Het schijnt een steeds normalere gang van zaken te worden, geaccepteerd door onwetendheid met daaraan gekoppelde onverschilligheid,
Het begon met een schuimkraag op de beek die eruitzag als stijfgeklopt eiwit, maar de nasmaak had van een chemische fabriek. PFAS. Het zit in ons bloed, onze pannen en in de hardnekkige illusie dat we de natuur ongestraft als afvoerputje kunnen gebruiken.
Terwijl we wandelen, knarsen onze zolen over een laag Beaumix—die zogenaamd 'duurzame' korrels die onder de microscoop gewoon een verzameling industrieel afval blijken te zijn. Het is sjoemelsoftware voor de bodem, verkocht als vooruitgang. Ook de bedoeling om dit giftig goedje onde de A2 te droppen. Want wat je niet weet dat deert niet. Ook is dit goedkoper dan humaan behandelen en dat scheelt tig euro's in de kosten ten faveure van schimmige omzetten. Want je kunt nog altijd terecht gewezen worden en betaal je gewoon de opgelegde (straf)rekening bij de zelfde overheid uiteindelijk, die of een oogje dichtkneep of oldboys netwerken voor de omzetten en winsten van alluminated filty few!
De berm is de stille getuige van onze kortzichtigheid. Het zwerfvuil vormt een kleurrijke, deprimerende mozaïek van wegwerpgeluk.
Tussen de platgetrapte blikjes liggen sigarettenpeuken als giftige confetti; één filtertje verziekt honderden liters water, maar we knippen ze weg met de nonchalance van iemand die denkt dat de wereld zichzelf wel reinigt. Het is diezelfde gelatenheid die de hedendaagse verdraagzaamheid typeert. We noemen het tolerantie, maar het is pure onverschilligheid. We tolereren dat de publieke ruimte verloedert, zolang onze eigen voordeur maar glanst.
Deze onverschilligheid krijgt een gezicht in de schreeuwers in de nacht. Mensen die we eufemistisch 'verward' noemen, dwalend door straten waar ze niet thuishoren omdat de zorg is wegbezuinigd tot een papieren werkelijkheid. Er is een stuitende politieke onwil om dit aan te pakken. Liever bakkeleien over budgetten dan verantwoordelijkheid nemen voor de kwetsbaarsten.
De politie dan, die staat erbij en kijkt ernaar, gevangen in een web van protocollen. Elke melding voelt als dweilen met de kraan open. Agenten worden ingezet als psychiaters op straat, maar hun handen zijn gebonden.
Ook kent de wet een bijna heilige status toe aan de rechten van verdachten en de individuele vrijheid, zelfs als die vrijheid destructief is voor de persoon zelf en zijn omgeving. Waar de veiligheid van de burger zou moeten primeren, verzandt de handhaving in een juridisch moeras waarin de privacy van de overlastgever zwaarder weegt dan de rust in de straat.
Het is de ultieme paradox: we beschermen de rechten van de dwalende ziel zo rigoureus, dat we hem het recht op daadwerkelijke hulp ontnemen.
De oplossing ligt niet in meer papierwerk, maar in een integraal actieplan. We hebben een 'Zorg-Justitie-Schakelaar' nodig: een wettelijk mandaat waarbij politie en GGZ direct kunnen ingrijpen met korte, dwingende zorgtrajecten. Geen schotten meer tussen zorg en veiligheid, maar een gezamenlijke vuist. Wellicht een utopie maar dan nog!
De politiek is er voor de mensen en hun bestaan en niet andersom, zoals nu blijkbaar de rolverdeling is
Slot: We sussen ons geweten met de term 'verdraagzaamheid', maar in werkelijkheid hebben we de ruggengraat van een weekdier gekregen. Terwijl we juridische haren kloven over de rechten van de vervuiler en de vrijheid van de verwarde schreeuwer, laten we de fundamenten van onze samenleving wegrotten. Een land dat zijn bodem laat vergiftigen door Beaumix en zijn straten laat gijzelen door politieke onmacht, verdient geen applaus voor zijn tolerantie, maar een spiegel voor zijn verval.
Het is tijd om te kiezen: blijven we dweilen met de kraan open, of durven we de kraan van deze destructieve onverschilligheid eindelijk dicht te draaien? De volgende regenbui wacht niet op ons poldermodel.
Groet Han, delen wordt gewaardeerd😉
Groet Han, delen wordt gewaardeerd😉