Vandaag heeft de storm de volledige regie opgeëist. De zwarte lakbamboe, normaal een rij statige wachters, is veranderd in een ensemble van vloeibare schaduwen. Wat ben ik blij dat ik hem afgelopen najaar heb verplant en hem precies hier, vol ‘in the picture’, zijn nieuwe ereplek heb gegeven. Het was de perfecte timing; na een winter van wortelen torent hij nu ruim vier meter hoog uit, als slanke masten op een woelige zee.
Het is een uiterlijk spektakel van jewelste. Hoewel hij slechts een klein beetje houvast vindt in zijn kluit in de grond, toont de bamboe zich onuitputtelijk in zijn energie. De bamboe is weliswaar een welwillende despoot; hij is volledig aangepast aan zijn mede tuinbewoners. Hij vult de tuin prachtig aan, maar neemt deze nooit over met massieve groei. Zijn expansie is beheerst en rustig, slechts meegroeiend in de pas met de menselijke inflatie.
Ondanks de felle lentebuien en de gure wind, overtreft hij de storm met pure souplesse. De enorme zwarte halmen beschrijven gigantische windingen in de lucht, levendig bewegend, zwiepend en zwierend van links naar rechts. De eeuwig groene, spitse en geraffineerde bladeren ritselen als fijn zilver in de vlagen. Zelfs de voorjaarsvogels laten zich niet afschrikken. De mezen en mussen zijn er maar wat blij mee; ze klemmen hun pootjes om de lange, ranke stengels en krijgen een gratis achtbaan, een vliegende start van het seizoen. Het biedt onmisbaar veel kijkplezier, op elk moment van de dag.
Het is een hypnotiserend schouwspel dat laat zien hoe je de storm overleeft: door mee te bewegen zonder te breken. Terwijl de halmen zwiepen en de wind jaagt, verdwijnt achter het glas — in de luwte en de stilte — met dit machtige zicht de gure kilte. Een prachtig gezicht, midden in ons uitzicht.