Translate

vrijdag 19 december 2014

Leiderschap en veranderingen



De blog  "De nieuwe kleren van de keizer" http://t.co/j1MYPLrpdF van prof. A.B.Hoogenboom zet mij aan het denken en brengt mij terug in herinnering aan mijn bijdrage in "Politie blauw" van 2013.

Mijn blog hieronder weergegeven, is nog steeds actueel te noemen, vreemd nietwaar.   

Mijn blog dan: De onderwerpen, interviews en items in het januarinummer 2013 van Blauw zijn interessant. Mijn aandacht wordt vooral getrokken naar het interview met de minister van Veiligheid en Justitie.

Waarin de minister al snel bekent dat hij niet de baas van de politie is, maar dat dit verankerd is in de driehoek van politie, openbaar ministeries en de burgemeesters in Nederland. Meteen wordt ingegaan op tal van vraagstukken die de politie aangaan.

Er wordt echter niet gerept over het conflict met de vakbonden. De bonden zien in aanleg naar 1 januari 2013 geen heil meer in overleg met de minister. Ik begrijp de vakbonden en ik ben blij dat ze inmiddels weer het overleg hebben hervat met de minister. Ik vind het volstrekt onjuist om sociaal statutaire zaken in eerste aanleg top-down te bepalen en dan in principe/feitelijk terugkomen op deze sociale menselijke aspecten. In verband met tegenwerking door de vakbonden. Zoals de reorganisatie, omvorming en aanscherping tot nationale politie. Echter politiewerk is mensenwerk en het kan niet zo zijn dat zaken die tientallen jaren op een bepaalde manier moesten worden uitgevoerd nu abrupt en geheel worden gestript en volledig worden afgebroken.

* De bureaucratie wordt niet voldoende assertief aangepakt doordat er tal van zaken weer ongevraagd volgens opdrachten bijkomen. Voorbeeld ID-zuil en extra werk dat iedere dag weer aan casescreening wordt opgedragen. Het openbaar ministerie blijkt in het kielzog van casescreening ook een onuitputtelijke bron van extra werk in lopende zaken. Het is maar de vraag of deze extra’s steeds maar weer het verschil kunnen maken in rechtszaken, waarin de rechter uiteindelijk beslist en uitspraak doet.

* Respect en geweld tegen politie is een onderwerp dat elk politiemens in Nederland aan het hart gaat. Zware strafeisen door het openbaar ministerie zijn een maatstaf maar geen enkele garantie. De rechter spreekt onafhankelijk zijn of haar oordeel uit. Daar wringt nu juist de schoen in geweldzaken. Ik denk zelf dat met betrekking tot uitspraken winst te behalen is. Wetgeving moet aangescherpt en voldoende duidelijk worden, opdat de rechter zijn werk eenduidiger kan doen. De mitsen en maren, zeg maar de psychische- en persoonsaspecten mogen wel meewegen. Maar is het noodzakelijk om deze aspecten altijd zo zwaar te laten meewegen, vraag ik mij af. Het publieke oordeel mag toch ook meetellen! Misschien jury rechtspraak!

* De minister oppert voorts dat er in het kader van geweld tegen politie een opdracht komt waarin de drie componenten van professionele weerbaarheid worden versterkt. Deze mentale krachttraining wordt ingepast en tot 2014 wordt iedere politieman/vrouw op straat hierin getraind. Ik heb deze training doorlopen en ben maar wat blij hierover. Echter een opschaling met 32 uur IBT per jaar is en blijft een druppel op een gloeiende plaat. Gestreefd moet worden naar wekelijkse conditionering in tal van zelfverdediging aspecten. Ik weet ook dat dit niet haalbaar zal zijn. Ik zou het alleen jammer vinden als politiemensen denken dat 64 uren oefenen per jaar voldoende is om de mentale weerbaarheid tot algemeen aanvaardbaar peil op te kunnen schroeven. Ik vraag mij bovendien af waar die 64 uur per politiemens op straat, vandaan moeten komen. Dit zal de normale werkdruk van de politiemensen in kwestie verder onder zware mentale- en lichamelijke druk zetten.

* De professionele ruimte moet verder uitgebreid worden. Dit betekent ook buiten de lijntjes kleuren als de situatie zulks rechtvaardigt. Als voorbeeld: we schoppen toch een deur in krachtens het nieuwe artikel 3 van de politiewet (hulp te verlenen waar nodig en erger te voorkomen) als iemand in nood is. Dit proces moet voortvarend en ondubbelzinnig worden weggezet in de nieuwe werkwijze en aanpak van de nationale politie. Dat is toch operationeel leiderschap waar het om draait vanaf vandaag. Dus hoofdzaken aanpakken en niet met een kanon op een mug schieten in de bijzaken die ons in de weg blijven staan en achtervolgen.

* Politioneel draagvlak en uitvoering wordt hierdoor eenduidiger, beter en professioneler. Ik weet zeker dat politiemensen op straat verkregen opdrachten niet - zonder zelf na te denken - invullen zonder daarbij persoonlijk vakmanschap en ervaringen, hiernaast te plaatsen. Voor politiewerk is eigenlijk geen standaardisering mogelijk.

Wel wettelijke aspecten en politioneel optreden in het publieke domein in navolging van de bepalingen van de politiewet. Maar continu bevestigen uitzonderingen op de regel de ongewenste feitelijkheden. Dan gaan politiemensen uiteindelijk interpreteren en vertalen wat van hogerhand gecommandeerd is. Politiemensen zijn pragmatisch, maar geen robots die ongevraagd uitvoeren wat aan hen is opgedragen. Zonder ook maar persoonlijk een Touch hieraan toe te voegen.

Vele van de huidige wetten zijn onwerkbaar in vooral uitvoering en handhaving. Een en ander staat loodrecht op de frase dat iedereen de wet behoort te kennen.

* Inderdaad is het hoog tijd dat de politieleiding leiding gaat geven en niet meer van achter het bureau bepalend is voor de aanpak op straat. De leiding zal bruggen slaan naar de politiemensen en samen zal beheer en uitvoering bij de politie sterker ondersteund worden ten faveure van het politiewerk op straat en de bestrijding van de criminaliteit. Wij allen, de leiding meegerekend, zullen ook samen opnieuw opgevoed moeten worden met de importantie van geweld en politiewerk onder verzwarende omstandigheden op straat. Dus korte en heldere lijnen moeten een her-start vormen in de kielzog van de uitvoering Nationale politie. Dat betekent dat ieder politiemens deze handschoen kan, mag en moet oppakken. Daar worden we met zijn allen beter van. Het vertrouwen vooral op straat zal door nieuwe aanpak sterk groeien.

Uiteindelijk moeten de burgers meer omarmd worden in politiezaken. Daarbij vooral als informatiegever. De burger mag echter geen gevaar lopen fysiek, mentaal dan wel het bekend worden van diens identiteit. Dit moet steeds meer en beter gewaarborgd gaan worden in community policing vanaf afgelopen 1 januari 2013!

PS: We zijn nu bijna 2 jaar verder en er is nog steeds weerstand tegen de voorgenomen politieke plannen van de vorming tot Nationale politie. De korpschef -onder auspiciën van de politiek- gaat aanstaande januari 2015 in overleg met de bonden en de COR politie. Ik ben benieuwd, u toch ook?



vrijdag 5 december 2014

Straatroof op 13 jarige

Altijd ben ik gewend om mijn politiewerk te verdelen in wijkwerk en incidentenafhandelingen. Afgelopen dinsdag middag mag of moet ik de voor mij geplande intake dienst doen. 

Een aantal intake collega’s zijn uitgevallen om varia redenen dus wordt uit politie blauw de leegte opgevuld. Geen probleem alhoewel ook daar de rek bijna eruit is. Ik zal merken dat hulpverlening ook van achter een bureaustoel heel goed kan werken.

Ik begin al snel met een breed scala aan problemen die de mensen komen uitstorten uit frustratie, nood, hoop op beter en op advies van derden. De problemen liggen te vaak op het civiele vlak. Als je dan geen krimp geeft dan komen de problemen van zelf overwaaien naar het strafrechtelijke vlak. Ik geef dus welgemeende adviezen en doe mijn stinkende best. De minuten en de uren tikken in een rap tempo aan mij voorbij. Er heerst een flinke druk op de ketel zonder pauze. Buiten op straat pakken donkere wolken zich samen en doen sommige mensen vreselijke criminele dingen.

Dan komt er iemand een geldboete betalen die ik moet innen alsof ik een bankmedewerker ben. De bureaucratie steekt mij hierbij een grote spaak in mijn spreekwoordelijk wiel, maar het is niet anders. Dit soort werk zou veel makkelijker moeten kunnen. Op het moment dat ik de boete aan het innen ben van een ambtshalve goede bekende, komt er een moeder met haar zoontje van 13 aan de balie. 

Mijn collega die de receptie als een Florence Nightingale beteugelt, staat hen te woord. Vanuit mijn plek heb ik zicht op de balie en krijg een heel klein beetje mee van dit verhaal, want ik zit met die geldboete afhandeling te frunniken. De collega van de receptie gaat meteen over tot actie. Ik krijg uit een ooghoek mee dat er iets ergs aan de hand is. De collega komt naar me toe en ik begin over die geldboete en de afhandeling. 

Zij neemt dit aapje meteen van mijn schouder en tegelijkertijd stort zij in een ware spraakwaterval de casus van dit jongetje van dertien jaar, over mij uit. Trading places dus.  Ik kom meteen in actie. Welke actie dan? Ik neem beiden meteen mee in mijn spreek hok want meer is het niet en beluister dat het incident al 1,5 uur geleden gebeurd is. De boeven zijn reeds over alle bergen en dalen. De moeder is beduusd en het jongetje oogt aangeslagen. Geen wonder want het is heel erg wat hem overkomen is. Ik kom hier zo op terug.

Ik probeer beiden gerust te stellen door het verhaal te laten doen. Ik luister eerst en even later begin ik te typen. Echter ook hij is een spraakwaterval en ik kan hem bijna niet bijhouden. Het toetsenbord krijgt er ongenadig van langs van mijn twee wijsvingers. Het jongetje vertelt ronduit en ik laat hem zijn verhaal vertellen. Dat lijkt me voor hem op dit moment de beste remedie tegen een eventueel opgelopen trauma. Ook blijkt uit de staart van zijn aangifte dat hij oog blijft houden voor zijn omgeving en de veiligheid van anderen. De moeder oogt steeds meer verschrokken over wat met haar kind nog meer had kunnen gebeuren, triest. 

Dit ventje vertelt mij dat hij van school naar huis is gefietst omstreeks 16.00 uur. Vanuit het centrum gaat zijn route ietsjes berg op en wordt de bebouwing minder en minder. Dan komt hij in een veld achtige omgeving die ’s zomers mooi en fleurig oogt maar nu door de herfstperiode met weinig daglicht nogal guur en nat is.

Op een kruising op zijn thuisroute doemt plots een onbekend persoon op die hem de weg afsnijdt waardoor hij moet afstappen. Dan wordt er een pistool of een dergelijk voorwerp op hem gericht en gericht gehouden voor de hele duur van de overval. Een tweede persoon staat iets verderop, ook al met een dergelijk wapen in zijn handen. De jongen wordt gedwongen om zijn beurs af te geven met inhoud. Van de inhoud van zijn beurs kun je nog geen blikje limonade kopen. Hij blijft bang, bedeesd maar ook rustig ten opzichte van zijn overvaller. Van thuis uit heeft dit jongetje goede manieren meegekregen tijdens zijn relaas heeft hij geen enkele keer gevloekt of gescholden. Zelfs tegenover mij blijft hij rustig praten over de overvallers. Hij heeft zijn emoties nog steeds in bedwang.

Hij heeft geen telefoon bij zich want die was hij deze sowieso kwijtgeraakt aan zijn overvallers. Na de overval moet hij van zijn overvaller omdraaien en richting stadscentrum terug fietsen. De daders verdwijnen uit zijn zicht mogelijk de iets verderop gelegen woonbuurt in.

Er naderen op dat moment twee fietsers. Hij waarschuwt beiden over wat hem zojuist overkomen is, een oudere man gelooft niet dat hij is overvallen en zegt van ja, dat zal wel! Een meisje neemt zijn waarschuwing dankbaar aan. 

Vervolgens gaat hij naar een adres waar hij mag bellen en waar zijn moeder hem afhaalt. Aan het bureau nemen we de zaak heel serieus en regel ik slachtofferhulp voor hem en ook zijn ernstig geschrokken moeder. In dit gezin zal deze avond mogelijk wel een kaarsje opgestoken worden. Hun kind is gelukkig ongedeerd gebleven maar voor hetzelfde geld had dit allemaal zo veel gewelddadiger kunnen aflopen.

Het onderzoek loopt nog. Hopelijk komt er snel schot in de zaak en kunnen we de overvallers oppakken. Ik denk dan weer aan die twee naderende fietsers van wie een dit manneke niet op zijn woorden gelooft dat hij is overvallen en bovendien zijn waarschuwing meteen in de wind slaat!

Onder buurtparticipatie en naastenhulp versta ik toch iets anders. Zeer zeker in de advent periode voor de kerst.

Tijdens mijn intake dienst mag ik nog een paar keer onoverkomelijke problemen oplossen dan wel adviseren. Kennelijk is dit ander soort dan politiewerk toch onze core business geworden. Terwijl ik op mijn beurt later in de nacht naar huis fiets denk ik nog even aan die laffe overval op een kind met een vuurwapen. En aan de intake-rs die elke dag opnieuw vol aan de bak moeten om de voorgeschotelde ellende steeds maar weer moeten verhapstukken.

Op straat zie ik de maatschappij in een rap tempo verharden en wordt het er niet makkelijker op om het positieve verschil als politie te blijven maken. Het politionele werkterrein is grijs, rotsachtig en ongekend ruw, alle protocollen, afspraken en regels ten spijt.

Van mijn intake dienst kan ik deze middag stellen dat de politie zich veel bezig houdt met tal van zaken. Casussen en zaken zijn vaak niet des politie maar we zijn wel 24-7 aanspreekbaar en meteen bereikbaar al is het via 112. Al is het alleen maar voor de eerste opvang van dit groeiend leger van gedupeerden.

Ik hoop dat we de daders snel kunnen oppakken. De krant en de sociale media hebben al bericht over deze straatroof.  

zaterdag 29 november 2014

Echo, een emotionele foto

Deze week heb ik dagdienst incidenten afhandeling. Ik neem diverse meldingen van uiteenlopende aard voor mijn rekening. Mijn collega is ziek dus ga ik als Han Solo op dienst. De meldkamer heeft mijn roepnummer 33.69. Vreemd want  mijn geluksnummer is gevoelsmatig nr 21. Dit nummer komt vrij vaak en paradoxaal op mijn levenspad. Altijd weer leuk, apart, komisch of doldriest. 

Alle wijkagenten bij de Nationale politie hebben tegenwoordig een eigen roepnummer. Daar zit de politionele bereikbaarheid in, het persoonlijk telefoonnummer en de wijk waar je waakzaam, dienstbaar en alert mag en moet zijn. De meldkamer heeft dan snel de betreffende gegevens in de plotting. Het getal 69 is een komisch getal vooral wanneer je dit uitspreekt in de Franse taal!

Ik meld de meldkamer dat ik (Han) solo ben en bereikbaar als de 33.69 voor datgene wat deze dag staat te gebeuren. Dat weet je dus nooit van tevoren, een van de charmes van mijn vak om vooraf niet weten wat en wanneer er iets te gebeuren staat. De politionele mallemolen draait deze dag als een tierelier. Af en toe valt er een actie voor mij af van de karrenvrachten met de meest vreemde meldingen.

Ik haal beelden op van vechtpartijen tussen vrouwen in nota bene een speelparadijs voor de kleintjes. Hey, wat is het rolmodel als volwassene hierin om op de vuist te gaan in het ogenlicht van de kleintjes! Ik rij naar de autosnelweg ivm pech -rook onder de motorkap de bestuurster heeft haar baby bij zich. Ze staan in de kou. Hulp is voor hen snel geboden. Rijkswaterstaat maakt een rood kruis op de rijstrook en de berger is snel aan het takelen. De baby blijft lekker warm. Ik vertrek weer als alles veilig en geregeld is. Altijd gevaarlijk, de autosnelweg. Sommige auto's zien de rode kruizen niet! en rijden toch op de afgesloten strook. Vandaag gaat het goed met de afwikkeling van dit pechgeval. 

Ik bel op diverse keren verspreid over mijn dagdienst met mensen i.v.m. onoverkomelijke sociaal maatschappelijke aangelegenheden. Hopelijk kan ik hierin iets voor hen betekenen. Ik werp mij op als de politionele rots in de branding, luister maar de mensen, verwijs en adviseer volwassenen in hun onderlinge verstandhoudingen en problemen. De zelfredzaamheid laat af en toe barsten zien. Zo onwijs groot, afhankelijk en gemakkelijk wil men omgaan met de eigen verantwoordingen door deze proberen af te schuiven richting politie en hulpverlening. Ik neem vandaag geen apen mee op mijn mouwen en het woord zelfredzaamheid zegt het al, zelf > redzaamheid!

Een melding van binnenuit (red; via het wijksecretariaat van politie) maakt dat ik in het naburig gebied op een adres intervenieer. Er is een brandkast gevonden in een beek. Ik rij naar dit adres. Bij navraag in de politionele systemen komen naam en adres van de benadeelde van een woninginbraak al snel naar voren.

De brandkast blijkt vol te zitten met papierkraam, oude Nederlandse munten, messen, een trouwboekjes en een foto. Ik bekijk op locatie het geheel aan gevonden spul. Het papier is doorweekt nat en topzwaar door de zogenaamde sponswerking van wateropname door het absorberende papier. Met uitzondering van een foto. Ik bekijk deze natte berg welke tentoon gespreid ligt op een ecru kleurige handdoek.

Plots valt mijn oog op een foto. In de Volksmond noemen we dit een echo, van een ongeboren menselijke vrucht.  De donkere grijsachtige contouren vormen een soort van wolk als zijnde een warme deken om een lichtend voorbeeld heen. Nota bene een heel klein fragiel mensje in wording. Vingers en tenen zijn compleet en ook de menselijke vorm en bijzonderheden. Een waar wonder.

Ik weet niet meer of het een meisje of een jongetje is. Ik denk bij mezelf, dit is het meest waardevolle bezit uit de gestolen brandkast.

De foto is niet nat terwijl deze samen met de andere papieren in het water heeft gelegen. De foto is gaaf, ongekreukt, glad en kennelijk gewapend tegen de weersinvloeden. De ongeboren vrucht drijft, vlot of zwemt in de baarmoeder sappen met aan zijn buikingang de befaamde navel-snorkel.

De inbraak heeft niet ver uit de buurt plaatsgevonden. Ik bel de benadeelden en maak een afspraak voor het retour brengen van hun spullen. In twee plastic tassen tors ik de inhoud met me mee en breng deze meteen terug. Het zou zomaar belangrijk kunnen zijn.

Gearriveerd bij de benadeelden, overhandig ik hen de gevonden eigendommen. De man ziet allerlei zaken die van hem zijn, waarvan hij zich niet eens meer realiseert dat hij deze bezittingen vermist. De vrouw kijkt naar de natte papieren berg en haalt linea recta de echo-foto er tussenuit en kijkt er weemoedig naar.

De materiële berg aan gevonden spullen lijkt haar sowieso niet te interesseren. Gebiologeerd kijkt zij naar de fragiele echo foto die zij warm in haar handen vasthoudt. Ik zeg tegen haar van; gelukkig heeft u die foto terug. Ja, zegt ze -kijkt me aan- het kind heeft de geboorte niet gehaald. Deze foto is alles wat ik nog heb. 

Even later neem ik afscheid van dit gezin. Deze middag krijg ik nog tal van banale zaken voor mijn rekening die ik mag afwerken.  

Ik merk dat de wereld nog steeds doordraait en dat ik hier nog steeds deel van mag uitmaken.



zondag 16 november 2014

Mijn fiets is gestolen


Fietsers begrijpen elkaar.

Leuke quote om mee te beginnen. Want fietsers en dieven hebben een ding gemeen. Ze fietsen allebei als een wervelwind. De een voor zijn plezier en de ander om de gestolen fiets te verdonkeremanen. 

Er wordt tegenwoordig veel voor gewaarschuwd. Van afsluiten tot bewaakt stallen. En dan zal je net zien dat je lieflijke tweewieler gestolen wordt op en moment dat het niet uitkomt. 



Je persoonlijke levenssfeer loopt een gigantische mentale deuk op. Net als de slogan van de belastingdienst hanteert de politie er ook een. Doe maar aangifte per internet lekker van thuis uit.  

Ik zal twee door de eigenaars teruggevonden fietsen memoreren maar ook het rechtsgevoel op internet en facebook dat gehakt maakt van het politie optreden. Maar is dat rechtsgevoel wel terecht!

Casus 1; Een paar weken geleden mocht ik intake doen. Niet mogen maar moeten is hier het credo. 3 intake collega’s hebben de overstap gemaakt en mogen zich voor 3 jaar politiestudent noemen. Dat betekent plaatsvervulling bij de afdeling intake. Allemaal dragen we ons steentje bij dus ook ik, op mijn beurt. Dan komt er een gedupeerde aangever naar het bureau die zijn fiets herkent. De fiets staat gestald met een super slot dicht bij het bureau bij een fietsenstalling. 

Het sterke slot wil ik even benadrukken houdt een ware Sherman tank onder commando. Zeer sterk staal en slot. Een nagenoeg onverbrekelijk geheel. De brandweer komt mij te hulp en uiteindelijk met veel moeite en poespas wordt het slot op pneumatische wijze geopend. De fiets gaat uiteindelijk terug naar de rechtmatige eigenaar. Ik maak een melding op facebook.

De guillotine gedachten van sommige lezers op fb zijn meedogenloos hard. Anderen zijn blij voor de gedupeerde. Politie diensten liggen onder druk en net op het moment dat er geïnvesteerd moet worden naar de fietsendieven deze avond is de koek op en moeten we, in casu ik, roeien met de riemen die ik heb. Ik heb geen back-up en met geen mogelijkheid kan er gepost worden tot het moment suprême dat de dader zijn olifantenslot opent. Jammer maar het is niet anders. 

De publieke opinie is helaas snijhard! Onterecht vind ik weliswaar maar het is ook hier niet anders. Facebook is een forum dat af en toe platgewalst wordt door emoties zonder hoor, wederhoor en begrip.

Ik vind zelf dat ik samen met mijn collega´s zo goed als mogelijk heb gekozen uit de ter beschikking staande middelen. De eigenaar is zielsblij dat het voor haar deze keer goed afgelopen is en zij haar fiets terug heeft.

Casus2; Ik heb incidentenafhandeling met collega Roy. S ’avonds komt een gedupeerde naar het bureau. Hij maakt melding dat zijn gestolen fiets op marktplaats staat. In een onbewaakt moment werd de fiets die onaf gesloten stond, gestolen. Berouw komt na de zonde zullen we maar zeggen. 

De gedupeerde heeft een vrij beperkte mening om zijn fiets terug te halen. Zonder zijn inmenging moet de politie alles uit de kast toveren om zijn vervoermiddel terug te halen. Hij heeft wel kenmerken van de fiets en op zijn blauwe ogen wil ik hem best wel geloven, zo ook collega Roy.  We overleggen met onze leidinggevende. Deze is positief en we worden even vrijgemaakt voor deze casus. Mooi zo. Als we maar boeven vangen of helers. Het liefst helers want zonder helers heb je namelijk geen stelers, toch!

We vertellen de aangever dat wij van hem ook een inspanningsverplichting verwachten. Naar de fiets gaan kijken en dan als hij ervan overtuigd is, kan hij het ons laten weten. Dan zullen wij de dief in de boeien slaan. 

De gedupeerde eigenaar wil dit eigenlijk niet maar toch gaat hij uiteindelijk naar de fiets kijken bij de steler of heler op een adres in ons bewakingsgebied. Zo gezegd zo gedaan. Wij zijn uiteraard als back-up meegereden. De gedupeerde aangever gaat bij de steler of heler kijken en licht ons na dit bezoek in. Het blijkt zijn fiets te zijn. 

Het appartementencomplex met huisnummer is Roy en mij dan al bekend. We kloppen aan. De heler of steler doet de toegangsdeur open en kijkt erg verrast in de ogen van de Hermandad boys Roy en ik. 
Dat had hij duidelijk niet verwacht. De fiets staat in de gemeenschappelijke gang. De steler of heler wordt aangehouden, in de boeien geslagen en meegenomen naar het politiebureau. Hij komt deze nacht niet meer thuis maar mag verblijven in hotel politie op zijn verhoor, de volgende ochtend.  

De fiets gaat de volgende dag terug naar de gedupeerde aangever. De dief heeft reeds afstand getekend. De gedupeerde is blij met het politie optreden en bedankt ons van harte.

Aangifte doen en het noteren van bijzondere kenmerken heeft wel veel nut. Vooral als achteraf de vergelijking wordt gemaakt en de bijzondere kenmerken blijken te kloppen.  

Kopen op marktplaats is leuk, snel, goedkoop maar geen garantie dat het te kopen item legaal is. In het geval van fietsen geldt legaal kopen alleen maar bij de geregistreerde fietsenhandelaar.
Bovenstaande casussen geven een klein aspect weer van de moeilijkheidsgraad waar de politie binnen haar bevoegdheden mee te kampen heeft.

Bij diefstal van goederen, eigendommen en dit geval van fietsen is het niet gemakkelijk. De wetgever gaat er met de kaasschaaf overheen. De politie mag slechts optreden indien zij bevoegd is. Weet dit wanneer valse verwachtingen het proces bemoeilijken. Er zijn nog veel andere mogelijkheden en casussen denkbaar waarin de politie het verschil jammer genoeg niet kan maken.

Elke fietsendiefstal en- aanbieding van een gestolen fiets staat op zich en behoeft zeer grondige screening, vooraleer de politie iets kan en mag betekenen.

Deze keer hebben we twee gedupeerde aangevers blij kunnen maken. In veel gevallen zal het niet lukken door van alles dat het politiewerk en haar bevoegdheden tegenzit.

PS: in de fouillering van de aangehouden fietsendief zaten nog de twee lampjes die bij de fiets uit casus 2, hoorden.  


maandag 10 november 2014

De verzorgingsstaat voor ouderen

Een rustige zondag dagdienst zonder spoken op de weg! De dienst staat gepland voor incidenten afhandeling. De werkzaamheden beginnen met administratie, een kopje koffie en de sociale media. U kent het wel. Er zijn nog geen meldingen, waardoor ik rustig aan het bureau mijn gang kan gaan.

Plots komt de meldkamer met een bericht i.v.m. een oude verwarde mevrouw. Zij is nota bene aangelopen in een verzorgingstehuis waar zij niet thuishoort! Of wij daar even poolshoogte kunnen gaan nemen. Poolshoogte nemen is in veel gevallen de zelfredzaamheid overnemen en alles rondom personen of zaken afdoende te regelen en waterdicht af te kitten. In onderstaand relaas blijkt dat wij dat met de beste wil en inzet, niet altijd kunnen. In onderstaande melodramatische casus helaas niet.

Het betreffende verzorgingstehuis ligt in ons bewakingsgebied. Dicht in de buurt zijn er nog soortgelijke ondernemingen t.b.v. het tanende AOW Nederland.

Peter en ik gaan naar de opgegeven locatie waar we een oud omaatje van 83 lentes aantreffen. Zij is van het type knuffel oma. Zij heeft geen kinderen, blijkt ons achteraf. De oma zit in de gemeenschappelijke zaal met bij haar vaste maatje door regen en wind, de ijzeren solide doofstomme rollator on wheels.

In dit verzorgingstehuis lopen naar schatting, een tiental personeelsleden rond. In de zalen zitten, meerdere oudjes. Zij lijken samen te socialiseren maar velen onder hen voelen zich toch wel alleen in deze grijze menigte. Soms hebben ze een beetje aanspraak onder elkaar of er komt een sporadisch familielid langs. Dit alles in het kader van een wel of niet moreel verplicht nummertje i.v.m. een mogelijke erfenis.

Het enige telefoonnummer dat men vanuit de betreffende verzorginstelling kan bereiken is 0900-8844. Oftewel de politie locale! Niemand heeft op dit moment de helderheid van geest om eens rond te bellen naar de omliggende verzorging- annex bejaardentehuizen. Op de rollator staat ook nog haar adres! Om haar nek heeft ze een zogenaamde alarmknop. Al met al had men dit geheel vakkundig en zelfstandig zonder de interventie van politie locale, afgekund.

Vreemd, dat op het moment dat wij in uniform in volle glorie ten tonele verschijnen dat een iemand van de verzorging plotseling begint ”rond” te bellen. Wel pas na een verhelderingsvraag van mij. Dan blijkt dat dit knuffel-omaatje op bepaalde dagen dag opvang  geniet. Weliswaar 2 straten verderop in een verzorgingsinstelling, maar dan toch. Ook met deze belangrijke informatie is de wedstrijd nog steeds niet gewonnen!

Vreemd. Het is dus aan de politie om omaatje mee te nemen en te gaan zorgen voor opvang, onderkomen, hulp of wat nog meer nodig is. Ook vreemd dat de politie –naar mijn idee- meer dienstverlenend bezig was dan de feitelijke zorginstanties. De rollator wordt ingeklapt en met oma rijden Peter en ik naar de betreffende dagopvang instantie.

Daar heeft men zowaar een contactpersoon. Goh, dat had toch in eerste instantie ook telefonisch doorgegeven kunnen worden, maar ja het is niet anders. Daar hoeft oma niet voor in de kou komen te zitten. Alles kump good! Een gevleugelde spreuk in het Limburgs dialect.

Ik heb vervolgens met de contactpersoon in kwestie - familielid - gebeld. Hij woont te ver af voor bezoekjes bij tante. Dus hij heeft niet of nauwelijks contact met haar. Hij deelt mede dat wij haar rustig thuis kunnen brengen en afzetten. Vermoedelijk valt bij het omaatje " het kwartje “ in de zin van; dan vallen weer alle puzzelstukjes op de juiste plaats. Gelooft u het? Ik, in ieder geval niet. Niemand kan op deze dag des Heren bereikt worden voor daadwerkelijke nazorg.

Oma woont nog op het adres dat nota bene geplakt is op haar rollator. (Wie haar vind mag haar terugbrengen). Dit soort zorg op afstand baart mij ernstige zorgen, dat mag u best weten. Duidelijker en afstandelijker kan bijna niet. Wanneer je kunt lezen tenminste, of helpen!

Haar thuis afzettende komen meteen de buren op ons afgelopen. Zij maken zich beiden ernstig zorgen. Het gesprek gaat meteen in de trant van; is ze alweer weggelopen, waar moet dat heen, dit kan toch niet. en dergelijke bewoordingen. De oude buurman heeft vorige week bij haar het gasfornuis dichtgedraaid en afgesloten, omdat dit aanstond. Het is maar afwachten op een ongeluk (binnenbrand). Zij loopt ook heel vaak doelloos en verloren over straat, vertelt deze nestor.  

In de woning rondgekeken blijkt dat het er allemaal bijzonder netjes uitziet. Met de nadruk op bijzonder.

Geheel tegen ons gevoel in hebben ook wij, oma in haar woning achtergelaten. Wij hebben haar gevraagd om binnen te blijven en niet te verdwalen buiten op straat.

Zij zwaait ons bij het afscheid super vriendelijk uit en is kennelijk heel tevreden over de politie als zij ons als zodanig herkent. U en ik weten dat zulks geen oplossing biedt. Als mensen niet meer voor zichzelf kunnen zorgen door dementie in welke mate dan ook dan moet er iets geregeld kunnen worden. Zij heeft vooral een veilige woonplek nodig en een structurele vorm van toezicht. Haar lange termijn geheugen is nog goed, zij praat dan ook graag over vroeger. Zij benoemt een aantal levenservaringen. Echter van het heden en het nu heeft zij geen enkel benul.

De spreekwoordelijke vraagtekens staan dof in haar ogen gebeiteld. Een vraag om even te stoppen of om haar eigen tas vast te houden, begrijpt zij niet meer. Zij is wel de meest vriendelijke vrouw van Nederland, dat laatste kunnen mijn collega Peter en ik u verzekeren. Een dergelijk lief oude omaatje verdient een veilige warme en sociale plek in de samenleving, laat dat overduidelijk zijn. Echter deze sociale zekerheid kan kennelijk niemand meer bieden op de dag van vandaag. Dan kijk ik toch met grote argusogen van onbegrip, richting politiek.

Mijn schrikbeeld van de toekomst in Nederland en de ouderenzorg. De zorg wordt uitgekiend en kostenbesparend gepland via grafieken en cijfers. Kil zonder emotie, volhardend en sterk bezuinigend.

Ik heb ons computersysteem getuige gemaakt van deze interventie. Verder heb ik gevraagd voor hulp voor deze lieve knuffel oma.

De fictieve werkelijkheid in mijn beleving is dat ik of een van mijn collega's de ronddolende oma moeten gaan zoeken als zij weer eens de weg kwijt is. Letterlijk of figuurlijk. Om haar naar een veilige plek te brengen. Een ongeluk loert op iedere stap die zij maakt.


Al we bij oma wegrijden –en zij ons heel hartelijk uitzwaait- valt mij haar huisnummer op, 13.

woensdag 29 oktober 2014

5 cent

Het zijn de kleine dingen die het doen, toch!

Op de middagdienst ben ik op pad met collega Anneke J. We zijn belast met de incidentenafhandeling. Dit is een officiële term voor het politie straatwerk en alle meldingen die in ons vizier komen en waarop geïnvesteerd dient te worden. De atmosferische omstandigheden deze middag zijn divers, van bar naar boos en van droog naar erg nat tot sfeerloos bedompt. Op straat zijn weinig verkeersbewegingen en plenzen de regendruppels er vrolijk op los in een onregelmatige repeterende beat op het asfalt. Zij veroorzaken daarbij vrolijke dansende spatjes op het wegdek. Toch nog een blij en humoristisch aspect voor het oog van degene die dit wil zien.

Deze middag zijn er nogal wat aanhoudingen waar Anneke en ik ons aandeel aan leveren door de verdachten van insluipingen in een woning te transporteren, in te boeken, fotograferen, het nemen van vingerafdrukken en verdere bureaucratische handelingen. Kortom dienstbaarheid en collegialiteit richting bureaucratie. Alles moet namelijk wettelijk verantwoord worden.

Ook geeft de meldkamer ons op enig moment deze middag een inbraakmelding door en draagt ons het opsporingsonderzoek op. Dan blijkt op de plaats van delict dat de bewoonster ernstig is gedupeerd door de inbraak maar ook vele groeven op haar ziel heeft opgelopen in haar tot nog toe prille leven. De trieste weerslag op haar wanordelijke huiselijke woonomgeving is helaas een feit!

Om 20.00 uur klatert de regen nog steeds op repeterende basis tegen de voorruit van onze swat-car. De meldkamer stuurt ons net na de reguliere sluitingstijd naar een winkel waar zojuist een winkeldiefstal gepleegd werd en de dief is opgepakt door de bedrijfsbeveiliging.

Wij gaan meteen naar de betreffende locatie en worden uiteindelijk door de verbaasde vakkenvullers
binnengelaten. In de winkel blijkt dat een man die reeds onder observatie ligt wegens eerdere verdachte bezoeken aan de winkel toch de wet overtreden heeft. De alertheid rondom zijn persoon is dus danig opgeschroefd. De man gedraagt zich vreemd en is na de kassa te zijn gepasseerd, gecontroleerd door de bedrijfsbeveiliging. Dan blijkt dat hij niet alle boodschappen heeft afgerekend.

In zijn sok heeft hij een groot half liter blik gerstenat verstopt en wilde dit niet afrekenen. Waarom? Daar kom ik nog op. De geheime sokken bergplaats wordt dus ontdekt door de bedrijfsspeurders. De gang naar de spreekwoordelijke guillotine wordt gemaakt en de dief wacht rustig de komst van de hoeders van de wet, in casu Anneke J en mij, af.

Nadat ons duidelijk is wat er is gebeurd krijgt hij een winkelverbod. Tevens zal hij een civiele boete aan zijn broek krijgen van de bedrijfsleider. Voorts wacht de eis van de officier van justitie op hem. Heavy material dus! Een onmogelijke financiele opgave staat pardoes voor hem!

In het bureau moeten een aantal verplichte administratieve handelingen verricht gaan worden. De boef komt namelijk voor de ID-zuil. Een apparaat dat foto-, vingerafdrukken en ID registreert en internationaal controleert op fraude.

In dit geval hebben Anneke J en ik op mijn beurt iets later,  aan hem uitgelegd wat de procedure is voor winkeldieven. Hij heeft hier vrede mee want het is toch niet anders. Hij hoeft geen advocaat te spreken want daar heeft ie niets aan. Later verklaart hij nog dat het leven aan hem voorbij is gegaan zonder dat hij het positieve verschil heeft kunnen maken. Hij heeft zogezegd aan de verkeerde kant van de wet gestaan en heeft de halte naar beter leven, duidelijk gemist.

Ik ben niet de vervelendste en van ons koffieapparaat laat ik hem dankbaar gebruik maken. Alsof hij niet anders gewend is lurkt hij het ene na het andere kopje koffie ernstig gezoet met suiker, op.

Anneke J is druk bezig de zaak te regelen met ZSM van Justitie. Gelukkig gaat dit deze keer super snel. Dat ligt ongetwijfeld aan het indringende karakter van Anneke J! Top.

In zijn verklaring geeft de dief aan dat hij 5 cent tekort kwam voor de aankoop van het blik (55 cent) gerstenat. Hij heeft geen vervoer en de weg naar huis te voet is nog erg lang. Hij heeft dorst en wil zich daarom graag laven aan de blonde schuimende vloeistof. Daarom heeft hij het blik weggestopt. Had hij 5 cent meer in zijn beurs gehad dan had hij de diefstal uiteraard niet hoeven te plegen. In zijn fouillering treffen wij 50 cent, aan.

Na de bijna afronding van de zaak laat ik hem nog een keer koffie nemen. Verhipt roep hij uit. Ik zeg tegen hem, wat is er aan de hand? Ik zie hem bukken en iets van de vloer in het cellencomplex oprapen.

Enne? vraag ik. Kijk, wat ik hier vind, zegt hij. Hij opent zijn hand en toont mij het gevonden voorwerp. Ik zie in zijn hand een muntstukje van 5 eurocent liggen. Ik laat hem dit houden voor een volgende keer of als geluk brengertje voor een positieve wending aan zijn leven. Met dit muntstukje is hij weer 5 cent rijker geworden. Wie het kleine niet eert is het grote niet weert, zullen we maar zeggen.

Met een dagvaarding in zijn handen verlaat hij het bureau. Alweer te voet op weg naar zijn ongezellige huiselijke omgeving. Hij heeft geen gezin of vriendin en loopt zijn tijd te verdoen. Hij doet het zich zelf aan en het jammere hieraan is dat het hem niet meer interesseert wat er hier op aarde verder met hem gebeuren zal.

De dagvaarding hangt hem boven zijn hoofd als het zwaard van Damocles. Ook dat interesseert hem niet meer. Hij is het vertrouwen in de maatschappij helemaal kwijt.

Op het moment dat hij het politiebureau verlaat onder ons toezicht, is het opgehouden met regenen. De weergoden zijn hem dit keer niet ongunstig gezind. Ook dat neemt hij voor lief.

Mijn collega’s en ik zien tijdens onze surveillance diensten steeds meer mensen doelloos ronddolen. Ook zij spelen zich geregeld in de kijker van politie en justitie. Het wordt er wel minder maar niet beter op, zou dominee Hilterman deze toestand in de wereld, verkondigen!

Ik ben benieuwd of we een koude winter kunnen verwachten.

Tot mijn volgende blog, gr Han

zaterdag 18 oktober 2014

Middagdienst incidenten afhandeling 13.10.2014

Aanvang middagdienst. Ik begin met verhoor van een verdachte. Er is nog geen dienstauto beschikbaar i.v.m. een schiet- steekpartij deze ochtend en het opgestarte opsporing- en recherche onderzoek. Pas op de plaats dus. Het verhoor is snel beëindigd omdat het advies van de advocaat wordt opgevolgd om niets te verklaren. 

Beneden in de agentenwacht meld ik me samen met collega Armand bereikbaar voor de middagdienst. 
Meteen komt er informatie dat een vuurwapengevaarlijk persoon zich in een flat-4 vlakbij, zou kunnen ophouden.

Met 6 surveillancekoppels houden we buiten het bureau op straat kort motorkap-overleg. Met de nadruk op kort. De mogelijke ophoudplaats van de verdachte is bekend, ook diens signalement en de auto. We rijden in een parmantig treintje van opvallende politie voertuigen -steel on wheels- naar de opgegeven locatie. We maken indruk op de omstanders, iedereen draait zich om en kijkt naar ons. Rode verkeerslichten buigen nederig hun hoofd. Onze motorrijder Marc houdt de verkeersveiligheid in het oog en zet het verkeer stop zodat we kunnen passeren.

We zetten de betreffende locatie (flat-4) rondom af. De bedoelde auto staat aan de voorzijde van flat-4, blijkt later. Collega’s hebben contact met een getuige. Veel meer informatie is er nog niet. We zitten op een apart kanaal dus kunnen we samen snel de informatie delen zonder dat het district op het gebruikelijke kanaal op tilt slaat. 

Armand en ik zetten onze dienstauto voor de hoofduitgang en lopen de flat in. Ik leg een mat tussen de deuropening anders kunnen we niet in- en uitlopen i.v.m. automatische voordeur sluiting. Aan de achterzijde is een parkeerplaats en groenstrook. Geen verdachte situatie daar. we lopen terug naar voorzijde waar de bedoelde auto in een uiterste hoek staat. Ik zie dat 5 personen er dichtbij staan. Waaronder 2 kinderen, een oudere man en nog 2 andere manspersonen.  

Armand en ik lopen op het groepje af. Zij huren een kelderbox t.h.v. de verdachte auto. Zij behoren niet tot de doelgroep. Op weg naar dit groepje en deze auto, geef ik alle info porto-fonisch door. De andere collega’s zijn dus geïnformeerd. Even later praat ik met een flatgetuige die vaker heeft gezien dat de auto-inzittenden de flat zijn binnen gegaan. Verdere info blijft globaal. Wel wordt er een mogelijke locatie in deze flat bekend.

De hondengeleider arriveert op ons verzoek met gezwinde spoed en komt bij Armand en mij staan. Hij haalt de diensthond uit de auto. Het blijkt een prachtige hele grote Mechelse herder te zijn. De hond neemt een reukspoor op bij de auto en ik vraag de hondengeleider waar hij mij wil hebben. 

Achter hem dus. Dan lopen Marc, Roy en ik naar de flat naar de hoofdingang naar binnen via de trap naar de tweede verdieping. Daar raakt de hond het spoor bijster. Kan ook bijna niet anders want in deze mierenhoop van mensen hebben de geursporen zich vermengd met de vele mensen die onwetend kriskras er doorheen lopen.

We gaan naar de aangegeven etage en lopen over de galerij. Bij de mogelijke locatie zie ik aan een rare sticker dat ik daar vorige week al heb aangebeld i.v.m. een ander onderzoek. We kloppen, bellen aan, roepen door de brievenbus en door het openstaande keukenraam. De tv staat aan. Het enige tegen geluid en antwoord dat we krijgen is het geblaf van 2 viervoeters waaronder een vechthond met een grijze sik. Hij komt naar het keukenraam gaat rechtop en likt mijn hand. Het dier lijkt mij niet agressief van aard. Maar dat weet je nooit wanneer ik in zijn domein zou komen! 

In de woonkamer, slaapkamers, en bij navraag bij de buren blijkt niet dat dit adres per-se het gezochte adres hoeft te zijn. Collega koppel Ruud en de pas voor de politieopleiding geslaagde Maartje, sluiten bij ons aan. Manpower voor een doorstap genoeg! De Ovd - officier van dienst - geeft ons geen toestemming om binnen te treden. Ook niet door het geopende raam. De informatie is te globaal om op te treden.

Mooi dat de Ovd op de achtergrond zakelijk redeneert en ons een halt toeroept. Op dat moment vinden we dat met zijn allen niet prettig maar het is niet anders. Ik heb er uiteindelijk vrede mee.

We breken de hele inzet af en de politiemacht vertrekt. Armand en ik blijven nog een half uurtje op de uitkijk. Stel je voor de verdachte kiest het hazenpad. Dan kunnen we tenminste nog iets doen. Er staan veel mensen op straat op de locatie. We worden gefilmd, gefotografeerd et cetera. Mensen zijn bezorgd en angstig over de veiligheid in hun wijk door deze plotselinge politie inzet. Fantasieën wat er gebeurd zou kunnen zijn gonzen door de omgeving. Ik kan dat goed begrijpen, vandaar ook dit blog. We zijn gericht met opsporing bezig. Dan blijkt dat sommige mensen niet willen luisteren om op afstand te blijven. Dus hoofdzaken scheiden van bijzaken en 10 keer tot 10 tellen.

We dragen allen ons nieuwe uniform met kogelwerende kleding met daaroverheen nog een extra kogelvrij harnas. Mooi om dit ook zo snel na eerste verstrekking uit de proberen. In tegenstelling tot de middeleeuwse spul van vroeger zit het praktisch, comfortabel en ontneemt ons geenszins onze reguliere bewegingsvrijheid. Super spul als je mij vraagt.

We krijgen geen back-Up van onze observatie collega’s. Ook Armand en ik breken de actie uiteindelijk af. Op de terugweg staat uit ons zicht de auto van de hondengeleider Jos. We stoppen bij hem. Ik wist niet dat Jos was achtergebleven als Back-Up. Jos zegt van, ik laat jullie toch niet alleen, vooral wanneer die verdachte auto mocht gaan rijden. Mooi om deze ongevraagde collegialiteit te mogen ontmoeten.

Terug aan het bureau krijgen we een melding van een heel ander maatschappelijk kaliber. De meldkamerdame geeft een melding aan ons van een verwarde hulpeloze vrouw in ons district op behoorlijke afstand van het bureau. Tja, we hadden deze middag nog niet van doen met de ouderenzorg. Ik vind dit altijd mooie meldingen als het goed afloopt. Altijd triest als mensen lichamelijk in de knel komen te zitten. Dus rijden Armand en ik snel naar de opgegeven locatie.

Op aanbellen wordt niet gereageerd. Ramen en deuren zijn gesloten. De buren weten van niets en hebben geen sleutel noch het adres van een sleutelhouder. Het is toch een gegeven dat een goede buur toch meer waar is dan een verre vriend of familie op precaire momenten, toch! We bellen met de meldkamer voor het telefoonnummer van de melder die in het ziekenhuis verblijft! De melder blijkt de verwarde dame te zijn. Ik krijg haar aan de telefoon. Ze is helemaal verward en een gesprek voor mijn informatie-inwinning is niet mogelijk. Dan neemt gelukkig een verpleegkundige het gesprek over en deelt mede dat de dame in kwestie ernstig verward is en altijd het alarmnummer 112, belt. Goed om te weten.

Gelukkig is de verwarde dame in dit ziekenhuis onder goede zorg. Haar man is niet thuis. De luide deurbel haalt niets uit. We overleggen nog op straat met de buren. Plots bewegen de glasgordijnen en staat de heer des huizes via het kamerraam naar ons te kijken. Gelukkig!

Blijkt dat hij een hoorapparaat heeft. Ik weet niet of de batterijen op zijn of hij het apparaat op stil heeft geschakeld. Hij en zijn vrouw zijn al op leeftijd en meer dan 55 jaar gehuwd. Nu is zijn vrouw ziek. Bij het weggaan schud ik de man een welgemeende hand en geef hem het advies om een sleutel bij de buren af te geven i.v.m. situaties zoals vandaag. De man heeft veel herinneringen. Nu wordt het welzijn en de revalidatie van zijn vrouw zijn belangrijkste taak op aarde.

Later aan het bureau horen Armand en ik dat de vuurwapengevaarlijke verdachte buiten onze regio is aangehouden. Hij heeft zich op een politiebureau ver uit de buurt gemeld.

We begonnen in een toestand van chaos, structureerden dit gaande de weg en uiteindelijk zijn de goeie keuzes gemaakt. We hebben met zijn allen goed samengewerkt..