij ieder nieuw probleem voor de camera mag uitleggen waarom er weer iets nieuws noodzakelijk is.

Laat hem dan vooral vertellen hoe het er in de praktijk uit moet gaan zien.

Wie gaat toezicht houden? Wie gaat handhaven? Welke bevoegdheden zijn daarvoor nodig? Wie stelt een overtreding vast? Welke procedure volgt daarna? En vooral: hebben we daarvoor ook daadwerkelijk de mensen, kennis en middelen?

Want dat zijn geen Haagse details.

Dat is de werkelijkheid op straat.

En misschien moeten we in Den Haag ook eens wat minder bezig zijn met het politieke handjeklap, het onderlinge wantrouwen en het elkaar vliegen afvangen. Een rechtsstaat is geen voetbalwedstrijd waarin iedere partij vooral probeert te voorkomen dat de ander scoort.

Een wet is geen doel op zich. Een wet is een instrument.

Een instrument dat moet passen bij de werkelijkheid.

En die werkelijkheid bestaat niet alleen uit jonge digitale specialisten die binnen een paar seconden een systeem kunnen doorgronden. Die bestaat ook uit een vergrijzende bevolking, politiemensen die hun kennis en ervaring meenemen richting pensioen en burgers voor wie de digitale samenleving soms eerder een hindernisbaan dan een vooruitgang is.

Daar moeten we rekening mee houden.

Want anders krijgen we een merkwaardige paradox: we maken steeds meer digitale wetten om ons tegen digitale dreigingen te beschermen, terwijl de mensen die ze moeten uitvoeren steeds minder tijd, capaciteit en soms zelfs kennis hebben om het geheel bij te houden.

Dus prima, minister Van Weel.

Maak Nederland weerbaar. Bescherm onze vitale voorzieningen. Pak cybercriminaliteit aan. Zorg dat de overheid niet met één druk op de verkeerde knop plat komt te liggen.

Maar vergeet ondertussen de gewone werkelijkheid niet.

Wie nieuwe wetten doorjast, moet ook zorgen dat er morgen iemand is om ze uit te voeren.

Anders hebben we straks een prachtig digitaal weerbaar Nederland op papier.

En misschien is dat wel de meest Orwelliaanse gedachte van allemaal:

een samenleving die alles digitaal geregeld heeft, maar niemand meer heeft die weet hoe het werkt wanneer het digitale licht uitgaat.

Gisteren stond ik bij de Lidl in een filiaal in Sittard. De medewerker vroeg of ik mijn boodschappen zelf met de app wilde scannen. Zonder nadenken zei ik nee. Ik bleef gewoon in de rij voor de kassa staan. Niet omdat ik niet kan scannen, maar omdat ik soms nog gewoon klant wil zijn ...