Translate

dinsdag 14 april 2026

Voordat de gong gaat

 

Voordat de gong gaat, van wat ik mij nu nog kan herinneren, zou ik zo weer mijn pugilistische handelingen gaan vertonen en de han-dschoenen weer aantrekken? Ik denk van wel. Dit verhaal heet dan ook


VOORDAT DE GONG GAAT 


De weg naar de ring is geen sinecure maar een moeilijk pad en steile klim omhoog.

Er zijn niet veel sporten waarin je drie rondes lang geslagen wordt, verslagen kunt raken, knock-out kunt gaan en pijn en blessures oploopt. Alles ligt open. Alles kan gebeuren. Alle kansen voor het grijpen. Spierpijn achter niet te vergeten ...


Afhankelijk van de tegenstander — die nagenoeg precies hetzelfde te wachten staat.


Het publiek leeft daarvoor. Ze worden luid, onrustig, opgewonden. Het liefst zien ze harde slagenwisselingen. Een knock-out als hoogtepunt.


En daar tussendoor geslopen …


de lieve mensen die met je meereizen. Supporters. Intimi. Zij voelen alles mee, ook de denkbeeldige klappen. Gierende zenuwen door het hele lijf. Misschien nog wel meer dan jij.


Dan de boksarena; De zaal ruikt naar spanning. Maar ook naar sigaretten, alcohol en een luidruchtig publiek.


Soms sta je in een levensgrote tent als menneke van 16 of 17 jaar oud, waar het geluid alle kanten op gaat en de lucht zwaar is en bovendien slecht geventileerd. En soms, in het mooiste geval, in een sporthal. Daar is het rustiger. Frisser ook. Daar zijn de versnaperingen en het roken tenminste nog een beetje aan banden gelegd. Daar waar de ring in het middelpunt staat, hoog, met verblindende felle lampen gericht op de ring en pugilisten, een bijna sauna,


Drie ronden van drie minuten. Daar heb je alles voor over gehad.

Maanden trainen. Afzien. Op dieet om gewicht te halen. Dagen waarop alles pijn doet, maar je toch doorgaat. De wedstrijddag zelf: weinig eten, weinig drinken. Reizen. Wachten. Altijd dat wachten. Je hoofd dat blijft malen, terwijl je het juist stil probeert te krijgen.


En daar is de trainer. Rustig. Altijd rustig. Alsof er niets aan de hand is. Alsof hij al weet dat het goed zal komen. Dat vertrouwen geeft hij door, zonder grote woorden.

Soms vraag ik mijn tegenstander hoeveel wedstrijden hij al heeft gebokst.


“Een paar honderd,” zegt hij dan. Of nog meer. Je knikt. Prima. Dan weet je het wel.

In de kleedkamer begint het circus in de mallemolen. Handschoenen aan. Zwachtels strak. Opwarmen. Pads slaan met de trainer. Ritme vinden. Focus aan. Het zweet komt uit al je poriën en daarmee de broodnodige zenuwrust. De zenuwen worden uit je body geslagen daar op de pads van de trainer.


Mijn laatste wedstrijd vergeet ik nooit.

Mijn trainer kijkt me aan en zeg:

“Eet nu nog maar een boterham. Straks kan het waarschijnlijk niet meer.” 

Ik moet lachen van deze gevleugelde typerende opmerking van hem. Maar wel even weg van de spanning waar je de hele dag tegen vecht. Ik boks in de categorie halfzwaargewicht 81 kg en breng 77,8 kg op de weegschaal. Dus die boterham  kan wel😉.


Dan de ring in, lopen door het publiek onder luid applaus of boe-geroep.

De tegenstander staat al klaar. Groter… maar deze keer ook zwaarder. Gespierder. Misschien zelfs sterker. Je ziet het aan alles.


Maar ik voel toch iets anders.

Ik voel me licht. Vrij. Als een bamboe die met elke storm meebuigt, maar nooit breekt. Ik heb mijn eigen manier als een goochelaar in zijn mouwen.

Linkshandig dat ben ik vanaf mijn geboorte maar ook  snel en direct anticiperent. Hoeken laag en hoog. Ontwijken, terugboksen, en dan de counter. Bam bam.


Dan gaat de gong. Alles valt van me af.

Ik boks. Puur. Zonder twijfel. Alles wat ik heb geleerd komt uit mijn body en mijn stoten, als vanzelf als aangeboren,


In de rust luister ik. Korte woorden van mijn trainer Jan Derhaag . Helder. To the point.


Maar deze avond is er nog een ander gevecht. Niet alleen in de ring maar nu ook nog daarbuiten. Daar heb ik niet om gevraagd,


Als je uit bokst bij een andere vereniging weet je het al. Je moet niet alleen winnen, maar overtuigender zijn. Meer laten zien. Duidelijker raken. En soms is zelfs dat niet genoeg voor de overwinning.


In mijn geval dan die ene Nederlandse scheidsrechter…


Ik heb mijn eerste vijftien wedstrijden in Duitsland gebokst. En net bij hem werkt dat tegen me. Sterk zelfs. Daar kan ik niet tegen opboksen.

Je voelt het. In wat wel en niet gezien wordt. In hoe een wedstrijd loopt zonder dat je er echt grip op hebt . Alsof je niet alleen staat te boksen voor de overwinning,

maar ook tegen iets wat buiten de ring ligt, buiten jezelf, zonder enige schuld,


Dat werkt tegen me. Als bokser. Maar ook als mens. Toch blijf ik staan.


Niet voor de jury. Niet voor de scheidsrechter. Niet eens voor mijn tegenstander.

Maar voor dat ene moment. Dat moment waarop de gong gaat…

…en alles klopt. 🥊

vrijdag 10 april 2026

Bokswedstrijd in Bittburg


In deze tijd zit ik nog op de Rijkspolitie opleidingsschool in Horn - Baexem, hard te studeren voor de examens. Deze foto is achteraf genomen om de overwinning te vieren 

Deze memorabele  avond ergens in 1977 of begin 1978  begon met een lichte combinatie van zenuwen en overtuiging van eigen kunnen. Precies genoeg spanning om scherp te zijn, en genoeg vertrouwen om te weten: dit kan ik.

Saillant detail vooraf: de Amerikanen in Bitburg wilden er ineens vijf rondes van maken. Semi-prof, zeiden ze. Gebruikelijk, zeiden ze. Mooie woorden, maar ik hield het simpel — drie rondes afgesproken is drie rondes boksen. Geen onderhandelingen meer als je al in de ring staat.

Mijn tegenstander: Mr. Robinson. Gespierd, ervaren en met die blik van iemand die liever doorgaat dan stopt.

Hij is groter, sterker en gewend aan langere partijen. Maar boksen is geen kwestie van tijd alleen. Boksen is een schaakspel. Rust bewaren. Niet boos worden. Intuïtief handelen. Ontwijken, pareren, uit onverwachte hoeken komen en vooral: overzicht houden en niet tegen die ene verkeerde stoot aanlopen.

Ik ben southpaw. En dat merkt hij.

Carla stond aan de ring. Zoals altijd. Aanmoedigend, scherp, en ondertussen alles vastleggend. Terwijl ik bezig was met het spel, zorgde zij dat het verhaal bleef bestaan.

Eerste ronde. Aftasten. Hij kwam stevig, ik bleef rustig. Mijn “tikjes” — snel, scherp en precies — haalden zijn aanvallen eruit. Geen krachtpatserij, maar efficiëntie. Je zag hem denken.

Tweede ronde. Het schaakspel verschoof. Hij probeerde druk te zetten, ik brak zijn ritme. Mijn hoeken klopten niet voor hem. Links kwam waar rechts verwacht werd.

Derde ronde. Hij wilde forceren. Misschien dacht hij al aan die vijf rondes die er nooit kwamen. Ik bleef bij drie. Bij mijn plan. Overzicht houden, niet happen, geen cadeaus geven.

Eindsignaal.

Geen knock-out. Geen spektakel. Gewoon jury.

En: winst op punten.

Verdiend. Niet alleen omdat ik sterker was, maar omdat ik beter inspeelde op het gevecht en zijn aanvallen,

Na afloop werd het gevierd met de kampfgemeinschaft van Heinsberg, aangevuld met boksers uit alle gewichtsklassen van omliggende verenigingen. Eén geheel, één avond, veel verhalen.

Mr. Robinson? Respect voor hem en zijn sportiviteit. Wat een sterke tegenstander.

Maar deze avond werd geen vijf rondes lang verhaal.

Drie waren genoeg.

Groet Han

donderdag 9 april 2026

De robotmaaier versus egel

 

De moderne mens heeft het zwaar. Echt.

Hij moet werken, scrollen, series bingen, en—hou je vast—eens in de week het gras maaien. Onmenselijk.

Gelukkig is daar de robotmaaier.

Een klein, zoemend huisdier zonder ziel, maar met een missie: elke grasspriet moet eraan geloven. Regen? Maaien. Zon? Maaien. Nacht? Maaien. Existentiële leegte? Maaien.

De mens kijkt tevreden toe vanuit zijn tuinstoel. Heel soms een biertje in de hand.

“Wat een gemak,” mompelt hij.

Alsof hij zelf net de industriële revolutie opnieuw heeft uitgevonden.

Ondertussen, als de tuin eindelijk stil en donker wordt, komt de echte bewoner tevoorschijn.

De egel. Geen app. Geen schema. Gewoon instinct en een honger naar slakken. Een klein, scharrelend leven dat al bestond toen ‘wifi’ nog gewoon een nies was.

Hij schuifelt. Snuffelt. Leeft.

En dan—daar is het weer.

Dat zoemen.

Niet luid. Niet dreigend.

Juist dat maakt het erger.

De robot rijdt alsof hij alles begrijpt. Alsof de wereld bestaat uit rechte lijnen en nette randjes. Alsof rommel een fout is en leven een obstakel.

De egel doet wat egels doen.

Hij rolt zich op. Vertrouwt op een strategie die miljoenen jaren heeft gewerkt. Maar ja.

Miljoenen jaren evolutie versus een kortingsdeal van de bouwmarkt.

Het zoemen stopt niet.

Het twijfelt niet.

Het voelt niets.

En ergens tussen perfect gemaaide banen ligt hij dan. Niet dood misschien. Maar ook niet meer echt onderweg. Zijn kleine lijf beschadigd door iets dat hem niet eens zag.

De volgende ochtend:

De mens rekt zich uit, nipt van zijn koffie en bewondert zijn gazon.

“Strak hoor,” zegt hij tegen niemand in het bijzonder.

De robot staat braaf op zijn laadstation.

Alsof hij denkt: goed gewerkt vandaag.

En de egel? Die ligt ergens waar geen app hem vindt. Geen melding. Geen update. Geen pushbericht dat zegt: er ging iets mis vannacht.

Maar hé. Het gras staat er fantastisch bij.

Ik heb er geen- en ik hoef  geen robotmaaier en ik maai overdag met grote tussenpozen 1x per 12-14 dagen👊👍💙


Groet Han, delen wordt gewaardeerd

woensdag 1 april 2026

Deze Schorpioen in Balans houden

 

Het harnas en
de deuken

Na vier en veertig jaar bij de politie – een werkbaar leven vol strijd, winst en helaas ook wat verlies – heb ik mijn zware harnas definitief afgelegd. Ik heb de kogelvrije vesten en tactische plannen ingeruild voor iets veel simpelers, maar minstens zo uitdagend: de pure rust van de open weg.

Jarenlang ben ik een eenmansleger geweest. Ik leverde slag, incasseerde zielenleed en zag mijn gezondheid een jasje uitdoen. Die ervaringen hebben me gevormd tot de Schorpioen die ik nu ben: wilskrachtig, intuïtief en recht uit het hart. Maar ik ben tot een belangrijk inzicht gekomen: alleen ga je misschien snel, maar samen kom je verder. Ik ben geen onverwoestbare machine, maar een mens met emoties, dromen en – jawel – tekortkomingen. Die heb ik inmiddels omarmd. Dat geeft rust en lucht.

De Schorpioen en de Ram

Tegenwoordig vind ik mijn balans op mijn 'stalen ros'. Geen glimmende bolide met een zwaailicht, maar een gewone fiets. Zonder elektrische hulpmotor, want ik geloof in eigen kracht.

Ik fiets niet alleen. Naast mij trapt mijn eigen Ram: een sportieve schoonheid met een bak power en een conditie waar je 'u' tegen zegt. Waar ik als Schorpioen de neiging heb om elk bochtig parcours eerst tactisch te analyseren, is zij de motor die de vaart erin houdt. We zijn aan elkaar gewaagd; zij wijkt voor geen enkele heuvel en geeft, net als ik, nooit op. Concurrentie kennen we niet; onze enige gezamenlijke strijd is het ijveren naar een gezond en vitaal leven.

De Kleine Cirkel en het Geheime Ingrediënt

Wij bewegen ons het liefst in een superkleine sociale kring. Door de vele ervaringen in het verleden zijn we hierin gehard; we verlenen hulp waar nodig, maar nooit meer ten koste van onszelf. Die grens bewaken we scherp.

Deze levenshouding is ons 'geheime ingrediënt' geworden, en we hebben het met de paplepel doorgegeven. Onze dochter heeft veel van deze bouwstenen meegekregen: een tomeloze conditie, maar bovenal het diepe besef van respect en de kunst van 'leven en laten leven'. Dat zij deze koers nu zelf vaart, is voor mij de ultieme bevestiging dat onze balans klopt.

Meditatie in Beweging

Die pure rust en vrijheid is tegenwoordig zeldzaam. Met zo’n gedreven partner aan mijn zijde heb ik de perfecte reden om die stilte steeds weer op te zoeken. Het is bijna een vorm van meditatie in beweging, waarbij het ritme van onze trappers de enige graadmeter is. In zulke momenten hoef je niets, behalve er te zijn en te genieten van de omgeving. Of we nu door dichte bossen of open velden rijden; de buitenlucht is mijn nieuwe brandstof.

💥 Gifvrij en in Balans 👀

Mijn reputatie als Schorpioen? Dat gif in de staart en die wraakzucht heb ik tactisch gedelegeerd naar een afdeling waar ze er meer tijd voor hebben. Soms voel ik me nog wel eens een spin in het verkeerde web, verstrikt in de verwarrende spinsels van een ander. Vroeger zou ik de beuk erin hebben gegooid, nu bekijk ik het web van alle kanten, rol het netjes op en geef het uit handen aan de zorg.


Ik leer elke dag bij. Mijn nieuwe dieet bestaat uit sportieve ingrediënten en het vermogen om om hulp te vragen. En als ik heel soms toch nog twijfel? Dan voel ik me net een eend: boven water rustig en beheerst, terwijl ik onder het oppervlak trappel als een bezetene om de koers recht te houden.

Maar met acht poten, twee scharen en een Ram die weigert af te stappen, komt deze Schorpioen er wel. Op naar de volgende 25 jaar (in schorpioen-jaren dan)!

De laatste versnelling dan,

"Na 44 jaar in de frontlinie van onze samenleving, draag ik mijn steentje nu op een andere manier bij: door vitaal, scherp en in balans te blijven. Het uniform hangt in de kast, de medailles van eervol ontslag hebben hun plek gevonden, maar de gedrevenheid van de Schorpioen blijft. Nu is het tijd voor de cadans van de pedalen, de rust rondom het huis en de onvoorwaardelijke steun van mijn Ram. 
De koers is veranderd, maar de finish is nog lang niet in zicht. Op naar de volgende gezamenlijke kilometers!"
💙💪👊