Translate

maandag 5 januari 2015

Zorg voor kinderen is vuurwerk

Op 29 december heb ik een aantal tweets verspreid tijdens mijn middagdienst. Waarom? Om aan te geven dat de laatste dagen in een politie kalenderjaar niet alleen bestaan uit het narennen van vuurwerk junkies en het ontmantelen van illegale vuurwerk opslagplaatsen. Vuurwerk is helaas te belangrijk om te laten lopen. 

Vooral nu ik lees dat Cobra vuurwerk de handjes heeft gekost van kinderen in de leeftijd van 10 jaar. Wat ik op het moment van twitteren nog niet weet maar achteraf vol met afgrijzen heb mogen aanschouwen in de media. Het normale politiewerk, als je al van normaal politiewerk kunt spreken, heeft ons tijdens deze middag incidenten afhandeling, vol aan de bak doen gaan.

Mijn maat Nicky en ik krijgen een melding van een reanimatie. We krijgen toestemming. Dat wil zeggen met toeters en bellen racen met voldoende voorzichtigheid voor het andere verkeer. Gekomen op de plek des onheils, zie ik nog 3 politie auto's en de ambulance nagenoeg tegelijkertijd stoppen.

Een mooi maar indringend gezicht. Want blauw licht en sirenes geeft angst en tegelijkertijd een noodsituatie, aan. Een koude rillingenkleur. Snelheid is geboden want elke seconde bij een hartstilstand, telt. Het slachtoffer wordt professioneel gereanimeerd en meegenomen naar het ziekenhuis. Hulde aan de ambulance broeders.

Dan mogen we weer vol aan de bak naar een melding deze keer met normale snelheden. Ergens op een parkeerplaats bij een winkel menen mensen dat na 31 december niets meer te hamsteren valt. Een drukte van jewelste en dan let men soms niet goed genoeg op en kussen personenauto's elkaar vol op de “lippen” waarna ze verfomfaaide wenkbrauwen, een ontzette neus en verdere blikschade oplopen. 

Zo ook hier. Waarom we geroepen zijn? Omdat de mensen de schadeformulieren niet kunnen invullen. Hoe doe je dat dan? Gewoon invullen met een pen! zegt Nickey die altijd in is voor een grapje. Hij helpt de gedupeerden met een look a like ANWB service. De mensen zijn blij dat de politie hen helpt. Wij hebben weer een aapje op onze schouder geplaatst gekregen. Zelfredzaamheid, ho maar. Geeft niet want we helpen graag.

Dan mogen we naar een vermissing van een 14 jarig kind, weliswaar een notoire wegloper deelt de meldkamer ons mede. Maar deze keer heeft hij zijn medicijnen niet geslikt en het is donker en guur buitenweer en er zou zomaar eens iets ernstigs met hem gebeurd kunnen zijn. De moeder is over de toeren. Nickey en ik rijden ernaar toe. Volgens protocollen en instructies moeten een aantal dingen gecontroleerd en afgevinkt worden en lijfelijk contact met het thuisfront ondernomen worden. 

Een aantal uren later meldt de moeder gelukkig dat haar kind weer thuis is. Hij heeft weer onlogisch gedaan waardoor heel de wereld, behalve hij, in onrust is geraakt. We gaan nog een keer naar dit adres om te vernemen hoe hij e.e.a. voor elkaar heeft gebokst. De jongen belooft mij beterschap nadat ik hem vermanend heb toegesproken. Voor wat het waard is. Bij het wegrijden denk ik, het zou je eigen kind maar zijn dat spoorloos is. Dan klim je als ouder toch in de gordijnen en word je gek van ongerustheid, toch!

Onze naspeuringen en de sociale media hebben erg geholpen om de kring rondom zijn verdwijnen klein te krijgen. Uiteindelijk is gebleken dat de sociale media en de oproep op twitter heeft bewerkstelligd dat wij zodoende goeie info krijgen en dat mensen beginnen te reageren. Dus de kracht van de sociale media is toch wel erg groot. Je daar bewust van zijn en de opsporingsvraag doen uitgaan is heel belangrijk. Mensen reageren gelukkig volop. (RE)Tweet-en en Delen op facebook heeft zijn voordelen -ook voor de politie- deze dag weer eens bewezen.

Als klap op de vuurpijl die avond krijgen we een melding van een huiselijk geweld situatie. De tweede keer deze middag rijden Nicky en ik met tatutatu met het gaspedaal alweer stevig ingedrukt. Op de betreffende locatie woont volgens onze systemen een agressieve man met zijn vrouw en is er in dit gezin of ex-partnerschip uit liefde destijds een kindje geboren. De man is niet bang voor politie leert het systeem. Met 2 surveillance auto's naderen en arriveren wij alweer nagenoeg tegelijk.

We maken korte werkafspraken en gaan met zijn vieren naar boven naar de etage van de flat waar we moeten zijn. Een man opent de voordeur. We mogen binnen komen. Hij ziet op dit moment niet agressief uit noch is hij een figuur die een imposante indruk maakt. Of in zijn verleden drugs in het spel zijn geweest om de agressie te bevorderen in zijn confrontaties met de overheid, weet ik niet.

In de flat staat een vrouw, een nogal junkie type. Zij schreeuwt en tiert. De man is de rust zelf. Een collega praat met de vrouw en een andere collega praat met de man. Nicky en ik houden het overzicht en de heliview.

De woning is een rommeltje gelijk als een huishouden van Jan Steen, in de volksmond. Overal ligt rommel op de grond, ook kleding. In de woonkamer valt de televisie op. Deze staat aan met een mooi kleurenpalet van tekenfilm figuren die blijven zingen en dansen op het scherm, zonder moe te worden. Ik kijk verder en ontwaar op de bank een kleine meid van een jaar of 3-4 met lange bruine haren.

Zij heeft een bleek gezicht met een dopneusje, net Bambi, liefelijk, onschuldig en aandoenlijk. Haar ogen kan ik niet zien want die zitten verstopt onder een ponykapsel. Zij heeft de armen dicht tegen zich aan, ineengedraaid of gevouwen. De verbale agressie gaat uit van de moeder, de vader komt rustig in het verweer. Ik vraag mij dan af wat dit kind al tijdens haar korte bestaan heeft moeten aanschouwen of moeten aanhoren.

Zij lijkt er aan gewend te zijn geraakt, potjandorie. Andere scheldkanonnades mag u zelf bedenken. Naast haar staat een grote krabpaal voor een kat. De kat is echter nergens te zien, verstopt?

Ik loop met mijn donker uniform naar haar toe en maak contact. Zij kijkt omhoog en ik zie twee donkerbruine diamantjes naar mij omhoog kijken. Haar gezicht is gelukkig niet van angst verwrongen.

Dit station is kennelijk al gepasseerd. Zij kijkt tussen haar pony-manen door naar de televisie als een protectie om niet hoeven te horen wat grote mensen elkaar verbaal naar het hoofd gooien. De tekenfiguren leiden haar af of is hier het woord lijden op zijn plaats. U mag het zeggen!

Onder de houten salontafel ligt haar kleine roze knuffelvriend. Ik til dit tedere fluweelzachte laatste houvast op. Een vriendelijk gezicht, armen en benen even dun met een dikke vriendelijke buik. Ik geef de knuffel aan het meisje en zij pakt dit stevig vast in haar armen. Nu is de wereld voor haar weer veilig. Of zij weet dat de politie in huis is valt te betwijfelen, wel de grote mensen drukte krijgt zij mee.

Diverse instanties schijnen met dit gezin aan de slag te zijn. Geboekte resultaten uit het verleden bieden ook hier geen garanties voor de toekomst. Als de moeder door de deuropening en de woning verlaat roept zij van; Oh dan zal de Jeugdzorg zeker weer langskomen.

Terwijl zij mij passeert komt een vleugje odeur in mijn neusvleugels terecht. De odeur van oranje tomatenplantjes. U weet wel de verboden soort waar politie jacht op maakt.

Zij hebben niks te makken en leunen en leunen en leunen op maatschappelijke ondersteuning.

Bah bah bah . Plots verschijnt de kat weer onder ons levenden.


Terug naar het bureau om status 5 (einde dienst) te geven is het nog steeds pikdonker en tekenen zich enkele felle kleuren afkomstig van vuurpijlen af aan de hemel, welke mijn collega’s met vuurwerkcontrole belast, niet ontdekt hebben. Het lijkt wel oorlog. Dan bedenk ik plots het is 29 december, de geboortedag van mijn vader (RIP in 1979). 

woensdag 24 december 2014

Mantelzorg met kerst

De laatste donkere dagen van dit jaar heb ik dienst met aardige collega’s. Meestal heb ik dienst met leuke collega’s en heel soms is het een uitdaging. Enfin, dit terzijde!

Ik lees dat Nederland slecht is begaan met de economie en als hekkensluiter met de zorg en vooral hoe we daar in 2015 mee door denken te gaan. Vooral op basis van cijfers, grafieken en terror aanslagen. 

Met terror aanslagen daar bedoel ik puur en alleen maar de gevoelige kwesties in ieders portemonnee mee, het alsmaar duurder worden van alles wat we willen kopen en de mantelzorg van onze dierbare erflaters! Het lijkt wel of iedereen de laatste dagen van 2014 het verschil nog willen gaan maken door te kopen, te kopen en af te kopen. Goed voor de economie en goed voor het gevoel, dit afkopen van zonden en zo. We moeten de mallemolen wel kunnen blijven bijbenen, toch. Ten koste van..

Ik rij rond in een opvallende politieauto in mijn bewakingsgebied, tegenwoordig de hele Westelijke mijnstreek in en rondom Sittard, Geleen Beek en Stein. Aangedreven door benzine en meldingen die niet kunnen wachten bedienen we iedereen zo goed als mogelijk met zijn of haar kwesties en problemen en plakken de gezondheidspleisters voor het momentum. 

De politie is met haar krachten 24/7 inzetbaar. De verdeelsleutel brengt dat wij ook meer met minder moeten doen, teleurstellingen zullen niet uitblijven, helaas!

In het centrum van Sittard zijn Oost-Europese types van criminele aard bezig om de mensen te beduvelen. We murwen ons langs lange roodlicht-ige slierten van file auto’s. We rijden in het voetgangersdomein om de openbare orde te handhaven en te zorgen dat iedereen zich naar moderne menselijke maatstaven gedraagt, helaas. In het centrum lijkt het wel of we geen crisis hebben te verduren. Een collega in burger is waaks en attendeert ons op de Oostelijke Europese types. 

Voor deze dag verstieren wij hun meelijwekkende interventies om publiek op een zielig vertoon of verhaal over te halen tot afgifte van geld in Babylonische spraakverwarringen oftewel babbeltrucs. Daar trapt toch geen gezond mens meer in, uitzonderingen bevestigen jammer genoeg steeds meer deze regel.

Voor deze dag hebben we een kwalijke ader naar boven weten te halen. Ik twitter dat de POLICE ARE HERE, en kijk uit voor criminaliteit. Vreemd. Het gebeurt steeds weer en meer. Iedereen gaat van huis weg om te kopen, te kopen en anderen te plezieren met materialisme waar we de zolder al vol van hebben liggen, zo lijkt het te zijn. Tenzij ik naar de Engelen van Sittard lees en luister en hun prevelende smeekbeden om beter te doen en oprecht te delen met de naaste minder gefortuneerde medemens.

Geen donaties via giro 555 maar in woord en daad iets spenderen dicht in de buurt voor degenen die niets hebben en niet in de stad kunnen komen om te kopen. Deze onfortuinlijken hebben namelijk niets te makken en zitten in een koude rillerige woning te kleumen achter de geraniums –al dan niet van plastic-  op eenzame- en desolate wijze.

We rijden weer na onze interventie en komen langs een mooi nieuw appartementencomplex in de binnenstad. Ik herinner mij plots een interventie bij een aandoenlijke bejaarde mevrouw. Deze interventie spookt al een tijdje in mijn hoofd maar ik heb deze politionele bemoeienis nog niet op papier gedeeld met u. Ik zal de gebeurtenis aanhalen als een kerstverhaal met een goeie levendige afloop.

Namelijk een tijdje terug in de warme zomer worden mijn collega en ik ontboden bij een adres in het centrum. De thuishulp heeft aangebeld bij een bejaarde mevrouw maar krijgt geen respons. Er moet iemand thuis zijn maar die opent om onverklaarbare redenen de deur niet. Of u het gelooft of niet. Ik hanteer op zeer regelmatige frequente wijze een sleutel in de vorm van een stalen breekijzer om daar te komen waar het niet kan of is toegestaan onder normale omstandigheden. Vooral achter gesloten deuren van onze bejaarde weldoeners, ouders en grootouders van weleer. Zij zijn tegenwoordig hulpbehoevend. Niet maatschappelijk gezien maar vooral geestelijk en lichamelijk is hun achteruitgang sterk ingezet door de tand des tijds en economische kaalslag.

Ik stop bij een mooi nieuwe appartementencomplex van meerdere etages waar ouderen zorgvuldig opgestapeld worden en er hun huiselijk vertier kunnen beleven. Niets is minder waar dan deze cijfermatige maar vooral grafieke uiting op papier, helaas.

Ik loop het gebouw binnen. Het ruikt naar nieuw vloerbedekking, ik constateer ruime afmetingen van gangen en trappen. De verflucht maakt dat het gebouw zo goed als nieuw oogt. Een serene bouwsteen matige omgeving van super de luxe kwaliteiten. Vooral voor diegenen die het betalen kunnen al dan niet gesponsord door nazaten of loerende erfgenamen in een ver van mijn bed hoedanigheid. Ik neem aan dat dit de beste oplossing is voor alle betrokken partijen! Ver weg van verantwoording, naastenliefde en menselijke warmte. Ook al is het warm in deze zomer.

Ik neem de elevator-lift naar boven tot bijna in de wolken. De nieuwigheid verschaft een aurora van hemelse invloeden en geurenpalet. Met de lift pareer ik de wolken en alles waarin deze etage achtige stapeling verantwoording aflegt voor de makers, heil aan U! Dan spuugt de lift mij op de hoogste etage uit en haar deuren gaan  van; sesam open u.

Dan tref ik de thuiszorgmedewerkster voor een gesloten deur. Prachtig in de verf. Een inbreker komt er niet langs tenzij hij liters arbeidszweet spendeert. Dan kom ik uit mijn droom en illusie van weggeborgen mensen. De deur is van hoogwaardige kwaliteit, gehard en van de buitenwereld ordentelijk afgesloten door sloten en driepuntsvergrendeling die alles buiten dienen te houden.

Met mijn amigo breekijzer maak ik al snel rappe vorderingen. Ik steek hem in de sluitnaad en maak gebruik van mijn lichaamsgewicht in relatie tot sterke staalachtige inprentingen met de slangenkop van mijn breekijzer. We krijgen samen een minimale kier voor elkaar. Ik wroet verder en met technieken in de vorm van hefbomen knal ik de deur open Boem-paf-krak. Ten koste van houtwerk en gepolijste verf die de deur en kozijn zo mooi en solide uiterlijk verzorgen. Ik ben binnen.

Op zoek naar de alleenstaande mevrouw zoeken we de woning snel door. Ondertussen zet ik de rokende drooggevallen pruttelende waterketel uit door de gaskraan dicht te draaien. Jeetje, wat had hier allemaal kunnen gebeuren door brand en zo. U mag het zelf invullen. De meest trieste voorstellingen zouden mogelijk bewaarheid kunnen worden.

Op de w.c. treffen wij de bewoonster aan in de naaktheid van haar bestaan. Ik ben bewogen door wat ik aantref. De bejaarde mevrouw is als een diagonale stijve plank op de w.c. Meer dan 16 uur heeft zij op haar toilet gezeten, gelegen en is meer een versteende gemummificeerde vorm van leven dan een mens in zijn of haar waardigheid. De ambulance collega’s en de mevrouw van de thuiszorg verlenen direct de meest noodzakelijke menselijke maat door haar aan te kleden, te verschonen en weer toonbaar te maken. 

Uiteindelijk zal blijken dat de bewoonster overvallen is door een hersenbloeding en in haar lichamelijke nood de noodknop niet meer heeft kunnen bedienen. En dat voor en tijdsduur van een avond en een nacht, bij elkaar opgeteld meer dan 16 uur lichamelijke voortdurende nood.

De ambulance collega’s nemen haar mee naar het ziekenhuis voor hulp en menselijkheid.

Wat een onmenselijke casus. Het schijnt dat de politie achteraf vaker financieel verantwoordelijk kan zijn voor breekschade. Dan denk ik So What, hulp; mag wat kosten. Ik heb een goede daad verricht ondanks de schade aan dood materiaal.

Deze week dacht ik van, hoe zou het met die bejaarde vrouw zijn. Zou zij nog leven en kunnen genieten van haar wereldse bestaan of zit zij als vele anderen achter de geraniums weg te kwijnen in woord en daad in de vergetelheid en de schaduw van de wereld, al dan niet in de kou.

Ik hoor ondertussen het geknal van vuurwerk waar de politie ook moet handhaven. Ziekte in de vorm van een hersenbloeding dat overkomt je. Vuurwerk daar kies je voor. Vele verontruste telefoontjes hebben de politie bereikt om Nederland vuurwerk rustig te houden tot de klapper van Nieuwjaar 2015. Dieren kiezen niet voor knallen en vuurwerkrampen.

Ik wens u fijne dagen, gezondheid en bezinning over wat werkelijk telt!


vrijdag 19 december 2014

Leiderschap en veranderingen



De blog  "De nieuwe kleren van de keizer" http://t.co/j1MYPLrpdF van prof. A.B.Hoogenboom zet mij aan het denken en brengt mij terug in herinnering aan mijn bijdrage in "Politie blauw" van 2013.

Mijn blog hieronder weergegeven, is nog steeds actueel te noemen, vreemd nietwaar.   

Mijn blog dan: De onderwerpen, interviews en items in het januarinummer 2013 van Blauw zijn interessant. Mijn aandacht wordt vooral getrokken naar het interview met de minister van Veiligheid en Justitie.

Waarin de minister al snel bekent dat hij niet de baas van de politie is, maar dat dit verankerd is in de driehoek van politie, openbaar ministeries en de burgemeesters in Nederland. Meteen wordt ingegaan op tal van vraagstukken die de politie aangaan.

Er wordt echter niet gerept over het conflict met de vakbonden. De bonden zien in aanleg naar 1 januari 2013 geen heil meer in overleg met de minister. Ik begrijp de vakbonden en ik ben blij dat ze inmiddels weer het overleg hebben hervat met de minister. Ik vind het volstrekt onjuist om sociaal statutaire zaken in eerste aanleg top-down te bepalen en dan in principe/feitelijk terugkomen op deze sociale menselijke aspecten. In verband met tegenwerking door de vakbonden. Zoals de reorganisatie, omvorming en aanscherping tot nationale politie. Echter politiewerk is mensenwerk en het kan niet zo zijn dat zaken die tientallen jaren op een bepaalde manier moesten worden uitgevoerd nu abrupt en geheel worden gestript en volledig worden afgebroken.

* De bureaucratie wordt niet voldoende assertief aangepakt doordat er tal van zaken weer ongevraagd volgens opdrachten bijkomen. Voorbeeld ID-zuil en extra werk dat iedere dag weer aan casescreening wordt opgedragen. Het openbaar ministerie blijkt in het kielzog van casescreening ook een onuitputtelijke bron van extra werk in lopende zaken. Het is maar de vraag of deze extra’s steeds maar weer het verschil kunnen maken in rechtszaken, waarin de rechter uiteindelijk beslist en uitspraak doet.

* Respect en geweld tegen politie is een onderwerp dat elk politiemens in Nederland aan het hart gaat. Zware strafeisen door het openbaar ministerie zijn een maatstaf maar geen enkele garantie. De rechter spreekt onafhankelijk zijn of haar oordeel uit. Daar wringt nu juist de schoen in geweldzaken. Ik denk zelf dat met betrekking tot uitspraken winst te behalen is. Wetgeving moet aangescherpt en voldoende duidelijk worden, opdat de rechter zijn werk eenduidiger kan doen. De mitsen en maren, zeg maar de psychische- en persoonsaspecten mogen wel meewegen. Maar is het noodzakelijk om deze aspecten altijd zo zwaar te laten meewegen, vraag ik mij af. Het publieke oordeel mag toch ook meetellen! Misschien jury rechtspraak!

* De minister oppert voorts dat er in het kader van geweld tegen politie een opdracht komt waarin de drie componenten van professionele weerbaarheid worden versterkt. Deze mentale krachttraining wordt ingepast en tot 2014 wordt iedere politieman/vrouw op straat hierin getraind. Ik heb deze training doorlopen en ben maar wat blij hierover. Echter een opschaling met 32 uur IBT per jaar is en blijft een druppel op een gloeiende plaat. Gestreefd moet worden naar wekelijkse conditionering in tal van zelfverdediging aspecten. Ik weet ook dat dit niet haalbaar zal zijn. Ik zou het alleen jammer vinden als politiemensen denken dat 64 uren oefenen per jaar voldoende is om de mentale weerbaarheid tot algemeen aanvaardbaar peil op te kunnen schroeven. Ik vraag mij bovendien af waar die 64 uur per politiemens op straat, vandaan moeten komen. Dit zal de normale werkdruk van de politiemensen in kwestie verder onder zware mentale- en lichamelijke druk zetten.

* De professionele ruimte moet verder uitgebreid worden. Dit betekent ook buiten de lijntjes kleuren als de situatie zulks rechtvaardigt. Als voorbeeld: we schoppen toch een deur in krachtens het nieuwe artikel 3 van de politiewet (hulp te verlenen waar nodig en erger te voorkomen) als iemand in nood is. Dit proces moet voortvarend en ondubbelzinnig worden weggezet in de nieuwe werkwijze en aanpak van de nationale politie. Dat is toch operationeel leiderschap waar het om draait vanaf vandaag. Dus hoofdzaken aanpakken en niet met een kanon op een mug schieten in de bijzaken die ons in de weg blijven staan en achtervolgen.

* Politioneel draagvlak en uitvoering wordt hierdoor eenduidiger, beter en professioneler. Ik weet zeker dat politiemensen op straat verkregen opdrachten niet - zonder zelf na te denken - invullen zonder daarbij persoonlijk vakmanschap en ervaringen, hiernaast te plaatsen. Voor politiewerk is eigenlijk geen standaardisering mogelijk.

Wel wettelijke aspecten en politioneel optreden in het publieke domein in navolging van de bepalingen van de politiewet. Maar continu bevestigen uitzonderingen op de regel de ongewenste feitelijkheden. Dan gaan politiemensen uiteindelijk interpreteren en vertalen wat van hogerhand gecommandeerd is. Politiemensen zijn pragmatisch, maar geen robots die ongevraagd uitvoeren wat aan hen is opgedragen. Zonder ook maar persoonlijk een Touch hieraan toe te voegen.

Vele van de huidige wetten zijn onwerkbaar in vooral uitvoering en handhaving. Een en ander staat loodrecht op de frase dat iedereen de wet behoort te kennen.

* Inderdaad is het hoog tijd dat de politieleiding leiding gaat geven en niet meer van achter het bureau bepalend is voor de aanpak op straat. De leiding zal bruggen slaan naar de politiemensen en samen zal beheer en uitvoering bij de politie sterker ondersteund worden ten faveure van het politiewerk op straat en de bestrijding van de criminaliteit. Wij allen, de leiding meegerekend, zullen ook samen opnieuw opgevoed moeten worden met de importantie van geweld en politiewerk onder verzwarende omstandigheden op straat. Dus korte en heldere lijnen moeten een her-start vormen in de kielzog van de uitvoering Nationale politie. Dat betekent dat ieder politiemens deze handschoen kan, mag en moet oppakken. Daar worden we met zijn allen beter van. Het vertrouwen vooral op straat zal door nieuwe aanpak sterk groeien.

Uiteindelijk moeten de burgers meer omarmd worden in politiezaken. Daarbij vooral als informatiegever. De burger mag echter geen gevaar lopen fysiek, mentaal dan wel het bekend worden van diens identiteit. Dit moet steeds meer en beter gewaarborgd gaan worden in community policing vanaf afgelopen 1 januari 2013!

PS: We zijn nu bijna 2 jaar verder en er is nog steeds weerstand tegen de voorgenomen politieke plannen van de vorming tot Nationale politie. De korpschef -onder auspiciën van de politiek- gaat aanstaande januari 2015 in overleg met de bonden en de COR politie. Ik ben benieuwd, u toch ook?



vrijdag 5 december 2014

Straatroof op 13 jarige

Altijd ben ik gewend om mijn politiewerk te verdelen in wijkwerk en incidentenafhandelingen. Afgelopen dinsdag middag mag of moet ik de voor mij geplande intake dienst doen. 

Een aantal intake collega’s zijn uitgevallen om varia redenen dus wordt uit politie blauw de leegte opgevuld. Geen probleem alhoewel ook daar de rek bijna eruit is. Ik zal merken dat hulpverlening ook van achter een bureaustoel heel goed kan werken.

Ik begin al snel met een breed scala aan problemen die de mensen komen uitstorten uit frustratie, nood, hoop op beter en op advies van derden. De problemen liggen te vaak op het civiele vlak. Als je dan geen krimp geeft dan komen de problemen van zelf overwaaien naar het strafrechtelijke vlak. Ik geef dus welgemeende adviezen en doe mijn stinkende best. De minuten en de uren tikken in een rap tempo aan mij voorbij. Er heerst een flinke druk op de ketel zonder pauze. Buiten op straat pakken donkere wolken zich samen en doen sommige mensen vreselijke criminele dingen.

Dan komt er iemand een geldboete betalen die ik moet innen alsof ik een bankmedewerker ben. De bureaucratie steekt mij hierbij een grote spaak in mijn spreekwoordelijk wiel, maar het is niet anders. Dit soort werk zou veel makkelijker moeten kunnen. Op het moment dat ik de boete aan het innen ben van een ambtshalve goede bekende, komt er een moeder met haar zoontje van 13 aan de balie. 

Mijn collega die de receptie als een Florence Nightingale beteugelt, staat hen te woord. Vanuit mijn plek heb ik zicht op de balie en krijg een heel klein beetje mee van dit verhaal, want ik zit met die geldboete afhandeling te frunniken. De collega van de receptie gaat meteen over tot actie. Ik krijg uit een ooghoek mee dat er iets ergs aan de hand is. De collega komt naar me toe en ik begin over die geldboete en de afhandeling. 

Zij neemt dit aapje meteen van mijn schouder en tegelijkertijd stort zij in een ware spraakwaterval de casus van dit jongetje van dertien jaar, over mij uit. Trading places dus.  Ik kom meteen in actie. Welke actie dan? Ik neem beiden meteen mee in mijn spreek hok want meer is het niet en beluister dat het incident al 1,5 uur geleden gebeurd is. De boeven zijn reeds over alle bergen en dalen. De moeder is beduusd en het jongetje oogt aangeslagen. Geen wonder want het is heel erg wat hem overkomen is. Ik kom hier zo op terug.

Ik probeer beiden gerust te stellen door het verhaal te laten doen. Ik luister eerst en even later begin ik te typen. Echter ook hij is een spraakwaterval en ik kan hem bijna niet bijhouden. Het toetsenbord krijgt er ongenadig van langs van mijn twee wijsvingers. Het jongetje vertelt ronduit en ik laat hem zijn verhaal vertellen. Dat lijkt me voor hem op dit moment de beste remedie tegen een eventueel opgelopen trauma. Ook blijkt uit de staart van zijn aangifte dat hij oog blijft houden voor zijn omgeving en de veiligheid van anderen. De moeder oogt steeds meer verschrokken over wat met haar kind nog meer had kunnen gebeuren, triest. 

Dit ventje vertelt mij dat hij van school naar huis is gefietst omstreeks 16.00 uur. Vanuit het centrum gaat zijn route ietsjes berg op en wordt de bebouwing minder en minder. Dan komt hij in een veld achtige omgeving die ’s zomers mooi en fleurig oogt maar nu door de herfstperiode met weinig daglicht nogal guur en nat is.

Op een kruising op zijn thuisroute doemt plots een onbekend persoon op die hem de weg afsnijdt waardoor hij moet afstappen. Dan wordt er een pistool of een dergelijk voorwerp op hem gericht en gericht gehouden voor de hele duur van de overval. Een tweede persoon staat iets verderop, ook al met een dergelijk wapen in zijn handen. De jongen wordt gedwongen om zijn beurs af te geven met inhoud. Van de inhoud van zijn beurs kun je nog geen blikje limonade kopen. Hij blijft bang, bedeesd maar ook rustig ten opzichte van zijn overvaller. Van thuis uit heeft dit jongetje goede manieren meegekregen tijdens zijn relaas heeft hij geen enkele keer gevloekt of gescholden. Zelfs tegenover mij blijft hij rustig praten over de overvallers. Hij heeft zijn emoties nog steeds in bedwang.

Hij heeft geen telefoon bij zich want die was hij deze sowieso kwijtgeraakt aan zijn overvallers. Na de overval moet hij van zijn overvaller omdraaien en richting stadscentrum terug fietsen. De daders verdwijnen uit zijn zicht mogelijk de iets verderop gelegen woonbuurt in.

Er naderen op dat moment twee fietsers. Hij waarschuwt beiden over wat hem zojuist overkomen is, een oudere man gelooft niet dat hij is overvallen en zegt van ja, dat zal wel! Een meisje neemt zijn waarschuwing dankbaar aan. 

Vervolgens gaat hij naar een adres waar hij mag bellen en waar zijn moeder hem afhaalt. Aan het bureau nemen we de zaak heel serieus en regel ik slachtofferhulp voor hem en ook zijn ernstig geschrokken moeder. In dit gezin zal deze avond mogelijk wel een kaarsje opgestoken worden. Hun kind is gelukkig ongedeerd gebleven maar voor hetzelfde geld had dit allemaal zo veel gewelddadiger kunnen aflopen.

Het onderzoek loopt nog. Hopelijk komt er snel schot in de zaak en kunnen we de overvallers oppakken. Ik denk dan weer aan die twee naderende fietsers van wie een dit manneke niet op zijn woorden gelooft dat hij is overvallen en bovendien zijn waarschuwing meteen in de wind slaat!

Onder buurtparticipatie en naastenhulp versta ik toch iets anders. Zeer zeker in de advent periode voor de kerst.

Tijdens mijn intake dienst mag ik nog een paar keer onoverkomelijke problemen oplossen dan wel adviseren. Kennelijk is dit ander soort dan politiewerk toch onze core business geworden. Terwijl ik op mijn beurt later in de nacht naar huis fiets denk ik nog even aan die laffe overval op een kind met een vuurwapen. En aan de intake-rs die elke dag opnieuw vol aan de bak moeten om de voorgeschotelde ellende steeds maar weer moeten verhapstukken.

Op straat zie ik de maatschappij in een rap tempo verharden en wordt het er niet makkelijker op om het positieve verschil als politie te blijven maken. Het politionele werkterrein is grijs, rotsachtig en ongekend ruw, alle protocollen, afspraken en regels ten spijt.

Van mijn intake dienst kan ik deze middag stellen dat de politie zich veel bezig houdt met tal van zaken. Casussen en zaken zijn vaak niet des politie maar we zijn wel 24-7 aanspreekbaar en meteen bereikbaar al is het via 112. Al is het alleen maar voor de eerste opvang van dit groeiend leger van gedupeerden.

Ik hoop dat we de daders snel kunnen oppakken. De krant en de sociale media hebben al bericht over deze straatroof.  

zaterdag 29 november 2014

Echo, een emotionele foto

Deze week heb ik dagdienst incidenten afhandeling. Ik neem diverse meldingen van uiteenlopende aard voor mijn rekening. Mijn collega is ziek dus ga ik als Han Solo op dienst. De meldkamer heeft mijn roepnummer 33.69. Vreemd want  mijn geluksnummer is gevoelsmatig nr 21. Dit nummer komt vrij vaak en paradoxaal op mijn levenspad. Altijd weer leuk, apart, komisch of doldriest. 

Alle wijkagenten bij de Nationale politie hebben tegenwoordig een eigen roepnummer. Daar zit de politionele bereikbaarheid in, het persoonlijk telefoonnummer en de wijk waar je waakzaam, dienstbaar en alert mag en moet zijn. De meldkamer heeft dan snel de betreffende gegevens in de plotting. Het getal 69 is een komisch getal vooral wanneer je dit uitspreekt in de Franse taal!

Ik meld de meldkamer dat ik (Han) solo ben en bereikbaar als de 33.69 voor datgene wat deze dag staat te gebeuren. Dat weet je dus nooit van tevoren, een van de charmes van mijn vak om vooraf niet weten wat en wanneer er iets te gebeuren staat. De politionele mallemolen draait deze dag als een tierelier. Af en toe valt er een actie voor mij af van de karrenvrachten met de meest vreemde meldingen.

Ik haal beelden op van vechtpartijen tussen vrouwen in nota bene een speelparadijs voor de kleintjes. Hey, wat is het rolmodel als volwassene hierin om op de vuist te gaan in het ogenlicht van de kleintjes! Ik rij naar de autosnelweg ivm pech -rook onder de motorkap de bestuurster heeft haar baby bij zich. Ze staan in de kou. Hulp is voor hen snel geboden. Rijkswaterstaat maakt een rood kruis op de rijstrook en de berger is snel aan het takelen. De baby blijft lekker warm. Ik vertrek weer als alles veilig en geregeld is. Altijd gevaarlijk, de autosnelweg. Sommige auto's zien de rode kruizen niet! en rijden toch op de afgesloten strook. Vandaag gaat het goed met de afwikkeling van dit pechgeval. 

Ik bel op diverse keren verspreid over mijn dagdienst met mensen i.v.m. onoverkomelijke sociaal maatschappelijke aangelegenheden. Hopelijk kan ik hierin iets voor hen betekenen. Ik werp mij op als de politionele rots in de branding, luister maar de mensen, verwijs en adviseer volwassenen in hun onderlinge verstandhoudingen en problemen. De zelfredzaamheid laat af en toe barsten zien. Zo onwijs groot, afhankelijk en gemakkelijk wil men omgaan met de eigen verantwoordingen door deze proberen af te schuiven richting politie en hulpverlening. Ik neem vandaag geen apen mee op mijn mouwen en het woord zelfredzaamheid zegt het al, zelf > redzaamheid!

Een melding van binnenuit (red; via het wijksecretariaat van politie) maakt dat ik in het naburig gebied op een adres intervenieer. Er is een brandkast gevonden in een beek. Ik rij naar dit adres. Bij navraag in de politionele systemen komen naam en adres van de benadeelde van een woninginbraak al snel naar voren.

De brandkast blijkt vol te zitten met papierkraam, oude Nederlandse munten, messen, een trouwboekjes en een foto. Ik bekijk op locatie het geheel aan gevonden spul. Het papier is doorweekt nat en topzwaar door de zogenaamde sponswerking van wateropname door het absorberende papier. Met uitzondering van een foto. Ik bekijk deze natte berg welke tentoon gespreid ligt op een ecru kleurige handdoek.

Plots valt mijn oog op een foto. In de Volksmond noemen we dit een echo, van een ongeboren menselijke vrucht.  De donkere grijsachtige contouren vormen een soort van wolk als zijnde een warme deken om een lichtend voorbeeld heen. Nota bene een heel klein fragiel mensje in wording. Vingers en tenen zijn compleet en ook de menselijke vorm en bijzonderheden. Een waar wonder.

Ik weet niet meer of het een meisje of een jongetje is. Ik denk bij mezelf, dit is het meest waardevolle bezit uit de gestolen brandkast.

De foto is niet nat terwijl deze samen met de andere papieren in het water heeft gelegen. De foto is gaaf, ongekreukt, glad en kennelijk gewapend tegen de weersinvloeden. De ongeboren vrucht drijft, vlot of zwemt in de baarmoeder sappen met aan zijn buikingang de befaamde navel-snorkel.

De inbraak heeft niet ver uit de buurt plaatsgevonden. Ik bel de benadeelden en maak een afspraak voor het retour brengen van hun spullen. In twee plastic tassen tors ik de inhoud met me mee en breng deze meteen terug. Het zou zomaar belangrijk kunnen zijn.

Gearriveerd bij de benadeelden, overhandig ik hen de gevonden eigendommen. De man ziet allerlei zaken die van hem zijn, waarvan hij zich niet eens meer realiseert dat hij deze bezittingen vermist. De vrouw kijkt naar de natte papieren berg en haalt linea recta de echo-foto er tussenuit en kijkt er weemoedig naar.

De materiële berg aan gevonden spullen lijkt haar sowieso niet te interesseren. Gebiologeerd kijkt zij naar de fragiele echo foto die zij warm in haar handen vasthoudt. Ik zeg tegen haar van; gelukkig heeft u die foto terug. Ja, zegt ze -kijkt me aan- het kind heeft de geboorte niet gehaald. Deze foto is alles wat ik nog heb. 

Even later neem ik afscheid van dit gezin. Deze middag krijg ik nog tal van banale zaken voor mijn rekening die ik mag afwerken.  

Ik merk dat de wereld nog steeds doordraait en dat ik hier nog steeds deel van mag uitmaken.



zondag 16 november 2014

Mijn fiets is gestolen


Fietsers begrijpen elkaar.

Leuke quote om mee te beginnen. Want fietsers en dieven hebben een ding gemeen. Ze fietsen allebei als een wervelwind. De een voor zijn plezier en de ander om de gestolen fiets te verdonkeremanen. 

Er wordt tegenwoordig veel voor gewaarschuwd. Van afsluiten tot bewaakt stallen. En dan zal je net zien dat je lieflijke tweewieler gestolen wordt op en moment dat het niet uitkomt. 



Je persoonlijke levenssfeer loopt een gigantische mentale deuk op. Net als de slogan van de belastingdienst hanteert de politie er ook een. Doe maar aangifte per internet lekker van thuis uit.  

Ik zal twee door de eigenaars teruggevonden fietsen memoreren maar ook het rechtsgevoel op internet en facebook dat gehakt maakt van het politie optreden. Maar is dat rechtsgevoel wel terecht!

Casus 1; Een paar weken geleden mocht ik intake doen. Niet mogen maar moeten is hier het credo. 3 intake collega’s hebben de overstap gemaakt en mogen zich voor 3 jaar politiestudent noemen. Dat betekent plaatsvervulling bij de afdeling intake. Allemaal dragen we ons steentje bij dus ook ik, op mijn beurt. Dan komt er een gedupeerde aangever naar het bureau die zijn fiets herkent. De fiets staat gestald met een super slot dicht bij het bureau bij een fietsenstalling. 

Het sterke slot wil ik even benadrukken houdt een ware Sherman tank onder commando. Zeer sterk staal en slot. Een nagenoeg onverbrekelijk geheel. De brandweer komt mij te hulp en uiteindelijk met veel moeite en poespas wordt het slot op pneumatische wijze geopend. De fiets gaat uiteindelijk terug naar de rechtmatige eigenaar. Ik maak een melding op facebook.

De guillotine gedachten van sommige lezers op fb zijn meedogenloos hard. Anderen zijn blij voor de gedupeerde. Politie diensten liggen onder druk en net op het moment dat er geïnvesteerd moet worden naar de fietsendieven deze avond is de koek op en moeten we, in casu ik, roeien met de riemen die ik heb. Ik heb geen back-up en met geen mogelijkheid kan er gepost worden tot het moment suprême dat de dader zijn olifantenslot opent. Jammer maar het is niet anders. 

De publieke opinie is helaas snijhard! Onterecht vind ik weliswaar maar het is ook hier niet anders. Facebook is een forum dat af en toe platgewalst wordt door emoties zonder hoor, wederhoor en begrip.

Ik vind zelf dat ik samen met mijn collega´s zo goed als mogelijk heb gekozen uit de ter beschikking staande middelen. De eigenaar is zielsblij dat het voor haar deze keer goed afgelopen is en zij haar fiets terug heeft.

Casus2; Ik heb incidentenafhandeling met collega Roy. S ’avonds komt een gedupeerde naar het bureau. Hij maakt melding dat zijn gestolen fiets op marktplaats staat. In een onbewaakt moment werd de fiets die onaf gesloten stond, gestolen. Berouw komt na de zonde zullen we maar zeggen. 

De gedupeerde heeft een vrij beperkte mening om zijn fiets terug te halen. Zonder zijn inmenging moet de politie alles uit de kast toveren om zijn vervoermiddel terug te halen. Hij heeft wel kenmerken van de fiets en op zijn blauwe ogen wil ik hem best wel geloven, zo ook collega Roy.  We overleggen met onze leidinggevende. Deze is positief en we worden even vrijgemaakt voor deze casus. Mooi zo. Als we maar boeven vangen of helers. Het liefst helers want zonder helers heb je namelijk geen stelers, toch!

We vertellen de aangever dat wij van hem ook een inspanningsverplichting verwachten. Naar de fiets gaan kijken en dan als hij ervan overtuigd is, kan hij het ons laten weten. Dan zullen wij de dief in de boeien slaan. 

De gedupeerde eigenaar wil dit eigenlijk niet maar toch gaat hij uiteindelijk naar de fiets kijken bij de steler of heler op een adres in ons bewakingsgebied. Zo gezegd zo gedaan. Wij zijn uiteraard als back-up meegereden. De gedupeerde aangever gaat bij de steler of heler kijken en licht ons na dit bezoek in. Het blijkt zijn fiets te zijn. 

Het appartementencomplex met huisnummer is Roy en mij dan al bekend. We kloppen aan. De heler of steler doet de toegangsdeur open en kijkt erg verrast in de ogen van de Hermandad boys Roy en ik. 
Dat had hij duidelijk niet verwacht. De fiets staat in de gemeenschappelijke gang. De steler of heler wordt aangehouden, in de boeien geslagen en meegenomen naar het politiebureau. Hij komt deze nacht niet meer thuis maar mag verblijven in hotel politie op zijn verhoor, de volgende ochtend.  

De fiets gaat de volgende dag terug naar de gedupeerde aangever. De dief heeft reeds afstand getekend. De gedupeerde is blij met het politie optreden en bedankt ons van harte.

Aangifte doen en het noteren van bijzondere kenmerken heeft wel veel nut. Vooral als achteraf de vergelijking wordt gemaakt en de bijzondere kenmerken blijken te kloppen.  

Kopen op marktplaats is leuk, snel, goedkoop maar geen garantie dat het te kopen item legaal is. In het geval van fietsen geldt legaal kopen alleen maar bij de geregistreerde fietsenhandelaar.
Bovenstaande casussen geven een klein aspect weer van de moeilijkheidsgraad waar de politie binnen haar bevoegdheden mee te kampen heeft.

Bij diefstal van goederen, eigendommen en dit geval van fietsen is het niet gemakkelijk. De wetgever gaat er met de kaasschaaf overheen. De politie mag slechts optreden indien zij bevoegd is. Weet dit wanneer valse verwachtingen het proces bemoeilijken. Er zijn nog veel andere mogelijkheden en casussen denkbaar waarin de politie het verschil jammer genoeg niet kan maken.

Elke fietsendiefstal en- aanbieding van een gestolen fiets staat op zich en behoeft zeer grondige screening, vooraleer de politie iets kan en mag betekenen.

Deze keer hebben we twee gedupeerde aangevers blij kunnen maken. In veel gevallen zal het niet lukken door van alles dat het politiewerk en haar bevoegdheden tegenzit.

PS: in de fouillering van de aangehouden fietsendief zaten nog de twee lampjes die bij de fiets uit casus 2, hoorden.  


maandag 10 november 2014

De verzorgingsstaat voor ouderen

Een rustige zondag dagdienst zonder spoken op de weg! De dienst staat gepland voor incidenten afhandeling. De werkzaamheden beginnen met administratie, een kopje koffie en de sociale media. U kent het wel. Er zijn nog geen meldingen, waardoor ik rustig aan het bureau mijn gang kan gaan.

Plots komt de meldkamer met een bericht i.v.m. een oude verwarde mevrouw. Zij is nota bene aangelopen in een verzorgingstehuis waar zij niet thuishoort! Of wij daar even poolshoogte kunnen gaan nemen. Poolshoogte nemen is in veel gevallen de zelfredzaamheid overnemen en alles rondom personen of zaken afdoende te regelen en waterdicht af te kitten. In onderstaand relaas blijkt dat wij dat met de beste wil en inzet, niet altijd kunnen. In onderstaande melodramatische casus helaas niet.

Het betreffende verzorgingstehuis ligt in ons bewakingsgebied. Dicht in de buurt zijn er nog soortgelijke ondernemingen t.b.v. het tanende AOW Nederland.

Peter en ik gaan naar de opgegeven locatie waar we een oud omaatje van 83 lentes aantreffen. Zij is van het type knuffel oma. Zij heeft geen kinderen, blijkt ons achteraf. De oma zit in de gemeenschappelijke zaal met bij haar vaste maatje door regen en wind, de ijzeren solide doofstomme rollator on wheels.

In dit verzorgingstehuis lopen naar schatting, een tiental personeelsleden rond. In de zalen zitten, meerdere oudjes. Zij lijken samen te socialiseren maar velen onder hen voelen zich toch wel alleen in deze grijze menigte. Soms hebben ze een beetje aanspraak onder elkaar of er komt een sporadisch familielid langs. Dit alles in het kader van een wel of niet moreel verplicht nummertje i.v.m. een mogelijke erfenis.

Het enige telefoonnummer dat men vanuit de betreffende verzorginstelling kan bereiken is 0900-8844. Oftewel de politie locale! Niemand heeft op dit moment de helderheid van geest om eens rond te bellen naar de omliggende verzorging- annex bejaardentehuizen. Op de rollator staat ook nog haar adres! Om haar nek heeft ze een zogenaamde alarmknop. Al met al had men dit geheel vakkundig en zelfstandig zonder de interventie van politie locale, afgekund.

Vreemd, dat op het moment dat wij in uniform in volle glorie ten tonele verschijnen dat een iemand van de verzorging plotseling begint ”rond” te bellen. Wel pas na een verhelderingsvraag van mij. Dan blijkt dat dit knuffel-omaatje op bepaalde dagen dag opvang  geniet. Weliswaar 2 straten verderop in een verzorgingsinstelling, maar dan toch. Ook met deze belangrijke informatie is de wedstrijd nog steeds niet gewonnen!

Vreemd. Het is dus aan de politie om omaatje mee te nemen en te gaan zorgen voor opvang, onderkomen, hulp of wat nog meer nodig is. Ook vreemd dat de politie –naar mijn idee- meer dienstverlenend bezig was dan de feitelijke zorginstanties. De rollator wordt ingeklapt en met oma rijden Peter en ik naar de betreffende dagopvang instantie.

Daar heeft men zowaar een contactpersoon. Goh, dat had toch in eerste instantie ook telefonisch doorgegeven kunnen worden, maar ja het is niet anders. Daar hoeft oma niet voor in de kou komen te zitten. Alles kump good! Een gevleugelde spreuk in het Limburgs dialect.

Ik heb vervolgens met de contactpersoon in kwestie - familielid - gebeld. Hij woont te ver af voor bezoekjes bij tante. Dus hij heeft niet of nauwelijks contact met haar. Hij deelt mede dat wij haar rustig thuis kunnen brengen en afzetten. Vermoedelijk valt bij het omaatje " het kwartje “ in de zin van; dan vallen weer alle puzzelstukjes op de juiste plaats. Gelooft u het? Ik, in ieder geval niet. Niemand kan op deze dag des Heren bereikt worden voor daadwerkelijke nazorg.

Oma woont nog op het adres dat nota bene geplakt is op haar rollator. (Wie haar vind mag haar terugbrengen). Dit soort zorg op afstand baart mij ernstige zorgen, dat mag u best weten. Duidelijker en afstandelijker kan bijna niet. Wanneer je kunt lezen tenminste, of helpen!

Haar thuis afzettende komen meteen de buren op ons afgelopen. Zij maken zich beiden ernstig zorgen. Het gesprek gaat meteen in de trant van; is ze alweer weggelopen, waar moet dat heen, dit kan toch niet. en dergelijke bewoordingen. De oude buurman heeft vorige week bij haar het gasfornuis dichtgedraaid en afgesloten, omdat dit aanstond. Het is maar afwachten op een ongeluk (binnenbrand). Zij loopt ook heel vaak doelloos en verloren over straat, vertelt deze nestor.  

In de woning rondgekeken blijkt dat het er allemaal bijzonder netjes uitziet. Met de nadruk op bijzonder.

Geheel tegen ons gevoel in hebben ook wij, oma in haar woning achtergelaten. Wij hebben haar gevraagd om binnen te blijven en niet te verdwalen buiten op straat.

Zij zwaait ons bij het afscheid super vriendelijk uit en is kennelijk heel tevreden over de politie als zij ons als zodanig herkent. U en ik weten dat zulks geen oplossing biedt. Als mensen niet meer voor zichzelf kunnen zorgen door dementie in welke mate dan ook dan moet er iets geregeld kunnen worden. Zij heeft vooral een veilige woonplek nodig en een structurele vorm van toezicht. Haar lange termijn geheugen is nog goed, zij praat dan ook graag over vroeger. Zij benoemt een aantal levenservaringen. Echter van het heden en het nu heeft zij geen enkel benul.

De spreekwoordelijke vraagtekens staan dof in haar ogen gebeiteld. Een vraag om even te stoppen of om haar eigen tas vast te houden, begrijpt zij niet meer. Zij is wel de meest vriendelijke vrouw van Nederland, dat laatste kunnen mijn collega Peter en ik u verzekeren. Een dergelijk lief oude omaatje verdient een veilige warme en sociale plek in de samenleving, laat dat overduidelijk zijn. Echter deze sociale zekerheid kan kennelijk niemand meer bieden op de dag van vandaag. Dan kijk ik toch met grote argusogen van onbegrip, richting politiek.

Mijn schrikbeeld van de toekomst in Nederland en de ouderenzorg. De zorg wordt uitgekiend en kostenbesparend gepland via grafieken en cijfers. Kil zonder emotie, volhardend en sterk bezuinigend.

Ik heb ons computersysteem getuige gemaakt van deze interventie. Verder heb ik gevraagd voor hulp voor deze lieve knuffel oma.

De fictieve werkelijkheid in mijn beleving is dat ik of een van mijn collega's de ronddolende oma moeten gaan zoeken als zij weer eens de weg kwijt is. Letterlijk of figuurlijk. Om haar naar een veilige plek te brengen. Een ongeluk loert op iedere stap die zij maakt.


Al we bij oma wegrijden –en zij ons heel hartelijk uitzwaait- valt mij haar huisnummer op, 13.