B.A.D.B.O.Y.
Soms duikt er zomaar een oude casus op uit een vergeten hoekje van mijn geheugen. Geen idee waarom juist deze nu weer boven komt drijven. Misschien omdat herinneringen hun eigen agenda hebben.
Hoe dan ook, deze gebeurtenis heeft zich jaren geleden afgespeeld, in de tijd dat nachtdiensten nog een vast onderdeel van mijn werk waren.
Het is diep in de nacht. Buiten is het fris en we zitten in het laatste deel van een drukke dienst. Er is al van alles voorbijgekomen wanneer de meldkamer een prio 1-melding uitstuurt: ruzie op straat.
Het is diep in de nacht. Buiten is het fris en we zitten in het laatste deel van een drukke dienst. Er is al van alles voorbijgekomen wanneer de meldkamer een prio 1-melding uitstuurt: ruzie op straat.
Met meerdere politie-eenheden gaan we die kant op. Veel informatie hebben we niet. Wel weten we ambtshalve dat in de betreffende straat een woning staat die regelmatig onze aandacht trekt. Een opvallend pand, volledig afgesloten van de buitenwereld. Camera's bewaken iedere hoek van de straat. Wie er naar binnen kijkt, ziet niets. Wie aanbelt, krijgt zelden reactie.
Ik ben er eerder geweest. De bewoner ken ik van gezicht. Een markante verschijning met een stevig verleden. Over hem doen allerlei verhalen de ronde. Waar rook is, is soms vuur, maar niet ieder verhaal verdient geloof.
Toch leer je als politieman om alert te blijven. Niet vanuit angst, maar vanuit professionaliteit.
Onderweg volgt aanvullende informatie. De betrokkenen zouden inmiddels binnen zijn in de woning.
Onderweg volgt aanvullende informatie. De betrokkenen zouden inmiddels binnen zijn in de woning.
Bij aankomst treffen we een merkwaardige rust aan. De straat ligt er verlaten bij. Geen geschreeuw, geen beweging. Alleen de stilte van een nacht die bijna plaatsmaakt voor de ochtend.
Contact krijgen we niet.
Buren blijken wel wakker te zijn. Zij bevestigen dat er buiten ruzie is geweest. Er zou geschreeuwd zijn, waarna de betrokkenen weer naar binnen gingen. Ondertussen zetten wij de omgeving af en verdelen we onze posities.
Zelf sta ik bij de voordeur.
Zelfs de krantenbezorger, die inmiddels zijn ronde rijdt, wordt aangesproken. Ook hij heeft niets gezien.
Zelfs de krantenbezorger, die inmiddels zijn ronde rijdt, wordt aangesproken. Ook hij heeft niets gezien.
Dan rijdt een man de straat in. Hij blijkt te zijn gebeld door iemand uit de woning en komt poolshoogte nemen. Hij beschikt over een telefoonnummer van één van de aanwezigen.
Via mijn diensttelefoon krijg ik uiteindelijk contact.
Via mijn diensttelefoon krijg ik uiteindelijk contact.
Na enig aandringen gaat de deur open.
Samen met de officier van dienst politie stap ik naar binnen.
Samen met de officier van dienst politie stap ik naar binnen.
Direct valt de ravage op. Glas ligt verspreid over de vloer. Op meerdere plaatsen zijn bloedsporen zichtbaar. Druppels, vegen en spatten. Stil bewijs dat er kort daarvoor iets is gebeurd.
Midden in de woning staat de bewoner.
Op zijn arm draagt hij een klein blond kind.
De blonde krullen zijn doordrenkt met bloed.
Het kind huilt.
Op zijn arm draagt hij een klein blond kind.
De blonde krullen zijn doordrenkt met bloed.
Het kind huilt.
Wat er precies gebeurd is, wil niemand vertellen.
De man weigert zijn medewerking. Hij geeft geen uitleg over de gebeurtenissen buiten of binnen. Terwijl collega's de woning verder controleren, blijft hij zwijgen. Andere aanwezigen schreeuwen vooral hun ongenoegen richting politie.
Ondanks alle commotie blijft onze aandacht gericht op één ding.
Dat kind.
De man kondigt aan dat hij met het kind naar het ziekenhuis gaat. Hij wil niet dat wij naar de verwondingen kijken. Vervolgens loopt hij richting voordeur.
Dat voelt niet goed.
Er zijn teveel vragen onbeantwoord.
Er zijn teveel vragen onbeantwoord.
Buiten ontstaat een patstelling. Het kind moet medische zorg krijgen en wij moeten weten wat er is gebeurd. De man wordt steeds agressiever in zijn houding en gebruikt het kind feitelijk als een schild tussen hem en ons.
Op een geschikt moment grijpen we in.
Ik trek hem uit balans. Een collega reageert direct en neemt het kind veilig over. Binnen enkele seconden is de situatie onder controle.
Ik trek hem uit balans. Een collega reageert direct en neemt het kind veilig over. Binnen enkele seconden is de situatie onder controle.
De man wordt aangehouden.
Zijn partner kiest vervolgens de aanval. Scheldwoorden, dreigementen en verwijten vliegen ons om de oren. Het hoort helaas bij het vak. Uiteindelijk blijft ook zij op afstand.
Zijn partner kiest vervolgens de aanval. Scheldwoorden, dreigementen en verwijten vliegen ons om de oren. Het hoort helaas bij het vak. Uiteindelijk blijft ook zij op afstand.
Niet veel later arriveert de ambulance.
Gelukkig blijken de verwondingen van het kind mee te vallen. Het kan na behandeling thuisblijven.
Zoals wel vaker wordt er gedreigd met klachten over politiegeweld en machtsmisbruik. Die klacht is er uiteindelijk nooit gekomen.
Mijn handelen werd gemeld, besproken en beoordeeld. De officier van dienst was immers zelf getuige geweest van de gebeurtenissen.
De zaak werd verder door de recherche afgehandeld en vastgelegd in processen-verbaal.
Mijn handelen werd gemeld, besproken en beoordeeld. De officier van dienst was immers zelf getuige geweest van de gebeurtenissen.
De zaak werd verder door de recherche afgehandeld en vastgelegd in processen-verbaal.
Jaren later kwam ik de bewoner nog eens tegen in het uitgaansgebied.
Volgens de verhalen was hij een man waar je rekening mee moest houden. Volgens sommigen bijna een legende.
Volgens de verhalen was hij een man waar je rekening mee moest houden. Volgens sommigen bijna een legende.
Toen wij hem die avond aanhielden, liep hij zonder enig verzet mee.
Geen grote mond.
Geen bravoure.
Geen held.
Soms blijken de sterkste verhalen vooral verhalen te zijn.
Geen grote mond.
Geen bravoure.
Geen held.
Soms blijken de sterkste verhalen vooral verhalen te zijn.
De werkelijkheid ziet er vaak een stuk gewoner uit.
