Translate

dinsdag 27 januari 2015

Don't do drugs

Met de kop door de gevangenismuur van verdriet

Hij kijkt na zijn vredig ontwaken in de vrije wereld in de spiegel van zijn geest. Opnieuw voelt hij zich gevangen, maar nu in een paniekerige angstgedachte. Waarom? Zijn trauma is keer op keer die nare droom die hem steeds terug voert naar die afgrijselijke Amerikaanse cel tijdens zijn onvoorwaardelijke celstraf van drie lange onmenselijke tropenjaren, ver weg van zijn vrijheid en liefde.


Na zijn straf te hebben uitgezeten is het voor hem steeds opnieuw moeilijk wennen aan het normale buitenleven en tegelijkertijd het loslaten van de gedachten aan de onmenselijke wreedheden en -onderwerpingen in de gevangenis. Hij kan er niet of nauwelijks over praten. 


Dagelijks een terugkerende Boze kronkelende gedachte en ongekende angst-portie is de nasleep van zijn gruwelijke hard time in de cel.

Tijdens zijn hele gevangenisverblijf, hangt zijn geestelijk welzijn aan een flinterdun telefoondraadje als schakelknop. Hij mist de vrijheid, liefde en alles wat daarmee samenhangt steeds meer.

Zijn leven voor de straf, is best wel luxe en aangenaam geweest. Hij heeft kennis aan een leuke vrouw. De relatie begint echt te Boosten en te upgraden van een paar- naar ontelbare mooie buikvlinders. Satan maakt dat de hang naar extreme luxe en geld onverbiddelijk wordt en doet hem de slechtst mogelijke beslissing uit zijn leven maken.

Hij heeft wiet gekweekt en verhandeld en is als verdachte gearresteerd. 3 jaar onverbiddelijke gevangenisstraf is het harde oordeel van de rechter. Zonder verzachtende omstandigheden toe te passen. Zijn mooie toekomst, samen met zijn liefde,  is volledig weggevaagd.

De gedachten aan haar en aan de vrijheid helpen hem uiteindelijk als een ondoordringbaar gedachteschild door zijn moeilijke gevangenistijd heen. Mede dankzij de telefoongesprekken met haar op structurele basis.

Eenmaal terug in de maatschappij heeft zijn reddende engel op hem gewacht en sindsdien zijn ze onafscheidelijk en nog steeds innig verliefd.

Zijn boetedoening is na de 3 jaar zware gevangenisstraf helemaal afgevinkt. Nu in vrijheid als vrij man is het belangrijk om met zijn engel en haar zoontje een hechte familie te worden. 

Genieten van elkaar en het leven, werk te krijgen en houden en niet meer in verkeerde temptation terecht komen. Ook al prijken op zijn palmares de frases yalebird en drugsdealer. Het is nog steeds moeilijk om op het rechte pad te blijven. Zijn groteske gevangenis herinneringen behoeden hem voor nieuwe misstappen.

Hij wil een tastbaar statement voor zijn misstap en de hulp van zijn redster op zijn arm.

Dus op zijn onderarm prijkt nu zijn mooie Engel in warme kleuren, zittend op een “ticking” klok waarbij tranen over haar wangen "biggelen". Zij hebben de gevangenisstraf  eigenlijk "samen" uitgezeten!

Drugs maken meer kapot dan een heel leven kan goedmaken.

Het klokje tikt thuis het allermooist, toch!

zaterdag 10 januari 2015

Profiel van de politie

Als kind in 1968 denk ik dat alle politiemannen feilloze superhelden zijn. Zij weten en kennen alles, vooral de wet en de daaruit voortvloeiende ambtshandelingen. Angst en twijfel kennen zij niet en zij vangen boeven bij de bosjes. Zij ruiken onraad en verderf op minieme afstand. Zij zijn sterk, energiek, kunnen zonder eten en drinken tijdens de zware diensten. Zij rennen en zwemmen zo ver als nodig is om mensen en hulpbehoevenden uit hun misère op het droge te trekken. 

Indien nodig schoppen zij met hun dienstschoenen zware locomotieven en wagons van het spoor. Zij tillen flatgebouwen op en lopen eronder door om de weg af te snijden en hierdoor de boeven hun pas. Bureaucratie kennen zij niet, Yippieyayee.

Zij lossen alles op met kolenscheppen van handen en gezond boerenverstand. Het onmogelijke doen zij direct, toveren op verzoek, wonderen, tja die duren wel iets langer. Tot zover mijn fantasie vergelijkingen, in het licht van de gedachten van mij als kind.

Jeetje, ik wil bij de politie. Later, de daad bij deze woorden gevoegd op aandringen van mijn toenmalige rots in de branding en huidige ex vriendin, die mij in deze richting heeft gemanoeuvreerd. DJW!

In 1984 trek ik opnieuw mijn wedstrijd bokshandschoenen aan voor de politiekampioenschappen in Rotterdam. Waarom ik dit vertel? Omdat ik kort geleden nog een keer het toenmalige politie personeelsblaadje gelezen heb over mijn boks palmares. Ik voel dit gevecht nog steeds, in mijn herinnering  (ontwijken, pareren, aanvallen, een harde wedstrijd) 

Mijn aandacht wordt vooral getrokken naar een leesstukje waar ik al zo vaak overheen gelezen heb. Dit keer niet en daarom deel ik dit graag. Het gaat erover; hoe de mensen in 1968 over de politie denken.

Het stukje is niet van mijzelf. Ik heb het wel gebruikt als een ludiek ingrediënt voor dit blog. Ik heb het stukje voor het grootste gedeelte uitgetypt want, in die tijd was Bill Gates nog niet bezig met computers en het latere programma Word perfect is nog niet uitgevonden. Knippen en plakken in die tijd gaat op papier met lijm, een kwast en vette vingers! Anders dan nu, uiteraard!

Tegenwoordig is er veel geweld tegen politie en we weten allemaal dat bij de politie geen superhelden werken. Maar normale mensen die elke dag omgaan met emoties en hun bloed, zweet en tranen geven om de job de masteren en datgene te doen wat nodig is om Nederland veilig te maken. No matter what!

Algemeen bekend is dat de samenleving veel weerstand heeft en geen gezag meer erkent van de overheid, in welke vorm dan ook gegoten of door wie dan ook uitgedragen.

Een politiemens heeft tegenwoordig een hart dat kan, mag en zal bloeden in “the line of duty”. Ook bloedt een politiemens tegenwoordig geestelijk. We noemen dit ptss, een verschrikkelijk onzichtbaar monster dat pijn blijft doen in een heel politiegezin, een heel leven lang! Kom daar maar eens uit, helden in de knel, mijn onvoorwaardelijk respect hebben jullie,


Het relaas uit 1968 dan; Een politieman is een mengsel van allerlei mensen, samengesteld uit heiligen en zondaars, uit stof en Goddelijkheid.

Wat is een agent? Aan de ene kant is hij van alle mensen degene die het hardst nodig is, aan de andere kant is hij het meest ongewenst. Hij is een zeldzaam naamloos creatuur, in zijn gezicht aangesproken met meneer de politieagent, achter zijn rug met idioot.

Hij moet zodanig diplomatiek zijn dat na het bijleggen van een ruzie, alle betrokkenen geloven dat zij gelijk hebben gekregen. Hij moet direct oordelen uitspreken, waarvoor een rechter misschien maanden, zelfs jaren nodig heeft.

Is hij vriendelijk, dan stelt hij zich aan, is hij het niet, dan zegt men; hij zeurt!

Is hij keurig gekleed, dan is hij verwaand. Ontbreekt er een knoop aan zijn uniform, dan is hij een landloper.

Haast hij zich dan is hij roekeloos. Is hij voorzichtig dan is hij lui.

Hij moet als eerste op de plaats van het ongeval of misdrijf aankomen en onfeilbaar zijn in het stellen van zijn conclusie.

Hij moet in staat zijn het met twee mannen, tweemaal zo groot en maar half zo oud, tegelijkertijd aan de stok te hebben. Zonder zijn uniform te beschadigen en zonder ruw te zijn.

Wanneer iemand op hem inslaat, is hij een bange lafaard. Slaat hij terug, dan is hij een bruut.
Een politieman moet alles weten en mag niets zeggen. Hij moet de zonden kennen maar mag er geen deel aan hebben.

De politieman moet in staat zijn aan de hand van een enkel mensenhaar een misdaad, het wapen en de dader te beschrijven en zo mogelijk ook direct weten waar de dader zich schuilhoudt.

Maar, wanneer hij de dader pakt, dan heeft hij geluk. Pakt hij hem niet, dan is hij een sufferd.
Een agent moet 10 nachten lang zijn best doen een getuige te vinden, die zich als puntje bij paaltje komt niets meer kan herinneren.

Hij bestudeert akten en schrijft stukken tot zijn ogen er pijn van gaan doen, om een proces op gang te brengen tegen een misdadiger die dan zonder meer meteen op vrije voeten wordt gesteld.

Een politieman moet tegelijkertijd minister, sociaal werker, diplomaat, rauwe kerel en gentleman zijn.

Wanneer hij bevorderd wordt, komt dit enkel en alleen door de goede inspraak van anderen. Wordt hij niet bevorderd dan is hij een nietsnut.

Hij moet in ieder geval een genie zijn, want hij moet voorzien in de ultieme behoefte van goed vakmanschap tijdens zijn dienstuitoefening.

Zeer zeker is bovenstaande personificatie humoristisch en sarcastisch maar ook bedoeld als een zeer realistische dagelijkse blauwdruk. Negatieve gevoelens en sentimenten zijn helaas niet te onderdrukken. Het is vaak niet rooskleurig in blauw politieland.


Tipje van de sluier. Politiemensen worden ouder en kennen onmenselijke stress door wat we meemaken tijdens onze diensten. Gruwelijkheden worden als eerste aan ons gemeld. We zijn verplicht om al het mens-mogelijke te doen om de chaos neer te slaan en een aanvaardbare veilige publieke ruimte te garanderen. We rijden niet lekker doelloos rondjes in een warme politieauto om de kerk en leuten de hele dag koffie. 

Slapen na nachtdiensten wordt met het vorderen van onze AOW gerechtigde leeftijd steeds moeilijker en veel korter. Nachtdiensten worden steeds meer bijna onneembare hordes, ze zijn zwaar en ongezond. Onze gemiddelde leeftijd groeit gelijkmatig mee met de rest van Nederland en haar inwoners. 

We moeten fit zijn. Fit worden doen we vooral in de vrije tijd. Waarom? Om dit beroep met verve te kunnen en blijven uitoefenen. Sport- en vaardigheidstesten moeten behaald worden. Consequenties bij niet behalen zijn dat de politiemens in kwestie niet meer bewapend de straat op mag.

Sport- en fitheidstesten worden in de toekomst een mogelijke praktische spagaat in de politie incidenten afhandeling. Ik heb er vertrouwen in dat alles goed komt! Deze week heb ik al deze testen weer behaald. Voor dit jaar ben ik alweer afgevinkt.

The thin blue line is een hechte familie die veel ruis kent met maar een doel. Dienstbaarheid en waakzaamheid. Deze slogan kunt u lezen op onze opvallende dienstauto's.

In Viva La France,  Liberté, égalité, fraternité,  heeft eensgezindheid zich bewezen en zijn extremisten uitgeschakeld.  De hele politie in Frankrijk heeft de laatste dagen maar een prioriteit gehad, namelijk de klopjacht op extremisten.

De superhelden bestaan nog steeds en komen uit Frankrijk. Het land van Pain, Vin et Boursin, krachtvoedsel voor lijf en mindset, dat mag overduidelijk zijn.

Je suis Charlie,

Zo, nu kunnen we in Nederland weer overgaan tot de orde van de dag. Burenruzies, vechtscheidingen, overgroeiende takken en andere civiele problemen door deze aan de politie melden. Waar blijft de zelfredzaamheid!


PS; mijn ex vriendin is mijn lieve vrouw! 

maandag 5 januari 2015

Zorg voor kinderen is vuurwerk

Op 29 december heb ik een aantal tweets verspreid tijdens mijn middagdienst. Waarom? Om aan te geven dat de laatste dagen in een politie kalenderjaar niet alleen bestaan uit het narennen van vuurwerk junkies en het ontmantelen van illegale vuurwerk opslagplaatsen. Vuurwerk is helaas te belangrijk om te laten lopen. 

Vooral nu ik lees dat Cobra vuurwerk de handjes heeft gekost van kinderen in de leeftijd van 10 jaar. Wat ik op het moment van twitteren nog niet weet maar achteraf vol met afgrijzen heb mogen aanschouwen in de media. Het normale politiewerk, als je al van normaal politiewerk kunt spreken, heeft ons tijdens deze middag incidenten afhandeling, vol aan de bak doen gaan.

Mijn maat Nicky en ik krijgen een melding van een reanimatie. We krijgen toestemming. Dat wil zeggen met toeters en bellen racen met voldoende voorzichtigheid voor het andere verkeer. Gekomen op de plek des onheils, zie ik nog 3 politie auto's en de ambulance nagenoeg tegelijkertijd stoppen.

Een mooi maar indringend gezicht. Want blauw licht en sirenes geeft angst en tegelijkertijd een noodsituatie, aan. Een koude rillingenkleur. Snelheid is geboden want elke seconde bij een hartstilstand, telt. Het slachtoffer wordt professioneel gereanimeerd en meegenomen naar het ziekenhuis. Hulde aan de ambulance broeders.

Dan mogen we weer vol aan de bak naar een melding deze keer met normale snelheden. Ergens op een parkeerplaats bij een winkel menen mensen dat na 31 december niets meer te hamsteren valt. Een drukte van jewelste en dan let men soms niet goed genoeg op en kussen personenauto's elkaar vol op de “lippen” waarna ze verfomfaaide wenkbrauwen, een ontzette neus en verdere blikschade oplopen. 

Zo ook hier. Waarom we geroepen zijn? Omdat de mensen de schadeformulieren niet kunnen invullen. Hoe doe je dat dan? Gewoon invullen met een pen! zegt Nickey die altijd in is voor een grapje. Hij helpt de gedupeerden met een look a like ANWB service. De mensen zijn blij dat de politie hen helpt. Wij hebben weer een aapje op onze schouder geplaatst gekregen. Zelfredzaamheid, ho maar. Geeft niet want we helpen graag.

Dan mogen we naar een vermissing van een 14 jarig kind, weliswaar een notoire wegloper deelt de meldkamer ons mede. Maar deze keer heeft hij zijn medicijnen niet geslikt en het is donker en guur buitenweer en er zou zomaar eens iets ernstigs met hem gebeurd kunnen zijn. De moeder is over de toeren. Nickey en ik rijden ernaar toe. Volgens protocollen en instructies moeten een aantal dingen gecontroleerd en afgevinkt worden en lijfelijk contact met het thuisfront ondernomen worden. 

Een aantal uren later meldt de moeder gelukkig dat haar kind weer thuis is. Hij heeft weer onlogisch gedaan waardoor heel de wereld, behalve hij, in onrust is geraakt. We gaan nog een keer naar dit adres om te vernemen hoe hij e.e.a. voor elkaar heeft gebokst. De jongen belooft mij beterschap nadat ik hem vermanend heb toegesproken. Voor wat het waard is. Bij het wegrijden denk ik, het zou je eigen kind maar zijn dat spoorloos is. Dan klim je als ouder toch in de gordijnen en word je gek van ongerustheid, toch!

Onze naspeuringen en de sociale media hebben erg geholpen om de kring rondom zijn verdwijnen klein te krijgen. Uiteindelijk is gebleken dat de sociale media en de oproep op twitter heeft bewerkstelligd dat wij zodoende goeie info krijgen en dat mensen beginnen te reageren. Dus de kracht van de sociale media is toch wel erg groot. Je daar bewust van zijn en de opsporingsvraag doen uitgaan is heel belangrijk. Mensen reageren gelukkig volop. (RE)Tweet-en en Delen op facebook heeft zijn voordelen -ook voor de politie- deze dag weer eens bewezen.

Als klap op de vuurpijl die avond krijgen we een melding van een huiselijk geweld situatie. De tweede keer deze middag rijden Nicky en ik met tatutatu met het gaspedaal alweer stevig ingedrukt. Op de betreffende locatie woont volgens onze systemen een agressieve man met zijn vrouw en is er in dit gezin of ex-partnerschip uit liefde destijds een kindje geboren. De man is niet bang voor politie leert het systeem. Met 2 surveillance auto's naderen en arriveren wij alweer nagenoeg tegelijk.

We maken korte werkafspraken en gaan met zijn vieren naar boven naar de etage van de flat waar we moeten zijn. Een man opent de voordeur. We mogen binnen komen. Hij ziet op dit moment niet agressief uit noch is hij een figuur die een imposante indruk maakt. Of in zijn verleden drugs in het spel zijn geweest om de agressie te bevorderen in zijn confrontaties met de overheid, weet ik niet.

In de flat staat een vrouw, een nogal junkie type. Zij schreeuwt en tiert. De man is de rust zelf. Een collega praat met de vrouw en een andere collega praat met de man. Nicky en ik houden het overzicht en de heliview.

De woning is een rommeltje gelijk als een huishouden van Jan Steen, in de volksmond. Overal ligt rommel op de grond, ook kleding. In de woonkamer valt de televisie op. Deze staat aan met een mooi kleurenpalet van tekenfilm figuren die blijven zingen en dansen op het scherm, zonder moe te worden. Ik kijk verder en ontwaar op de bank een kleine meid van een jaar of 3-4 met lange bruine haren.

Zij heeft een bleek gezicht met een dopneusje, net Bambi, liefelijk, onschuldig en aandoenlijk. Haar ogen kan ik niet zien want die zitten verstopt onder een ponykapsel. Zij heeft de armen dicht tegen zich aan, ineengedraaid of gevouwen. De verbale agressie gaat uit van de moeder, de vader komt rustig in het verweer. Ik vraag mij dan af wat dit kind al tijdens haar korte bestaan heeft moeten aanschouwen of moeten aanhoren.

Zij lijkt er aan gewend te zijn geraakt, potjandorie. Andere scheldkanonnades mag u zelf bedenken. Naast haar staat een grote krabpaal voor een kat. De kat is echter nergens te zien, verstopt?

Ik loop met mijn donker uniform naar haar toe en maak contact. Zij kijkt omhoog en ik zie twee donkerbruine diamantjes naar mij omhoog kijken. Haar gezicht is gelukkig niet van angst verwrongen.

Dit station is kennelijk al gepasseerd. Zij kijkt tussen haar pony-manen door naar de televisie als een protectie om niet hoeven te horen wat grote mensen elkaar verbaal naar het hoofd gooien. De tekenfiguren leiden haar af of is hier het woord lijden op zijn plaats. U mag het zeggen!

Onder de houten salontafel ligt haar kleine roze knuffelvriend. Ik til dit tedere fluweelzachte laatste houvast op. Een vriendelijk gezicht, armen en benen even dun met een dikke vriendelijke buik. Ik geef de knuffel aan het meisje en zij pakt dit stevig vast in haar armen. Nu is de wereld voor haar weer veilig. Of zij weet dat de politie in huis is valt te betwijfelen, wel de grote mensen drukte krijgt zij mee.

Diverse instanties schijnen met dit gezin aan de slag te zijn. Geboekte resultaten uit het verleden bieden ook hier geen garanties voor de toekomst. Als de moeder door de deuropening en de woning verlaat roept zij van; Oh dan zal de Jeugdzorg zeker weer langskomen.

Terwijl zij mij passeert komt een vleugje odeur in mijn neusvleugels terecht. De odeur van oranje tomatenplantjes. U weet wel de verboden soort waar politie jacht op maakt.

Zij hebben niks te makken en leunen en leunen en leunen op maatschappelijke ondersteuning.

Bah bah bah . Plots verschijnt de kat weer onder ons levenden.


Terug naar het bureau om status 5 (einde dienst) te geven is het nog steeds pikdonker en tekenen zich enkele felle kleuren afkomstig van vuurpijlen af aan de hemel, welke mijn collega’s met vuurwerkcontrole belast, niet ontdekt hebben. Het lijkt wel oorlog. Dan bedenk ik plots het is 29 december, de geboortedag van mijn vader (RIP in 1979). 

woensdag 24 december 2014

Mantelzorg met kerst

De laatste donkere dagen van dit jaar heb ik dienst met aardige collega’s. Meestal heb ik dienst met leuke collega’s en heel soms is het een uitdaging. Enfin, dit terzijde!

Ik lees dat Nederland slecht is begaan met de economie en als hekkensluiter met de zorg en vooral hoe we daar in 2015 mee door denken te gaan. Vooral op basis van cijfers, grafieken en terror aanslagen. 

Met terror aanslagen daar bedoel ik puur en alleen maar de gevoelige kwesties in ieders portemonnee mee, het alsmaar duurder worden van alles wat we willen kopen en de mantelzorg van onze dierbare erflaters! Het lijkt wel of iedereen de laatste dagen van 2014 het verschil nog willen gaan maken door te kopen, te kopen en af te kopen. Goed voor de economie en goed voor het gevoel, dit afkopen van zonden en zo. We moeten de mallemolen wel kunnen blijven bijbenen, toch. Ten koste van..

Ik rij rond in een opvallende politieauto in mijn bewakingsgebied, tegenwoordig de hele Westelijke mijnstreek in en rondom Sittard, Geleen Beek en Stein. Aangedreven door benzine en meldingen die niet kunnen wachten bedienen we iedereen zo goed als mogelijk met zijn of haar kwesties en problemen en plakken de gezondheidspleisters voor het momentum. 

De politie is met haar krachten 24/7 inzetbaar. De verdeelsleutel brengt dat wij ook meer met minder moeten doen, teleurstellingen zullen niet uitblijven, helaas!

In het centrum van Sittard zijn Oost-Europese types van criminele aard bezig om de mensen te beduvelen. We murwen ons langs lange roodlicht-ige slierten van file auto’s. We rijden in het voetgangersdomein om de openbare orde te handhaven en te zorgen dat iedereen zich naar moderne menselijke maatstaven gedraagt, helaas. In het centrum lijkt het wel of we geen crisis hebben te verduren. Een collega in burger is waaks en attendeert ons op de Oostelijke Europese types. 

Voor deze dag verstieren wij hun meelijwekkende interventies om publiek op een zielig vertoon of verhaal over te halen tot afgifte van geld in Babylonische spraakverwarringen oftewel babbeltrucs. Daar trapt toch geen gezond mens meer in, uitzonderingen bevestigen jammer genoeg steeds meer deze regel.

Voor deze dag hebben we een kwalijke ader naar boven weten te halen. Ik twitter dat de POLICE ARE HERE, en kijk uit voor criminaliteit. Vreemd. Het gebeurt steeds weer en meer. Iedereen gaat van huis weg om te kopen, te kopen en anderen te plezieren met materialisme waar we de zolder al vol van hebben liggen, zo lijkt het te zijn. Tenzij ik naar de Engelen van Sittard lees en luister en hun prevelende smeekbeden om beter te doen en oprecht te delen met de naaste minder gefortuneerde medemens.

Geen donaties via giro 555 maar in woord en daad iets spenderen dicht in de buurt voor degenen die niets hebben en niet in de stad kunnen komen om te kopen. Deze onfortuinlijken hebben namelijk niets te makken en zitten in een koude rillerige woning te kleumen achter de geraniums –al dan niet van plastic-  op eenzame- en desolate wijze.

We rijden weer na onze interventie en komen langs een mooi nieuw appartementencomplex in de binnenstad. Ik herinner mij plots een interventie bij een aandoenlijke bejaarde mevrouw. Deze interventie spookt al een tijdje in mijn hoofd maar ik heb deze politionele bemoeienis nog niet op papier gedeeld met u. Ik zal de gebeurtenis aanhalen als een kerstverhaal met een goeie levendige afloop.

Namelijk een tijdje terug in de warme zomer worden mijn collega en ik ontboden bij een adres in het centrum. De thuishulp heeft aangebeld bij een bejaarde mevrouw maar krijgt geen respons. Er moet iemand thuis zijn maar die opent om onverklaarbare redenen de deur niet. Of u het gelooft of niet. Ik hanteer op zeer regelmatige frequente wijze een sleutel in de vorm van een stalen breekijzer om daar te komen waar het niet kan of is toegestaan onder normale omstandigheden. Vooral achter gesloten deuren van onze bejaarde weldoeners, ouders en grootouders van weleer. Zij zijn tegenwoordig hulpbehoevend. Niet maatschappelijk gezien maar vooral geestelijk en lichamelijk is hun achteruitgang sterk ingezet door de tand des tijds en economische kaalslag.

Ik stop bij een mooi nieuwe appartementencomplex van meerdere etages waar ouderen zorgvuldig opgestapeld worden en er hun huiselijk vertier kunnen beleven. Niets is minder waar dan deze cijfermatige maar vooral grafieke uiting op papier, helaas.

Ik loop het gebouw binnen. Het ruikt naar nieuw vloerbedekking, ik constateer ruime afmetingen van gangen en trappen. De verflucht maakt dat het gebouw zo goed als nieuw oogt. Een serene bouwsteen matige omgeving van super de luxe kwaliteiten. Vooral voor diegenen die het betalen kunnen al dan niet gesponsord door nazaten of loerende erfgenamen in een ver van mijn bed hoedanigheid. Ik neem aan dat dit de beste oplossing is voor alle betrokken partijen! Ver weg van verantwoording, naastenliefde en menselijke warmte. Ook al is het warm in deze zomer.

Ik neem de elevator-lift naar boven tot bijna in de wolken. De nieuwigheid verschaft een aurora van hemelse invloeden en geurenpalet. Met de lift pareer ik de wolken en alles waarin deze etage achtige stapeling verantwoording aflegt voor de makers, heil aan U! Dan spuugt de lift mij op de hoogste etage uit en haar deuren gaan  van; sesam open u.

Dan tref ik de thuiszorgmedewerkster voor een gesloten deur. Prachtig in de verf. Een inbreker komt er niet langs tenzij hij liters arbeidszweet spendeert. Dan kom ik uit mijn droom en illusie van weggeborgen mensen. De deur is van hoogwaardige kwaliteit, gehard en van de buitenwereld ordentelijk afgesloten door sloten en driepuntsvergrendeling die alles buiten dienen te houden.

Met mijn amigo breekijzer maak ik al snel rappe vorderingen. Ik steek hem in de sluitnaad en maak gebruik van mijn lichaamsgewicht in relatie tot sterke staalachtige inprentingen met de slangenkop van mijn breekijzer. We krijgen samen een minimale kier voor elkaar. Ik wroet verder en met technieken in de vorm van hefbomen knal ik de deur open Boem-paf-krak. Ten koste van houtwerk en gepolijste verf die de deur en kozijn zo mooi en solide uiterlijk verzorgen. Ik ben binnen.

Op zoek naar de alleenstaande mevrouw zoeken we de woning snel door. Ondertussen zet ik de rokende drooggevallen pruttelende waterketel uit door de gaskraan dicht te draaien. Jeetje, wat had hier allemaal kunnen gebeuren door brand en zo. U mag het zelf invullen. De meest trieste voorstellingen zouden mogelijk bewaarheid kunnen worden.

Op de w.c. treffen wij de bewoonster aan in de naaktheid van haar bestaan. Ik ben bewogen door wat ik aantref. De bejaarde mevrouw is als een diagonale stijve plank op de w.c. Meer dan 16 uur heeft zij op haar toilet gezeten, gelegen en is meer een versteende gemummificeerde vorm van leven dan een mens in zijn of haar waardigheid. De ambulance collega’s en de mevrouw van de thuiszorg verlenen direct de meest noodzakelijke menselijke maat door haar aan te kleden, te verschonen en weer toonbaar te maken. 

Uiteindelijk zal blijken dat de bewoonster overvallen is door een hersenbloeding en in haar lichamelijke nood de noodknop niet meer heeft kunnen bedienen. En dat voor en tijdsduur van een avond en een nacht, bij elkaar opgeteld meer dan 16 uur lichamelijke voortdurende nood.

De ambulance collega’s nemen haar mee naar het ziekenhuis voor hulp en menselijkheid.

Wat een onmenselijke casus. Het schijnt dat de politie achteraf vaker financieel verantwoordelijk kan zijn voor breekschade. Dan denk ik So What, hulp; mag wat kosten. Ik heb een goede daad verricht ondanks de schade aan dood materiaal.

Deze week dacht ik van, hoe zou het met die bejaarde vrouw zijn. Zou zij nog leven en kunnen genieten van haar wereldse bestaan of zit zij als vele anderen achter de geraniums weg te kwijnen in woord en daad in de vergetelheid en de schaduw van de wereld, al dan niet in de kou.

Ik hoor ondertussen het geknal van vuurwerk waar de politie ook moet handhaven. Ziekte in de vorm van een hersenbloeding dat overkomt je. Vuurwerk daar kies je voor. Vele verontruste telefoontjes hebben de politie bereikt om Nederland vuurwerk rustig te houden tot de klapper van Nieuwjaar 2015. Dieren kiezen niet voor knallen en vuurwerkrampen.

Ik wens u fijne dagen, gezondheid en bezinning over wat werkelijk telt!


vrijdag 19 december 2014

Leiderschap en veranderingen



De blog  "De nieuwe kleren van de keizer" http://t.co/j1MYPLrpdF van prof. A.B.Hoogenboom zet mij aan het denken en brengt mij terug in herinnering aan mijn bijdrage in "Politie blauw" van 2013.

Mijn blog hieronder weergegeven, is nog steeds actueel te noemen, vreemd nietwaar.   

Mijn blog dan: De onderwerpen, interviews en items in het januarinummer 2013 van Blauw zijn interessant. Mijn aandacht wordt vooral getrokken naar het interview met de minister van Veiligheid en Justitie.

Waarin de minister al snel bekent dat hij niet de baas van de politie is, maar dat dit verankerd is in de driehoek van politie, openbaar ministeries en de burgemeesters in Nederland. Meteen wordt ingegaan op tal van vraagstukken die de politie aangaan.

Er wordt echter niet gerept over het conflict met de vakbonden. De bonden zien in aanleg naar 1 januari 2013 geen heil meer in overleg met de minister. Ik begrijp de vakbonden en ik ben blij dat ze inmiddels weer het overleg hebben hervat met de minister. Ik vind het volstrekt onjuist om sociaal statutaire zaken in eerste aanleg top-down te bepalen en dan in principe/feitelijk terugkomen op deze sociale menselijke aspecten. In verband met tegenwerking door de vakbonden. Zoals de reorganisatie, omvorming en aanscherping tot nationale politie. Echter politiewerk is mensenwerk en het kan niet zo zijn dat zaken die tientallen jaren op een bepaalde manier moesten worden uitgevoerd nu abrupt en geheel worden gestript en volledig worden afgebroken.

* De bureaucratie wordt niet voldoende assertief aangepakt doordat er tal van zaken weer ongevraagd volgens opdrachten bijkomen. Voorbeeld ID-zuil en extra werk dat iedere dag weer aan casescreening wordt opgedragen. Het openbaar ministerie blijkt in het kielzog van casescreening ook een onuitputtelijke bron van extra werk in lopende zaken. Het is maar de vraag of deze extra’s steeds maar weer het verschil kunnen maken in rechtszaken, waarin de rechter uiteindelijk beslist en uitspraak doet.

* Respect en geweld tegen politie is een onderwerp dat elk politiemens in Nederland aan het hart gaat. Zware strafeisen door het openbaar ministerie zijn een maatstaf maar geen enkele garantie. De rechter spreekt onafhankelijk zijn of haar oordeel uit. Daar wringt nu juist de schoen in geweldzaken. Ik denk zelf dat met betrekking tot uitspraken winst te behalen is. Wetgeving moet aangescherpt en voldoende duidelijk worden, opdat de rechter zijn werk eenduidiger kan doen. De mitsen en maren, zeg maar de psychische- en persoonsaspecten mogen wel meewegen. Maar is het noodzakelijk om deze aspecten altijd zo zwaar te laten meewegen, vraag ik mij af. Het publieke oordeel mag toch ook meetellen! Misschien jury rechtspraak!

* De minister oppert voorts dat er in het kader van geweld tegen politie een opdracht komt waarin de drie componenten van professionele weerbaarheid worden versterkt. Deze mentale krachttraining wordt ingepast en tot 2014 wordt iedere politieman/vrouw op straat hierin getraind. Ik heb deze training doorlopen en ben maar wat blij hierover. Echter een opschaling met 32 uur IBT per jaar is en blijft een druppel op een gloeiende plaat. Gestreefd moet worden naar wekelijkse conditionering in tal van zelfverdediging aspecten. Ik weet ook dat dit niet haalbaar zal zijn. Ik zou het alleen jammer vinden als politiemensen denken dat 64 uren oefenen per jaar voldoende is om de mentale weerbaarheid tot algemeen aanvaardbaar peil op te kunnen schroeven. Ik vraag mij bovendien af waar die 64 uur per politiemens op straat, vandaan moeten komen. Dit zal de normale werkdruk van de politiemensen in kwestie verder onder zware mentale- en lichamelijke druk zetten.

* De professionele ruimte moet verder uitgebreid worden. Dit betekent ook buiten de lijntjes kleuren als de situatie zulks rechtvaardigt. Als voorbeeld: we schoppen toch een deur in krachtens het nieuwe artikel 3 van de politiewet (hulp te verlenen waar nodig en erger te voorkomen) als iemand in nood is. Dit proces moet voortvarend en ondubbelzinnig worden weggezet in de nieuwe werkwijze en aanpak van de nationale politie. Dat is toch operationeel leiderschap waar het om draait vanaf vandaag. Dus hoofdzaken aanpakken en niet met een kanon op een mug schieten in de bijzaken die ons in de weg blijven staan en achtervolgen.

* Politioneel draagvlak en uitvoering wordt hierdoor eenduidiger, beter en professioneler. Ik weet zeker dat politiemensen op straat verkregen opdrachten niet - zonder zelf na te denken - invullen zonder daarbij persoonlijk vakmanschap en ervaringen, hiernaast te plaatsen. Voor politiewerk is eigenlijk geen standaardisering mogelijk.

Wel wettelijke aspecten en politioneel optreden in het publieke domein in navolging van de bepalingen van de politiewet. Maar continu bevestigen uitzonderingen op de regel de ongewenste feitelijkheden. Dan gaan politiemensen uiteindelijk interpreteren en vertalen wat van hogerhand gecommandeerd is. Politiemensen zijn pragmatisch, maar geen robots die ongevraagd uitvoeren wat aan hen is opgedragen. Zonder ook maar persoonlijk een Touch hieraan toe te voegen.

Vele van de huidige wetten zijn onwerkbaar in vooral uitvoering en handhaving. Een en ander staat loodrecht op de frase dat iedereen de wet behoort te kennen.

* Inderdaad is het hoog tijd dat de politieleiding leiding gaat geven en niet meer van achter het bureau bepalend is voor de aanpak op straat. De leiding zal bruggen slaan naar de politiemensen en samen zal beheer en uitvoering bij de politie sterker ondersteund worden ten faveure van het politiewerk op straat en de bestrijding van de criminaliteit. Wij allen, de leiding meegerekend, zullen ook samen opnieuw opgevoed moeten worden met de importantie van geweld en politiewerk onder verzwarende omstandigheden op straat. Dus korte en heldere lijnen moeten een her-start vormen in de kielzog van de uitvoering Nationale politie. Dat betekent dat ieder politiemens deze handschoen kan, mag en moet oppakken. Daar worden we met zijn allen beter van. Het vertrouwen vooral op straat zal door nieuwe aanpak sterk groeien.

Uiteindelijk moeten de burgers meer omarmd worden in politiezaken. Daarbij vooral als informatiegever. De burger mag echter geen gevaar lopen fysiek, mentaal dan wel het bekend worden van diens identiteit. Dit moet steeds meer en beter gewaarborgd gaan worden in community policing vanaf afgelopen 1 januari 2013!

PS: We zijn nu bijna 2 jaar verder en er is nog steeds weerstand tegen de voorgenomen politieke plannen van de vorming tot Nationale politie. De korpschef -onder auspiciën van de politiek- gaat aanstaande januari 2015 in overleg met de bonden en de COR politie. Ik ben benieuwd, u toch ook?



vrijdag 5 december 2014

Straatroof op 13 jarige

Altijd ben ik gewend om mijn politiewerk te verdelen in wijkwerk en incidentenafhandelingen. Afgelopen dinsdag middag mag of moet ik de voor mij geplande intake dienst doen. 

Een aantal intake collega’s zijn uitgevallen om varia redenen dus wordt uit politie blauw de leegte opgevuld. Geen probleem alhoewel ook daar de rek bijna eruit is. Ik zal merken dat hulpverlening ook van achter een bureaustoel heel goed kan werken.

Ik begin al snel met een breed scala aan problemen die de mensen komen uitstorten uit frustratie, nood, hoop op beter en op advies van derden. De problemen liggen te vaak op het civiele vlak. Als je dan geen krimp geeft dan komen de problemen van zelf overwaaien naar het strafrechtelijke vlak. Ik geef dus welgemeende adviezen en doe mijn stinkende best. De minuten en de uren tikken in een rap tempo aan mij voorbij. Er heerst een flinke druk op de ketel zonder pauze. Buiten op straat pakken donkere wolken zich samen en doen sommige mensen vreselijke criminele dingen.

Dan komt er iemand een geldboete betalen die ik moet innen alsof ik een bankmedewerker ben. De bureaucratie steekt mij hierbij een grote spaak in mijn spreekwoordelijk wiel, maar het is niet anders. Dit soort werk zou veel makkelijker moeten kunnen. Op het moment dat ik de boete aan het innen ben van een ambtshalve goede bekende, komt er een moeder met haar zoontje van 13 aan de balie. 

Mijn collega die de receptie als een Florence Nightingale beteugelt, staat hen te woord. Vanuit mijn plek heb ik zicht op de balie en krijg een heel klein beetje mee van dit verhaal, want ik zit met die geldboete afhandeling te frunniken. De collega van de receptie gaat meteen over tot actie. Ik krijg uit een ooghoek mee dat er iets ergs aan de hand is. De collega komt naar me toe en ik begin over die geldboete en de afhandeling. 

Zij neemt dit aapje meteen van mijn schouder en tegelijkertijd stort zij in een ware spraakwaterval de casus van dit jongetje van dertien jaar, over mij uit. Trading places dus.  Ik kom meteen in actie. Welke actie dan? Ik neem beiden meteen mee in mijn spreek hok want meer is het niet en beluister dat het incident al 1,5 uur geleden gebeurd is. De boeven zijn reeds over alle bergen en dalen. De moeder is beduusd en het jongetje oogt aangeslagen. Geen wonder want het is heel erg wat hem overkomen is. Ik kom hier zo op terug.

Ik probeer beiden gerust te stellen door het verhaal te laten doen. Ik luister eerst en even later begin ik te typen. Echter ook hij is een spraakwaterval en ik kan hem bijna niet bijhouden. Het toetsenbord krijgt er ongenadig van langs van mijn twee wijsvingers. Het jongetje vertelt ronduit en ik laat hem zijn verhaal vertellen. Dat lijkt me voor hem op dit moment de beste remedie tegen een eventueel opgelopen trauma. Ook blijkt uit de staart van zijn aangifte dat hij oog blijft houden voor zijn omgeving en de veiligheid van anderen. De moeder oogt steeds meer verschrokken over wat met haar kind nog meer had kunnen gebeuren, triest. 

Dit ventje vertelt mij dat hij van school naar huis is gefietst omstreeks 16.00 uur. Vanuit het centrum gaat zijn route ietsjes berg op en wordt de bebouwing minder en minder. Dan komt hij in een veld achtige omgeving die ’s zomers mooi en fleurig oogt maar nu door de herfstperiode met weinig daglicht nogal guur en nat is.

Op een kruising op zijn thuisroute doemt plots een onbekend persoon op die hem de weg afsnijdt waardoor hij moet afstappen. Dan wordt er een pistool of een dergelijk voorwerp op hem gericht en gericht gehouden voor de hele duur van de overval. Een tweede persoon staat iets verderop, ook al met een dergelijk wapen in zijn handen. De jongen wordt gedwongen om zijn beurs af te geven met inhoud. Van de inhoud van zijn beurs kun je nog geen blikje limonade kopen. Hij blijft bang, bedeesd maar ook rustig ten opzichte van zijn overvaller. Van thuis uit heeft dit jongetje goede manieren meegekregen tijdens zijn relaas heeft hij geen enkele keer gevloekt of gescholden. Zelfs tegenover mij blijft hij rustig praten over de overvallers. Hij heeft zijn emoties nog steeds in bedwang.

Hij heeft geen telefoon bij zich want die was hij deze sowieso kwijtgeraakt aan zijn overvallers. Na de overval moet hij van zijn overvaller omdraaien en richting stadscentrum terug fietsen. De daders verdwijnen uit zijn zicht mogelijk de iets verderop gelegen woonbuurt in.

Er naderen op dat moment twee fietsers. Hij waarschuwt beiden over wat hem zojuist overkomen is, een oudere man gelooft niet dat hij is overvallen en zegt van ja, dat zal wel! Een meisje neemt zijn waarschuwing dankbaar aan. 

Vervolgens gaat hij naar een adres waar hij mag bellen en waar zijn moeder hem afhaalt. Aan het bureau nemen we de zaak heel serieus en regel ik slachtofferhulp voor hem en ook zijn ernstig geschrokken moeder. In dit gezin zal deze avond mogelijk wel een kaarsje opgestoken worden. Hun kind is gelukkig ongedeerd gebleven maar voor hetzelfde geld had dit allemaal zo veel gewelddadiger kunnen aflopen.

Het onderzoek loopt nog. Hopelijk komt er snel schot in de zaak en kunnen we de overvallers oppakken. Ik denk dan weer aan die twee naderende fietsers van wie een dit manneke niet op zijn woorden gelooft dat hij is overvallen en bovendien zijn waarschuwing meteen in de wind slaat!

Onder buurtparticipatie en naastenhulp versta ik toch iets anders. Zeer zeker in de advent periode voor de kerst.

Tijdens mijn intake dienst mag ik nog een paar keer onoverkomelijke problemen oplossen dan wel adviseren. Kennelijk is dit ander soort dan politiewerk toch onze core business geworden. Terwijl ik op mijn beurt later in de nacht naar huis fiets denk ik nog even aan die laffe overval op een kind met een vuurwapen. En aan de intake-rs die elke dag opnieuw vol aan de bak moeten om de voorgeschotelde ellende steeds maar weer moeten verhapstukken.

Op straat zie ik de maatschappij in een rap tempo verharden en wordt het er niet makkelijker op om het positieve verschil als politie te blijven maken. Het politionele werkterrein is grijs, rotsachtig en ongekend ruw, alle protocollen, afspraken en regels ten spijt.

Van mijn intake dienst kan ik deze middag stellen dat de politie zich veel bezig houdt met tal van zaken. Casussen en zaken zijn vaak niet des politie maar we zijn wel 24-7 aanspreekbaar en meteen bereikbaar al is het via 112. Al is het alleen maar voor de eerste opvang van dit groeiend leger van gedupeerden.

Ik hoop dat we de daders snel kunnen oppakken. De krant en de sociale media hebben al bericht over deze straatroof.