Translate

zondag 12 oktober 2014

Dagrapport 11.10.2014

Een normale werkdag van nagenoeg ieder politiemens, vol met kleinere casussen en sores die er werkelijk toe doen.

Aanvang geplande dienst voor incidenten afhandeling. Ik heb dienst met collega Brenda. Ik zie haar niet. Ze is dan al bezig met een aangifte over een precaire zaak met hacking computer en verspreiden van naturel foto’s om het maar ietwat eufemistisch te duiden. 

Dan duik ik op mijn beurt maar even in de computer voor mijn wijkwerk. Ik stel vast dat verspreide informatie over de diefstal van een dure BMW heeft geleid tot heel veel gedeelde berichten en hits. Helaas een tip naar een daderspoor zit er nog niet bij. Maar wie weet komt dit nog. Mooi dat mensen de sociale media delen en bekijken, blijkt weer eens. Later op de dag tijdens de dienst vind ik nog een gaatje en ga ik persoonlijk naar de gedupeerden toe in het kader van I281. Dwz het nagesprek.

Als Brenda klaar is met haar onderzoek, krijgen we vanuit het wijksecretariaat nog een aantal zaken onder onze neus om op te letten. De briefing laat zien dat onze maatschappij nog steeds aan ernstig verderf onderhevig is. Dicht bij huis met diefstallen, geweldplegingen en psychische malaise. Maar ook het buitenland en de sores rondom de oorlogsgebieden laten ons alert zijn, gelet op de grote informatiestroom.

Ik bel in het bureau nog met een oudere bewoner uit mijn wijk, omtrent parkeerproblemen voor zijn woning. Hij heeft hier problemen mee en de buren werken volgens hem niet erg mee. Een gesprek is in het begin een ware monoloog, waarin hij de hoofdrol vertolkt. Ik pareer zijn woordenvloed en wil ook mijn zegje doen. Dat mag ik dan vervolgens ook van hem, mooi. De pap wordt niet zo warm gegeten als opgediend en ik geef hem een paar welgemeende adviezen. De senior wens ik ten slotte nog een mooie dag die hij samen met zijn vrouw mag genieten. Ik hoop dat de boodschap aankomt. Hij vindt het bijzonder prettig dat de wijkagent hem terug belt.

Dan krijgen Brenda en ik een melding in Oirsbeek. Waarom Oirsbeek? omdat wij al een hele tijd werken in het hele nieuwe district (BT Westelijke Mijnstreek) over de grenzen van het oude bewakingsgebied heen. Eventueel nog verder wanneer de meldkamer ons dat opdraagt. Daar is niets mis mee. Deze keer zijn wij aan de beurt. Waakzaam en dienstbaarheid kent vele varianten waaronder politionele collegialiteit als sluitstuk!

In Oirsbeek staat een bestelauto kleur rood al dagenlang onbeheerd. Bij controle blijkt de auto van diefstal afkomstig te zijn en er zijn bovendien nog een keer valse kentekenplaten aan bevestigd. De meldkamer regelt een takelbedrijf.

Het takelen blijkt een zware klus want de auto is afgesloten en op de handrem en laat zich niet 1-2-3 meevoeren. Uiteindelijk wordt hij op de takelauto geplaatst met minutieuze precisie als van een effectbal op een biljard laken. De onmogelijke taak wordt voor de hevig zwetende takelateur een uitdaging, waarin hij bijzonder goed slaagt. Het duurt wel even maar, dan heb je ook wat.

Terug aan het bureau dient zich het gevecht met de bureaucratie aan. De gestolen auto is afkomstig uit het buitenland (B). Ik kan de systemen niet benaderen om hem af te signaleren. Ik schakel een speciale grens overschrijdende instantie in. Alles komt goed uiteindelijk!

Dan krijgen we van de officier van dienst de opdracht om een huiszoeking in het kader van de Wet wapens en munitie uit te voeren. Een jongeman heeft kennelijk op Instagram een foto geplaatst met een vuurwapen. Dat is bij de politie bekend geworden en dus moet dit potentiële gevaar direct onderzocht worden. Je weet namelijk nooit wat er kan gebeuren. We kunnen niemand i ndiens hoofd kijken. De moeder laat ons in de woning toe en we mogen van haar de woning onderzoeken. 

De zoon is niet thuis maar arriveert even later. Hij verklaart de foto gefotoshopt te hebben en op Instagram geplaatst. Geloven is goed maar controle is beter. Brenda en ik met nog twee collega’s onderzoeken de hele woning. We treffen niets aan m.b.t. vuurwapens en/of munitie of dergelijke zaken. We nemen afscheid van dit gezin. Maar de hele straat is getuige van ons optreden op dit adres, we zijn nogal opzicht gekleed in ons nieuwe uniform. Ik denk dat de jongeman, die overigens ernstig geschrokken is van ons optreden, dit niet nog een keer in zijn hoofd haalt. Zijn moeder is boos dus met hem wordt er nog een zuur appeltje geschild thuis. Dus denk goed na mbt het plaatsen van foto's op de media. Het kan zijn dat je ter verantwoording wordt geroepen. Op de blaren komen te zitten kan dan een nadelig gevolg zijn van je plotselinge onnadenkende actie.

Tijdens de bureaucratische inhaalslagen op verschillende momenten aan het bureau is het druk. In de hal staan een man die moeten worden aangehouden. Verder is het een grote verscheidenheid aan zaken dat zich maar blijft aandienen op deze middag. Een mallemolen waar de politie zich weer op wonderbaarlijke wijze uitvecht. Hopelijk tot tevredenheid van melders, gedupeerden en aangevers.

Aan het einde van de dienst help ik nog een collega die pech heeft aan zijn auto. Ik wilde net naar huis gaan alle apparatuur was al afgemeld maar collegialiteit is dan toch nog belangrijker. Stel voor ik had pech dan was ik ook blij als ik geholpen zou worden! In no time doet de accu van zijn auto het weer. Mission accomplished, zullen we maar zeggen!

Na me omgekleed te hebben, blijkt dat het weer is omgeslagen naar de natte variant en dat er grote donkere wolken boven mij en mijn fiets op de loer liggen. Zal ik nu pech hebben en alweer nat worden? Op jaarbasis valt dit erg mee dus ik trap onbevreesd mijn dagelijkse 10 km route naar huis.

Ik krijg de wind in mijn rug en de donkere wolken begeleiden me dwangmatig en dreigend op mijn pad. Plots voel ik een warmte, alsof iemand mij wil aanraken. Er wordt op me geschenen, wat is dit? Ik draai om en zie de zon geniepig schijnen tussen de wolken en de bomen door. Hij schijnt op mij nota bene. De boze wolkenmassa valt in twee onschuldige delen uit elkaar. Mooi deze onverwachte hulp. Niet zo vreemd lijkt mij, want ik maak ten slotte reclame voor de zon. Ik draag mijn piesgeel windjack en de zon heeft mij ongetwijfeld herkend als eigen bloed! Zouden de wolken dan toch bang zijn voor de laagstaande zon! ja dus, naar het schijnt.

Het was weer eens een drukke werkdag met nog vele andere zaken waar ik geen weet van heb. Diit zou teveel extra woorden kosten om alle acties van Brenda en mij te benoemen. Eigenlijk is deze werkdag als een normale werkdag te betitelen. Met veel zaken is het vaak de van ver van mijn bed show. Ik besef dat persoonlijk leed heel heftig kan zijn, ook bij schijnbaar kleine casussen.

Met respect staan mijn collega's en ik dag dagelijks klaar om het positieve verschil te maken.

Ik kom na mijn fietstocht heelhuids – zeer zichtbaar in de bijna duisternis door mijn felle jack- thuis. Ook nog droog en wel. De weergoden hebben hun pijlen deze keer niet op mij gericht.

Wij proberen altijd het onmogelijke direct te doen. Wonderen duren echter iets langer en toveren doen we op verzoek. Helaas voor onze eigen middagpauze dan, want die is erbij ingeschoten.

Tot de volgende dagrapportage.


vrijdag 3 oktober 2014

Tussen kop en staart

Op een mooie doordeweekse middag krijgen mijn maatje Nicky en ik een melding van een aanrijding in ons bewakingsgebied. Een zogenaamd kop-staartje waarbij de inzittenden licht gewond zouden zijn geraakt. Op de min of meer automatische piloot gaan we naar de opgegeven plaats van aanrijding.

Daar aangekomen, treffen wij twee auto’s aan die zojuist innig, bruusk en intiem verbonden zijn geweest. Zo heftig zelfs dat het metaal en onderdelen verfomfaaid zijn geraakt door de wederzijdse beroering. M.a.w. de kop van de ene- en de staart van de andere auto hebben flinke deukschade. De kop is knock-out geraakt en diens “ogen” hangen kapotgeslagen uit de metalen verwrongen oogkassen. De staart van de andere auto is eraf gereden en de metalen kont heeft een harde knoeperd te verduren gehad en is als het ware uit zijn broek gescheurd.

Beide bestuurders staan behoorlijk aangeslagen en zo mogelijk punchdrunk buiten hun vehicles. Nicky en ik weten wat de term punchdrunk kan betekenen als beoefenaars van het pugilisme. Het verkeer op de ongevalsplek is ernstig gestremd. De weg moet snel vrijgemaakt worden i.v.m. de hedendaagse onrust. Want tijd kost geld en geld is er tegenwoordig niet meer! Niemand heeft meer tijd over om even te wachten totdat het sein veilig gegeven is, om weer door te kunnen racen  in de mallemolen van het leven van vandaag.

Nicky en ik trekken de gele hesjes (oud uniform) aan om de zichtbaarheid van de hulpverlening te benadrukken. De bestuurder van de staartauto moeten we met een vergrootglas zoeken. Maar eenmaal gevonden horen we van hem zijn toedracht versie. Hij heeft niets kunnen doen om de aanrijding te voorkomen. Hij stond stil op de weg voor een rood gekleurd stoplicht, helaas voor hem op de verkeerde tijd en plaats. De bestuurder van de kop-auto staat naast zijn eigen auto. Hij ziet mijn uniform en mijn gele hesje. Overzichtelijker en duidelijker kan bijna niet meer. 

Als ik dan denk aan de zojuist omschreven punchdrunk situatie dan is dit mogelijk een reëel synoniem voor zijn status. Hij deelt mede dat er toch niets is gebeurd! en wat komt de politie dan doen en verdere markante uitspraken die kant nog wal raakten.

Voordat ik geïrriteerd begin te raken van de zin en de onzin van hem, valt mijn oog op zijn auto en met name op de vrouw op de bijrijdersstoel. Ik vraag aan haar hoe zij zich voelt. Het gaat wel. Echter haar gezicht vertoont een andere melancholische pijnlijke lichaamstaal. Door de klap van de aanrijding heeft zij zich bezeerd aan haar nek en bovenlichaam en heeft zij zich erg verschrokken. 

Maar vooral oogt zij erg bezorgd over haar man die niets dan lariekoek aan het verkondigen is tegen de mannen van Hermandad, in casu, Nicky en ik.

Ik zelf ben ook bezorgd over de manier waarop de man orakelt en lariekoek aan het verkondigen is en zich daarbij groot houdt. Zijn houding is als een broos koekje van eigen deeg en flair uit vroegere tijden, een breekbaar restant. De ambulance heeft de geschrokken vrouw gecheckt en het sein veilig gegeven, gelukkig. Ik ben blij voor haar. Er is geen verdere nazorg voor haar gesteldheid nodig. Het vrouwtje oogt bejaard, frêle en broos en haar man is de vierkante rots in de branding. Hoe erg ik mij kan vergissen, blijkt later weer eens. Ik leer gelukkig nog iedere dag van mensen en situaties.

Beide ongevalsauto’s worden afgesleept, ook weer een bureaucratische moloch van formaat, vanwege alweer nieuwere voorschriften! In de tussentijd komen twee collega’s ongevraagd helpen met de verkeersstremming van formaat. Mooi om die collegialiteit te mogen ontmoeten. Dat geeft Nicky en mij de rust om ons om het seniorenclubje van de aanrijding te bekommeren.

Ik vraag aan de vrouw of haar man altijd zo acteert. Zij wuift dit enigszins weg met een handgebaar en bevestigt hiermee mijn veronderstelling. Ja dus. Hij is altijd nadrukkelijk aanwezig als een vierkante leidinggevende rots. Mijn opkomende irritatie is al een tijdje gladgestreken door de humor van de situatie en het niet meer serieus nemen van de uitspraken van hem.

Het aanrijdingsformulier wordt later bij de rots thuis ingevuld. Zij wisselen de telefoonnummers uit. De auto’s worden getakeld. De weg werd gepoetst en ontdaan van glasgerinkel en verdere wondjes in de vorm van plastic auto onderdelen.

De markante rots geeft plots aan zijn frêle gehavende vrouwtje de opdracht om de ongevalsweg op te lopen. Want daar ligt glas en dat moet opgeruimd worden. Hoe is dit mogelijk, waar bemoeit hij zich alweer mee! Als een galante ridder met een super smile heb ik deze opdracht op mij genomen voorzichtig tussen de langsrijdende autocoureurs door. Te gek voor woorden eigenlijk. Hoe komt iemand bij zulk een onnozele opdracht.

Paniek, houding zoeken, teruggrijpen naar vaste leidinggevende bakens uit het verleden? wie weet. Maar ja de markante rots is het nu eenmaal gewoon om leiding te geven. In zijn werkzame leven heeft hij waarschijnlijk nog nooit een opdracht gekregen. Daar gaat hij bijzonder prat op. Na zijn pensioen van al 25 jaar is zijn vrouw in de onderdanige rol moeten kruipen, zo denkt hij.

De waarheid doet anders vermoeden. Zijn vrouw heeft hem altijd behoed voor opvallende misstappen en heeft hem als een onzichtbaar engeltje op zijn schouder begeleid en bijgestuurd voor dagelijkse grote en kleine blunders op zijn levenspad. Overigens zonder dat hij dit ooit heeft geweten.

De vrouw deelt mede dat zij in het begin van de week haar zuster heeft begraven na een langdurig ziekbed. Ik verdenk haar ervan dat zij vele jaren op rij de mantelzorg heeft verricht als een onbaatzuchtig mens aan haar zuster in haar lichamelijk nood en lijden. Het afscheid en de dood van de zus heeft beiden ernstig aangeslagen, vooral de markante rots. Ook al wijkt zijn trots voor geen millimeter. In zijn hoofd is het allemaal net ietsjes anders dan zijn buitenklant doet vermoeden.

Nicky woont in de buurt van de markante rots. Wij brengen de oudjes naar huis. Dan blijkt dat buiten het gps systeem dat wij in onze dienstauto hebben nog een ongevraagd tweede applicatie gps systeem in onze politieauto zit. De markante rots gebaart, stuurt aan en verordonneert ons onnodig en extra op deze simpele route.

Thuis gekomen blijkt dat de markante rots zijn auto- en huissleutels in het afgesleepte voertuig heeft gelaten. Uiteraard had hij hier geen schuld aan. Om verdere hulp te verlenen ingevolge artikel 3 van de politiewet hebben we zijn voertuig en de rots bijeen gebracht. De rots wil wel maar kan de route naar het garagebedrijf niet exact vertellen. Mijn blackberry heb ik ondertussen stiekem bediend met een navraag voor het garagebedrijf en vestigingsplaats en vervolgens heb ik de route ongemerkt in onze MDT (politie tomtom) ingetoetst. Dus de route wordt liefelijk met een damesstem aangegeven op onze navigatie.  De tweede tomtom kwaakt er op de achterbank alweer vrolijk op los. Ook al weet hij niet goed hoe de route verloopt, maar dan toch. Leiding moet nu eenmaal gegeven worden in woord en gebaar.

Wat zijn (alfa)mannetjes toch hulpeloos zonder bijsturing door moeder de vrouw.

dinsdag 23 september 2014

Brandende flat

Op elkaar gestapeld als sardientjes in een tinnen blik, opeen gepropt als in een Japanse metro, lekker dicht in mekaar's buurt, zo zou je dit flatgebouw met gezinnen kunnen omschrijven. Of een lego blokkendoos. Hoe hoger de flat hoe meer de prestigieuze uitstraling zal zijn. Ook de vanger van gure, snijdende, snerpende onverhoedse stormen en windvlagen. 

Het fenomeen flats bouwen voor mensen heeft zijn hoogtijdagen allang achter zich gelaten, behalve dan weer in Manhattan VS, daar woont bijkans iedereen in de wolken en torenen hoog boven de rest van de mensheid uit! door schaarste en plaatsgebrek.

Nederland heeft dit - bouwen hoog in de atmosfeer – lang geleden gekopieerd. Tegenwoordig zijn er helaas meer regels nodig dan vroeger te doen gebruikelijk was. Vroeger was een stopcontact in een woonruimte voldoende. Tegenwoordig bij lange na niet meer, gezien onze verslaafdheid aan mega elektra expansievlucht.

Kort geleden tijdens mijn incidenten afhandelingsdienst, krijgen mijn collega en ik een prioriteit 1 melding van een uitslaande brand in een flat waar al zwarte rookpluimen dreigend naar buiten hun uitweg zoeken. Met meerdere politie surveillances gaan we naar de opgegeven locatie. De brandweer is tevens gealarmeerd en met grote rode redding-voertuigen zijn ook zij snel ter plaatse.

De donkere lucht kleurt fel blauw van de zwaailichten van de reddings- en hulp voertuigen van brandweer en politie.

Jeetje, het vuur woedt fel op de hoogste verdieping,  en zoekt - alles op vretend in een sinistere onheilspellende donkere waas - de uitweg om meer en meer leven en zaken dodelijk te toucheren.

Kortom een levensbedreigende situatie als er niet rap opgetreden wordt.

Door snel en adequaat handelen –na forceren van de toegangsdeur- kan de brandweer het vuur snel bij de keel pakken en dit met een fors blussende wateroplossing permanent uitschakelen. Ik sta buiten te wachten, mijn andere collega’s op de bovenste verdieping, samen met tientallen verontruste bewoners en hun familie. Dat is zeker een onheilspellend moment voor velen, wanneer niet bekend is welke flat of welke bewoners het betreft.

Op dusdanige momenten is er altijd een gevoel van saamhorigheid en normbesef. Deze gevoelens ebben helaas weer snel weg –merk ik zo vaak - als het de ver van mijn bed show, weer eens betreft. De ramptoeristen daargelaten.

In de brandende flatwoning bevinden zich gelukkig geen mensen en dieren. Die zouden door het vuur ongetwijfeld de dood hebben gevonden. De brandweer is professioneel bezig met bluswerkzaamheden en gewapend met adequate kleding en maskers zijn zij dit vurig brandend monster heldhaftig tegemoet getreden. 

Brand bestrijden mag en kan slechts en alleen door deze professionals gedaan worden. Politie noch bewoners zijn hierin een partij. Hoge temperaturen, vergiftigde vrijgekomen stoffen, koolmonoxide, maken dit een ware arena voor de brandweer EN niemand anders. I.v.m. de taak, de veiligheid, en gerede overlevingskansen.

Ik ben altijd weer blij met de professionele performance van de brandweer. Wanneer het sein brand meester gegeven wordt, ontstaat er gelegenheid voor een vervolg motorkap overleg bij de gebluste flat. 

Wie doet wat, kan de politie nu veilig naar binnen i.v.m. giftige gassen of stoffen en dat soort zaken. Het is altijd weer mooi om te constateren dat niemand in de woning is, ook vandaag gelukkig.

Soms wel en op dergelijke momenten staat er weer een zware psychische opgave te wachten.

Een beneden buur heeft gelukkig het vuur gezien en geroken en heeft snel via 112 alarm geslagen. Wat een heldhaftig gebaar van deze held. Chapeau voor deze man of vrouw. Veel meer leed en schade had kunnen plaatsvinden als de brand niet op tijd bemerkt zou zijn.

Buiten voor de flat kijk ik naar boven en tel, pak ‘m beet tussen de 150 en 180 flatwoningen aaneengeregen als een spies boven een barbecue. Ik krijg al snel in de informatielijn door dat de oorzaak van de brand een in werking zijnde hennep plantage en een defect water systeem, betreft.

Thuis kweken van hennep mag wettelijk gezien, niet. Verder mag veel rondom het hennep gebeuren. Dat is allemaal ondergebracht in growshops in het kader van de detailhandel! Alle installaties en lampen et cetera zijn legaal te koop om te kunnen kweken en telen.

Buiten gewoon triest is het om te constateren dat al dan niet bewust gekozen wordt om honderden gezinnen potentieel in gevaar te brengen door de elektrometer levensgevaarlijk te omzeilen en ook nog irrigatiesystemen voor de hennepteelt te installeren. 

In de media wordt veelvuldig gewaarschuwd voor brandgevaar en stroom aftakken buiten de meter om. Dit is een verboden handeling.

Door beleid (Damocles) kunnen huurders en eigenaren uit de woning gezet worden na hennepteelt. De macht van het geld en de onmacht van de schuld maken keer op keer dat mensen toch dit grote risico nemen met alle desastreuze gevolgen van dien.

Enfin, nadat de giftige gassen naar buiten zijn geventileerd wordt er na meting geconcludeerd dat de flatwoning veilig te betreden is. Binnen in de flatwoning lijkt het alsof er een bom is ontploft. Alles roetzwart, mistig en kapot door het vuur en roetschade door de zwarte, vernietigende rook. Als ik binnen ben kan ik slechts moeizaam en zwaar ademhalen. Niet prettig. Eigenlijk heel erg vies naar mijn idee. Met mijn BlackBerry in de aanslag schiet ik een paar macabere sfeerfoto’s. Grijsgrauwe, stinkende afbeeldingen worden in een ijltempo genomen. De grote hennepplanten laten hun kopje hangen. Overal drijft en sijpelt water op de wanden, de vloeren en er doorheen naar de benedenburen. 
Het lijkt een beetje op een zwembad, een pierenbadje. Ik loop zo snel als mogelijk weer naar buiten, want ik vind de walm, de rook en de achtergebleven stank erg ongezond aanvoelen voor mijn lijf, leden en vooral voor mijn longen en rood aangelopen ogen.

De elektriciteitsmaatschappij sluit de meter af en controleert preventief in meerdere naast- en ondergelegen flats op alle denkbeeldige veiligheidsaspecten.

Nadat ik buiten mijn longen vol frisse lucht heb gezogen komt er een bewoner naar me toe. Hij deelt mede op de 9de etage te wonen en ook bij hem sijpelt het water binnen.

De medewerkers van de gewaarschuwde elektriciteitsmaatschappij gaan in de flat blokkendoos alle onderliggende woningen nader inspecteren. Na controle achteraf blijkt dat er water in alle onderliggende meterkasten is gedruppeld tot aan de 1e etage. Overal is nazorg nodig op veiligheid en vooral ook op informatie.

Door de rookschade zijn tal van omliggende woningen niet bewoonbaar. Bewoners klagen hierover. Dan wordt Salvage geïnformeerd die de schade en de situatie komt opnemen. Medewerkers van Salvage dragen zorg voor het opnemen van de schade en voor het welzijn van de bewoners. Ook om hen indien nodig, na samenspraak onder te kunnen brengen bij vrienden, familie of hotel accommodaties. Zo lang als nodig binnen nader te bepalen kaders.

Ondankbaar werk is er voor de medewerkers van de opruimingsdienst. Ook zij moeten zich door de zware lucht, walm en viezigheid worstelen en alle verboden spullen op te ruimen. Ook zij zaten thuis deze avond en moesten uitrukken om de ellende door anderen veroorzaakt, op te ruimen. Ik heb voor deze medewerkers dan ook veel respect. Ik hoop u ook!

De politie blijft nauw betrokken vanuit haar strafvorderlijke discipline. Onderzoek naar de verantwoordelijken wordt gedaan met als doel hen voor de rechter te krijgen om bestraft te worden.
Achteraf ben ik blij dat er geen slachtoffers zijn te betreuren. Dit had goed kunnen gebeuren in deze mierenhoop van mensen. 

Zou de brand groter geweest zijn dan is het maar de vraag of iedereen veilig had kunnen wegkomen uit de andere omliggende flatwoningen. Brand, vuur en rook zijn zeer ongenadig en levens bedreigend.

Ik sta steeds vaker paf van de onverantwoordelijkheid die mensen in onze participatie samenleving, nastreven!

donderdag 11 september 2014

Olifantenpaadjes

Olifantenpaadjes zijn genoemd naar de gelijknamige diersoort omdat zij altijd de kortste weg kiezen en zich niet druk maken over deze afkortingen van geplaveide paden. De slijtage onder hun imposante lichaamsgewicht, wordt dan ook platgewalst, herkenbaar. Ook mensen vertonen dit gedrag. Kijk maar eens in het publieke domein naar het openbaar groen.

In het verkeer raken deze olifantenpaadjes vast verankerd in ons denkvermogen. We volgen dan het oude pad, ook al is dit er niet meer. Mede door de talloze afleidingen, verkeersstress, gejaagdheid of de laaghangende zon. Gevaar en noodlottig verkeersongevallen behoren dan tot de vooruitzichten.

Ook ik heb dit een keer mogen meemaken. Een rechte weg werd behoorlijk bochtig aangepast. Door mijn vakantie kende ik deze bochtige verandering nog niet. Op een avonddienst krijgen mijn collega en ik een spoedmelding. Ik zit naast mijn collega bestuurder, net terug van vakantie. We rijden hard maar verantwoord. Plots remt mijn collega hard af. wat doe je? vraag ik hem. Kijk maar voor je Han! Dan pas zie ik de haakse bocht met tal van betonnen obstakels in de berm langszij.

Als ik gereden zou hebben op deze weg met de laagstaande verblindende zon in ons gezicht en de herinnering aan een rechte rijbaan, dan was ik wellicht bovenop deze minieme Siegfriedlinie gebotst.

Nu gelukkig niet. Dit voorval zet mij toch aan het denken. Onze hersens nemen vaker een loopje met ons mensen. Gelukkig loopt het meestal goed af, soms niet. De volgende noodlottige casus ten spijt!

Het verkeer, de infra structuur vereist betere, bredere wegen en nieuwe verbindingen, ook met het buitenland. Zo ook op een nieuwe verbindingsweg vanaf de autosnelweg richting Duitsland.
De oude weg wordt volledig afgesloten. Wel blijft deze weg geopend als aanvoerroute naar een groot onderdelenbedrijf en voor fietsers en voetgangers.

Hordes bestuurders ook ik, hebben nog menigmaal de inschattingsfout gemaakt om de doodlopende weg toch in te rijden. De oude informatie -zoals het eens was- ligt kennelijk toch in ons brein opgeslagen als een olifantenpaadje.

De oude weg is hermetisch voor snelverkeer afgesloten met vangrails. Stevig, stoer en grijs. Vangrails vallen echter niet zo goed op. Daarom zijn er op een ruimte afstand nog de bekende rood/wit gekleurde houten afzettingshekken bij geplaatst. In principe genoeg waarschuwingstekens. In de media wordt ook geïnformeerd over deze nieuwe wegsituatie. Geregeld blijven bestuurders toch nog de inschattingsfout maken door toch de afgesloten weg in te rijden. Dat moet wennen, dat kost nu eenmaal tijd.

Op een mooie avond met prachtig weer maar wel met een laaghangende verblindende zon maakt een bestuurder van een motor een fatale inschattingsfout. Vanaf de verkeerslichten heeft hij de nieuwe weg nog niet in zijn gedachten ingeprent. In de veronderstelling dat hij als vanouds door kan rijden tot aan de autosnelweg, houdt hij geen rekening met de fysiek opgeworpen barrières. Hij botst frontaal op de wegafzetting. Hij overlijdt ter plaatse op de aanrijdingsplek.

Voor deze onfortuinlijke jonge motorrijder wordt zijn toekomst abrupt afgebroken. De toegesnelde collega’s hebben het ongeval afgehandeld en al het mogelijke gedaan voor dat moment. Zwaar en gruwelijk werk voor de collega’s in de eerste lijn. Niet alleen de aanrijding en letsel maar vooral ook het contact met de nabestaanden is altijd weer een zware beproeving voor de politie.

De dag na de aanrijding: De daaropvolgende ochtend heb ik dienst en weet dat er een motorrijder overleden is op de afgesloten weg. Ik weet nog niet de exacte plaats. Toeval of niet, ik rij met mijn collega in de buurt via de verkeerslichten naar deze afgesloten weg. Ik zie in de verte een aantal auto’s en mensen staan. Als ik van tevoren geweten zou hebben dat dit de nabestaanden op de onheilsplek zijn, zou ik toch naar hen toe gereden zijn, weliswaar met een flinke brok in mijn keel.

Dichtbij genaderd zie ik dat deze mensen bloemen bij zich hadden op deze illustere plek. Ik kan niet meer omdraaien en ben maar op een gepaste afstand stil blijven staan. Ik wil ten slotte niemand in zijn of haar verdriet storen. De mensen zijn jong maar lopen krom van intens innerlijk verdriet om hun overledene. Een ten hemel schreiend triest tafereel vol ongeloof.

Waarom heeft dit ongeluk moeten gebeuren en hoe, zijn de vragen bij hen. Er hangt een waas van diepe pijn en leed. Het valt mij op dat ondanks het feit dat er via de naastgelegen nieuwe weg veel verkeer langs raast, er toch een respectvolle serene stilte heerst. Of is dit alleen in mijn gedachten?

De politieauto wordt opgemerkt en er komt een man uit deze nabestaanden en vrienden groep op ons toegelopen. De man is in mijn beleving de oom. De ouders komen ook bij ons en even later nog de andere aanwezigen. Ik heb wel vaker intens verdriet en tranen gezien maar zoveel verdriet op een plek kan ik mij bijna niet herinneren. Op hun vragen geef ik zo goed en kwaad als het kan, antwoord.

Deze mensen blijven zo rustig, aangeslagen in hun verdriet bij me staan, dat heb ik sindsdien nooit meer meegemaakt. Na ruime tijd vertrek ik van deze plek. De familie en vrienden blijven.

Helaas is de politie vaak een discipline die in eerste instantie het onderzoek en waarheidsvinding instelt. Deze keer is het voor mij een toevallige ontmoeting tenzij toeval niet bestaat.

Aan politiebureaus gaat men normaliter snel weer over tot de orde en de waan van de dag. Ik denk echter dat het af en toe goed is om toch stil te staan bij wat wij of andere collega’s voor de kiezen krijgen. Meestal wacht weer een volgende gejaagde klus op ons en maken we niet genoeg tijd vrij om een moment te bezinnen. Vaak haalt onnodige bureaucratie voor zulk een moment ons in, want we moeten toch meteen alles verantwoorden op papier.


De laatste tijd vallen mij op mijn willekeurige politionele- en privé routes steeds meer gedenktekens en kruizen op langs de wegen. Er vallen op vele wegen nog te vaak onnodig doden.

zondag 31 augustus 2014

Traangas

Op een nachtdienst op een maandag ben ik samen in dienst met collega en hondengeleider Henny. Als wij tweeën en zijn diensthond Tiesto bij elkaar zijn dan gebeuren altijd de meest vreemde zaken. 

De kerkklok heeft al een nieuwe dag aangekondigd door 12 maal te slaan. Een nieuwe dag met nieuwe kansen zou je bijna denken. We hebben nog geen melding van formaat toegeschoven gekregen en wij bedenken ons al dat het een saaie nacht zou kunnen worden. Echter met Henny op dienst komen er altijd onaangekondigde verrassingen voor politie. Het is alsof we een officieuze uitdaging vormen voor weerbarstige types en -situaties.

Plots krijgen wij een melding van geschreeuw, getier, ruzie of huiselijk geweld op een locatie in ons eigen bewakingsgebied. Dit adres -ambtshalve bekend-  roept meteen veel negatieve associaties op van vruchteloze bemiddelingen, interventies en criminele activiteiten al dan niet verhuld in een waas van anonimiteit. Als stille getuigen op deze locatie; ontelbare incassobrieven als een berg van weerstand tegen de geldende Nederlandse rechts- en orderegels.

De politie als tentakel van het justitiële apparaat moet alles tot in den treuren kunnen bewijzen en reproduceren. Deze woonomgeving is sterk afhankelijk van handje ophouden m.b.t. de gouden Nederlandse sociale voorzieningen.

Overdag lopen hier slechts en alleen maar fictieve topsporters rond in 24/7 sportkleding op luchtige slippers, kennelijk voor het thuis bankdrukken.

De meldkamer hoeft niet veel toe te voegen aan mijn eerder opgedane ervaringen met dit pand en hun fysieke bewoners. Dus tuffen wij in onze politie bolide in versnelde ganzenpas naar deze plek des onheils toe. Gelukkig voelen Henny en ik elkaar feilloos aan als het spannend wordt, dus deze melding verhoogt geen adrenaline peil. Losjes bewegend,  nonchalant overkomend doch ongemerkt alert naderen wij deze poel des verderfs.

Hond Tiesto bleef in zijn bussen hondenhok. Tiesto namelijk heeft een offensieve sprankelende heftige bejegenings-attitude. Confrontaties met Tiesto betekenen altijd een positieve score op het blazoen van Tiesto en de score 0 op het blazoen van zijn offenders, maar wel binnen de wettelijke mogelijkheden.

De betreffende locatie, een appartementencomplex heeft aan weerszijden deuren en verdere onduidelijke woonruimtes voorzien van schichtige onzichtbare huisnummers. Lastig vooral als haast en optreden geboden is onder nachtelijke- en duistere omstandigheden. Dus alweer een doolhof. De achtergelegen gemeenschappelijke hal is verlicht. Op aanroepen werd niet gereageerd. We lopen de gezamenlijke gang in.

PLOTS pakte de ademnood ons letterlijk daadwerkelijk bij de keel. We krijgen geen lucht meer en onze ogen tranen als een tierelier. Wat gebeurt hier. We lopen meteen naar buiten om zuurstof en frisse lucht in onze longen te kunnen bijtanken. Dat is binnen niet mogelijk. Lang binnen blijven zou betekenen dat we onwel worden. 

We horen menselijk geschreeuw van iemand in uiterste nood. Afwachten is geen optie en dus met een verse teug lucht stuiven wij weer naar binnen in deze verstikkende ruimtes.

We zijn onbedoeld zelf slachtoffer van pepperspray of een ander bedwelmend middel geworden, blijkt achteraf pas. We blijven uiterst alert. Een mens kan in dit complex in doodsnood verkeren door geweld, zuurstofgebrek of wat dan ook. De status van dit gebouw en haar bewoners maakt deze gedachtegang goed mogelijk.

Hulpverlening aan hen die zulks behoeven staat in ieder geval heel hoog in ons politievaandel. Met de reeds geïnhaleerde forse teug aan zuurstof wordt de situatie nog en keer met een Quick look in ogenschouw genomen.

We ontdekken achteraan in de gang een kelderingang met stenen trappen omlaag, waar meerdere personen aanwezig zijn. Hoeveel er dit zijn is ons niet bekend. Een van hen is duidelijk in lichamelijke nood, gelet op zijn harde gillende geschreeuw.

Vreemd dat die personen beneden kennelijk geen of minder last hebben van de adembenemende vrijgekomen gassen in welke vorm dan ook. Een monddoek doet in zulk een geval, wonderen.

Henny sommeert iedereen, om naar boven te komen. Er komen - buiten het latere slachtoffer – een viertal duistere figuren bovengronds. Om de situatie nog duidelijker te krijgen gaat Henny weer de kelder in. Henny spreekt daar met het kennelijke - afrekenings -slachtoffer. Deze is nog nooit zo blij  geweest dat hij politie heeft gezien. Hij baseert dit op de blauwe ME-politiebroek van Henny in de verlichte kelderdeur die hij plots zag.

Ondertussen houd ik de 4 verdachte figuren –uit de kelder- buiten op de binnenplaats staande. Ik heb hun legitimatiebewijzen in mijn hand. 

Terwijl ik aan het wachten ben op assistentie van collega’s gebeurt er nog iets vreemds op deze locatie. Gelukkig zit Tiesto nog in de bus. Zelfs zijn woeste geblaf is innemend en rustgevend voor sommigen!

Door de poort komt een lichtkleurig bankstel als het ware aangevlogen. Dan blijkt dat dit bankstel gedragen wordt door een aantal donkere figuren die bezig zijn met dit transport en bezorging.

Deze personen hebben een klaarblijkelijke alibi voor dit moment en ik kan hen helaas niets nawijzen. Dit is eerlijkheidshalve ook geen onderzoeksargument nu, in de hectiek. Maar toch een bizarre onverwachte performance op een tijdstip waarop de meeste fatsoenlijke burgers in ons land op een oor liggen te slapen. 

De vier verdachte personen worden door ons aangehouden en ter voorgeleiding overgebracht naar het bureau. Op dat moment komt er nog een alarmmelding van een inbraak. Ook hier wordt aandacht aan gegeven. Gelukkig blijkt dit een loos inbraak alarm te zijn, echter dat weet je nooit van te voren.

De officier van dienst komt ook langs. Ik zie hem al denken van; die twee alweer. Hij pakt ook vanuit Strafvorderlijke hoek de zaak goed op. Achteraf gezien wordt door deze casus nagenoeg een heel district platgelegd door de aanhoudingen van 4 daders, hun overbrenging en het inboeken.

Gelukkig krijgen we geen nieuwe meldingen meer. Dus net genoeg tijd om de immense bureaucratie te steunen.

Achteraf is de zaak linksaf gegaan ingevolge de bewijslast en bewijsvoering. Maar strafvordering in eerste aanleg – boeven vangen- werd tot in de puntjes nageleefd. Bewijsvoering blijft helaas een niet te nemen horde. Hebben we een grove misdaad voorkomen, ja dus. Dat blijkt achteraf tijdens het ingestelde vervolgonderzoek. 

We hebben geen last meer gehad van ademnood. Alweer waakbaar en dienstbaar geweest. Onze modus is er een van voorzichtigheid en vooral doortastendheid.

donderdag 21 augustus 2014

Knikker in de keel vs uitstraling nieuw uniform

Tijdens mijn middagdienst van incidenten afhandeling en toezicht krijg ik een aantal basale zaken op mijn politie bordje. I.v.m. vakantie van een collega wijkagent heb ik zijn wijk ook in mijn portefeuille, gratis en voor niets, op basis van collegialiteit. Samen sterk.

Het is vakantietijd dus mogen we stevig aan de bak want de meldingen, verzoeken, varia problemen blijven onaangekondigd toenemen als onkruid. Of zij nou in de portefeuille van de politie thuishoren of niet. 

Achteraf is het altijd een mooi gegeven als we als politie toch kunnen helpen en het verschil kunnen maken ook al is het maar een druppel op een gloeiende plaat,

Dan lees ik in de media het bericht over de wijkagent. De grafieken en statistieken bepalen een concrete grootte van het verantwoordingsgebied qua inwoners, niet geografisch. Laat mijn gebied nu geografisch top en groot zijn. Qua bewoners aantallen iets minder groot.

Ik mag of moet tijdens mijn dienst met mijn collega 4 keer aan de bak wegens psychische urgente hulpvragen. Mensen springen uit een rijdende auto, willen voor de trein springen of schreeuwen op straat voor aandacht maar zorgen tevens voor ongewenste en beangstigende buurtoverlast. Dus doen wij keer op keer ons uiterste best voor deze categorie mensen met psychisch leed. 

Dat behelst vaak werken onder hoogspanning, weerstand en onbegrip in en met onze parallelle netwerken. Meldingen vinden plaats in de publieke ruimte van de diverse wijken, dus wijkwerk, ook al zijn het niet mijn wijken. Dat geeft niet als we maar het verschil kunnen maken.

Tussendoor blijkt toch maar weer eens dat het vaak de kleine dingen zijn die het doen en die mij een goed gevoel geven. Sta ik in mijn nieuwe kloffie voor een voetgangersverkeerslicht te wachten op de groene toestemming. 

Staan naast mij een moeder met een hummeltje van 3-4 die kijkt naar mijn imposante grote brede gestalte en nieuwe flitsende uniform inclusief cap. Ik ben ook gauw drie koppen groter dan hem. Ik zie hem staren naar mijn reusachtige verschijning! In de ogen van een klein kind ben ik natuurlijk al vrij snel groot en sterk! In werkelijkheid valt mijn imposante gestalte, reuze mee. Ik zeg hoi tegen hummeltje en hij groet mij blijmoedig met grote pretoogjes en zwaaiende handjes terug.

Als ik doorloop hoor ik hem zeggen mama van; die politieagent zei hoi tegen me. Ik loop een winkel binnen om een usb-stick terug te geven i.v.m. opnames van daders m.b.t. winkeldiefstal. Richting uitgang, zie ik een oudere mevrouw bij een rek met een mooie veelkleurige –Mondriaan- trui staan.

Ik kijk haar aan en zeg; mevrouw die trui moet u beslist kopen, die zal u heel mooi staan. Meent u? Jazeker een plaatje, jullie tweeën samen. Ik ben naar buiten gelopen maar in deze vakantie komkommertijd heeft het personeel volgens mijn zesde zintuig een mooie trui kunnen verkopen aan deze mevrouw met grey highlights als haardos.

Ik zei het al 4 keer op een middagdienst interventies gehad i.v.m. psychisch onverteerbaar leed. Ik zal geen details noemen in dit moeizame proces.

Sta ik met mijn collega bij de afdeling Eerste hulp te overleggen met de professionals, komt er een mannetje naar binnen gelopen. Ook weer zo’n klein hummeltje van drie turven hoog. Het ventje loopt rood-paars-blauw aan. Hij snakt naar adem, wat niet wil lukken. Er zit hem iets dwars, maar wat? Dat gaat niet goed denk ik, snelheid van handelen is acuut nodig.

Ik draai me naar hem toe, hij ziet me en schrikt zich gelukkig een aap. Hoe hij het voor mekaar krijgt weet ik niet, maar door mijn blik, mijn uniform inclusief felle indringende gele-donkere afgewisselde wespenkleuren, begint hij te proesten en tegelijkertijd gelukkig behoorlijke teugen zuurstof te inhaleren. Hierdoor kan hij vervolgens zwaar ophoesten. Hij buigt voorwaarts, ik denk jeetje, wat nu weer!

En jawel, hoor daar komt de aap uit de mouw en tevens de boosdoener. Een grote knikker die diep in zijn luchtpijp geklemd zat, komt met kracht tevoorschijn als een blindganger uit een bazooka. Het glazen projectiel rinkelt en kinkelt vrolijk op de vloer in steeds kleiner wordende sprongetjes tot hij stil voor het oprapen gewillig blijft liggen. 

Dat lucht op hè in de ware zin van het woord. Een flinke knikker, vreselijk zo’n ademnood, lijkt me. Het leed is gelukkig geleden. Toch gevaarlijk zo’n knikkers en kleine kinderen. Hoeft de Eerste hulp deze keer gelukkig niet in actie te komen dankzij mijn flitsende uniform en reach out. 

Ben ik toch blij dat mijn uniform een keer grote schrik heeft teweeg gebracht. Toch wel leve sreddend wanneer je weer kunt ademen!

Ik ga weer verder overleggen met de specialisten. Als mensen niet worden opgenomen vind ik dat beregoed. Echter mijn professionaliteit en betrokkenheid staan mij geregeld hierbij in de weg en blijk ik een lastige luis in de pels van de professionals te zijn. Ik wil niet dwarsliggen maar ik hoop dat ik nooit gelijk zal krijgen in mijn mening dat mensen intern geholpen moeten worden. Alleen mijn handen zijn gebonden. Dat weet ik ook wel, maar dan toch! 

Deze middag heb ik in de algemene publieke ruimte geen verzoeken met lagere prioriteiten kunnen honoreren. Misschien de volgende keer. Als het kan –binnen onze dienstverlening- helpen we graag, uiteraard ook buiten onze kerntaken.

De wijk blijft minimaal 24/7 in mijn gedachten.

Ben ik gisteren op de Integrale beroepsvaardigheidstraining samen met vele andere bekende- en mij minder bekende collega’s. Blijkt dat ik ook met vreemde collega’s van andere basiseenheden goed kan samenwerken. We oefenen reële praktijksituaties met een bevlogen docent die ons ongevraagd en onbemerkt stimuleert. Een eersteklas praktijk dag, met sporten, schieten en praktijk auto procedures. 

Het gaat in onze groep prima en we zijn allemaal tevreden met het behaalde resultaat.

#Op het laatst van de praktijk dag krijgen we een uur les en informatie over reanimeren en de AED. 

Dan moet ik weer terugdenken aan het hummeltje met de grote knikker in zijn keel. Hoor ik van collega’s uit het uiterste zuiden dat zij vaker reanimeren ook bij baby’s en kleine kinderen. Ik mag oefenen op een kinder-, baby- en een volwassen mens pop. Na goed oefenen, zit de opgedane kennis weer in mijn mindset.


Dit zijn voor mij toch maar weer de belangrijkste levens- en praktijklessen. Vooral als wij meldingen krijgen met onverteerbaar leed. Dan zou het toch prachtig zijn als we mensen, kinderen en baby’s weer aan een hartslag en aan het ademen zouden kunnen krijgen met de tools opgedaan tijdens de praktijk oefen dagen. 

donderdag 7 augustus 2014

AC/DC

Tijdens het grootste evenement aan het begin van elk jaar schijnt alles te kunnen. Iedereen lacht iedereen uit en het op de hak nemen van politieke dieren en gemeentelijke misstanden is een heus volksvermaak.

Op straat deinen de massa´s gedwee op de golven van de lalalah muziek. Dit feestgedruis krijgt bovendien koud en guur weer te verduren en wordt dus bestreden met- en weggespoeld door alcohol en verdere weerstand verhogende ingrediënten.

De spelregels van fatsoen, moraal en omgang zijn sterk aan verderf onderhevig door de inname van deze tover vloeistoffen. Mensen reageren amicaler dan de rest van het jaar. Iedereen schijnt dan overweg te kunnen met iedereen. Deze amicale omgang geldt uitsluitende tijdens de drie dolle dagen en een paar billen knijpende dagen voorafgaand aan dit evenement. Likkebaardendlessend.. voor slechts drie dagen moet de jaarlijkse lust verzadigen. Daarna wordt de stropdas weer recht getrokken. Terug naar Business as usual.

Om te zorgen dat iedereen binnen de fatsoensnormen blijft balanceren, is er politie op de been die zorgt voor een reële balans tussen plezier en het voorkomen van criminaliteit in zijn lelijkste vorm. Via een losse teugel van sociaal verkeer en uniform politie toezicht.

Tijdens een van mijn diensten tijdens de hondsdolle dagen zijn er diverse opstootjes in de stad die in de kiem worden gesmoord. Helaas is een illuster tweetal (man en vrouw) bezig om - puur voor eigen gerief - de boel ernstig te verzieken. Zij veroorzaken tal van mishandelingen, diefstallen en ook nog eens een straatroof voorafgegaan met bruut geweld. Iedereen is verkleed achter een mombakkes of andere street-art en het lukt niet een, twee, drie om deze daders in hun kraag te spotten. Ze verplaatsen zich onopvallend in de menselijke chaotische feestmassa van plezier.

Dan blijkt dat niet ieder slachtoffer of getuige goed heeft opgelet. De signalementen van deze twee daders blijven een grijs schemergebied voor de politie. Het is voor de uitgaande politie surveillances aanmodderen geblazen om desondanks de openbare orde weer terug in het gareel te krijgen.

Gedupeerde slachtoffers melden zich bij de politie. Het vang-net rondom de daders begint zich beetje bij beetje te sluiten, maar nog niet helemaal.

Door het gebrek aan specifieke signalementen lijkt de criminaliteit slechts te bestaan uit losse feiten. Achteraf blijkt dit niet zo te zijn. Steeds meer informatie rondom hun doen en laten kunnen wij als politie aan elkaar plakken. Ik zei het al, het is slechts een kwestie van tijd om de boeven in te rekenen.


Dan krijg ik onverwachts hulp van een paar van origine Schotse muzikanten uit Sidney, Australië. De jongens tokkelen in 1973 wat op hun gitaartjes en willen een band-je formeren. Het lukt hun niet om een goede naam te bedenken. Het gitaarspelen gaat wel voortreffelijk. Vooral Angus Young ontwikkelt zich als een kei. Dus helpt de zus van een van hen mee in de zoektocht naar een pakkende naam. Op een elektrisch apparaat leest zij de naam AC/DC; alternating current/direct current, oftewel wisselstroom/ gelijkstroom. Dat lijkt een leuke naam die meteen wordt uitgetest. De reputatie van AC/DC wordt wereldwijd bekend, reeds voor vele jaren.


Mijn collega en ik krijgen dan een melding van een mishandeling of ruzie bij een café in het stadscentrum. We zijn vlak in de buurt. Bij een café staat iemand onder invloed samen met en vrouw aan zijn zijde, dronken door alcohol en gebruik van drugs. Zij willen niet wachten en proberen er vandoor te gaan. Die kans krijgen ze niet. Ik neem deze Clyde, 100 kg schoon aan de haak, apart met mijn dwingende stalen rechterhand om zijn -in zijn dikke jas verstopte- arm.

Mijn collega staat bij zijn Bunny. We hebben de signalementen van het crimineel koningskoppel in ons achterhoofd met als voornaamste wapenfeit dat de man een T-shirt draagt met het opschrift AC/DC.

Dan roept mijn collega, kijk naar zijn T-shirt, Han. En jawel hoor op dit T-shirt prijkt parmantig de naam AC/DC. Het shirt is gedrapeerd over zijn brede borst en dikke buik. Hij draagt een donkere dikke jas. Zijn haren zijn blond. Hij zweet als een otter. Ik voel de zweetdampen door zijn dikke sauna kleding heen. Ik kijk in zijn ogen en zie slechts twee zwarte afwezige levensgrote pupillen die eindeloos voor zich uit staren. Ik denk niet dat zijn pupillen mij spotten als politieman. 

Ik heb hem met mijn rechterhand nog steeds stevig vast tegen een muur aangedrukt. Ik blijf rustig maar wel onverzettelijk. Hij wil zich gaan verzetten maar doet dit niet. Hij bedenkt zich, waarom?

Hij voelt mijn alertheid. Ik ben tot het uiterste gefocust. Hij trilt als een espenblad. Het zweet parelt van zijn gezicht. Zijn hele lichaam schudt, trilt en beweegt onophoudelijk als een trilapparaat gebruikt door het stratenmakers gilde. Het is alsof hij gaat ontploffen met een knal, echter dit spreekwoordelijk lontje ontvlamt niet in zijn eigen kruit. Nog niet! Maar het zou zo maar kunnen gebeuren. Onze pupillen raken elkaar. Zijn pupillen razen door zijn oogkassen. Ze springen alle richtingen uit. Ik zit ver binnen zijn persoonlijke levensruimte. Ongeveer neus tegen neus en ik waarschuw hem voor geweldtoepassing. Psychologisch sta ik ver op voorsprong, blijkt uit zijn gedrag.

Dan geeft hij zich gewonnen, zijn zweet blijft uit zijn lichaam komen en zijn lichaamswarmte doet er nog een schepje bovenop. Zijn lichaam wordt rustiger en zijn wilde blik verdwijnt als sneeuw voor de zon. Zijn ontploffing blijft achterwege. Ik heb porto fonisch op de voorhand  assistentie voor hun overbrenging aangevraagd en met burning rubber vervoegen zich collega’s in hun dienstauto bij ons. Ook zij zijn op zoek naar dit dader-duo en daardoor niet ver uit de buurt.

Bunny en Clyde worden overgebracht en in verzekering gesteld. Beiden zijn verantwoordelijk voor alle zware criminaliteit op deze dag. Iedereen blijft feestvieren en voor deze avond is de angel eruit gehaald. Niemand merkt er iets van dat twee ellendige criminelen zijn ingerekend. De massa deint onwetend verder op de lalalah muziek.

Op en top waakzaamheid en dienstbaarheid door politie in het feestgedruis van de samenleving.

Ook de resterende hondsdolle dagen blijft het rustig.

De daders hebben zijn voor justitie geleid en zijn veroordeeld door de rechter.